Organiseer je binnenkort een activiteit om België in de kijker te brengen, of heb je er net één georganiseerd? Heb je een boeiend opiniestuk? Ben je in het bezit van een artikel, een foto,... waarover Cedric iets zou kunnen schrijven? Verstuur het me allemaal. Ik kondig uw activiteit aan, ik geef een verslag van uw vorige activiteit,... Je kan me bijlagen verzenden tot twee mb per (maximaal tien) bijlage.
www.cedricvloemans.be Een kritische kijk op mens en maatschappij...
23-11-2011
Crisis als excuus voor belastingsverhoging?
Open Vld is onverantwoordelijk en overdrijft. In tijd van een crisis kan je het niet maken om zulke standpunten in te nemen,...
Samengevat zijn dit de reacties van verschillende andere partijen rond de tafel van Elio Di Rupo. We zagen een teleurgestelde Elio naar het kasteel van Ciergnon rijden, daags nadien gevolgd door de Wijsten der Wijzen van de Socialisten en Tsjeven. Twee dagen na de (nieuwe?) crisis mogen de Liberale voorzitters hun plannen uit de doeken doen voor onze geliefde - en volgens vele geplaagde - vorst. Deze dagen van bezinning dienen om de partijen - of toch hun spindoctors - te laten nadenken wat de toekomst brengen moet.
Het is in feite een heel eenvoudig verhaal: La P$ du Gauche Caviar vindt dat een citroen pas nuttig is gebleken wanneer hij helemaal is uitgeperst, er geen druppel vocht meer overblijft, bij voorkeur ook de citroenschil nog gebruikt in één of ander exquise dessert. CDH en CD&V - Tsjeefgewijs - draaien als een windhaan/leeuw rond de standpunten van Elio Di Rupo, maar tevens rond deze van de andere protagonist: Alexander De Croo. De jonge Liberale voorzitter die meer spierballen kan rollen als eender welke andere partij rond de tafel.
Is dit een verrassing? Uiteraard niet. De onderhandelingen zijn nu eenmaal toegekomen op een punt waar maar 1 partij - de Open Vld - een volwaardige visie op kan bieden: economie, centen! Een glimlach kan u nu ontsnappen, vergezeld van de idee: wat is er mis met een links socio-economisch beleid?
Wel, in tijden van economische welvaart ziet men niet echt wat er mis mee kan zijn, echter, in de 7 magere jaren van onze economie lijkt het duidelijker en duidelijker: het hierboven geschetste beeld van de citroen is een realiteit. Vele miljarden (en het worden er met de dag meer) moeten gevonden worden om een begroting in evenwicht te kunnen presenteren aan Europa. Een begroting die niet enkel in evenwicht, doch ook geloofwaardig en toekomstgericht is. Voor la P$ du Gauche Caviar is dit op zich heel eenvoudig. Enkele maanden geleden stond namelijk in de krant dat de Belg (in casu de Vlaming) zeer veel spaarcentjes heeft. Naar waar socialistisch gedachtengoed lijkt het niet meer als logisch dat deze spaarcentjes even worden afgeroomd via nieuwe (en verdoken) belastingen. Daarnaast zijn er nog de waarlijke duivels: die mensen die het wagen met hun kapitaal te investeren op de beurzen. Wee hen die hier winst op maakt, hoewel la P$ niet liever heeft: deze winsten worden... afgevloeid naar de bodemloze schatkist.
Nu, het is uiteraard een middel om op korte termijn veel geld te vergaren. Ook Louis XIV vond dat men eerder bij de kleine man als bij de rijke man belastingen moest innen: er zijn er immers meer van! Nu, op lange termijn is het uiteraard minder positief om de rijkdommen af te romen. Op de duur komt het land namelijk in een waarachtig communistisch kader in hetwelk éénieder gelijk is (op de dienaren en leiders van het land na uiteraard): namelijk arm en hongerig.
Klinkt dit scenario u als muziek in de oren? Tja, dan vindt u ook dat Alexander De Croo onverantwoord gehandeld heeft. Echter, het alternatief dat hij biedt klinkt niet zo slecht. Bespaar in eerste instantie in uitgaven, en haal het geld minimaal uit nieuwe inkomsten. Knevel niet langer de KMO's - die de motor van onze economie zijn -, leg (brug)pensioenen en werkloosheid en tal van andere pseudosociale statuten aan banden. Voor ieder werkend mens is het wraakroepend om te zien welke misbruiken er bestaan bij deze - uiteraard noodzakelijke - sociale hulpmiddelen.
Is het normaal dat er vandaag nog tientallen 50-plussers een wachtpremie van schoolverlater ontvangen?
Vindt u het kunnen dat er mensen zijn, diep in de dertig, die nog geen enkele werkervaring hebben, maar wel maandelijks hun uitkering krijgen?
De uitkeringen zijn een middel om te overbruggen, niet om van te leven. Enkel zo kan het sociale karakter ervan behouden blijven.
Is het logisch dat er vele mensen zijn die na twintig jaar actieve loopbaan kiezen voor hun (brug)pensioen? Uiteraard. Dit is een vrije keuze. Echter, dienen deze mensen een volledig pensioen te ontvangen? Een volledig pensioen voor hetwelk men theoretisch veertig jaar dient te werken?
Uiteraard mag men niet in populisme vervallen. Het is gemakkelijk de vinger te wijzen naar de gepensioneerde en de werkloze. Er zijn uiteraard tal van gevallen - de ruime meerderheid - die niet profiteren van het systeem, maar eenvoudig weg geen werk vinden. Oudere werkzoekenden zijn nu eenmaal te duur voor de werkgever, jonge werkzoekenden zijn vaak niet voldoende of net weer te hoog opgeleid,... Er zijn tig aan redenen. Is het dan niet logisch dat een rationele beleidspartij poogt om het belastingsstelsel aan te passen zodat deze vijftigjarige wél werk vindt, zonder dat de werkgever hier zoveel taksen en lasten dient te betalen? Is het voorstel om de belastingsdruk te verschuiven van belasting op Arbeid naar belasting op Consumptie dan zoveel gevraagd?
Europa heeft zes aanbevelingen gedaan aan België. Zes aanbevelingen om ons kleine land terug op de rails van vooruitgang - progressie - te krijgen. Begroten? Ja, maar niet zonder interne hervormingen.
Wanneer ik kiezen kan: een begroting met 60% nieuwe inkomsten (dit is het eufemisme voor nieuwe belastingen) of 60% nieuwe besparingen, dan is voor mij, mijn portefeuille én mijn toekomstbeeld voor dit land en haar economie de keuze snel gemaakt.
Ja, het is crisis, maar deze mag géén excuus zijn om de burger, de man in de straat, nog méér te pluimen als absoluut noodzakelijk. Een citroen die leeg geperst is, kan men enkel in de vuilbak gooien!
“Bedoeling was het SOMA-rapport in de senaat te bespreken, dat is er nooit van gekomen” Lieven Saerens
“Het baart zorgen dat de wetenschappelijke kennis nauwelijks een rol van betekenis speelt” Nico Wouters
Wetenschappelijk onderzoek naar collaboratie lijkt maat voor niets
Guido Joris
Het afgelopen jaar was het jaar van de amnestie-incidenten, het begon eigenlijk al in juni 2010 met een oproep van barones Hilde Kieboom aan het adres van Elio di Rupo, op dat ogenblik formateur, om maar eens werk te maken van amnestie. De barones kreeg daarbij de onverwachte en opmerkelijke steun van ex-minister en logelid Steve Stevaert (SP.a): “Ik ben altijd tegen amnestie geweest, maar nu het uit onverdachte hoek komt, wil ik het voorstel steunen” klonk het. Het voorval haalde moeiteloos journaals en duidingsprogramma’s op radio en TV en genereerde een groot aantal opiniestukken in kranten en tijdschriften gevolgd door talloze reacties en commentaren.
