Welkom beste blogbezoekers,
wij zijn Davy en Jürgen Moerman. We zijn broers en beiden zijn we lid van de wandelclub WSJV Nacht van Vlaanderen Torhout bij Aktivia. We wandelen zowel korte als lange afstandswandeltochten in West-of Oost-Vlaanderen. Geregeld zullen we proberen hier een verslag en foto's te plaatsen van wandeltochten waar we aan deelnamen (Niet alle tochten zullen aan bod kunnen komen). Tips en reacties hierop zijn altijd van harte welkom.
Groetjes, Davy en Jürgen!
De Wijnendalebostocht is de benjamin van de winterserie, maar de voorbije 10 jaar heeft de tocht een stevige reputatie opgebouwd. Het bos in winterrust kan heerlijke beelden opleveren en zorgen voor een unieke natuurervaring. De 14 en 21km-stappers kunnen daarenboven ook nog op een wandelvriendelijke manier het mirakeldorp Wijnendale doorkruisen. Blikvangers zijn alvast de Kasteelschuur van Wijnendale,het schitterende wandelpad op ’t Hoge,de groene 62, het fonteinpad,het prachtige Kasteel van Wijnendale en de imposante Planterijdreef.
Startplaats: Zaal De Bosgalm, Pastoriestraat, Don Bosco, Torhout Inschrijfgeld: € 1,50 Ledenkorting: € 0,40
Station op 1km E403/A17 afrit 10 Torhout, marspijlen volgen
Op 11 november worden in gans Vlaanderen wandeltochten georganiseerd, zo ook door onze eigen club, meteen ook het begin van het nieuwe clubseizoen. Dus is de keuze voor onze wandelbestemming snel gemaakt. Na de nodige formaliteiten konden we op pad voor de 20 kilometer, in werkelijkheid 19,3. We verlieten het cultureel centrum en trokken langs het St.-Augustinusrusthuis en het stadspark naar Ten Walle. Vermoedelijk werd het hospitaal gesticht in 1229 door Joanna van Constantinopel (1205-1244), de gravin van Vlaanderen. Door de godsdiensttwisten tijdens de geuzentijd in de 16de eeuw ging het ter ziele, waarna het in 1661 werd heropgericht. De zusters Augustinessen uit het hospitaal van Menen bevolkten het hospitaal in 1666. De gebouwen die er nu nog zijn stammen uit de 17de en 18de eeuw. Tijdens de Franse Revolutie werd het gebruikt als stapelplaats voor aangeslagen goederen. Later vond de gendarmerie er onderdak. De zusters werden nadien opnieuw eigenaar van de noordvleugel en de moestuin. In 1834 werd de oude hospitaalvleugel volledig eigendom van de stad. In 1840 werd het heringericht als een rusthuis voor ouderlingen. Nadien werd ten zuiden van de bestaande gebouwen een hospitaal gebouwd. In 1890 tenslotte werd de neogotische kapel gebouwd. In de Eerste en Tweede Wereldoorlog werd het gebruikt als veldhospitaal.Door de bouw van het Sint-Rembertziekenhuis, kort na de Tweede Wereldoorlog, verloren de gebouwen hun hospitaalfunctie. In het gebouw bevond zich een gratis bevoorrading, waar Dany en Gerda zoals gewoonlijk op een unieke manier een jenevertje aanboden. We vervolgden onze weg en wandelden voorbij het oude kerkhof naar een grindpaadje langs de spoorweg. Aan het eind ervan leidde een brug ons onder de sporen door, naar Torhout-Oost. Een leuke aaneenschakeling van wijkpaadjes stuurde ons naar een eerste splitsing, waar de langste afstand op een extra lusje getrakteerd werd. We werden door de wijk naar de Ruddervoordewegel geleid, waar een paard voor de vrijheid had gekozen en niet van plan was ons meteen door te laten. Zelfs de stalknecht kreeg het dier maar met veel moeite terug richting stal. Uiteindelijk liet het paard ons toch door en volgden we de buurtwegel, die ons afzette op een rustige weg. We keerden nu terug naar Torhout-Oost om terug aan te pikken bij de kortere afstanden. Leuke