Zoeken in blog

Foto
Categorieën
  • AFGHANISTAN (9)
  • AFRIKA (17)
  • ARABISCHE WERELD (30)
  • Articles en français (10)
  • China (55)
  • columns (14)
  • In English (10)
  • Iran (14)
  • OOST-AZIE (10)
  • PROJECTEN (0)
  • Rusland (13)
  • ZUID-AZIE (13)
  • ZUIDOOST-AZIE (7)
  • Inhoud blog
  • CHINA/ hoe de deugd werd vermoord
  • Marokko/ In de kerker van de koning
  • Gestrand in Oostende
  • 'Hij was weg, plots en voorgoed'
  • Wanneer moeders heksen en vampieren op de wereld zetten
  • Oostende, waar illegalen thuis zijn
  • 't Stad is niet van Assaad
  • Marokko/België De angst is naar hier geëxporteerd
  • BAHREIN /Jaffar al Hasabi: 'Martelen, daarin is het regime erg inventief'
  • IRAK-Regisseur Mohamed al-Daradji over de waanzin van filmen in Bagdad: van Al Qaida en bombardementen tot honderden massagraven
  • Migratie - Minderjarig en moederziel alleen in België
  • QATAR - de slaven van koning voetbal
  • CHINA - Frank Dikötter over de Grote Sprong Voorwaarts
  • NOORD-KOREA - Bovenaanzicht van de hel
  • CHINA- Ai Weiwei, de man die overal mee wegkwam
  • IVOORKUST- Alassane Ouattara, de superloodgieter
  • TUNESIE - columniste Naziha Réjiba over de Arabische Lente
  • IRAN - interview met Kader Abdolah
  • IRAK - Schrijfster Haifa Zangana: ‘Irakezen kwamen verenigd en vreedzaam op straat’
  • ARABISCHE WERELD - wat schrijfster Hanaan-as-Shaikj in 2004 over de toestand vertelde
  • Waarom het misging in de Arabische wereld
  • CHINA - Vluchtmisdrijf door zoon hoge functionaris zet land in rep en roer
  • EGYPTE
  • TUNESIE - Facebook heeft het land gered
  • TUNESIE -een gigantisch probleem van jeugdwerkloosheid
    Archief per maand
  • 10-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 07-2011
  • 06-2011
  • 05-2011
  • 04-2011
  • 03-2011
  • 02-2011
  • 01-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 08-2010
  • 06-2010
  • 05-2010
  • 04-2010
  • 03-2010
  • 02-2010
  • 01-2010
  • 12-2009
  • 11-2009
  • 10-2009
  • 09-2009
  • 08-2009
  • 07-2009
  • 06-2009
  • 05-2009
  • 04-2009
  • 03-2009
  • 02-2009
  • 01-2009
  • 12-2008
  • 08-2008
  • 03-2008
  • 01-2008
  • 03-2007
  • 01-2007
  • 10-2006
  • 06-2003
  • 02-2003
  • 09-2002
  • 07-2002
  • 06-2002
  • 12-1998
  • 10-1998
  • 09-1998
  • 04-1998
    Catherine Vuylsteke
    Stories that remain too often untold/ Histoires oubliées
    02-06-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.FACING BRUSSELS - Bobo Brussels
    Klik op de afbeelding om de link te volgen While the last rays of sun filter through to the square below and the market stalls pack up their unsold wares, well-to-do ladies and gents drink Italian bubbles on the pavement. They debate the best address for sushi and enthusiastically discuss the stock sale of this, that or the other fashion designer. A little further, their fellow citizens sit with laptops open. They are looking after themselves with organic apple juice while they update their Facebook pages. Welcome to Bobo Brussels, the city of bourgeois bohemians.
    Linguistically and territorially, the Bobos are divided into Dansaert Flemish and Chatelain Frenchspeakers, named after the streets where their lifestyles can be deduced from the contents of the shop windows and their prices. They are usually hard-and-fast career makers but consider themselves fundamentally alternative, green and independent. Their children have read the Little Prince by the time they’re six and they are proud of the fact they pay lots in tax, sings the French singer-songwriter Renaud with some degree of sarcasm.
    Sounds reasonable. But what I find most conspicuous is that these men and women have chosen Brussels. Carrying a degree like a free pass to another life, free of compromise, they still embraced the city, warts and all. They applauded its diversity and caressed its scars, somewhat naïve in their conviction that the love and care of deliberate civility could cure this place of all its ailments. The reality is somewhat less conducive. After small successes follow unfortunate regressions and above all, often sur place. Giving up, however, is not an option. In the meantime, they have seen their children born here, and hence also their own fate bound to that of the city.
    The Bobos persist, despite regularly banging their heads against Brussels. They see the city in their own terms: as an opportunity, a bubble of oxygen, an escape. A city of freedom too, that belongs to no one, property of neither lion nor rooster.
    These men and women found Brussels and invented her anew. As a bobbing island of youth, fantasy and diversity, in a tired nation that, on its one hundred and eightieth birthday, doubts its own right to exist. However, beyond the country, the city or its history, they also reinvented themselves here in versions that become more and more grotesque as the evening progresses and the empty wine bottles stack up.
    Some fled the whip of regional unemployment and collective depression. Others ran from the suffocation of introverted, suburban small mindedness. They have jettisoned yesterday and acquired now and later, without so much as looking over their shoulder. With great tolerance, fed by their studies, foreign friends and regular travel abroad.
    The city feels like a heavy burden at times but theirs is more resilient than others. Bobo Brussels is full of potential. It is a light version of the metropolis, one which most resembles the image depicted by the glossies, travel guides and in-flight magazines. Washed, shaven and dressed up. People explore in Mini Coopers, dine in newly opened restaurants and reside in more or less renovated merchants’ houses that were bought years ago for peanuts. It is fantastic but somehow photoshopped and reconstructed. And yet still real.

    02-06-2010 om 15:26 geschreven door Catherine Vuylsteke  


    Categorie:In English
    >> Reageer (0)
    01-06-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.FACING BRUSSELS - Sterke benen die de weelde kunnen dragen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Zo ongeveer op het moment dat haar dunne streep felrode lipstick zichtbaar wordt, kondigt haar naderende komst zich aan met een walm van parfum. Noem het haar pantser tegen een ongenadige wereld.

    De negentig nadert ze, zo reken ik uit, al lijken haar vestimentaire keuzes de vergankelijkheid eerder te ontkennen. Spillige benen steken in dure fantasiekousen en kokette maar enigszins versleten schoenen. Daarboven draagt ze klassieke rokken, witte bloezen met een opstaand kraagje, jassen uit betere tijden en oude juwelen.

    Zonder hoed komt dit wandelende anachronisme het huis niet uit en om de haverklap controleert ze discreet of de veren en andere ornamenten niet uit balans zijn geraakt.

    Met een zuinig mondje zegt ze dat ze Brusselse is. Geworden althans. Ze zucht. Haar hart, geschiedenis en halve fortuin zijn achtergebleven in het Sint-Petersburg van bijna een eeuw geleden. Met een geborduurde zakdoek dept ze vaag haar ogen, er zich vervolgens in een spiegeltje van vergewissend dat de make-up geen schade heeft opgelopen.

    Het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen, zo wil het spreekwoord. Nog krachtiger, me dunkt, zij die haar teloorgang kunnen aanschouwen. Het verhaal van de Russische meandert langs het weggemaaide rijk van de tsaren en het blauwe bloed dat rijkelijk rood stroomde, naar een Brusselse biotoop van elegante etablissementen en uitgekiende arrangementen.