De storm was nog maar net bedaard toen het Vlaams Belang in januari van dit jaar met een amnestiewetsvoorstel in de Senaat kwam aanzetten en de amnestieheisa opnieuw op dreef kwam. Justitieminister Stefaan De Clerck deed er op 15 mei een flinke schep bovenop toen hij tijdens een RTBF-uitzending zei:”Misschien moeten we ook bereid zijn te vergeten, want het gaat om het verleden”. De commotie hield drie dagen lang aan tot de justitieminister eindelijk tekst en uitleg gaf en zei dat het om een ongelukkige uitspraak ging, te wijten aan het feit dat hij niet in zijn moedertaal had gecommuniceerd. Uitgerekend toen we dachten dat we daarmee het amnestiegedoe wel achter de rug hadden, publiceerde Knack aan het eind van dezelfde maand op zijn cover een grote Jodenster met daarin de schandalige titel “VNV en Vlaamse SS’ers waren niet in Joden geïnteresseerd”. Knack plaatste twee weken later een klein artikeltje dat een zekere vorm van verontschuldiging moest voorstellen.
Joods Actueel trok naar Het Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij (SOMA) om te vernemen hoe Nico Wouters en Lieven Saerens, twee onderzoekers op de opeenvolgende gebeurtenissen terugkijken.
Nico Wouters is de historicus die brandhout maakte van één van de taaiste mythes over de bezettingsgeschiedenis van ons land namelijk die van de ‘goede’ oorlogsburgemeester, die de belangen van zijn burgers met hand en tand verdedigde, ook al stond hij in het ‘foute’ kamp. Lieven Saerens reconstrueerde nauwgezet de medewerking van de Antwerpse politie en de acties van de Vlaamse SS tijdens de Tweede Wereldoorlog en toonde duidelijk aan hoe het gerechtelijk onderzoek naar de Jodenvervolging in België na de oorlog nooit ten gronde is gevoerd.
Ons vermoeden dat er na zoveel “onzin op één rij” wel zwarte rook uit de Somakantoren moest opstijgen en dat beide historici de wenkbrauwen gefronst hebben na zoveel incidenten werd tijdens het gesprek ruimschoots bevestigd.
Zijn jullie verbaasd dat de discussie over amnestie in België telkens opnieuw oplaait?
Lieven Saerens: Dat verbaast me eigenlijk wel na al die jaren. Ik herinner me de situatie rond Hilde Kieboom die in een niet zo ver verleden een nieuw amnestieverhaal lanceerde. Het was jaren geleden dat dit debat nog eens uitdrukkelijk opgerakeld werd. Maar wat me nog meer verwonderde, is dat er haast totaal niet op gereageerd werd, tenminste nauwelijks enige politieke reactie. Dat staat weliswaar in tegenstelling tot de reactie op het recente amnestievoorstel van het Vlaams Belang. Bovendien dacht ik onmiddellijk: “Komaan zeg, wat haalt dat nu per slot van rekening nog uit”? Er zijn natuurlijk nog nakomelingen van collaborateurs, maar de betrokkenen zelf zijn ondertussen in overgrote meerderheid overleden. Het blijft dus verbazen, en let op: de collaborateurs van toen hebben altijd kunnen beschikken over het
recht om eerherstel te vragen. De vorm van eerherstel waarvan zij genoten bestond reeds van het einde van de 19de eeuw voor algemeen strafrechtelijke veroordelingen. Ook de collaborateurs hadden dat recht al zeer vroeg na het einde van de oorlog. En wie zijn fouten toegaf en om eerherstel verzocht, kreeg dat vrijwel altijd, zeker wat Vlaanderen betrof. Allicht was dat ook voor Wallonië het geval, maar dat moet nog nader worden onderzocht. Eerst betrof eerherstel lichte gevallen later kwamen ook de zware gevallen in aanmerking. Zelfs de Jodenjagers, en ik verzeker u dat daar bijzonder zware gevallen tussen zaten, hebben haast allen, zoniet allen eerherstel gekregen; voor zover ze het althans aanvroegen.
Weliswaar wilden sommige collaborateurs geen eerherstel omdat ze het als een knieval beschouwden tegenover de Belgische staat en vooral omdat het eerherstel dus een eigen initiatief was waarbij men “ook zijn fout bekende”. Het hield dus een bewuste keuze in, waarbij men zich van het eigen oorlogsverleden moest distantiëren. Amnestievoorstellen gaan echter veel verder. Ten eerste zouden collaborateurs zelf geen enkele stap meer moeten zetten, neen het is de staat die eenzijdig amnestie afkondigt. En ten tweede worden daarmee niet alleen de gevolgen van de misdaden uitgewist, maar men wist de feiten mee uit. Net alsof er destijds niets zou gebeurd zijn.
Om het wat breder te kaderen wil ik trouwens opmerken dat er inderdaad een aantal landen zijn waar in zekere mate amnestie verleend werd maar dat er ook een aantal zijn waar dat niet het geval is. De Belgische context is bijzonder in die zin dat de staat reeds na de Eerste Wereldoorlog amnestie verleende, maar dat aan Vlaamse kant het vaak dezelfde mensen waren die onverbeterlijk opnieuw collaboreerden.
Nico Wouters
Nico Wouters: Mij verbaast het niet dat het amnestieverhaal telkens terugkeert, omdat de discussie die opduikt in werkelijkheid niet over amnestie gaat. Lieven Saerens gaat op uw vraag in met wetenschappelijke en inhoudelijke argumenten, maar de discussie die gevoerd wordt in het publieke domein is zeker geen wetenschappelijke discussie. Het publieke debat of politiek geïnspireerde debat dat nu regelmatig wordt heropend past gewoon in een ruimere omgang die het thema “de bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog” in onze huidige maatschappij heeft gekregen en dat resulteert sinds het laatste decennium steeds meer in dit soort opflakkerende discussies. Zo zijn er ook in Vlaanderen regelmatig incidenten die vooral gaan over de manier waarop de bezetting, Hitler, het nationaal-socialisme en de Jodenuitroeiing worden geportretteerd in de Vlaamse media. Daaruit kan je afleiden dat er een verschuiving in het publieke debat ontstaan is waarbij er grote discrepanties aan het licht komen tussen het wetenschappelijke debat en het publieke debat.
Hoe kijkt u naar het recente wetsvoorstel van het Vlaams Belang?
Nico Wouters: Het amnestiewetsvoorstel van het Vlaams Belang is inhoudelijk een volstrekt nonsensicaal voorstel. Het staat bol van de feitelijke onwaarheden. Maar al is het dus volslagen onzinnig toch is het een politiek element dat wordt “opgevoerd”, terwijl het in de verste verte niets te zien heeft met een inhoudelijke discussie. Het is ook een teken aan de wand dat de Tweede Wereldoorlog een onderdeel wordt in een publiek en politiek debat waarin telkens het begrip vrijheid van meningsuiting opduikt en waarbij vooral de grenzen van die vrijheid van meningsuiting aan de orde komen. Het baart dus zorgen dat de wetenschappelijke kennis die al zolang voor handen is en die door zoveel historici werd aangereikt nauwelijks een rol van betekenis speelt. Als ik dan lees wat Koen Aerts gepubliceerd heeft dan kan ik toch niet anders dan opmerken dat dit inderdaad het geval is. (Nvdr Dr. Koen Aerts concludeert in zijn recent proefschrift over de repressie dat de Vlaamsgezinde CVP en Volksunie vanaf de zeventiger jaren maximaal garen spon uit de rancune die leefde onder de Vlaamse collaborateurs. Op die manier hebben ze een debat gecommunautariseerd dat niets te maken had met een tegenstelling tussen de taalgroepen).
Zegt u daarmee dat er voldoende historisch onderzoek gebeurde maar dat er bij het publiek en bij onze politici een beeld over bezetting, collaboratie en repressie leeft dat niet correct is?
