Welkom beste blogbezoekers,
wij zijn Davy en Jürgen Moerman. We zijn broers en beiden zijn we lid van de wandelclub WSJV Nacht van Vlaanderen Torhout bij Aktivia. We wandelen zowel korte als lange afstandswandeltochten in West-of Oost-Vlaanderen. Geregeld zullen we proberen hier een verslag en foto's te plaatsen van wandeltochten waar we aan deelnamen (Niet alle tochten zullen aan bod kunnen komen). Tips en reacties hierop zijn altijd van harte welkom.
Groetjes, Davy en Jürgen!
Een zonnige winterdag en een stevige wandeling, wat kan een mens nu meer verlangen? Het sneeuwlandschap in en rond de Denderstad is het schitterende toneel hiervoor. De tocht werd uiteraard vernoemd naar het plassende beeld op de Geraardsbergse markt, dat zo'n 160 jaar ouder is dan z'n Brusselse evenbeeld. Al liet het ventje zich vandaag niet zien, maar hoe zou je zelf zijn bij vriestemperaturen? Vanuit de startzaal wandelden we al snel langs de Dender die ons een eindje verder zou verlaten, als we via een paadje een overbrugging van de rivier beklimmen. De nog vrij rustige aanloop bracht ons naar een steile klim, meteen een eerste test om te voelen hoe het met de benen gesteld is. Eens boven zijn we op de Hoge Buizemont, waar we de typische paadjes opzochten. De sneeuw-en ijspaadjes nodigden ons af en toe uit tot een slippertje. Een uitnodiging die we zo vaak mogelijk weigerden, ten einde niet in een pijnlijke spagaat te belanden. We werden heerlijk doorheen het Arduinbos gevoerd om beneden aan de heuvelrug even Schillebeke te doorkruisen. We wandelden onder de hoge spoorwegberm door om via wat zalige, nauwe wegeltjes terug richting Hoge Buizemont te keren, waar we in het plaatselijke schooltje een eerste keer de remmen mogen dicht knijpen (km 7,2). Na een kort, rustig weggetje kregen we opnieuw onverhard voorgeschoteld. Even verder werden we een plaatselijk ommetje opgestuurd. Enkele veldwegels leidden naar een brede baan die we even voor lief moesten nemen. Al snel draaiden we af om terug richting het begin van het ommetje te duiken en samen met de andere wandelaars terug de heuvelrug te bedwingen. Schitterende vergezichten zijn onze beloning, vooraleer we ter hoogte van het restaurant met de, voor de hand liggende, naam Belle-vue de dieperik indoken. In deze dieperik ligt meteen ook het stadscentrum van Geraardsbergen, waar we via enkele leuke steegjes op de markt belandden en in het clublokaal van de Padstappers nog eens mogen rusten. Het rookverbod is er duidelijk nog niet van kracht en ons middagmaal verorberden we dan ook buiten. Manneken Pis heeft zich, zoals gezegd, verstopt achter een stelling. Langs de St.-Bartholomeuskerk trokken we de Oudenberg op. We dwarsten de Vesten, de Muur zelf staat blijkbaar niet op het programma. Het Grupellopark bracht ons naar de achterkant van de befaamde helling. Die Gabriël Grupello was een beeldhouwer die, in 1644, in Geraadsbergen geboren werd. Zijn stijl vormde de overgang van de zware, Vlaamse barok naar meer elegante vormentaal, met een voornamelijk Franse invloed. Onze klauterpartij eindigt op een onverhard waarmee we ook meteen de afdaling terug in zetten. Na het dwarsen van een tweevaksbaan kregen we opnieuw enkele heerlijke vergezichten om verder te dalen tot aan een rustig weggetje. Even verder