    Het is nooit meer goed gekomen, klinkt het in duur frans, al brengt ze veel tijd door in de patisserieën van de Zavel en in de restaurants rond de Louizalaan. Voor regenachtige dagen bestelt ze telefonisch delicatessen en wijn bij supermarkt 'Chez Rob'. Bij tijd en wijlen geniet ze in het Théâtre Royal du Parc van Franse repertoire-stukken uit de 17de of 18de eeuw. En als het weer meezit, kiest ze verse boeketten in een zaak op het Kasteleinsplein. Maar gravin is ze alleen nog in haar eigen hoofd en in de weerspiegeling van de etalages in de buurt van de Naamsestraat, waar ze af en toe gaat winkelen.


     Ze schudt het hoofd. Voor mensen van standing zijn het barre tijden, zij kan het weten. Het is een lastige klus om de restanten van fortuin slim te beheren en wie zegt dat de huidige crisis de laatste is? Het valt niet mee om de maatschappij steeds welgemanierd tegemoet te treden en tegelijk de vrienden te onderscheiden van de talrijke opportunisten. Hebzucht, oplichterij en afgunst regeren. De oude gravin poneert het zacht maar beslist. Ze vertrouwt me toe dat sommige kennissen hun identiteitskaart thuis achterlaten als ze naar een feestje gaan, terwijl anderen zelfs vertrekken zonder bankkaart of geld. Kwestie van misbruik te vermijden, zie je. Een mens moet voortdurend op zijn hoede zijn.

    Al is de strijd verloren. De nobele vrouw behoort tot een uitstervende soort, met frêle schouders en een nog fragieler ego. Ze kraken onder het voortmalen van de geschiedenis meer nog dan onder het gewicht van een stamboom waaraan alleen zijzelf distinctie ontlenen. Het zijn sterke benen. Spillebenen in fantasiekousen. Die de weelde kunnen dragen. Al valt dat niet mee.  

    01-06-2010 om 00:00 geschreven door Catherine Vuylsteke  


    Categorie:columns
    >> Reageer (0)
    31-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.fACING BRUSSELS - Bobo-Brussel
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Terwijl de laatste zonnestralen het plein strelen en marktkramers hun onverkochte waren inladen, drinken vlotte dames en heren Italiaanse bubbles op de stoep. Ze bezinnen zich over het beste adres voor sushi en bespreken enthousiast de stockverkoop van deze of gene ontwerper. Even verderop zitten soortgenoten met laptops op de benen. Ze doen zich tegoed aan biologische appelsapjes en werken hun Facebook-pagina's bij. Welkom in bobo-Brussel, de stad zoals de bourgeois bohèmes die beleven.


     Linguïstisch en territoriaal ontdubbelen de bobo's zich in Dansaertvlamingen en Franstaligen van het Kastelijnplein, zo genoemd naar de straten waar hun levensstijl zich aan de etalages en de prijzen laat aflezen.

    Vaak zijn het snoeiharde carrièremakers maar fundamenteel voelen ze zich alternatief, groen en ongebonden. Hun kinderen hebben op hun zesde de Kleine Prins gelezen en zelf zijn ze er trots op dat ze veel belastingen betalen, zingt de Franse chansonnier Renaud enigszins sarcastisch.

    Het klinkt aannemelijk. Maar wat me vooral opvalt, is dat deze mannen en vrouwen bewust hebben gekozen voor Brussel. Met een diploma als vrijgeleide voor een ander, compromislozer leven, omarmden ze de gebuilde stad. Ze prezen haar diversiteit en aaiden haar littekens, er enigszins naïef van overtuigd dat de liefdevolle zorgen van een bewust civisme dit oord van zijn kwalen zou genezen. De realiteit is evenwel weerbarstiger. Na kleine succesjes volgt een jammerlijke regressie en vooral veel sur place. Opgeven is evenwel geen optie. Hier hebben ze onderhand hun kinderen geboren zien worden, hun eigen lot daarmee aan dat van de stad verbindend.

    De bobo's volharden, al breken ook zij geregeld hun tanden op Brussel. Ze zien haar bovenal in hun eigen termen: als een kans, een zuurstofbel, een vluchtheuvel. Een stad van vrijheid ook, van niemand, opeisbaar door leeuw noch haan.

    Deze mannen en vrouwen vonden Brussel en ze vonden haar opnieuw uit. Als dobberend eiland van jeugd, fantasie en diversiteit, in een vermoeide natie die op haar honderdtachtigste verjaardag twijfelt aan haar bestaansrecht. Maar meer nog dan het land, de stad of haar geschiedenis, herontdekten ze hier zichzelf, in versies die doorgaans grotesker worden naarmate de avond veroudert en de lege wijnflessen zich vermenigvuldigen.

    De enen namen de benen voor de gesel der regionale werkloosheid en collectieve depressie, de anderen gingen lopen voor de verstikkende last van zelfingenomen fermette-kleinheid. Ze verwierpen gisteren en verwerven nu en straks, zonder omkijken. Met grote tolerantie, gevoed door studies, buitenlandse vrienden en veel reizen.

    De stad weegt bij wijlen loodzwaar maar de hunne is veerkrachtiger dan die van velen. Bobo Brussel is vol potentie. Het is een light-versie van de metropool, een die nog het meest lijkt op het beeld dat glossies, reisgidsen en inflight magazines hun lezers en reizigers voorhouden. Onthaard, ontgeurd, ontvet. Opgepept en opgetut. Er wordt verkend in een Mini-cooper, gedineerd in een pas geopend restaurant en bekomen in een min of meer opgeknapt herenhuis dat jaren geleden werd gekocht voor een schijntje. Het is gefotoshopt en verbouwd. En toch echt.




    31-05-2010 om 00:00 geschreven door Catherine Vuylsteke  


    Categorie:columns
    >> Reageer (0)
    30-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.FACING BRUSSELS - Luxury is a burden
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Around the same time her thin strip of bright-red lipstick comes into view, her approach is announced with a waft of perfume. Call it her shield against a merciless world.

    She looks close to ninety, according to my estimate, although her choice of wardrobe seem to be resistant to age. Spindly legs are clad in expensive, fancy stockings and pretty but slightly worn shoes. Over that, she wears classic skirts, white blouses with an upright collar, jackets from better times and antique jewellery.

    This walking anachronism would not dare leave home without a hat and at every opportunity she discretely checks to see whether the feathers or other ornaments have not been tilted out of balance. With an economy of effort, she declares she is Bruxelloise. At least, she became one. She sighs. Her heart, history and half her fortune were left behind in the St. Petersburg of nearly a century ago. With an embroidered handkerchief, she regularly dabs her eyes, subsequently reassuring herself with the aid of a mirror that her make-up has not been compromised.

    Luxury is a burden, so goes the saying. But less so, when it can stare in the face of its own downfall. The story of the Russian dame meanders from the realm of the tsars, mowed down, their blue blood flowing a deep red, to a Brussels biotope of elegant establishments and well thought out arrangements.

    Things never came good again, she proclaims in expensive French, despite the fact that she spends much of her time in the patisseries of the Sablon and the restaurants of the Avenue Louise. On rainy days she orders delicatessen and wine by telephone from the supermarket “Chez Rob”. From time to time she enjoys 17th or 18th century repertoire pieces in French at the Théâtre Royal du Parc. And weather permitting, she will buy fresh cut flowers from a florist on the Place du Chatelain. However, she is still only a countess in her own mind and in the reflections in shop windows along the Rue de Namur, where she is sometimes inclined to go shopping.