Nico Wouters: Ja en dat is juist de kern van de zaak. Er is ontzettend veel onderzoek verricht de laatste twintig jaar. We hebben de laatste twintig jaar een aantal mijlpalen verzet in de geschiedschrijving. Over collaboratie is er zo een mijlpaal met het boek van prof. Bruno De Wever, de studies van mijn collega Saerens over Antwerpen en de Vlaamse SS’ers zijn een mijlpaal, het SOMA-rapport Gewillig België is er trouwens nog één en over de repressie is er het baanbrekende werk van Luc Huyse, maar ondanks alles lijken de bevindingen niet door te dringen bij de bevolking of bij de leden van het parlement.
Paradoxaal genoeg bereiken de resultaten vrijwel niemand terwijl er langs de andere kant een overweldigende publieke aandacht bestaat voor de Tweede Wereldoorlog met films, documentaires en artikels en met politici die dat te pas en te onpas gebruiken en daar een retoriek rond opzetten. Kortom er is nooit eerder na de Tweede Wereldoorlog zoveel aandacht voor de naziperiode geweest als vandaag. Maar ik vraag me af of het om de juiste aandacht gaat en ik kan niet anders dan zeggen dat het antwoord “neen” luidt. Want als het zoveelste amnestiedebat oplaait, krijg je wel een intens hevige maar korte discussie, waarbij iedereen plots wél een mening heeft maar waarbij snel duidelijk wordt dat het om meningen en opinies gaat die niet gefundeerd zijn.
Het is een cyclisch gegeven want ik kan je nu al voorspellen dat dezelfde discussie bij de eerstvolgende uitspraak of bij een nieuwe incident zal losbarsten en vervolgens zullen de media dat opnieuw als een soort relletje neerzetten. Mijn conclusie is dat er meer dan voldoende relcultuur in onze media voor handen is maar van een diepgravende discussie waarin de resultaten van het wetenschappelijk onderzoek worden meegenomen is er weinig of geen sprake.
Lieven Saerens: Onder historici zijn er uiteraard ook enkele (kleine) meningsverschillen over bepaalde interpretaties, maar over de grote, cruciale lijnen bestaat er inderdaad een consensus. Het zijn juist die kleine meningverschillen die in bepaalde media en door de ‘publieke opinie’ vaak uitvergroot worden en zodoende voor verwarring zorgen.
Hoe is er eigenlijk met het afgeleverde Somarapport Gewillig België omgesprongen?
Lieven Saerens
Lieven Saerens: Het onderzoeksrapport Gewillig België kwam er op vraag van de Senaat, een initiatief dat goedgekeurd werd door de federale regering en het rapport is overhandigd in de Senaat. Het was inderdaad de bedoeling om daar een debat over te voeren, naar ik veronderstel ook door de dames en heren senatoren, maar dat debat is er nooit gekomen. Waarom dat zo is weet ik niet, misschien heeft het ook te maken met de regeringscrisis die nu al jaren aansleept.
Als ik met mensen praat, ook met goed opgeleide mensen, dan hoor ik cliché’s die ik in mijn jeugd, meer dan veertig jaar geleden, ook al hoorde over de collaboratie: “Ze hebben alleen maar de kleine garnaaltjes eruit gepikt”. Hetgeen dus absoluut niet waar is. Of nog zo een: “Er zijn veel mensen onterecht gestraft”. Die onjuiste voorstelling van zaken komt natuurlijk vanuit bepaalde milieu’s. Ook vanuit katholieke hoek. Nog een ander cliché is: “En de Walen hebben zelf ook gecollaboreerd, vergeet Leon Degrelle niet”. Asof de Walen ooit zouden ontkend hebben dat er in hun landsgedeelte gecollaboreerd werd. De werkelijkheid zit echt wel anders in elkaar. Het is juist omgekeerd: de Walen hebben een andere mentaliteit aangenomen en de collaboratie uitgespuwd. Het gros van de Waalse collaborateurs, buiten uiteraard Leon Degrelle die altijd in beeld kwam, die destijds door Maurice De Wilde geïnterviewd werden, zijn
allemaal zo gefilmd dat ze onherkenbaar bleven omdat ze nog altijd bang waren voor de openbaarheid. Terwijl de Vlaamse collaborateurs, op één of twee uitzonderingen na daar geen enkel probleem van maakten. Het illustreert dat de afwijzing van het collaboratiegedrag in Wallonië al langer en veel sterker en ook duidelijker aanwezig was dan in Vlaanderen.
U sprak over feitelijke onjuistheden in het amnestiewetsvoorstel van het Vlaams Belang, sluit dat aan bij de opmerkingen van Saerens?
Nico Wouters: Zeker, het wetsvoorstel stoelt op onjuiste voorveronderstellingen over de Vlaams repressie. Als ik me niet vergis staat er al in de eerste paragraaf een generaliserende opmerking in de zin van: we weten allemaal dat er fouten en onrechtvaardigheden zijn begaan, dat de Belgische staat die onrechtvaardigheden heeft begaan.
De grote mythe is dus dat de repressie een anti-Vlaams karakter bezat, een serieuze mythe die hardnekkig wordt in stand gehouden. Nochtans is sinds het werk van Luc Huyse vrijwel alles duidelijk in kaart gebracht en wel zo dat geen weldenkend mens dit anti-Vlaamse repressieverhaal nog kan voorwenden. (Nvdr Luc Huyse is de auteur van Onverwerkt verleden Collaboratie en repressie in België, 1942-1952 een onderzoek dat in 1991 verscheen)
De voorstelling van de repressie als doelbewust middel om het Vlaams-nationalisme als politieke kracht uit te schakelen wordt door het Vlaams Belang gerecupereerd maar dat wordt door geen enkel wetenschappelijk argument ondersteund. Daarmee gedragen VB’ers zich alsof vijftig jaar historisch onderzoek simpelweg niet zou bestaan en alsof wij nog altijd aan het begin van de jaren zestig leven. Wat voor zin heeft dan al het onderzoek? Maar het stoort me ook dat andere politieke partijen in Vlaanderen daar inhoudelijk niet op ingaan, ik heb tenminste nooit van andere Vlaamse partijen duidelijk de opmerking gehoord dat het voorstel ook “feitelijk” niet correct is, terwijl ik van een parlementair debat juist mag verwachten dat er een inhoudelijke discussie wordt gevoerd op basis van feiten. Iedereen geeft gratuit een eigen invulling aan het begrip amnestie om vervolgens op een inhoudloze manier langs elkaar heen te praten. Eerlijk gezegd verbaast mij dat als wetenschapper niet, maar ik moet wel toegeven dat het frustrerend is.
Lieven Saerens: Letterlijk begint het wetsvoorstel als volgt: “De bestraffing van de al dan niet vermeende collaborateurs na de Tweede Wereldoorlog vormt een van de zwartste bladzijden uit de geschiedenis van de Belgische Staat”. Verder wordt gesteld dat er in feite “nauwelijks een scherpe grens te trekken valt tussen collaboratie en verzet”. En in Vlaanderen, zo gaat het wetsvoorstel verder, “golden voor de collaboratie tal van verzachtende omstandigheden”. De juridische dossiers worden afgedaan als een lachertje: “Bij de samenstelling van de dossiers werd systematisch bedrog gepleegd”. Dat de repressie anti-Vlaams was, wordt zogeheten ondersteund door het feit dat “zoveel mensen uit de Vlaamse cultuurwereld door de repressie werden getroffen”, zoals Filip de Pillecijn en Wies Moens. Die hadden echter wel degelijk heel wat boter op hun hoofd.
Moens was medestichter van het in 1931 opgerichte Verdinaso en reeds voor de oorlog anti-Joods. Tijdens de oorlog bekleedde hij een leidinggevende functie bij de door de Duitsers en collaborateurs gesteunde Zender Brussel, waar aan talrijke anti-Joodse en racistische tirades een platform werd geboden. Hij riep tevens op tot werving voor het Oostfront. En de Pillecijn was niet alleen lid van de collaborerende DeVlag, maar als directeur-generaal voor het middelbaar onderwijs speelde hij ook een rol in de Jodenvervolging. En als uitsmijter voor het anti-Vlaams karakter van de repressie staat er in het voorstel te lezen: “Dat verklaart ook waarom er zelfs een dossier werd samengesteld tegen een integer christen-democraat als Leo Delwaide, die zich als oorlogsburgemeester van Antwerpen zo koppig tegen de Duitsers had verzet dat de SS het op zijn leven had gemunt”. Als dit wetsvoorstel niet van kwaadwilligheid getuigt dan ontbreekt het de indiener ervan in elk geval aan enig historisch besef.