bevond zich een splitsing waarna we alleen op pad mochten. We stevenden af op de bossen aan de horizon. Het Karkoolbos kreeg ons echter niet in z'n greep, een prachtig karrenspoor stuurde er ons de andere kant op. In de verte wijst een torenspits naar de hemel en werd het duidelijk welke richting de parcoursmeester uit wil. Nog maar eens een strook onverhard zette ons af aan de rand van Onkerzele, tijd voor een volgende controle. Al moesten we nog even een ommetje maken rond de kerk (km 19). Een smal paadje zette ons op pad voor een lokale lus. We moesten even een stukje drukke weg duldden, voordat we De Gavers bereikten. Dit provinciale domein ligt langs de boorden van de Dender. We wandelden er zowat volledig rond de dichtgevroren vijver, om vervolgens de dijk van de rivier te bewandelen. Als we deze even verder weer achter ons laten, moesten we opnieuw even een steenweg volgen vooraleer een langgerekte brok natuurpaden aan te snijden. Deze voerden ons helemaal terug tot in Onkerzele, waar we na een tweede, modderig ommetje rond de kerk nog eens mochten rusten. We hadden er lang op moeten wachten, maar uiteindelijk kregen we toch het traditionele Padstappers-modderbad. Vooraleer we onze schoenen in het slijk mochten steken, volgden we nog enkele leuke, besneeuwde paadjes om vervolgens het onverbiddelijke blubber te bestormen. Via het karrenspoor klommen we opnieuw een flank van de Oudenberg op. We kregen er een smal, dalend ijspad voor de voeten, wat voor enkele grappige situaties zorgde met wandelaars hangend aan een afsluiting. Wat leedvermaak moet best kunnen, toch? We staken het abdijpark door om een ommetje langs de oude abdijgebouwen te maken. Enkele kinderen maakten er een sneeuwman, terwijl de ouders ongetwijfeld om het hoekje bij de jeneverbar aan de slag zijn, een gratis traktaat van de organisatie trouwens (km 30,7). De parcoursmaker had nog een leuk ommetje voorzien via een wegeltje, om uiteindelijk de boorden van de Dender opnieuw op te zoeken en naar de Spiraal te stappen na een heerlijke winterse wandeling.
Ver zoeken achter een verklaring voor de naam van de tocht hoeft niet, zoals traditioneel vindt de exoot binnen de organisaties van onze club z'n start in feestzaal Cycloon in Ledegem. Ledegem is een gemeente tussen Roeselare en Menen. Een oude vermelding van het plaatsje gaat terug tot 1085, als 'Liedengehem', wat heem van de familie Lido, betekent. In 1738 kocht de burggraaf van Harelbeke, ene Frans-Robert Moerman d'Harlebeke, de heerlijkheid. Diens zoon bekostigde de heropbouw van de kerk, die op kerstdag 1763 afbrandde. De oude kerk dateerde uit 1149 en werd vervangen door de huidige St.-Petruskerk, wiens toren door een opvallende 'Pruisische helm' getopt wordt. Nog tastend in het duister zoeken we meteen de oude spoorwegbedding op. Deze spoorlijn vormde een rechtstreekse verbinding tussen Roeselare en Menen en zal ons wegvoeren van Ledegem. Langzaam maar zeker trekt het duister weg, maar we krijgen een mistgordijn in ruil. Via een asfaltbaantje buigen we af van ons rechtlijnige traject en leidt ons naar een heerlijk graspaadje. Goed begaanbaar, tot een waterplas er niets beter op gevonden heeft om het paadje te dwarsen. Als ook het alternatief, een wijde boog door het veld, er niet veel beter