    She shakes her head. For people of social standing, these are tough times. She should know. It is an arduous task to manage the remnants of a fortune wisely and who says that the current crisis is to be the last? It is not easy to greet today’s society with a well mannered smile and at the same time distinguish friends from the endless array of opportunists. Greed, deception and envy are king. The old countess puts it gently but decisively. She tells me that some of her acquaintances leave their identity card at home when they go to a party, while others deliberately leave without money or bank cards. A question of avoiding abuse, you see. One must always be wary.

    Even though the battle has been lost, the noble lady belongs to an endangered species with frail shoulders and an even more fragile ego. They crack under the pressure of history, more so than under the weight of a family tree to which she alone ascribes distinction. Luxury is indeed a burden. To be born by such spindly legs in fancy stockings.


    30-05-2010 om 10:14 geschreven door Catherine Vuylsteke  


    Categorie:In English
    >> Reageer (0)
    28-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.FACING BRUSSELS - De naakte Mohammed
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Hij staat op nummer één, Mohammed, al sinds 2001. Zou het de Profeet in zijn Saoedische graf verheugen dat zijn naam als die van geen ander wordt uitgedragen, dat hij kolom na kolom vult in het geboorteregister van de hoofdstad van Europa? Mohammed gaat Adam vooraf en Rayan, Ayoub, Mehdi, Amine and Hamza.

    Een façade van godsvrucht, fatsoen en wijsheid. Moge onze zoon in Zijn voetsporen treden. Vrome wensen, schrale realiteit. Eenduidig is het niet maar onderzoeken geven aan dat Mohammed veelal een tweederangsburger is in het land dat zijn verwanten als gastarbeiders ontving.

    Kan hij het helpen? Het was zijn vader die kwam en dan nog maar half. In zijn hoofd liet de man zijn dorp zelden achter. Hij ontdubbelde zichzelf min of meer, met voor zij die achterbleven het idee van de verre, welvarende held, en voor de kroost en echtgenote die hij tot zijn reis verplichtte, een nostalgische, bij wijlen anachronistische figuur. Vader was slecht gewapend voor de nieuwe tijden en mores, laat staan dat hij anderen veel kon geven. Bovendien, op het brood en het dak na, werd dat nooit van hem verwacht.

    Mohammed kwam daardoor naakter op de wereld dan de meesten, ontheemd en met geen andere belofte van grootsheid dan een haast potsierlijk klinkende naam. 'In de tweede klas van de lagere school heeft één vijfde van de allochtonen een taalachterstand die in veel gevallen niet meer wordt ingelopen', lees ik in een universitaire studie. Mohammed betaalt het gelag. Hij wordt onaanvaardbaar snel doorverwezen naar het beroeps- of technisch onderwijs, zelfs als hij beschikt over de cognitieve vaardigheden om als oogarts in plaats van als loodgieter door het leven te gaan.

    'Allochtone leerlingen hebben de neiging om zich in de eigen etnisch-religieuze groep op te sluiten', zo gaat het verder, 'terwijl onderzoek aangeeft dat hun slaagkansen op school en in het leven verdubbelen als ze dat niet doen'.

    Maar hoe moet dat dan? Mohammed, de schaduw van de Profeet, is een jongen zonder land, een burger die vaker wordt uitgespuwd dan omarmd. Hoe was de naam, zei u? De flateigenaar klonk beduidend minder vriendelijk toen hij niet Mertens maar Mernissi aan de lijn had. Mohammed had het over een jeugd in Molenbeek, de man hoorde Marokko en voorzag ogenblikkelijk overlast. Hordes luid snaterende familieleden, slachtklare schapen op benepen balkons, de al te luide songs van Oum Khaltoum op onmogelijke uren. 'Neen, het appartement op de tweede verdieping is niet langer te huur. Het huurcontract is net ondertekend'.

    En kijk naar de onderzoeken over discriminatie bij sollicitaties. Vaker dan niet krijgt Mohammed te horen dat de functie al is ingevuld, terwijl Jan een week later nog voor een gesprek wordt uitgenodigd.

    Ach, het hangt van jezelf af. Mohammed oppert het nadrukkelijk. Hij overtuigt er zichzelf van dat hij een universitair diploma zal behalen en alle clichés zal ontkrachten. Ik word de eerste Marokkaanse dokter uit mijn Brusselse straat, let maar op. Ja, de jongens waarmee ik ben opgegroeid zeggen dat ik een nicht ben, een verrader. Maar daar lig ik niet wakker van. Heus niet. Ik zie ze straks wel in mijn wachtzaal.

    Enige tijd later klinkt de jongen bedrukt. Het valt voor een Mernissi niet mee om met de Mertens in de klas bevriend te raken. Maar ik blijf proberen, het lukt vast wel. Mohammed zucht.


     Moge onze zoon vrij zijn, moge hij in zijn Eigen voetsporen treden, als de eerste stappen in verse sneeuw.


    28-05-2010 om 00:00 geschreven door Catherine Vuylsteke  


    Categorie:columns
    >> Reageer (0)
    27-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.FACING BRUSSELS - Mohammed nu
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Mohammed est numéro un depuis 2001. Le Prophète qui repose en terre saoudienne se réjouirait-il que son nom soit le plus porté, qu'il s'étale, colonne après colonne, dans le registre de naissances de la capitale de l'Europe? Mohammed arrive en tête, devant Adam, Rayan, Ayoub, Mehdi, Amine et Hamza.


     Un modèle de dévotion, de vertu et de sagesse. Puisse notre fils marcher sur Ses traces. Vœu pieux, rude réalité. Ce n'est pas si évident. Les enquêtes révèlent que Mohammed est souvent un citoyen de seconde zone dans le pays qui a accueilli ses parents comme travailleurs immigrés.

    Est-ce de sa faute? C'est son père qui est venu ici, quoique à moitié seulement. Dans sa tête, l'homme n'a pas oublié son village. Il a endossé une double identité: pour ceux qui étaient restés au pays, celle d'un héros lointain et prospère, et pour sa progéniture et son épouse, qu'il a contraintes au voyage, celle d'un être habité par la nostalgie, parfois en décalage. Le père était mal armé pour faire face aux nouveaux temps et aux nouvelles mœurs. Il n'avait pas non plus beaucoup à donner aux autres. À l'exception du gîte et du couvert, on n'a jamais attendu cela de sa part.

    Mohammed est donc venu au monde plus nu que les autres, déraciné, sans autre promesse de grandeur qu'un nom qui sonne un peu bizarrement. "En deuxième année primaire, un cinquième des allochtones accusent un retard linguistique qu'ils ne parviennent en général plus à rattraper", révèle une étude universitaire. Mohammed paie les pots cassés. Il est rapidement orienté vers l'enseignement technique et professionnel, même si ses compétences cognitives le prédestinent à devenir ophtalmologue, et non plombier.

    "Les élèves allochtones ont tendance à se renfermer sur leur groupe ethnoreligieux, lit-on, alors qu'une étude révèle que s'ils fuient le repli identitaire, ils multiplient par deux leurs chances de réussite à l'école et dans la vie."

    Mais comment s'y prendre? Mohammed, l'ombre du Prophète, est un jeune garçon sans patrie, un citoyen plus souvent conspué qu'enlacé. Comment avez-vous dit que vous appeliez ? Le propriétaire de l'appartement a l'air moins bienveillant quand il a un Mernissi au lieu d'un Mertens au bout du fil. Mohammed a passé sa jeunesse à Molenbeek, l'homme a fait l'amalgame avec le Maroc et a d'emblée entrevu les problèmes, le jacassement des hordes familiales, les moutons égorgés sur les balcons étroits, les envolées vocales d'Oum Kalsoum à des heures indues. Désolé, cet appartement au deuxième étage n'est plus à louer. Le bail vient d'être signé avec un locataire.