Eli Ringer van het Forum der Joodse Organisaties sprak met de minister van Justitie kort na het “vergeven” incident en verzocht hem om een initiatief te nemen om het Somarapport terug in beeld te brengen en het debat erover te starten. Zinvol?
Lieven Saerens: (Wikt steeds elk woord maar klinkt nu zeer gedecideerd) Als het debat over de Jodenvervolging er toch nog komt hoop ik dat het geen mediaspel wordt waarbij politici zich toespitsen op “de kleine onenigheden tussen historici onderling” of dat ze er geen communautaire aangelegenheid van maken. Dat zou de zoveelste immature poging zijn om vooral de grote cruciale lijnen niet onder ogen te moeten zien. Maar een debat dat zich op de feiten terugplooit is zinvol, dat was trouwens de verwachting en zou aan de vooropgestelde bedoeling van het Somarapport voldoen.
Nico Wouters: Ik kan mij volledig aansluiten bij de vraag van Eli Ringer en hoop oprecht dat dit debat nu eens op wetenschappelijke basis zal gevoerd worden en daar waar het echt telt, in het Belgisch parlement.
Het is duidelijk mis in België. Wie vandaag (6/10/2011) de krant openslaat ziet - uiteraard onder het jammerlijke nieuws van Steve Jobs - twee interessante artikels. Het ene gaat over de communautaire intenties van de Vlaming (uiteraard tégen de splitsing van het land), het andere over de taalintenties in een schooltje in Limburg. En beiden hebben dus onrechtstreeks te maken met de N-VA (overigens een partij die sinds gisteren een nieuwe slogan dient te hanteren: N-VA, overbodig in Vlaanderen, nutteloos in Europa).
Het artikel gaat over een project van een katholieke kleuterschool te Lommel (klik hier om het ganse artikel te lezen). Gezien daar veel Turkse kleuters zitten - zo motiveert de school - moet er dus ook een Turkse kleuterjuf zijn. Zo voelen de kleutertjes zich veilig en thuis. Tot zover geen discussie. Echter, er zijn enkele vraagtekens die opduiken na het lezen van het artikel
1) De juf is ééntalig Turks (maar ze spreekt ook Engels...) 2) De juf gaat lesgeven aan Turkse kleutertjes. Met andere woorden: deze eentalige juf gaat géén les geven aan niet-Turkse kleutertjes, maar ze zal ook geen lesgeven in het Nederlands. 3) De kleutertjes les moeten krijgen in hun thuistaal 4) De juf op vraag van de Turkse gemeenschap lesgeeft 5) Tot overmaat van ramp is onze minister van onderwijs - die zichzelf onlangs de titel van "zeer goed minister" toemat - Pascal Smet een voorstander van dit idee.
Waarom is Cedric Vloemans, de Blog, een tegenstander? Meerdere redenen:
Een eerste reden van tegenstand is uiteraard de wetgeving, hoewel het niet de bedoeling is van dit artikel om over de zin of onzin van de wetgeving te spreken. Belangrijker is uiteraard het welzijn en de vorming van de kleuters.
De taalwetgeving verbiedt een andere taal als het Nederlands te gebruiken op de scholen (heeft de N-VA hierover geen amok zitten maken in de randgemeentes van Brussel?). Daardoor kan de juf dus niet communiceren met haar collega's, en dat is wel een noodzakelijk gegeven wanneer het over kinderen gaat.
Een tweede aspect van tegenstand is uiteraard - en vooral - de integratiepolitiek en het latente racisme.
Van kindsaf gaan deze kindjes geïsoleerd moeten zitten van de andere kindjes, niet enkel in andere klasjes, maar zelfs in een andere taal. Op deze manier zorg je dat de kindjes moeilijker zullen integreren, en uiteindelijk zichzelf ongewild gaan uitsluiten uit de groep. Dat dit racisme in de hand zal werken, is vanzelfsprekend, daar onbekend ook onbemind is. Tevens is het discriminerend tot zelfs crimineel om zulk jonge kinderen de toegang tot het kwalitatief Nederlandstalig onderwijs te ontzeggen en neigt het naar de concentratieklasjes waar het vroegere Vlaams Blok van droomde. Het vreemde aan het verhaal is de steun van Pascal Smet indeze.
Ook de term thuistaal is compleet fout en neigt naar racisme. Zijn deze kleutertjes dan allemaal migranten? Zijn dit niet eerder de derde tot zelfs vierde generaties die reeds in België wonen? Is het dan niet zo dat hun thuistaal intussen het Nederlands is geworden? Dit goedkeuren is afbreuk doen aan de Vlaamse eisen van Nederlandstalig onderwijs aan te bieden aan de kinderen op Vlaams grondgebied. Jarenlang heeft de Vlaamse Beweging gestreden tegen het fransdolle imperialisme. Doch, wanneer de overheid toelaat dat er Turkse klassen in gesubsidieerde scholen komen, waarom dan geen Franstalige klassen in Vlaanderen? Mogen Franstalige kindjes zich niet veilig en thuis voelen? Is die eer enkel weggelegd voor kleuters van niet-Europese origine?
Een derde en laatste kritiek punt, misschien minder belangrijk: inmenging
Sinds wanneer is het een lokale gemeenschap die bepaalt wat het leerplan van de jeugd inhoudt? Heeft Vlaanderen daar geen duurbetaalde "zeer goede" minister voor, samen met zijn administratie en kabinet?
Wat wel duidelijk is - en daardoor de titel van het artikel -, is dat N-VA weegt met meerdere maten en gewichten. Een Franstalig cultureel centrum in de rand? Onmogelijk! Een moeder die Frans spreekt tegen haar kindje op de speelplaats: een PV en protesten van de Vlaamse Beweging. Een Franstalig opschrift op een winkel in de Rand: protesten en politieke spelletjes. De aloude slogans "Franse ratten, rolt uw matten" Een Turkse juf die mee bijdraagt tot het stigmatiseren en isoleren van kleuters - en zo de kans op een geslaagde toekomst mogelijk mee verpest - laisser faire laisser passez!
Daarom kan de vraag worden gesteld: welke strijd voert de N-VA? Is het een strijd voor Vlaamse rechten, of eerder een strijd tégen Franstalige rechten? Mijn vrees is - reeds lang - dat het tweede antwoord het juiste is. Enkel weet niemand wanneer haat en afkeer stopt, en wanneer N-VA haar negatieve strijd zal voortzetten naar andere groepen in de bevolking.
Waar de oude regering op een avondje tijd een monsterbank als Dexia weet te splitsen, is het na ettelijke decennia eindelijk het zover: het Monster van de Wetstraat - en tevens de sterkhouder van nationalistische partijen als FDF en N-VA - is niet meer. Het werd op doortastende wijze afgemaakt door niet Siegfried maar Elio de Drakendoder. Onze toekomstige premier heeft duidelijk gemaakt dat met hém niet te sollen valt, en dat België voor eens en voor altijd hervormd moet worden.
Ere wie ere toekomt, na de koninklijke verkenners, verzoeners, verduidelijkers, preformateurs, informateurs, het olijke duo,... en na veertig jaar betogen in de rand door Luc Vermeulen en zijn Voorpost, staan alle partijen op één lijn. BHV wordt gesplitst. Iedereen blij, op N-VA na want zij delen niet mee in de koek, en op langere termijn de Belg, want hij zal - zoals altijd - het gelach betalen.
Uiteraard, een mens is blij wanneer hij 's nachts de nieuwsupdate doorkrijgt: "BHV gesplitst". Eindelijk van het communautaire gehakketak verlost, eindelijk werken aan een socio-economisch beleid zodat een mens over enkele maanden in een soortgelijke nieuwsupdate kan lezen "steeds minderBelgen lijden honger". Echter, tijd brengt raad, en bij het ochtendgloren komt de koffie en de vertwijfeling.