bij blijkt te liggen, wordt het even op eieren lopen om onze weg met droge voeten verder te kunnen zetten. Het paadje maakt een bocht en draaft verder door de velden richting het gehucht Herthoek, waar we een strook beton opzoeken om door te stomen naar Moorsele. In het drukbezette sportcomplex van de Wevelgemse deelgemeente mogen we een eerste keer halt houden. Na de controle moeten we even op onze stappen terugkeren om een wijkpaadje te kiezen. Het wijkdoorsteekje brengt ons naar een volgend leuk paadje. Het graspaadje leidt naar een asfaltbaantje waar we de 14 kilometer terug oppikken en samen volgen we een grindbaantje die ons afzet bij een tweevaksbaan. Even verder langs de weg ligt het vliegveld van Moorsele, waar we langs de uiterste rand van de landingsbaan baggeren. De zompige grond zuigt bij elke stap een vacuüm rond onze schoenen die we dan ook telkens met een snok moeten lostrekken. Uiteindelijk bereiken we de andere kant van de graspiste en verlaten het vliegveld. Enkele rustige baantjes voeren ons verder voorbij de manege 'Het Zilveren Spoor' op weg naar de volgende controle in een volgend sportcomplex, al zal de fysieke paraatheid van deze atleten wat minder indrukwekkend zijn. We bevinden ons namelijk in een petanque/boldersclub, waar ook vogelpik en karabijnschieten beoefend wordt en een hondenclub zijn lokaal heeft (km 15). Een rustige wegje zet ons terug op weg richting een boerderijtje, waar we een strook onverhard kiezen achter de varkensstal. Het pad brengt ons naar een volgend gehucht dat we al snel achter ons laten. We lopen even gelijk met de E403 om af te draaien langs de Waterpachthoeve. De hoeve wordt voor het eerst vermeld in 1556. Deze eertijds dubbel omwalde hoeve bezit een inrijpoort die uit de Middeleeuwen zou dateren. De oudste gebouwen zijn gebouwd in 1672 met bakstenen die ter plaatse werden gebakken. Het rustige baantje waar we langs wandelen brengt ons naar een breder exemplaar die we volgen tot in Rollegem-Kapelle. Enkele wijkpaadjes zetten ons tussen de huizen af bij de laatste controle. Rollegem-Kapelle is ontstaan toen, in 1213, Hendrik van Moorslede een stuk grond schonk aan Willem van Rollegem, om er een kapel op te richten. Doorheen de eeuwen werd de kapel meermaals vergroot tot ze in 1909 werd afgebroken en vervangen door de huidige kerk. Ondertussen was Rollegem, tijdens de Franse periode in 1790, een zelfstandige gemeente geworden. We stappen meteen langs de kerk om even een betonbaantje te volgen tot aan een zijstraatje. Even verder passeren we een groot bunkerachtig uitziend bouwsel. In deze bouwwerken werd vroeger vlas geroot. Het graan werd 100 uur lang in water van 100° Fahrenheit of 37,8° Celsius ondergedompeld. Dit proces leverde de mooiste kwaliteit van linnen op. Nadeel van dit proces is het vrijkomen van de boterzuurbacterie, die vlaskoorts veroorzaakt. Deze manier van werken liep vanaf 1968 snel terug door concurrentie uit onder andere Rusland. Even voorbij de 'vlasbunker' draaien we een grindpaadje in, die ons even verder een laatste portie modder voorschoteld. Een betonbaantje brengt ons naar een laatste stukje spoorwegbedding om terug de Cycloon te bereiken, waar we een geslaagde wandeldag afsluiten met echte Vlaamse boerenkost, hutsepot met worst. Heerlijk!