    Penchons-nous sur les études relatives à la discrimination à l'embauche. Plus souvent qu'à son tour, Mohammed s'entend signifier que le poste est déjà pourvu, alors que Laurent sera encore convié à un entretien une semaine plus tard.

    Ah, tout ça, ça dépend de vous, lance Mohammed. Il se convainc qu'il va décrocher un diplôme universitaire et démentir tous les clichés. Je serai le premier docteur marocain de ma rue à Bruxelles. Vous verrez. Oui, les garçons avec qui j'ai grandi me traitent de tapette, de traître. Mais cela ne m'empêche pas de dormir. Que nenni. Ils viendront bientôt faire la file dans ma salle d'attente.

    Un peu plus tard, le jeune homme n'a pas le moral. Il n'est pas facile, pour un Mernissi, de devenir copain avec un Mertens. Mais je persévère, ça finira bien par arriver. Mohammed soupire.

    Puisse notre fils connaître la liberté, puisse-t-il marcher sur Ses pas, comme les premiers pas sur la neige fraîche.

    27-05-2010 om 00:00 geschreven door Catherine Vuylsteke  


    Categorie:Articles en français
    >> Reageer (0)
    26-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.FACING BRUSSELS - Condensed Brussels
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    He calculates, door to door – from his own door in a suburb of Ghent to that of his office in the centre of Brussels – one hundred and five minutes. A daily eternity, one way. By bus to the station, train to Gent-Sint-Pieters, railway to Brussels and then metro or on foot through the streets of the city.


     Nor are they the most pleasing pavements or the most beautiful houses that greet him on the way. But rather a tired old station quarter, battered by the haste of time-conscious travellers and above all, by the megalomaniacal office buildings recently erected according to the iron-fast principle of good accessibility. Two hundred and ten lost minutes, two and a half football matches every day. ‘Oh well, it’s not so bad,’ he says. After 19 years he’s used to it. Only phenomenal delays and breakdowns in communication are enough to tip him off balance. Then he cusses and curses as the others do. ‘The train is always a bit like a holiday,’ sneers one, to which the others snigger in reply.

    At such unhappy moments, he imagines the motorways, inhabited by thousands of men and women locked inside prisons on wheels of varying grades of luxury and comfort. They get annoyed, pick their noses but don’t budge an inch.

    While the landscapes scarred by cottages and subdivided roadsides glide past the train window, he considers himself lucky. He has the time to quietly read his newspaper, to find out what’s on the box later on or just peruse the main headlines. Sometimes he runs into a familiar face in his carriage, a man or woman who would otherwise probably not strike up a spontaneous conversation about the weather, work, the kids but now feels compelled to do so.

    Door to door. He wouldn’t dream of swapping his door near Ghent for one in the capital of Europe. Not for all the money in the world. He will never love Brussels. (He hasn’t managed to in the first half of his life.) And how would he? His Brussels is a fusion of windswept rubbish, aggressive motorists and high-testosterone youth. A city of beggars who every day ask for a cigarette as soon as he exits the station looking for his lighter. He turns them down. They swear. A daily ritual. He shrugs his shoulders. Brussels is no place to hang around. He’ll soon be back on the train.

    His Brussels only exists on weekdays. It has no nights, no standing still, no enjoyment. It is condensed into a cluster of stations that are unworthy of a European capital and depressing metro stops where the aroma of Liege waffles forms a mélange with that of old urine. Ask him which of the city’s parks he likes best and he’ll reply with an empty gaze. Or take the fairytale Chinese Pavilion, the sultry greenhouse in the Botanical Gardens, the world-famous furniture of the Horta House, the fabulous view from the roof of the Musical Instrument Museum, the panoramic public life that descends from the Palace of Justice to the Marolles. These things do not even appear on the map in his head. He comes to Brussels every day but never touches it. He thinks door-to-door but the door to his heart forever remains locked tight.


    26-05-2010 om 16:35 geschreven door Catherine Vuylsteke  


    Categorie:In English
    >> Reageer (0)
    22-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.FACING BRUSSELS - Silent Heroism
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Trembling hands, callused and covered in sun spots. And higher up: bony shoulders, a shrunken stature. But behind that fragile façade lies hidden a silent heroism. Listen to the stories. They draw from the dark depths of child labour and sleeping on empty stomachs. Not complaining, not asking, but hanging on. Or they take root in the iron fist of dictatorship. Not speaking, not believing, but suppressing. It lasted until a chance came along. A way out, a way here. And often no way back. For a long time. Until the leaders lived no longer, until poverty threatened or until only the grave lay waiting.

    Some came to Brussels in the 1950s, the others a decade later, the last of them just yesterday. With nothing but the shirt on their backs and the dreams in their heads. Travelling on nothing but luck and worn sandals.

    The opportunity was a letter from a cousin, about excellent wages and wanted labour, in times when progress seemed unstoppable and papers didn’t mean a thing. Sometimes it was little more than a whispered rumour, a house built in the village from the ground up on overseas money. He must be doing well there, otherwise he’d never be able to build such a mansion… Someone else’s chance becomes theirs. He who dares, wins.

    For once it is the state that gives chances, that officially invites. That resettles. With people from camps and stranded political refugees, that is, after years of war and years of waiting. A new life given.

    For the children, above all, for the next generation. The present one is torn. It has had to leave its predecessor. Will I ever see you again, dearest mother? Will they come get you if they can’t find me? Will the money I send make up for my absence?

    Crushing choices, yesterday’s long shadows cast over the years to come. I couldn’t bring you with me, can you forgive me? Guilt, regret, despair. There was but one chance. My chance. Don’t complain, don’t speak, silent heroism behind a fragile façade.

    A barely audible sigh. And then gratitude towards the new homeland. For the education these men and women could often only dream of in their country of origin but can now offer their children here. For the housing, too, which they have managed to acquire with their arduous labour and humble lifestyle. And for the freedom and security of a democratic, just society. Am I from here or from there? Wings or roots? Oh, I don’t know. My country is a patchwork of memories, words and thoughts. My country is in my head.


    22-05-2010 om 00:00 geschreven door Catherine Vuylsteke  


    Categorie:In English
    >> Reageer (0)
    21-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.FACING BRUSSELS/MOMENTS CAPITAUX - Passeport social
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Les festivités sont un révélateur de nous-mêmes. Ressortissants d'un pays qui fête une victoire olympique, parents imaginaires d'une équipe de foot nationale qui gagne. (Arrière-)petits-enfants de tel ou tel prophète, fidèle d'une religion ou d'un culte qui se prétendent supérieurs.

    Elles nous présentent comme des musulmans, qui célèbrent la circoncision de leurs fils au cours de festivités qui laisseront un souvenir impérissable à toutes les personnes présentes. Elles nous confirment dans notre identité de chrétiens, qui louvoient entre vendredi saint, dinde de Noël, agneau pascal et branches de buis bénit.

    Bruxelles les subit toutes. Ou presque. Les traditions, les fêtes nationales, joyeuses ou malheureuses, et dans la plupart des cas, les événements historiques un peu sacrés qui ne sont pas fêtés ici, peu importe quand et où ils se sont déroulés.

    Il est à espérer que les fêtes fédèrent les individus, qu'elles dépassent les clivages des races, des nationalités, des idéologies ou de la foi. Espérer.

    Ce que nous fêtons et la façon dont nous le faisons sont comme un passeport social. Ils nous cataloguent, nous font revenir en arrière, à une époque passée, où il fallait encore poser des choix individuels conscients, aux communautés dont nous sommes originaires, que notre loyauté actuelle envers elles soit grande ou non.