Vertwijfeling want is het probleem in België wel opgelost? Reeds eerder heeft deze blog de pijnpunten in onze maatschappij aangegeven. Waar er vroeger een cultureel gegeven bestond dat het Frans de Lingua Franca was, de cultuurtaal, is het vandaag een falend taalonderwijs in gans het land, maar met name in Wallonië, zorgt ervoor dat er taalproblemen ontstaan. Anderzijds is er ook de staatsstructuur. Di Rupo mag de pluim op zijn hoed steken, het is hij - Franstalig Socialist en ideologisch erfvijand van de Vlaams-Nationale partijen - die de lont uit het kruitvat gehaald heeft. Maar het kruidvat, echter, blijft staan...De structuur blijft haperen en de problemen blijven voortleven.
Het zou beter zijn dat België afstapt van het territorialiteitsbeginsel wat taalgebruik betreft. In de tekst "De Taal van de Staat" werd eerder op deze blog reeds aangegeven: de Staat spreekt de taal van het volk dat er woont. Zou het niet beter zijn mocht België een méértalig land zijn, persoonsgebonden in plaats van het "bloed en bodem"-idee? Ingewikkelde overeenkomsten wat betreft Franstalige rechters naar Halle-Vilvoorde detacheren onder een Nederlandstalige procureur, omdat de beklaagden Frans spreken... Mits een gedegen taalonderwijs zowel ten noorden als ten zuiden van Samber en Maas, is dit probleem over 1 generatie achterhaald. Zowel aanklager, beklaagde als advocaten, rechters én jury zullen dan tweetalig zijn over het ganse land.
Daarom een warme oproep - allicht voor dovemans oren - aan de onderhandelaars:
1) Vandaag (5/10/2011) starten de laatste communautaire gesprekken: bevoegdheidsoverdrachten. Breng onderwijs onder een federale koepel en versterk het taalluik in iedere taalgroep. Op deze manier los je niet enkel de problemen van het verleden op, maar voorkom je een escalatie van problemen in de toekomst. Een mooie extra is dat België opnieuw kan stijgen op de internationale rankings wat onderwijs betreft.
2) Stap af van het oudbollige, afgebakende territorialiteitsbeginsel. Talen leven, bevolking is mobiel, steden groeien, landen verdwijnen en worden opgeslokt in steeds grotere, supranationale gehelen. Geef het volk haar zelfbeschikking wat betreft taalgebruik, en laat de staat zich aanpassen aan haar bevolking in plaats van omgekeerd.
Concreet: verleg niet de grenzen van de deelstaten, de taalgebieden, de wettelijke armen van de overheid,... verleg de grenzen van uw mentaliteit en denk aan het hoger goed van de burger.
Het vergt moed om deze voorstellen politiek te vertalen, en de commentaren die op zulk een voorstel zouden komen, zullen legio zijn. Enkele zelfs voorspelbaar: "de verfransing gaat uitbreiden", "het waren de Franstaligen die dit niet wensten", "we hebben gevochten voor onze rechten", "hier ons bloed, wanneer ons recht" en de dooddoender van al: "dat gaat nooit lukken, het kàn gewoon niet". Hierop heb ik een antwoord, dat ik moet ontlenen bij een Nederlands politicus - die intussen onverwacht is overleden: "Iedereen zei dat het niet kon, toen kwam er iemand die dat niet wist, en hij deed het".
Toppolitici, onderhandelaars, (in)formateurs,… soms zijn er Koninklijke Verduidelijkers en in betere tijden werd er regelmatig nog gesproken over een Premier. Inderdaad, allemaal titels voor de Fine Fleur van de Belgische Politiek, de eminente Grijze Wijzen die het land besturen voor het hoogste goed van de burger.
Echter, sinds honderden dagen is het woord ‘premier’ in België een droombeeld van een ver verleden. Het land besturen is een verloren beroep, zoals mijnwerkers: iedereen weet nog wel wàt ze deden, maar het gebeurt eenvoudigweg niet meer. Toch wordt er jaarlijks betaald voor een gans apparaat ministers, parlementsleden en erger nog: hun immens gepolitiseerde en overbodige administraties en kabinetten. In ruil krijgt de burger echter wel een dagelijkse soap op tv, netjes verdeeld over de door de overheid betaalde censuurcentrum VRT/RTBF én de door privégelden genfinancierde commerciële zenders. Reeds meer dan 340 dagen krijgen we dagelijks 1 en soms zelfs meerdere afleveringen van de “Kleinen van de Wetstraat”, met in de hoofdrol de karakters van Le Roi de l’Etat P$, de Olijke Elio 1 en Holle Bolle Bart als Geklauwde Vlaming, geflankeerd door hun talentrijke medespelers: een Beke, een Reynders en vooral niet te vergeten: Leterme, de man die nog nooit zolang zonder regeringscrisis heeft gezeten als sinds de dag dat hij werd weggestemd. Zoals het hoort bij een deftige soapreeks, rollen de protagonisten al ruziemakend over straat, terwijl de medespelers de nodige modder smijten naar elkaar. Wouter Beke heeft “maagpijn” omwille van een briefje dat Di Rupo geschreven heeft. Want, zo stelt Beke, door die brief is ‘de sfeer onderuitgehaald’. Gezien de politieke situatie in België is het twijfelachtig dat er uberhaupt nog een sfeer onderuit kàn gehaald worden. Desalnietemin is Beke pessimistisch. Al even negatief is Siegfried (met één S) Bracke. Hij is intussen zo negativistisch dat hij waanvoorstellingen krijgt. Niet van onderbroeken deze keer, maar ontkenningsfenomenen van de staalharde realiteit. “België”, zo zegt Bracke, “België bestaat niet!” Nochtans staat bovenaan zijn identiteitskaart nog steeds “Koninkrijk België”...
Alleszins, De Kleinen van de Wetstraat hebben hun doel bereikt. Soaps en andere luchtige TV-programma’s dienen de aandacht van de dagdagelijkse beslommeringen van de mensen weg te nemen. Vandaag meldt de Standaard Online dat de Belg in eerste plaats denkt aan de problemen, moeilijkheden en heugelijke gebeurtenissen van de Wetstraat. Geen zorg meer over financiële crisissen, treinstakingen, broodprijzen,... Vandaag spreekt de burger quasi enkel nog over de grillen en grollen van Holle Bolle Bart en Olijke Elio, Roi de l’Etat P$.
Deze dagen kan een krant niet opengeslagen worden, of er wordt een zwarte piet doorgeschoven naar Bart De Wever. Hij is oorzaak van de impasse, hij wil niet vooruit met dit land, hij heeft standpunten die a priori fout zijn...
Alleszins, dat is de tendens die vandaag in de media en de wetstraat is terug te vinden. Het is dan ook niet meer als logisch de conclusie te trekken dat De Wever en zijn partij als enigen schuld treffen aan de crisis die België het wereldrecord stilstand heeft opgeleverd. Een grote verdienste voor zo’n klein land.
Maar toch, schuldig of niet, deze partij behaalt wel monsterscores op verkiezingen, monsterscores die niet weg te cijferen zijn. Staat dit niet in schril contrast met de bovengeschetste tendens? Is het niet mogelijk dat er nog andere factoren zijn die zorgen dat het land achteruit gaat? Ten noorden van de taalgrens zijn er de traditionele partijen die geen standpunt meer durven innemen over gelijk welke institutionele discussie. Ze laten N-VA woordvoerder zijn van de Vlaamse partijen. Gezien de aard van hun standpunten is het normaal dat de Franstalige partijen niet veel heil zien in een België op z’n N-VA’s. De Franstalige partijen zullen dan ook steevast wijzen naar N-VA als oorzaak van de onwil een regering te vormen. Maar eerlijkheid is het belangrijkste ingrediënt in interpersoonlijke relaties.