grindpaadjes wisselden af met tegelpaadjes terwijl we richting station wandelden. Een ommetje rond het containerpark zette ons op weg naar een duiker onder de sporen. Wat verder draaiden we de Pauwwegel in, die ons langs de achterkant van de aankomende controle stuurde, waarna we koers zetten naar de ingang van het KTA om er een eerste stempeltje af te halen (km 8). Rustige straatjes brachten ons naar de recent vernieuwde ring, die we dwarsten op weg naar de kinderboerderij. Naast de Flandria Ranch doken we een eerste, korte strook van het Moereveldpad in. Na het dwarsen van een weg liep het pad verder via schitterende graspaden die zich door de velden slingeren langs de oevers van Spanjaardbeek. De 14 kilometer keerde, aan de splitsing, terug terwijl wij naast de Bakvoordekapel een volgende graspad bewandelden. De kapel werd opgericht in 1940 gebouwd in opdracht van een koppel die tussen 1900 en 1921 maar liefst 19 kinderen kreeg, zowat 1 per jaar. De kapel werd toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw ter Ruste. Ook dit graspad kronkelde zich heerlijk langs de beek, die richting Kortemark stroomt om vervolgens in Diksmuide in de Ijzer uit te monden. Werkzaamheden, om de bomen langs het pad te kappen, hadden het pad veranderd in een modderpoel die meer weg had van een slagveld dan van een wandelpad. We zochten ons een droge weg tussen de geboortebomen om het einde van het pad te bereiken. Een lange, rustige weg leidde onze via het gehucht 't Schaakske terug richting de kinderboerderij om vervolgens naar de ring en de controle in het KTA terug te stappen. Slechts een tweetal kilometer scheidden ons nog van het einde. Enkele wijkstraatjes voerden naar de Kortemarkwegel, een tegelpad die ons op pad zette naar de Beckhofwegel en aansluitend het Ravenhofpark. Het kasteel dateert uit de vroegste geschiedenis van de stad. Sommigen vermoeden zelfs dat het dateert van voor de stadswording. Het huidige gebouw zou zijn gebouwd op de fundamenten van een bouwwerk dat er tussen de 13de en 15de eeuw stond. Het was een omwalde site met opper- en neerhof, die bewoond werd door verschillende notabele families. In de 17de eeuw werd het bewoond door de familie Decuypere. Tussen de huidige Wollemarkt, Kortemarkstraat en Zuidstraat baatte deze familie de grootste linnenblekerij uit van de stad (aan de huidige Blekerijstraat). In de 18de eeuw kwam het domein in handen van de grootgrondbezittersfamilie de Potter. Halverwege de 19de eeuw werd dokter René Van Oye eigenaar. Deze richtte in 1863 de vlas-en linnenfabriek op en bouwde tussen 1850 en 1874 een aantal woningen op voor zijn arbeiders ("Van Oye’s reke"). In 1885 werd het kasteeltje volledig herbouwd, waarna Oscar Hostyn het in 1906 samen met de omringende fabrieksgebouwen kocht, en er zijn schoenfabriekje vestigde. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was het een verblijfplaats voor de Duitse soldaten. In 1920 volgen er restauratiewerken en nadien kwam het domein in handen van de familie Couppé. Vanaf 1960 verkrotte het domein. Begin jaren 90 werd Ravenhof door de stad gerenoveerd. Momenteel is de Torhoutse Dienst voor Toerisme er gevestigd. Vanaf 1997 werd het Museum voor Torhouts Aardewerk en de Stedelijke Gildekamer erin ondergebracht. We stapten door de prachtige, groene oase in het centrum van Torhout om via wat centrumstraatjes naar de aankomst te stappen.
Zoals je kon lezen in het verslag over de marche d'hiver in Jambes, kruisten we een Zouaven fanfare. Zouaven vormden vanaf 1831 een Frans legeronderdeel.