    Ce qui incite les uns à se réjouir et à s'affirmer, suscitera souvent le mécontentement des autres.

    Il suffit d'écouter les commentaires désobligeants des autochtones à l'encontre de leurs collègues qui pratiquent le ramadan. La mauvaise humeur des fumeurs qui doivent s'abstenir temporairement de leur cigarette, la fatigue perpétuelle, l'augmentation de l'absentéisme. Interrogez les homos et les lesbiennes qui se disent oui à l'hôtel de ville. Souvent, leur cortège qui traverse les petites rues est hué par des jeunes désœuvrés à l'esprit étroit.

    Voyez le désespoir et la soumission dans les églises messianiques et lisez les études sociologiques sur ces formes intolérables de manipulation et de charlatanisme. Captez l'humeur de la rue: chaque fois que le ballon rond monopolise le petit écran et les pensées de millions de spectateurs, les coups de klaxon de joie des uns valent aux autres des nuits blanches et des frustrations.

    Bruxelles est de toutes les célébrations, sous la pluie, dans le brouillard, sous la neige, le soleil ou la grêle. Aucun mystère ne nous est épargné. Les familles, les clubs, les quartiers, les communautés font la fête. Ils le font chacun dans leur coin, à côté, tout contre mais jamais ensemble. En râlant sur les autres.

    Bruxelles fait la fête, mais si rarement comme Zinneke, ensemble. Mon Zinneke, ton Zinneke, le nôtre. Une parade au cœur à cœur, par la ville et à travers elle. Une fête du Bruxelles dont nous rêvons.

    21-05-2010 om 00:00 geschreven door Catherine Vuylsteke  


    Categorie:Articles en français
    >> Reageer (0)
    19-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.FACING BRUSSELS - social passport
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Festivities define us. As inhabitants of a country caught up in the fever of Olympic gold or as the imaginary kin of a winning national football team. As (great) grandchildren of these or any other prophets or as followers of a claimed superior religion or conviction.

    They display us as Muslims who celebrate the circumcision of their sons with festivities that will be talked about by those present forever. Or they confirm our identity as Christians who jump from fish on Fridays to Christmas turkeys, from martyrdoms to resurrections, Easter lambs and palm branches. Brussels plays host to them all. Or at least almost. It is rare for such traditions and national commemorations not to be celebrated in the city, be they joyful or solemn and in most cases based on somewhat twisted historical facts and regardless of where or when they took place.


     You would hope that festivities would bring us together, that they would transcend our race, nationality, ideology or faith. You would hope.

    What and how we celebrate, however, define us like some kind of social passport. They classify us, lead us back to a past when the idea of making up one’s own mind was yet to be invented. To our communities of origin, regardless of how enormous or how limited our present-day loyalty may be.

    Moreover, what inspires joy and affirmation in one man will not uncommonly inspire discontent in others. Listen to the petty remarks around the office about colleagues who observe Ramadan. The bad temper of temporarily abstinent smokers, the eternal fatigue, the burgeoning instances of sick leave. Ask the homosexuals who say ‘I do’ to their chosen love at the Town Hall only to be booed by narrow-minded youth just a few streets further. Consider the despair and dispossession in the Messianic churches and read the destructive sociological studies about ‘such intolerable forms of manipulation and deception’. And read the street humour: every time king football appears on the screen and monopolises the minds of millions, the hooting glory of one side ends in the sleepless frustration of the other.

    Brussels celebrates everything, come rain, hail, fog, snow or shine. We are spared no mystery. Families celebrate, clubs celebrate, neighbourhoods celebrate, communities celebrate. They mainly do it in compartments, though: alongside and gratingly against but never with one another. And often with disdain for one another. Brussels celebrates but so rarely, as in the Zinneke Parade, together. My Zinneke, your Zinneke, our Zinneke. A parade from heart to heart, through and of the city. A celebration for the Brussels of our dreams.

    19-05-2010 om 22:26 geschreven door Catherine Vuylsteke  


    Categorie:In English
    >> Reageer (0)
    15-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.FACING BRUSSELS/MOMENTS CAPITAUX- Le fast-food de l'imaginaire
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Le fast-food de l'imaginaire


    "Tu n'as rien oublié? Le bus nous attend." La touriste chinoise emboîte prestement le pas à son mari en nage. Elle le débarrasse des marchandises qu'ils viennent d'acheter puis ils se dépêchent ensemble derrière le groupe qui visite l'Europe en dix jours. Nous sommes mardi, donc nous sommes à Bruxelles.

    Ils savent ce qu'il leur faut. C'est écrit noir sur blanc dans leur guide de voyage en chinois: chacune des rues de la ville fleure bon le chocolat. Et le guide poursuit: "Toutes les échoppes vendent cette friandise légendaire, souvent élevée au rang d'œuvre d'art. La palme de la popularité revient aux pralines, toutes sans exception fabriquées à la main. La Belgique produit 172.000 tonnes de chocolat par an. Même le plus petit village accueille une chocolaterie aux étalages garnis des pralines les plus raffinées."

    En matière de tourisme, les Chinois débutent. Pendant trente ans, ils ne sont pas sortis de chez eux et il aura fallu attendre le début du XXIe siècle pour qu'ils puissent obtenir facilement un visa Schengen. Handicapés par la muraille de Chine de la langue, ils voyagent désormais en groupes ressemblant à une procession fatiguée allant de merveille du monde en merveille du monde. D'une Tour Eiffel à l'autre. Jour après jour, insouciants: une photo par-ci, un souvenir par-là. Quoi? Où? Combien? Tout est expliqué dans le guide.

    Quoique... Y est-il écrit que le Manneken-Pis se prénomme Julien, qu'il a près de quatre cents ans et qu'à l'origine, il s'agissait d'une curieuse fontaine à vin installée à la table de banquet du roi? Le guide rapporte-t-il que le petit bonhomme de la rue de l'Étuve n'est qu'une réplique de l'original, à l'abri dans un musée bruxellois? Associe-t-il Julien au bombardement qui, sur ordre de Louis XIV, ravagea un quart de la ville en 1695? Julien s'insurgea alors de manière toute personnelle et posa des actes que la statutaire évoque rarement. Écrire des lettres, par exemple, qui restèrent toutefois vaines.

    Qu'importe, les touristes ne sont pas là pour apprendre ou découvrir. Après tout, c'est censé être des vacances. Bruxelles est la capitale de Julien et du chocolat et cela suffit aux touristes. Ajoutez l'Atomium et le circuit en bus au gré de quartiers emblématiques et voilà la journée pliée.

    Dans le fast-food de l'imaginaire, le repas est servi prémâché. Encore que... C'est une question de prestige social, il s'agit d'apporter la preuve d'un lointain périple et, dès lors, d'étaler sa richesse.

    Je ne peux pas m'empêcher de repenser au riche homme d'affaires qui, il y a quelque temps, avait partagé mon compartiment dans le train de nuit pour Shanghai. Bruxelles? Son visage s'était éclairé. Bien sûr, il y était allé. Avec sa femme, son enfant et les cinquante autres touristes du groupe. Il se souvient qu'il pleuvait, que la nourriture était mauvaise et que le café coûtait les yeux de la tête. "Des crottes de chien jonchaient les trottoirs", avait-il ajouté en riant. "On est mieux en Chine. Mais allez essayer d'expliquer ça à ma femme!"