N-VA heeft natuurlijk een bijdrage aan de impasse, maar de schuld kunnen ze onmogelijk hebben. Deze impasse bestaat namelijk al veel langer als N-VA. Ten zuiden van Samber en Maas is er een andere partij, die evenveel stemmen haalt: de P$. Uiterlijk een socialistische partij, die opkomt voor de werkende mens, met een roos in de gebalde vuist. Alle mandatarissen zingen op één mei steevast l’Internationale. Deze partij zit sinds mensenheugenis in elke regering, zowel Federaal als de regering van de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest. Dag na dag schieten ze op N-VA, want deze laatsten kaarten fundamentele problemen aan: taalkennis en transferts. Toegegeven, een uitspraak zoals deze van voormalig N-VA-lijsttrekster Linda Mbungu-Dinkuena: “al wat de Walen doen is profiteren”, heeft niet echt bijgedragen tot een goede dialoog, maar het wijst wel op het gevoel dat in Vlaanderen leeft: jaarlijks gaan er miljarden zuurverdiende euro’s naar het zuiden, zonder dat er enig doel voor is weergegeven. Andere uitspraken vanuit de Vlaamse Beweging: “Franse ratten, rolt uw matten” zorgen evenmin voor een tegemoetkoming vanuit Franstalige hoek.Toch is ook dit weer een teken aan de wand dat het taalprobleem wel degelijk leeft.
Het is nogal gemakkelijk om N-VA daarvan de schuld te geven. Ze zijn in feite de boodschapper. Boodschappers dienen niet gestraft te worden, de oorzaak dient gestraft te worden.
Dus dient er gezocht te worden naar de oorzaak van onze politieke miserie. Hierboven zijn de twee factoren reeds gegeven: kort samengevat: taal en geld. Het is een realiteit dat de werkloosheid in Wallonië hoger ligt als in Vlaanderen. De activatie van deze werklozen verloopt er evenmin zoals het hoort. Reconversie van verlieslatende sectoren – zoals in Limburg is gebeurd – is in Wallonië een verre droom, taalimmersie is een recent fenomeen, waardoor een paar honderd taalgrensbewoners uiteindelijk Nederlands zullen spreken over tien jaar.
Dit zijn geen nieuwe problemen, het is evenmin nieuw dat de politici er niets aan doen noch is het nieuw dat er in Vlaanderen stemmen opgaan die dit aanklagen. Het is ook niet nieuw dat de P$ reeds jaar en dag in Wallonië de scepter zwaait. Of het nu Di Rupo is, of een ander socialistisch boegbeeld: in al die jaren hebben ze alleszins niet gedacht aan het responsibiliseren of activeren van de bevolking. Jarenlang hebben de grote, linkse goeroes ervoor gezorgd dat de burger volledig afhankelijk werd van de staat. Arbeid wordt niet gepromoot, generatiewerkloosheid is de normaalste zaak. De burger leeft volledig door en voor de staat, en stemt dan ook voor de partij die de situatie in de hand werkt: de P$. Reeds veertig jaar wordt een economisch reveille in Wallonië belooft, reeds veertig jaar blijft dit reveille uit.
Taalonderwijs wordt minimaal bediend, hoewel reeds lang is aangetoond dat meertaligheid de kans op werk vergroot. Toch blijft in de ogen van de solidaire, internationalistische P$ het Nederlands een taaltje van boeren waar niets mee te doen is. De oude slogan “La Belgique sera latine, ou sera pas” leeft niet enkel bij Olivier Maingain, blijkbaar.
De vraag dient gesteld te worden wat er socialistisch is aan het afhankelijk houden van de burger. Zulk een conservatief politiek gedrag is namelijk geleden van de oude Paapsgezinde Katholieke Partij. Samen met de kerk werd de burger dom en arm gehouden. Hier is geen enkele zweem van socialisme terug te vinden. Evenmin vinden we sociale sporen terug in het ontzeggen van de kans op werk. Door de burger de toegang tot goed onderwijs te ontzeggen (louter omdat ze het niet aanbieden), dwing je hem op de duur tot werkloosheid en complete afhankelijkheid van de staat.
Gezien dit geen socialistische strategie is, dient er een andere strategie te bestaan: deze van verkiezingen. De P$ maakt de burger compleet afhankelijk van de staat, “l’Etat PS”, zodat dezelfde P$ zeker kan zijn van de stemmen en de verkiezingsoverwinning. Waarom zouden ze dan de werkloosheid pogen weg te werken, gezien per werkloze minder ook een stem minder naar hun partij gaat. Mensen die verantwoordelijkheid nemen en geld verdienen zouden namelijk nooit voor zulk een partij stemmen.
De schuld van de politieke problemen is niet N-VA, niet ‘de Waal’, maar wel la Gauche Caviar du P$.
Voor het goed van zowel de burger als het land, dient dit te veranderen. Niet door nog meer geld te investeren, niet door het land te splitsen, maar door deze partij van haar troon te stoten. Het is duidelijk dat de roos reeds lang verwelkt is, en de vuist van de P$ nog maar enkel dient om de burger onder de duim te houden. Een liberale wind is nodig in Wallonië. Een liberale wind die de burger de vrijheid geeft te kunnen werken, die een klimaat creeërt waar investeerders willen en kunnen komen. Een liberale wind die onderwijs aanbiedt dat kansen biedt aan de burger, zodat niet enkel de happy few taalgrensbewoners Nederlands leren, maar alle Franstaligen. Een liberale wind die de burger bevrijdt van de Socialistische Staat en de burger leert zelfstandig te denken, werken en leven.
Niet één Belg, jong of oud, die intussen geen kennis heeft over een hervorming van de Belgische staat. Reeds in de vijftiger jaren begon Pierre Harmel met zijn "Commissie ter hervorming van de Staat", wat ruim een decennium later zou resulteren in het eindrapport van deze "Commissie Harmel".
Dit werd uitvoerig bestudeerd, becommentarieerd en door sommigen zelfs getorpedeerd. Maar, een institutioneel pareltje of niet, in 1970 zou er uieindelijk een hervorming van de staat komen. Iedereen dacht dat er met de nieuwe structuren nog een eeuwigheid kon worden gewerkt, Eyskens senior bezegelde het zelfs met de gevleugelde woorden "La Belgique a papa a vecu", doch, het Egmont-Stuyvenbergspook gooide hier roet in het eten, en opnieuw konden de verheven lichamen der Belgische politiek de vergaderzalen en kastelen bevolken.
Vele akkoorden met ronkende namen zouden volgen. Deelstaten, gewesten, agglomeraties, taalgebieden...zagen het daglicht. Recent werd de jongste spruit , de Federation Wallonie-Bruxelles, nog boven de doopvont gehouden. Revolutionaire aanpassingen aan de in feite nog jonge natiestaat werden doorgedrukt, teneinde een beter en rechtvaardiger bestuur te geven aan 's lands mindere Goden: de burgers.
Maar, kan men in Belgie nog over burger spreken? Zijn de belgen niet eerder de puppets on the string van de Wetstraat?
Het lijkt interessant te kijken waar de echte politieke macht voor de burger is terug te vinden in de praktijk. We hebben vrije verkiezingen, met door de partijen naar voor geschoven kandidaten. Daarnaast is het voor nieuwkomers quasi onmogelijk om aan de top te geraken wegens een financiele en publicitaire boycot vanuit het systeem. Denk daar nog de kiesdrempel bij en dan kan de conclusie getrokken worden dat Belgie niet beschikt over een democratie maar een cleptocratie, en is de politieke macht van de burger nihil.
Reeds decennia loopt de Belg mee in dit keurslijf van pseudodemocratie, en handelen de Wijsten van Noord en Zuid over de toekomst van ons land en haar burgers. Echter, deze burgers hebben geen verhaal noch inbreng. Vierjaarlijks kunnen ze hun ongenoegen uiten over de gang van zaken, zonder dat er iets verandert aan de ganse situatie.
Verkiezing na verkiezing komen dezelfde gezichten terug (hoe lang heeft Tindemans bijvoorbeeld niet meegedraaid in het parlement?), die dezelfde - al te vaak ongewenste - besluiten doorvoeren. Dit heeft ons uiteraard gebracht tot de staatsstructuur die we vandaag kennen.