Ons derde treinticket voerde ons naar de Waalse hoofdstad Namen, meer bepaald naar de deelgemeente Jambes. De militaire kazerne Paul de Wispelaere, waar de start zich bevond, herbergt ook een genieschool en -museum. Na wat zoeken in de drukke zaal vonden we de inschrijftafel en schreven ons in voor de afstand van 35 kilometer. Via een achterpoortje verlieten we de legerkazerne en werden meteen langs de Maas geleid. Even verder bracht een sluizencomplex ons naar de andere oever, waar we door het parc de la plante verder te stappen. Het park heeft een oppervlakte van 2,5 hectare langs de Maas, ter hoogte van het eiland "Vas-t'y-frotte" en werd gerealiseerd in 1853, voor het feest van 25 jaar België. Voorbij een kerkje verlaten we de boorden van de Maas en bereikten de eerste controle na amper 1,5 kilometer. Een smal paadje liet ons tussen wat huizen opklimmen. De schitterende vergezichten ruilden we even verder in voor een schitterende boswandeling. Het bleef klimmen tot een afgeschraapte weg ons verder voerde over het plateau naar het Bois de la Basse, dat we op een prachtige manier doorkruisen. Eens de 14 kilometer ons verlaten had, gingen we in dalende lijn naar Malonne. Eerst naar de hogergelegen sportvelden om via een grotje verder af te dalen naar de abdij van Malonne. De abdij werd gesticht in 651 door Saint-Berthuin, een angelsaksische monnik, die er stierf in 698. In 1841 werd de abdij omgevormd tot het huidige scholencomplex, waar we in een krap lokaaltje de tweede controle vonden (km 7,7). Als we de school terug verlaten, weerklinkt de Brabanconne en nadat we langs de prachtige oude abdijgebouwen gepasseerd waren, kwam een vierkoppige Zouavenfanfare voorbij gemarcheerd. Blijkbaar is er een herdenkingsplechtigheid. Een onooglijk, glibberig modderpaadje ging steil oplopend een volgend bos in om na een lange klim terug af te draaien naar Malonne. We kwamen echter niet meer aan het centrum, maar draaiden af naar het monastère des Clarisses. We maakten nu een duik door het bos om, via een winkelcentrum, de boorden van de Samber te bereiken. Onder een spoorwegbrug door volgden we het water naar de Ecluse de Floriffoux, die we gebruikten om aan de andere oever te geraken. Een leuk graspad volgde nog even de oever om uiteindelijk Floriffoux binnen te wandelen. Een kort ommetje langs de kerk stuurde ons naar een brede baan die we dwarsten om even verder een hoeve binnen te stappen, waar we in de stal de volgende controle bereikten. Na de controle leidden de pijlen snel terug naar de tweevaksbaan om aan de andere kant een lange klim aan te vatten. De rustige wegen leidden naar weer maar eens een volgend bos, het Bois de la Flache. Een schitterende bosdoorsteek bracht ons naar een wijkje die we doorkruisten. Vervolgens ging het naar de lange, rechte dreef, waarvan de kasseien er, op z'n zachtst gezegd, scheef bijliggen. Aan het einde ervan staat het chateau de Flawinne. Het kasteel dateert uit de 18de eeuw en werd vergroot in de 19de eeuw. Het bestaat uit verschillende gebouwen rond een binnenhof. Het ontwerp van deze Franse tuin gaat terug op de komst van Lodewijk XIV tijdens de bezetting van Namen in 1692. De tuin werd aangelegd in 1711 volgens een plan van de tuinarchitect André le Nôtre in vijf oplopende terrassen, met materiaal van de constructie van de nieuwe citadel. Meteen ook tijd voor een volgende stempel (km 19,2). Rond het kasteeldomein daalden we nu af om even in de bewoonde wereld te wandelen. Verscheidene malen dwarsen we andere wandelaars, er is schijnbaar nog een wandeltocht aan de gang. Wij daalden in schuifjes naar een private doorsteek, die ons op een werkelijk prachtige manier door het bosdomein verder de helling liet afdalen. We belanden bij de spoorweg, die we een tijdje volgden. Een brugje stuurde ons onder de sporen door om tussen de sporen en enkele industriebedrijven te stappen. Plots wezen de pijlen één van de bedrijven aan als de volgende controle, die ontegensprekelijk tot de origineelste controles behoort. Een lijnbus moest er namelijk een tussenstuk van 10 kilometer onderbreken. Nadat we de "bushalte" verlaten hadden, ging het opnieuw naar de Samber die we snel dwarsten, om naar het