    15-05-2010 om 00:00 geschreven door Catherine Vuylsteke  


    Categorie:Articles en français
    >> Reageer (0)
    14-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.FACING BRUSSELS (II) - Bij en weg - niet bij te houden
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Bij en weg, niet bij te houden


    Het rode en het groene mannetje. Ze obsederen hem, toch als zij niet thuis is. Naar de winkel gaat ze, retour vier mannetjes ver. Naar de bank. Twee maar. Naar hun vriendin, wel tien. Hij tuurt door het raam naar de wachtenden aan de bushalte. Zijn gerimpelde handen trillen. In gedachten is hij bij haar en bij de onvoorspelbaarheid van het mannetje:

    De mannetjes zijn de bazen van de zebra’s. Die had je vroeger niet in Brussel. Er waren véél ratten, een decent aantal katten en honden, een hamster hier en daar en een enkele goudvis die de tocht van de kermis naar huis had overleefd. Maar geen zebra’s.

    Ach, het geldt voor zoveel dingen. Voor metrolijnen, wolkenkrabbers, verkeersagressie, mp3-spelers, niet-Europese talen en mensen, nachtwinkels, internetcafés, uitzendkantoren en strijkcentrales. Er is zoveel bij, het is niet bij te houden. En nog meer is weg.

    Het Brussel van haar jeugd werd dat van Europa. Onteigend. Er kwamen gaten in de stad, bouwputten waarin huizen en levens verdwenen. Met wat ervoor in de plaats kwam, kan ze niet veel.

    Vroeger is weg, opgeborgen, ongrijpbaar. Er gaan geen mannetjes of zebra’s naartoe. Zo is het en niet anders, eerst gaan de levens haperen, daarna zelfs de herinneringen. snel groen, nog gauwer rood.

    Ik zie haar aan de overkant van de straat. Ze kijkt op en aarzelt. Even gaat haar wandelstok de lucht in, ze schuifelt het asfalt op. Twee stapjes wit, twee niet. Geconcentreerd kijkt ze naar de grond en zwoegt voort. Ze heeft niet in de gaten dat het mannetje op rood is gesprongen tot er een discotheek op wielen nadert.

    Ze mogen niet klagen, ze houdt het hem altijd weer voor. Maar het helpt niet. Bij en weg zijn een schier onmogelijke onderhandeling geworden. In zijn gestaag krimpende wereld is er geen centimeter vrij. Voor nieuwe woorden en dingen evenmin als voor de namen van oude fenomenen en liefdes. Alles wordt kleiner, zijn gestalte evengoed als zijn toekomst. Tussen de tafel, de sofa en het bed laveert hij, zijn levensdiameter gereduceerd tot enkele vierkante meter.

    Alleen op zaterdag- en woensdagmiddag gaan ze samen de deur uit. Dan belt de taxichauffeur stipt om halfeen aan en vertrekken ze naar Chez Madeleine. Naar vroeger is dat, en naar bekende rituelen.

    Bij het binnenkomen kussen ze de vaste gasten één voor één. Nog voor ze hun ereronde hebben beëindigd, staan de witte martini’s en zijn favoriete aperitiefkoekjes op tafel. Vervolgens komen de dagschotels, de glazen witte wijn, twee elk, en tot slot koffie met gebak. Op woensdag spelen ze met oude vrienden een partijtje kaart, op zaterdag danst zij met mannen die beter te been zijn dan haar echtgenoot.

    Om een uur of vijf brengt de taxi het aangeschoten paar naar huis. We kunnen er weer tegen, zegt ze als afscheid tegen de chauffeur die haar man voorzichtig uit de auto helpt.

    Ze mogen niet klagen. Op de Madeleine-dagen helemaal niet en tijdens de rest van de week evenmin. Ze zegt het vaker dan hij wil, ze wil dingen die hij niet kan. Over zijn heup en zijn geheugen dramt hij nogal door, over de mannetjes, de hoge euro-prijs van de dingen en de groeiende onveiligheid op straat.

    Het wordt niet meer beter. Soms lijkt het of de scheurkalender van zijn leven bij de laatste rafelige blaadjes is aanbeland, maar de aan hem verknochte eigenaar laat hem nog even hangen. Hoelang nog?

    Alles gaat voorbij, ze zegt het zuchtend. Bij en weg. Maar ze zijn gelukkig met elke dag die ze nog krijgen. Die met martini en die zonder. Die met elkaar.


    14-05-2010 om 00:00 geschreven door Catherine Vuylsteke  


    Categorie:columns
    >> Reageer (0)
    13-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.FACING BRUSSELS II - Coming and going, impossible to keep track
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Coming and going, impossible to keep track


    Little red man. Little green man. He is obsessed with them, at least when she isn’t home. She goes to the shop, there and back: that’s four little men. To the bank: just two. To her girlfriend’s: that’s ten. He peers out of the window at the people waiting by the bus stop. His wrinkled hands tremble. In his thoughts, he is with her, amidst the unpredictability of the little man: green before you know it and red even faster.

    I see her across the road. She looks up and hesitates. She momentarily waves her walking stick in the air, and shuffles over the asphalt. Two steps of white. Two not. Concentrated, she looks at the ground and heaves herself forwards. She hasn’t realised the little man has turned red until a discotheque on wheels approaches.

    The little men are boss of the zebras. They, too, are newcomers to Brussels. There were many rats, a decent number of cats and dogs, a hamster here and there and a few goldfish that had survived the trip from the fair back home. But no zebras.

    Oh, I suppose the same goes for many things. For metro lines, skyscrapers, road rage, MP3 players, non-European languages and people, internet cafés and ironing centres. So much has come, you can’t keep track. And even more has gone.

    The Brussels of her youth became the Brussels of Europe. Appropriated. Holes appeared in the city, construction sites that swallowed up whole houses and the lives that used to inhabit them. And the things that have come in their place make no sense to her.

    The past is gone, packed up, out of reach. No little men or zebras lead there. That’s the way it is. First the lives disappear, then the memories.

    They can’t complain, she constantly tells him. But it doesn’t help. Coming and going have become a nigh impossible negotiation. In his steadily shrinking world, there is not an inch of space. No room for new words or things, or even the names of things and loves gone by. Everything shrinks, his stature as much as his future. Between the table, the sofa and the bed, he sails. His world has been reduced to just a few square metres.

    Only on Saturdays and Wednesday afternoons do they leave the house together. The taxi driver rings the bell at half past twelve without fail and they make their way to Chez Madeleine. To the past, that is, and a few familiar rituals.

    They greet the regular guests with a kiss, one by one. Even before they’ve finished their lap of honour, the dry martinis and the man’s favourite snacks are on the table. Then come the dishes of the day, the glasses of white wine, two each, and to finish: coffee and cake. On Wednesdays, they play a round of cards with old friends, on Saturdays she dances with men more steady on their feet than her husband.


     At around five o’clock, the taxi brings the tipsy couple back home. That ought to keep us going, she says in parting with the driver, who helps her husband out of the car.

    They can’t complain. Certainly not on Madeleine days and no more during the week. She says it a bit too often for his liking. She wants things he can’t do. He can rattle on a bit about his hip and his memories, about the little men, the price of things in euro and the growing insecurity on the streets.

    Things don’t get better. Sometimes it’s as if the tear-off calendar of his life has reached its last few crumpled pages but continues to hang precariously from its hook.

    Everything passes, she says with a sigh. Comes and goes. But they are happy with every day they are given. Those with and without martinis. Those with each other.