De slogan van Gaston Geens (wat we zelf doen, doen we beter) in het achterhoofd, werd er in alle wijsheid besloten dat de deelstaten gelijkaardig zouden worden bestuurd als de federale staat: een centralistische administratie en een minimuminbreng voor de bevolking, de handpoppen. De vraag dient dan gesteld: welke meerwaarde heeft dit systeem voor u, de burger, het individu of de groep van burgers?
Uiteraard is de vraag stellen gelijk aan het antwoord geven: er is geen meerwaarde. De nieuwe bestuursniveaus liggen even ver van de burger als het oude, en het niveau bij uitstek om de burger enige vorm van politieke macht te geven, wordt onderkend: de gemeente. Nochtans heeft Alexis de Tocqueville in zijn magistraal werk "over de democratie in Amerika" het belang van de gemeente voor een vrije samenleving duidelijk toegelicht. Terecht stelt hij – weliswaar archaisch geformuleerd - dat staten door mensen zijn gecreeerd, maar gemeentes door de hand Gods. In de huidige actualiteit kunnen we Gods hand - of die van Zijn vertegenwoordigers - beter buiten beschouwing laten, maar het essentiele is wel dat een gemeente een natuurlijk wordingsproces kent. Staten (en grenzen) zijn artificiele politieke entiteiten, even vluchtig als dominant, maar steden en gemeenten zullen blijven. Polen kan hier als typevoorbeeld dienen: de grenzen van dit land zijn zodanig veel aangepast, verschoven tot zelfs opgedoekt, maar de steden en gemeenten - het laagste niveau van politiek - bestaan nog steeds.
Misschien kan het enige interesse opwekken om het belang van deze quasi natuurlijke entiteit op te voeren - ten koste van het centrale gezag. Uiteraard zijn hier wel enkele voorwaarden aan gekoppeld. De burger dient een rechtstreekse inspraak te krijgen in het lokale politieke spel, maar dient dus ook bewust te zijn over zijn belang en verantwoordelijkheid ten overstaan van zijn medeburger. Ook dient er voor de burger natuurlijk een meerwaarde te zijn. Holle frasen als deze van Geens vullen geen buiken. Een gezonde economie, politiek betrokken bevolking en geminimaliseerd en gedecentraliseerd overheidsapparaat zullen zorgen voor efficientie en duurzaamheid. Tevens zal de staat geen log monster meer zijn, maar een dynamisch karakter gaan kennen.
Echter, er is nog veel werk aan de winkel. De burger moet hetzelfbewust initiatief nemen, met oog op eigen welvaart alsook deze van zijn dichte en verre buren. Het is een groot geschenk, deze voorgestelde politieke vrijheid, met een nog grotere verantwoordelijkheid. Daarom dat het van primordiaal belang is dat deze vrijheid reeds bestaat in de eigen gemeente. Niemand neemt beslissingen die zichzelf schaden. Voor "townmeetings" in, laat de burger beslissingsrecht nemen - zonder te verglijden naar feodale anarchie uiteraard. De omkadering van een overkoepelend geheel, de overheid, kan nog niet worden weggedacht. Wel kan er gezorgd worden dat de overheid zich nog slechts bezighoudt met haar minimale takenpakket.
Concreet zijn er vier belangrijke punten:
- opengooien van de burgerparticipatie en -democratie op het laagste niveau: de blijvende gemeenten,
- beperken van de overheidsrol tot de minimale kerntaken,
- invoering van het referendum.
Het spreekt voor zich dat dit geen pleidooi betreft om staten an sich af te schaffen. Dit zou ook absurd zijn. Het is niet omdat iets artificieels is, dat het daarom ook slecht is. Het betreft eerder een pleidooi voor een moderne staatshervorming, die rekening houdt met de burger - en in het verlengde diens plichten én vrijheden. Het is geen staatshervorming die grenzen hertekend, maar ideeën plant in de hoofden van ieder mens. Enkel zo kan er gewerkt worden voor het algemeen en het individueel belang.
Toegegeven, deze aanpassing van de staat - of in de ogen van enkelen: de afbraak van het centrale gezag - zal niet voor morgen zijn. De overheid zal eerst de burger moeten laten wennen aan haar herwonnen vrijheid. Verantwoordelijkheid krijgen is niet evident, als de overheid reeds een gans leven een onzichtbare, maar desalnietemin de dominante leidende macht van ieders leven is geweest. Tot op heden is een burger niet gevraagd om verantwoordelijkheid te nemen, en onbekend kan wel eens onbemind zijn. Daarom moet in tussentijd het Bindend Referendum op Volksinitiatief (BROV) ingevoerd worden. De eerste vraag die naar de vrije burger kan worden gesteld is dan ook eenvoudig: Belgie, quo vadis?
Een der oudste verhalen rond taalconflicten die ons gekend zijn, staat in de Bijbel : het verhaal van de Toren van Babel. Het boek Genesis vertelt ons hoe de nakomelingen van Noah – gekend van de bijbelse tsunami ‘zondvloed’ – een toren wilden bouwen die zou reiken tot aan de hemel. Uiteraard zaten de bouwers van koning Nimrod wel met één probleem: in de hemel was er een groot plaatsgebrek. Er woonde namelijk iemand, God, die de bouwvakkers de rijkdom der talen leerde kennen. Rijkdom? Niemand verstond elkaar nog, het bouwproject werd een fiasco, en de toren is nooit afgeraakt.
Toch is Nimrod niet helemaal gefaald in zijn opdracht. Tot op vandaag is in de wereld , maar vooral in België zijn toren een begrip voor onder politieke problemen: de Babylonische taalverwarring. Deze is groter als eender welke toren zou worden, deze is gekender in België als eender welke Godheid en deze is belangrijker als gelijk welk ander probleem. Niet dat de Belgen afstammen van Noah, Nimrod of welke latere Babylonische grootheid die nog zou volgen. Belgen stammen – zoals alle Europese volkeren – af van… anderstalige Europese volkeren. Vooral de Spanjaarden, Fransen, Oostenrijkers en onze leuke Noorderburen zijn hier ruimschoots de revue gepasseerd. Een mooie mengeling van Romaanse en Germaanse culturen, verenigd in het lichaam van de Belg.
Onze grondwet – al bijna even verwarrend als Babylon zelf – is een logisch gevolg van deze vereniging en mengelmoes van Europese culturen : België is een federale staat (het lichaam), samengesteld uit Gewesten en Gemeenschappen (de culturen in dit lichaam). Het eindigt uiteraard niet met dit ene zinnetje, er komen nog taalgebieden en provincies bij, net als gemeentes en een tweetalig gewest in het Brusselse. Daarnaast is er zelfs een tweetalig gerechterlijk arrondissement: BHV, de spijker aan de doodskist van onze Germano-Romaanse samenleving.
Het kan de lezer een vreemde sprong lijken: van het Bijbelse Babylon tot Brussel-Halle-Vilvoorde, echter, tussen deze twee zeer beruchte feiten is er één grote gelijkenis : het probleem is de taal. Taal… wat is dat eigenlijk? Het woordenboek beperkt zich tot een toelichting die niet meer of minder wil zeggen als: ‘het door middel van klanken communiceren’. Toch neutraal? Paar klanken, beetje medeklinkers ertussen en we weten wat we van elkaar willen. Natuurlijk, belangrijk is dat iedereen weet welke klank het juist is dat de andere gebruikt om een brood te bestellen. Stel het u maar voor dat je een brood wenst, je uit je klank en je komt met een gladde paling thuis. Enerzijds was je klank niet duidelijk, maar anderzijds kan uw orientatie ook niet veel waard zijn, gezien “Bakkerij” en “Viswinkel” amper iets met elkaar te maken hebben. Dit brengt ons echter tot de geschreven taal, waar klanken in tekens worden omgezet. Ten tijde van het spijkerschrift viel dit nogal mee, iedereen gebruikte allicht dezelfde spijkers, maar heden ten dagen ligt die situatie toch wat anders. Desalniettemin: dit is niet van belang voor deze schrijfselen in het Algemeen Beschaafd Nederlands.