Geluwe is een dorp die dichter ligt bij Menen dan bij Wervik, waar het een deelgemeente van is. In het zuiden van West-Vlaanderen bevinden we ons dus. Het landelijke dorpje was tijdens de Eerste Wereldoorlog een voorpost naar de Ieperboog en vormde het de laatste rustplaats voor soldaten vooraleer die naar het front trokken. De inwoners van het dorp worden 'Gapers' genoemd, vandaar ook de naam van de tocht. Al had ik eerder de indruk dat het een allusie was op het vaak slaapverwekkende parcours. Vanuit de turnzaal van het plaatselijke gemeenteschool trekken we op pad om voorlangs de sporthal naar de rand van het kleine dorp te stappen. Een asfaltbaantje slingert zich, met wind op kop en zon in de rug, in de richting van een pakketje huizen, een gehucht 't Zwaantje genaamd, en een bosje, die we beiden snel voorbijlopen. Wat verder al een volgend gehucht, Molenhoek, dat we vlot doorkruisen om de kromming van een snelwegbrug te bestijgen. Aan de overkant duiken we langs de rand van een bos, waarin ergens een villa verstopt zit, een smal pad in die even langs de A19 loopt om uit te monden in een tweede deel van Molenhoek, die er op een klein heuveltje ligt. Ergens op deze heuvelrug stond, zoals de naam van het gehucht wel laat vermoeden, een molen. De Molenhoekmolen werd opgericht in 1500 en was tot 1798 de banmolen, iedereen die het markizaat van Beselare bewoonde was dan ook verplicht om zijn graan in deze molen te laten malen. Tot de Franse revolutie daar een einde aan maakte. In 1914 uiteindelijk bliezen de Duitse troepen de molen op. Wat straatjes sturen ons rond op de hoogte tot we plots op een tegelpad stoten die ons op een leuke manier zou afzetten in Ter Hand, een Geluwse wijk, waar we in een muf lokaaltje van wat ooit een schooltje was een eerste keer mogen halt houden. Na de controle vinden we al snel een smal paadje die ons op een asfaltbaantje afzet. Terwijl de basiliek van Dadizele vanuit de verte over de schouder van het landschap meekijkt en de zon fel weerkaatst wordt op het natte wegdek, stappen we langzaam dalend en zonder veel verhaal naar een brug over de snelweg waarna we Geluwe terug binnenwandelen. We draaien er al spoedig een wijkje in dat we doorsteken om via een halfverhard pad naar de rand ervan te stappen, waar we de Reutelbeek als gezel krijgen. Even verder stappen we langs de opvallende Sint-Dionysuskerk, die waarschijnlijk gebouwd werd in de 11de eeuw in Romaanse stijl en moest in de 15de eeuw, door bevolkingsaangroei, uitgebreid worden. Na verwoestingen tijdens de beeldenstorm, door Geuzen en Eerste en Tweede Wereldoorlog werd de kerk telkens opnieuw opgebouwd. Voorbij de kerk vervolgen we onze weg met een smal padje die ons naar een schooltje voert waar we een tweede keer onze controlekaart mogen opdiepen (km 11,9). We trekken even door de aanpalende wijk om op de drukke N8, die we zowaar moeten volgen tot het fietspad in een tunneltje verdwijnt die onder de N58 leidt. Aan de andere kant van de drukke rotonde, mogen we terug wat kalmere wegen opzoeken en lopen naar Menen, om er de Reutelbeek, die ondertussen Geluwebeek noemt, terug even te volgen vanop een afstandje. Een volgend wijkstraatje brengt ons naar een geboortebosje aan de oevers van de beek, waar we eindelijk eens een leuke strook onverhard opzoeken. Echter bij één van de eerste mogelijkheden worden we, op de langste afstand, al weer afgeleid en moeten we vrij saaie wijkjes doorlopen. Een asfaltbaantje neemt ons mee voorbij het kerkhof tot aan de A19, waar we even naast de razende auto's mogen wandelen. Als we deze achter ons mogen laten, keren we terug naar de omklemmende greep van de wijkjes aan de rand van Menen. Een dolomietpaadje langs een speelpleintje zorgt even voor een leuk intermezzo en we krijgen er nog een tweede paadje bovenop als we nog eens het beekje ontmoeten. Al snel stappen we nu naar de Sint-Jan Baptistkerk, een modern ogend gebouw, waar we onder de toren in het plaatselijke schooltje nog eens kunnen rusten (km 18,9). Een wijkdoorsteek zet ons even op een grindpad vooraleer we onze weg weer kunnen verderzetten over de rustige wegen. Tot we even verder een ommetje ter plaatse trappelen voorgeschoteld krijgen. Na een zowat perfecte rechthoek zullen we terug op dezelfde plek belanden, gelukkig krijgen we in ruil wel een strook echt onverhard, een schaars goed tot dusver. Een rustig straatje voert ons naar de N8 die we dwarsen voor het genoemde onverhard, parallel aan de drukke baan. Aan het eind van het onverhard keren we op onze stappen terug en kruisen opnieuw de N8 en stappen even Menen terug binnen. Het eerstvolgende zijstraatje gebruiken we om onze verloren draad terug op te pikken en de kortere afstanden te vergezellen op de terugweg naar Geluwe. Al snel worden we naar het schooltje van daarnet gepiloteerd voor de laatste controle. Nog 6,3 kilometer te gaan en de parcoursmaker lijkt opgewarmd. Hij stuurt ons nog even door een straatje om vervolgens een modderpoel op privé-domein in te duiken. Het heerlijke pad is echter enkel een opflakkering, want eens we door een boerderij gewandeld zijn is het weer allemaal asfalt dat de klok slaat. We dwarsen de N58 en maken een ommetje rond een fruitboomgaard vooraleer de rand van Geluwe terug te bereiken. Nog even een korte passage langs de Reutelbeek om de eindzaal te bereiken, waar we samen met een stempel in ons boekje ook een spaarkaart voor de Leie-Scheldevrienden krijgen. 2 tochten wandelen bij elk van de 5 organiserende clubs geeft recht op een fles moezelwijn.