    13-05-2010 om 00:00 geschreven door Catherine Vuylsteke  


    Categorie:In English
    >> Reageer (0)
    12-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.FACING BRUSSELS
    Klik op de afbeelding om de link te volgen


    Tv-journaals tonen een deerniswekkend Brussel. Kijkcijferaxioma’s en mentale vetzucht versmalden het beeld van de stad tot een oord van verloren jongeren, van metromoordenaars en schietgraag ongeregeld. Af en toe duikt zelfs een islamist voor de lens op, met sinterklaasbaard, witte tennissokken en een louter auxiliair persoon in niqab.

    Ach, wat wil je, de zalige zomerterrassen, de prachtige pleinen met banken en oude bomen, de glooiende gazons van uitgestrekte parken, de onovertroffen kunstcollecties en het overdonderende aanbod van lekkernijen uit de hele wereld halen ook elders doorgaans het nieuws niet. Die van Brussel staan wel in een lijstje, of tenminste, ze verklaren de veertiende plaats van de stad in de index van meest aangename steden om te wonen. Net na Amsterdam maar 18 plaatsen hoger dan Parijs en 24 hoger dan Londen.

    En toch is het geen eenvoudige liefde, die voor Brussel. Grimmig en gemoedelijk, chic en armoedig, grauw en groen, veelbelovend en deprimerend, deze stad is het allemaal.

    Brussel laat zich lezen als een mozaiek van glassplinters die veel of minder licht weerkaatsen, naargelang je positie. Als toerist, forens of bewoner. Als dakloze, nobele of eurocraat. Hij die hier geboren werd, ziet het anders dan de migrant die van ver of van dicht kwam, in eerste, tweede of derde generatie.

    De stad is meervoud. Mijn pas gearriveerde Algerijnse homovriend Ali woont in een ander Brussel dan ik. Hij vertelt over de blikken en de verwensingen die zijn fleurige bermuda in zijn Kuregemse wijk opleverde en over het jonge buurmeisje uit Luik, wiens eeuwige glimlach door de omwonenden als hoerigheid wordt uitgelegd.

    Hier wil ik wonen, zegt hij, de voetgangers op het zebrapad van de Elsense buurt Ma Campagne nakijkend. Tienermeisjes in hotpants en felgekleurde kousen bespreken de recente conversaties met hun liefjes, een Afrikaanse oma schuifelt moeizaam de straat over en aan de overkant staat de uitbater van een alternatief restaurant te flirten met een vriendje.

    Als een eilandenarchipel omschrijft deze nieuwe Brusselaar zijn stad, als een cluster van gemeenschappen waartussen veel water vloeit en weinig bruggen bestaan. Dat zijn oordeel te hard, te snel, te simpel is, probeer ik hem uit te leggen, met het verhaal van een Haïtiaans geadopteerd meisje van elf. Ze volgde een week lang stage in de Brusselse Rand. Pas op de voorlaatste dag, verzekerde ze ons, ging de homogeen blanke groep normaal met haar om. In mijn Brussel, poneerde ze met grote stelligheid, gebeuren zulke dingen niet. Daar weten ze dat zwart niet de kleur is van je hart.

    Haar Brussel is het mijne, de stad die is en die wordt. Gemaakt door de moeders en de vaders, de opa’s en oma’s, de leraren, de automobilisten, de vuilnismannen, de tram-, bus- en metrobestuurders, de stemplichtigen én de mensen zonder papieren. Met onze armoede, onze blindheid, onze arrogantie, onze tirannie. En met het tegendeel van dit alles.



    12-05-2010 om 16:43 geschreven door Catherine Vuylsteke  


    Categorie:columns
    >> Reageer (0)
    11-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.FACING BRUSSELS
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    TV news shows depict a pitiful side of Brussels. Ratings axioms and mental laziness have reduced the city to a conglomeration of troubled youth, lawless murderers and trigger-happy gangsters. Now and then we see a Muslim extremist appear before the camera, sporting a Santa Claus beard, white tennis socks and a purely auxiliary person dressed in niqab.

    Oh well. What do you expect? The glorious summer terraces, the beautiful squares with benches and ancient trees, the glowing lawns of wide-spread parks, the renowned art collections and the overwhelming array of culinary delicacies from all over the world are not newsworthy anywhere else either. Those highlights of Brussels however, do explain why the city comes in fourteenth in the list of the most agreeable cities to live in. Just under Amsterdam but 18 positions higher than Paris and 24 above London. And yet, it is no easy love affair. Grim yet grand, posh yet poor, grey and green, delightful and depressing, this city is all that.

    Brussels is like a mosaic of shards of glass, each reflecting varying degrees of light, depending on how you look at it. As a tourist, commuter or resident. As homeless, aristocrat or eurocrat. Those born here look at things differently than migrants - from near and far - of first, second or third generation.

    The city is plural. My newly arrived gay Algerian boyfriend Ali lives in a different Brussels than me. He tells of the looks and insults his colourful shorts inspire in Kuregem and of the young girl next door from Liège whose smile is interpreted by neighbours as whorishness.

    This is where I want to live, he says, while watching the pedestrians on the zebra crossing in Ma Campagne in Elsene. Teenage girls in hot pants and brightly coloured stockings discuss recent conversations with lovers, an African grandmother shuffles laboriously across the street and the owner of an alternative restaurant is flirting with a friend.

    This new Bruxellois describes his city as an archipelago, a cluster of island communities surrounded by lots of water but few bridges. I try to explain that his judgement is too hard, too quick, too simple. I recount the story of an 11 year old adopted Haitian girl. She followed a week-long course on the outskirts of Brussels. Only on the second last day, she assured us, did the group of otherwise entirely white people treat her normally. In my Brussels, she claimed with absolute certainty, such things do not happen. There, they know that black is not the colour of your heart.

    Her Brussels is mine. The city that is and the city that becomes. The city made by mothers and fathers, grandmothers and grandfathers, teachers, rubbish collectors, tram, bus and metro drivers, citizens and people without papers. With ourpoverty, our blindness, our arrogance, our tyranny. And with the opposite of all this.


    11-05-2010 om 22:26 geschreven door Catherine Vuylsteke  


    Categorie:In English
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MOMENTS CAPITAUX
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Les JT dressent un portrait navrant de Bruxelles. Les chiffres d’audience et la paresse mentale ont rabaissé l’image de la ville à un lieu peuplé de jeunes désœuvrés, d’assassins de métro et de petites frappes à la gâchette facile. Parfois, un islamiste est mis sous le feu des projecteurs, avec sa barbe de saint Nicolas, ses chaussettes de tennis blanches et son ombre en niqab.


     Que voulez-vous, les terrasses ensoleillées où il fait bon s’attabler, les jolies places garnies de bancs et d’arbres centenaires, les pentes gazonnées des immenses parcs, les collections d’art célèbres dans le monde entier et l’étalage infini de gourmandises venues des quatre coins du monde, ailleurs, on n’en parle pas non plus dans les médias. Les atouts de Bruxelles sont nombreux. Ils expliquent notamment sa quatorzième place dans l’indice des villes les plus agréables à vivre. Juste après Amsterdam, mais 18 places plus haut que Paris et 24 plus haut que Londres.

    Pourtant, aimer Bruxelles n’est pas si simple. Tantôt exécrable, tantôt bon enfant. Tantôt chic, tantôt pauvre. Tantôt grise, tantôt verte. Tantôt euphorique, tantôt déprimante. Cette ville est tout à la fois. Bruxelles est comme un kaléidoscope qui laisse entrevoir quelque chose de différent selon la position où on se trouve. Qu’on soit touriste, banlieusard ou habitant. Sans-abri, noble ou eurocrate. Celui qui est né ici voit les choses autrement que l’immigré qui est venu de loin ou de près, représentant de la première, de la deuxième ou de la troisième génération.