Neen, de kern van het probleem duizenden jaren geleden en de kern van het probleem vandaag zijn nog steeds gelijkaardig: we begrijpen mekaar niet. Hoe neutraal het woord ‘taal’ op zich ook is, in België kan je niet aan ‘taal’ denken zonder het woord ‘probleem’ erbij te betrekken: taalprobleem! Dat woord begrijpt iedereen in België, van Aarlen, over Sankt-Vith tot Antwerpen en De Panne (misschien is dit omdat de Vlamingen het woord ‘probleem’ in hun dialect dikwijls quasi gelijk uitspreken als de Fransen ‘problème’ zeggen?). Taalprobleem: wat is het probleem met die taal juist in België?
De Franstaligen die kennen geen Nederlands, dus het probleem is duidelijk: ze snappen ons niet. Maar: ieder Vlaming krijgt vanaf zijn tiende levensjaar lessen Frans, dus ook langs deze zijde is het probleem opgelost: iedereen spreekt Frans met de Franstaligen, en de Vlamingen onderling spreken Nederlands. Zo begrijpt iedereen mekaar, en is er geen Babylonische taalverwarring meer in dit kleine land.
Maar neen, lag het maar zo simpel: de hoeders van de wet, in het parlement gestemd door de sponsors van de Schatkist, hebben in hun eminente wijsheid op een mooie dag besloten: in België komt een taalgrens. Ten zuiden spreken ze Frans, ten noorden Nederlands. Om het eenvoudig te houden, steken we ergens nog een duitstalige region en in’t midden van het land gaan we twee talen institutionaliseren, het – jawel – Nederlands en Frans.
Bent u nog mee? Allicht wel, maar evident is het niet. Er werd gewaarschuwd dat de Grondwet het niet gemakkelijk maakt voor de Belgen.
Echter, back on topic (om even een andere taal te gebruiken). In deze bovenstaande inleiding werden in feite de twee belangrijkste en échte problemen stilletjes in het hoofd geplant: het werkwoord “begrijpen”, en het werkwoord “institutionaliseren”. Deze gaan hand in hand, maar toch ga ik me eerst beperken tot het eerste probleemwerkwoord, begrijpen.
Net als het woord ‘taal’ niet zo neutraal is als het volgens Van Dale lijkt, is het woord ‘begrijpen’ ook tweezijdig. Een afgeleide hiervan is namelijk ‘begrip’. Wie denkt aan ‘begrip’ denkt ook aan ‘wederzijds begrip’ en in het verlengde ‘wederzijds respect’. Dit brengt ons tot het kernwoord van het overleven van het menselijk ras (op eten, drinken en voortplanten na): respect. Een groot – en niet enkel Belgisch – probleem bestaat eruit dat mensen elkaar niet meer respecteren. Naast recente volkerenmoorden en dergelijke bestaan hier eveneens aanwijzingen genoeg van op stads-, straats- en zelfs gezinsniveau. Indien dit respect uitblijft gaat de wil elkaar te begrijpen ook afwezig zijn. Als men mekaar niet begrijpt, dan is er weer geen enkel doel – op goed fatsoen na dan – om elkaar te respecteren. Een vicieuze cirkel is geboren (valt het u, lezer, trouwens op hoe mooi Frans dat woord ‘vicieuze’ klinkt?). Psychologen, antropologen, ...ogen moeten misschien eens een grondige studie ondernemen om te zien waarom dit respect uitblijft bij de 21e eeuwse hoeder van de aarde. Het zal ook niet mogelijk zijn het respectloze profiel van de mens te schetsen. Je kan ze ook niet allemaal over één kam scheren.
Een ander probleem is het ‘institutionaliseren’. Een taal valt niet te institutionaliseren, maar is eigen aan ieder individu. Een baby leert de taal van de ouders. Als deze laatsten plots enkel chinees spreken, zal het kind – hoe graag de taalwetgeving het ook wil – géén geïnstitutionaliseerde taal spreken. Taal is levend, maar taal is zeer individueel. Het lijkt dus onmogelijk om van hogerhand op te leggen welke taal dient te worden gesproken. Uiteraard mag er een richtlijn gegeven worden, via het onderwijs een standaardtaal aangeleerd worden. Dit is zelfs meer een kwestie van moeten als mogen, echter zegt dezelfde complexe grondwet, die eerder werd vermeld, in artikel 30 niet dat het gebruik van taal in België vrij is voor ieder burger?
Ga eens uit van een droombeeld: mensen respecteren elkaar, en begrijpen elkaar met de individuele verschillen onderling – waaronder ook de taal. Dan gaat ieder individu alleszins proberen – niet a priori slagen in – zichzelf zo duidelijk mogelijk te maken tegenover zijn conversatiegenoot. Deze laatste zal al het mogelijke doen de eerste te begrijpen, alsof aan een doof iemand wordt uitgelegd waar hij zijn moet in het vernieuwde Antwerpen Centraal. Uiteraard is dit nu een droombeeld. Vandaag hebben we de overheid die deze verantwoordelijkheid van ons overneemt en ons vertelt welke taal we wanneer moeten gebruiken. Waarom zouden we begripvol luisteren naar iemand die eerder naar Jacques Brel luistert in plaats van Will Tura, als deze van de wet nu eenmaal Nederlands moet spreken? Waarom zouden we respect tonen voor iemand die die taal nu eenmaal niet kan, om welke reden ook? De overheid is onze professor in de witte jas, in wiens naam onze gedragingen geexcuseerd kunnen worden, zelfs al zijn deze gedragingen niet langer taalbewust dan wel geldbewust georienteerd.
Uiteraard dient niemand met de vinger worden gewezen: het is de ganse mentaliteit van de bevolking. De burger – heden ten dage jammerlijk als onderdeel van ‘alle burgers’ en niet als individu – wordt van geboorte tot dood aan de hand van de overheid door het leven geleid.
Om de overheid te helpen een respectvollere, begripvollere en dus gelukkigere burger en onderdaan te hebben, zouden de verkozen hoeders der wet het debat rond de kerntaken kunnen opvoeren. Waar dient de overheid zich mee bezig te houden? Alleszins niet met de klanken die mijn stembanden produceren, wel met mijn pensioen, mijn gezondheid en mijn veiligheid.
En welke is dan de taal van de Staat? Logisch antwoord: de staat bestaat uit individuele burgers, met hun taal/talen. De staat dient dus de Taal van de Rede te spreken.
Recent heeft Cedric Vloemans een nieuwe weg ingeslagen. Hij heeft besloten zich niet langer bezig te houden met de partijpolitiek van Open Vld of de werking van Jong VLD. Uiteraard - als voorvechter van vrijheid en vrije mening - blijft Cedric wel liberaal en lid van de partij.
Waarom dan deze toch wel drastische en radicale verandering van zijn bezigheden, zal u vragen? Wel, dat ligt heel eenvoudig. Reeds maandenlang wacht België en de Belgen op een regering, om te kunnen besturen voor het welzijn van ieder onderdaan. Reeds driehonderd dagen wordt deze regeringsvorming geblokkeerd door - allicht ondermeer - de taalradicalisten bij N-VA. Massabetogingen ten spijt behaalt deze partij wel het beoogde doel: de radeloosheid in de burger zijn hoofd brengen. Dit resulteert in een steeds groter wordend idee dat een splitsing van ons land onafwendbaar is.
Voor Cedric Vloemans kan dit niet zo blijven. Daarom wil hij - zonder aan enige partij geketend te zijn - zich terug inzetten voor het behoud en de verbetering van België. Dat een staatshervorming primordiaal is, zo blijkt zonder enige twijfel. Waar wel twijfel over moet bestaan is of deze hervorming moet eindigen bij separatisme. Cedric kan noch wil dit geloven.
Zijn website staat dus ook in het teken van België en de strijd om België te behouden.