Ergens achter in m'n hoofd zweefde nog een verslag in het clubblad over deze tocht, geschreven door de voorzitter, wiens lovende woorden een prima aanbevelingsbrief vormen. En wie ben ik om een man met zoveel ervaring tegen te spreken. Het eerste Waalse wandeluitje van dit jaar bevindt zich dan ook in de Waalse hoofdstad. De start is gelegen in het Arsenal, gebouwd in 1692 door de gerenomeerde architect Vauban diende het gebouw achtereenvolgens als munitiedepot, paardenstallen voor het leger en politiekazerne. Thans is het omgevormd tot congres-en seminarieruimte. Door het winterweer waren de organisatoren genoodzaakt om hun parcours aan te passen en het ondergrondse deel van de Citadel grotendeels te laten vallen, de ontbrekende kers op een voor de rest overheerlijke taart en een reden om zeker nog eens terug te komen. Een bruggetje zet ons, na het verlaten van de startzaal, meteen over de Samber. We schuifelen heel even door wat centrumstraatjes totdat we een stevige klim mogen inzetten. We klimmen op langs de Chapelle Saint-Thérèse en het Pretpark Koningin Fabiola naar het Chateau de Namur. Dit hotel werd in 1895 op een oude Hollandse brilschans gebouwd. In de Eerste Wereldoorlog brandde het gebouw af, maar daarna terug opgebouwd in z'n huidige vorm. Even voorbij het kasteel stappen we langs de rand van het Openluchttheater naar het Stadion. Beiden werden gebouwd in 1909-1910 door architect Georges Hobé. De bouw kaderde in een groot project om de hoogtes van de Citadel heraan te leggen. Leopold II gaf zijn tuinarchitect de opdracht om een groot park van 70 hectare uit te tekenen. We steken het grote plein voor het Stadion over en stappen er de Citadel binnen via de tunnel van Thian. We mogen er toch even proeven van het ondergrondse en kruipen er door een tunneltje en dalen verder over de besneeuwde Citadel, vanwaar we schitterende vergezichten te zien krijgen over Namen en de Maasvallei. We zullen er de ganse geschiedenis in omgekeerde volgorde afdalen. Vooreerst bereiken we Terra Nova, dat werd gebouwd in de 17de tot de 19de eeuw toen bleek dat de lager gelegen Médiane niet groot genoeg zou zijn voor de geplande uitbreiding van de artillerie. De Kazerne is een Hollandse constructie uit 1815-1830 die diende om 1200 manschappen te huisvesten en waar we ons eerste stempeltje kunnen afhalen. Opnieuw worden we overweldigd door prachtige zichten als we terug wat verder dalen en via de tunnel van Poterne, de toegangspoort tot Terra Nova in de Hollandse Tijd, naar de Grand' Garde wandelen. Het kleine gebouwtje werd gebouwd in de 19de eeuw als wachtpost. We vervolgen onze weg door een volgende poort en dalen langs een versterkingsmuur rond de Médiane uit de 16de eeuw naar de Pont-levis, een ophaalbrug die de toegang vormt tot het oude, middeleeuwse kasteel. Het kasteel dateert uit de 10de eeuw en is het oudste deel op het rotsuitsteeksel van wat in het midden van de 18de eeuw één van de grootste forten van Europa was. Voorbij de Chartertoren, die zijn naam dankt aan de gravelijke archieven die hij zou geherbergd hebben, gaat het naar het Chateau de Comtes. We keren er en beklimmen de rotsheuvel weer helemaal terug tot aan het Chateau de Namur. De sneeuw