Bois de la Vecquée te stappen. Een schitterend bospad aan de voet van de heuvelflank volgt de rand van het bos gedurende enkele kilometers. Meer schuivend dan wandelend bereikten we een drukke baan die we al heel snel terug achter ons lieten om opnieuw het bos in te duiken, of beter gezegd te klauteren. Een lange, zware klim door het bos zette ons af aan de rand van Namen. Wat rustige straatjes door een villawijk brachten ons naar de laatste controle (km 29,9). Vanaf nu in dalende lijn meldde een medewerker ons, al moeten we eerst nog wat klimmen naar het chateau de Namur. Het kasteel werd opgericht aan het begin van de 20ste eeuw op de top van de citadel en werd naderhand omgetoverd tot een viersterrenhotel. Eens we langs het kasteel gepasseerd zijn, ging het in dalende lijn de Citadel van Namen af. De Citadel is één van de grootste burchten van Europa en ligt op een 100 meter hoge heuvel die 8.000 jaar geleden al bewoond zou zijn. De eerste stenen wallen dateren ergens uit de vroege Middeleeuwen. Vanaf de 10e eeuw wordt het complex de hoofdzetel van de Graven van Namen. Tot aan 1429 zullen in totaal 23 graven elkaar opvolgen. In dat jaar neemt Filips de Goede het gebied in en wordt Namen bij het Hertogdom Bourgondië gevoegd. Tot aan de onafhankelijkheid van België is het fort vaak belegerd en valt het in Spaanse, Oostenrijkse, Franse en Nederlandse handen. Tussen 1816 en 1825 werd het gehele complex door de Nederlanders herbouwd. Na de Belgische Revolutie komt het fort definitief in Belgische handen. Het duurde nog tot 1975 vooraleer het z'n militaire functie kwijtspeelde. De afdaling door het prachtige verdedigingsbolwerk leidde ons naar het Waalse parlementsgebouw aan de Maas. We volgden nu even de rivier tot aan de Pont de Jambes, een brug uit de 11de eeuw die ons de andere oever liet bewandelen. Nog enkele wijkstraatjes doorheen Jambes en we bereikten de aankomst in de legerkazerne, na nog maar eens een schitterende Waalse wandeluitstap. Dit smaakt naar meer.
Het laatste weekend van het clubseizoen 2008-2009 wordt een echt legerweekend. Het eerste luik voerde ons naar Gent waar we in het sport-en recreactiepark De Blaarmeersen van start gingen voor de 40 kilometer lange Mars Leger-Natie. De Blaarmeersen was oorspronkelijk een meersengebied langs de Leie. De aanleg van het 100 hectare grote park startte in 1976. De meersen werden opgehoogd en later werd de vijver gegraven. Nadat we de cafetaria van de camping in het domein hadden verlaten, werden we meteen richting vijverrand gestuurd om deze heel even te volgen. Wat verder namelijk draaiden we al een dijk op die ons aan de rand van het domein rond de camping stuurde. We volgden de dijk naar de uitgang en stapten naar de kop van de Watersportbaan. Een fietspad langs de drukke, Gentse ring nam ons vervolgens op sleeptouw tot aan het stedelijke natuurreservaat Bourgoyen-Ossemeersen. Het gebied heeft een oppervlakte van 230 hectare en bestaat voornamelijk uit vochtige graslanden met sloten en grachten. We kregen er een heerlijke doorsteek aangeboden. De paden, sommige met een laagje modder, voerden ons door het natuurgebied naar Mariakerke. Ondertussen was het licht beginnen miezeren. Wat rustige wijkstraatjes duwden ons stilaan in de richting van de Brugse Vaart die ons vergezelde naar onze eerste controle (km 6,4). De regen valt ondertussen stevig naar beneden, als we aan een plaatselijke lus beginnen van 7,4 kilometer. Onmiddellijk werden we over de vaart gezet. Al sinds de 17de eeuw doorsnijdt de Brugse Vaart de gemeente Mariakerke. Aan de overzijde van de vaart kozen de pijltjes voor wijkstraatjes, die we de ganse lus niet meer zouden kwijt geraken. De lus draaide uiteindelijk uit op een verkenning van alle mogelijke bouwstijlen die bestaan, waarbij een rondleiding door enkele nieuwbouwwijken natuurlijk ook niet ontbrak. Een zeldzaam graspaadje zorgde voor een kort, natuurlijk intermezzo in een flauwe rondtrek door Mariakerke. Aan het einde van de lus zorgde een parkdoorsteekje achter het Paul van Tieghem kasteel, het vroegere gemeentehuis, dat we opnieuw de brug over de vaart konden beklimmen en een tweede maal konden gaan stempelen en terug wat op temperatuur komen met een tas soep. We stapten opnieuw de regen in via de achterkant van het kasteel Claeys-Bouüaert om, na een ommetje het domein binnen te stappen en langs de voorzijde ervan te passeren. Het kasteel werd gebouwd tussen 1890 en 1892, naar het ontwerp van architect Joseph Schadde, die verscheidene kerken en kastelen op z'n palmares heeft prijken, waaronder het kasteel de Maere in Torhout. Een leuke doorsteek door het park zette ons af bij het landschapspark De Groene Velden. Grindpaden stuurden ons doorheen het gevarieerde, 18 hectare grote groengebied naar de ringvaart met bijhorende ringweg. Een tunnel stuurde ons onder de binnenste rijvakken, waarna we langs de vaart onder de brug met de buitenste vakken stapten. We bleven nu de vaart volgen tot een brug ons naar de andere kant leidde. We stapten vervolgens Vinderhoute binnen. Een snelle doorsteek zou het worden, door de Lovendegemse deelgemeente met het schattige St.-Bavokerkje. De lange Kasteellaan leidde ons naar een kasteel, waarvan we zelfs geen glimp konden opvangen. We draaiden dan maar af en volgden een rustige weg die we een eindje verder inruilden voor een smal modderpaadje. Een reiger zat ineengedoken aan de rand van een akker, tevergeefs schuilend voor de regen. Wij echter konden wel weer wat gaan opdrogen, want de volgende controlepost in Luchteren, een gehucht bij Drongen, lag om de hoek op ons te wachten. Weer kregen we een lus voorgeschoteld, van 6,1 kilometer dit keer. Een tweevaksbaan stuwde ons tot aan de toegangsdreef van een volgend kasteeldomein, een zijingang blijkt even later. Want we volgden de rand van het domein en passeerden uiteindelijk de hoofdingang. Het kasteel Schouwbroek was ooit een "hof met huys van plaisance", omringd door wallen en dreven. Achter het tuinhek staan 3 tamme kastanjes, waarvan ééntje zich de dikste van België mag noemen. Het houdt zowaar op met regenen, voor het eerst in 4 uur. Nu volgde een tweede doortocht door Vinderhoute, haaks op de vorige, om naar het kanaal Gent-Brugge-Oostende te stappen. Een eindje mogen we kuieren langs de waterkant, om vervolgens een onverhard spoor te kiezen die ons door de Molenmeers, een klein natuurgebied, tot tegen de Van Vlaenderensmolen leidde. Deze korenwindmolen werd gebouwd in 1905 ter vervanging van een houten exemplaar, die reeds vermeld werd in 1607. Even voorbij de molenberg draaiden we een smal paadje in die ons afzette aan het paadje die naar de controle leidde. (km 26,8) Acht kilometer is ons volgende tussenstuk, die begint met een stukje dubbelwandelen en een nieuwe regenbui. Een leuke opeenvolging van onverharde veldwegen nam ons na de splitsing op sleeptouw, om stilaan opnieuw over de ring en vaart te klauteren. Donkere, dreigende wolken zweefden als makke lammetjes over, als we de rand van de Bourgoyen-Ossemeersen bereikten. We pikten een kortere afstand op en doken een tweede keer het natuurreservaat binnen. Dat het een ideale pleisterplaats is voor gevogelte bewijzen de talloze fazanten en reigers. Ganzen verzamelen er, met het nodige geluid, voor hun grote trektocht naar het warmere zuiden. Een krakkemikkig vlonderpad leidde ons over een moeraszone en zette ons op weg naar onze laatste controle in De Grutto, een bezoekerscentrum naast de Hoosmolen. (km 34,8) Reeds in de 12de eeuw bevond zich in de Bourgoyen-Ossemeersen een molen. De huidige werd echter gebouwd in 1702. De windenergie werd gebruikt om het water uit de laaggelegen meersen via een scheprad naar de Leie op te pompen. We verlaten het natuurreservaat via de oude Leie die we blijven volgen tot we opnieuw de Watersportbaan bereiken. De waterbaan is 2300 meter lang en 76 meter breed, ze werd aangelegd met het oog op de Europese kampioenschappen roeien in 1955. We wandelden rond de watersportbaan naar een wijkdoorsteekje die ons naar een zijingang van de Blaarmeersen leidde. Eens we terug het domein betreden hadden, mochten we rond de vijver wandelen op weg naar de aankomst na een tocht die mijn verwachtingen niet helemaal kon inlossen.
Klik op de foto voor méér foto's!!!
Opgelet: Volgende verslag komt er eerstdaags over de tocht op zondag 8/11/09. Dus op tijd terugkomen is de boodschap.