die voorlopig licht naar beneden dwarrelde, begint er zowaar te verdapperen en zorgt ervoor dat de zoutloze straatjes voorbij het kasteel met een mager wit dekentje worden toegedekt. We bevinden ons op zo'n 200 meter hoogte als we bij Milieu du Monde het Bois de la Vecquee binnentreden. Heerlijk besneeuwde bospaden voeren ons lange tijd doorheen het prachtige bos om uiteindelijk aan de rand van Malonne de bomen te verlaten. Een opeenvolging van smalle sneeuwpaadjes brengt ons naar de rand van een akker die we mogen volgen. Naast een kolenveld ligt het pad er hardbevroren en oneffen bij, wat het stappen knap lastig maakt. We belanden uiteindelijk in Reumont, een klein gehuchtje bij Malonne, waar we de tweede controle bereiken (km 11,1). Na er even terug op krachten gekomen te zijn, beginnen we aan wat een bijzonder pittige lus zou worden. Al meteen na de controle mogen we stevig opklimmen tot op de hoogte van Reumont, om er een langgerekte afdaling aan te vatten. Eens beneden gaat het met een korte snok terug een eind omhoog en vervolgens terug naar beneden om aan een kapel, je raadt het al, terug omhoog te klauteren. Een lange, steile, zware klim dit keer die we afronden met een passage over een braakliggend stuk grond. Als extra beloning voor ons klauterwerk krijgen we een heerlijke passage doorheen een bos om vervolgens het oude centrum van Malonne binnen te duiken. Even voorbij de buitenmuur van de abdij van Malonne begint het klimmen opnieuw. We moeten alle kracht uit onze benen schudden om een toch nog enigzins respectabele snelheid vast te houden, gelukkig ligt het einde van de lus om de hoek. We mogen onze weg vervolgen door weer even op te klimmen naar de hoogte van Reumont, op zo'n 200 meter boven zeeniveau, maar hebben dan het zwaarste klauterwerk wel gehad. Een lichtlopend asfaltbaantje voert ons naar een kerkje langs een tweevaksweg die we dwarsen voor een smal paadje aan de overkant. Weer komt zo'n heerlijke boszone dichterbij. Geritsel tussen de bomen, een ree maakt zich haastig uit de voeten. Wij dalen rustig door het bos naar een open vlakte aan de rand van Wépion, waarna we even wat rustige straatjes volgen vooraleer we een volgend bos bereiken. Een licht golvend pad voert ons door het bos tot we aan een steile afdaling komen die zich door het bos een weg slingert naar het dal. Aan het eind van de afdaling verandert het spoor in een bijzonder gladde, gevaarlijke sneeuwpiste, waarbij de takken van de bomen onze enige houvast zijn om heelhuids beneden te geraken. Al snel doemt nu de machtige Maas op, die ons naar de laatste tussenstop brengt in een jeugdherberg (km 24). Na de controle neemt de brede rivier ons weer op sleeptouw doorheen het kleine parkje op de oever naar waar één van de typische sluizencomplexen ons over het water helpt. We blijven de Maas ook aan de andere kant volgen, met zicht op het Casino van Namen, de Citadel en de Pont de Jambes, die ons op zijn beurt weer naar de overkant begeleidt. Voorbij het Waalse parlement buigen we over de Samber, het oude, Naamse stadscentrum in. Langs de verschillende bezienswaardigheden en door kleine steegjes staan we nu al snel terug aan L'Arsenal en het einde van een prachtige tocht.