    Cette ville est plurielle. Ali, mon copain homo algérien fraîchement débarqué dans la capitale, habite un autre Bruxelles que moi. Il me parle des regards et des imprécations que son bermuda fleuri suscite dans son quartier de Cureghem et de la jeune voisine liégeoise dont l’éternel sourire est interprété par les gens du quartier comme une incitation à la débauche. Je veux habiter ici, me confie-t-il, en regardant passer les piétons sur le passage clouté de Ma Campagne à Ixelles. Des jeunes filles en mini-shorts et bas de couleurs vives qui évoquent les conversations récentes avec leurs petits amis, une mama africaine qui traverse péniblement la rue ou le tenancier du restaurant alternatif d’en face qui fait du plat à une amie.

    Ce nouveau Bruxellois décrit sa ville comme un archipel, un conglomérat de communautés où beaucoup d’eau passe sous trop peu de ponts. J’essaie de lui faire comprendre que son jugement est trop acerbe, trop rapide et trop simpliste en lui relatant l’histoire d’une petite fille haïtienne adoptée de onze ans. Une semaine durant, elle a suivi un stage en périphérie bruxelloise. Elle nous a confié qu’il a fallu attendre l’avant-dernier jour pour que le groupe homogène de blancs l’aborde enfin normalement. Dans mon Bruxelles à moi, martela-t-elle, ça ne se passe pas comme ça. Là, on sait que votre cœur n’est pas de couleur noire. Son Bruxelles est le mien, une ville qui est et qui devient. Forgée par les mères et les pères, les grands-pères et les grands-mères, les enseignants, les automobilistes, les éboueurs, les conducteurs de tram, de bus et de métro, les électeurs et les sans-papiers. Avec sa pauvreté, sa cécité, son arrogance et sa tyrannie. Et avec tout son contraire.


    11-05-2010 om 22:26 geschreven door Catherine Vuylsteke  


    Categorie:Articles en français
    >> Reageer (0)
    26-04-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.CHINA - sjouwers voor de oorlog
    Illustere onbekenden in de geschiedenis van de Grote Oorlog zijn het, de 140.000 Chinese arbeiders die in dienst van de Fransen en de Britten werden geronseld voor civiele taken. De schitterende nieuwe tentoonstelling 'Sjouwers voor de oorlog' in het Ieperse Flanders Field  geeft deze jonge boeren uit de provincies Shandong en Hebei nu een eigen stem.

    Dat er ingezetenen van de Britse en Franse kolonies als slachtvee werden aangewend in oorlogen die volstrekt de hunne niet waren, is bekend. De verhalen van Indiase rajput-prinsen die met hun volbloedpaarden omkwamen in de vochtige, koude loopgraven van de Westhoek, zijn legio. Dat ook 140.000 jonge Chinese boeren hun bijdrage leverden aan de Grote Oorlog, waarvan er meer dan 2.000 in ons land omkwamen, is nauwelijks geweten. “Je zou kunnen zeggen dat ze meteen na de Tweede Wereldoorlog al in coulissen van de geschiedenis verdwenen”, legt sinoloog en vertaler Philip Vanhaelemeersch uit. “De Chinese overheid stuurde een delegatie naar de Vredesconferentie van Parijs, met het argument dat hun 140.000 landgenoten een bijdrage aan de oorlog hadden geleverd en dat ze recht hadden op vijf zitjes aan de onderhandelingstafel. Die bijdrage werd ogenblikkelijk weggewuifd, en van de Chinese hoop om de Duitse concessies in Qingdao, aan de oostkust, terug te krijgen nu dat land was verslagen, kwam er evenmin wat. De dominante landen hadden de zaak al op voorhand onderling geregeld en aldus gingen de Duitse handelsconcessies over in Japanse handen, wat in China aanleiding gaf tot de 4 Mei-beweging tegen de oneerlijke verdragen. Bij de tachtigste herdenking daarvan, op 5 mei van vorig jaar, werd in China zelf voor het eerst een zesdelige documentaire uitgezonden over het lot van die 140.000 arbeiders'.
    Wie waren die mannen, die vanaf begin 1917 naar Europa werden verscheept, om drie jaar later terug thuis te arriveren? En hoe vrijwillig was hun vertrek? “Kijk, het waren rurale migranten die voorheen ook al ver van huis werkten. De meesten waren in het noordoostelijke Mantsjoerije tewerk gesteld en toen ze bij hun jaarlijkse vakantie van Chinees Nieuwjaar 1917 overal posters zagen opduiken waarin arbeiders werden gezocht voor Europa, met een deugdelijk contract en een hoger loon dan ze voorheen verdienden, aarzelden de meesten niet. Er was hen wel niet verteld dat ze naar een oorlogsgebied reisden, alleen dat ze daar zouden worden ingezet bij het laden en lossen in havens, alsook bij het herstel en de aanleg van (spoor)wegen. De Britten onderwierpen de kandidaten aan een medische test, waarbij mensen met venerische ziektes, longaandoeningen en trachoom, een oogziekte die uitendelijk blindheid oplevert, werden afgekeurd. Vervolgens begon een zeereis van gemiddeld twee maanden, die veelal in het Franse Le Havre eindigde.
    In één geval eindigde de maritieme overtocht in een ramp. Op 17 februari 1917 werd de ATOS op 200 zeemijl ten oosten van Suez getorpedeerd door een Duitse onderzeeër. Meer dan 500 opvarenden lieten daarbij het leven. Bovendien bleek achteraf dat die arbeiders gerecruteerd waren zonder medeweten van de Chinese overheid, door Franse private instanties. Wie is omgekomen, is nooit geweten, er waren geen namenlijsten. De Britten daarentegen, die in totaal 94.000 Chinezen recruteerden, hielden nauwgezet registers bij en voorzagen hun arbeiders ook van deftige contracten, waarin zelfs werd gestipuleerd hoeveel gram ze van verschillende etenswaren zouden krijgen. Bovendien werd een deel van het loon rechtstreeks aan de familie thuis uitbetaald. En dat was wellicht maar goed ook, want toen de arbeiders in het voorjaar van 1920 terug thuis aankwamen, bleek de Chinese munt fel te zijn gedevalueerd en de in West-Europa via spaarkassen opgepotte centen, waren nauwelijks nog wat waard.

    China wilde graag

    Het lijkt op zich gek dat zowel de Fransen als de Britten werklui ronselden aan de andere kant van de wereld. 'Dat was eerder natuurlijk ook al gebeurd, met de Chinese koelies die de spoorwegen in Noord-Amerika moesten aanleggen of de Britse spoorlijn in Zuid-Afrika, wat een ware zaak van slavernij werd. Deze recrutering was anders. Enerzijds wilde de Chinese overheid graag deelnemen aan de Grote Oorlog, om de Duitsers van de kust van Shandong te verjagen maar tegelijk beschikte ze niet over de middelen om contingenten soldaten te sturen en dat beseften de westerlingen erg goed. Deze indienstneming voor drie jaar (bij de Britten) of vijf (bij de Fransen) was een goedkope oplossing: China deed zogenaamd mee en het kostte de overheid geen geld.
    Dat Parijs en Londen besloten om te recruteren had alles te maken met de slag bij de Somme, waarbij tienduizenden doden vielen, waardoor er een groot tekort aan de vuurlinie ontstond. Daarvoor werden mensen weggehaald uit de civiele onderdelen van de oorlogsmachine: zij die in de munitiebedrijven werkten, of die wapens losten in de havens. Het tekort dat daardoor weer ontstond, werd met Chinese arbeiders opgevuld.
    De Chinezen vormden een soort van vliegende brigades, ingedeeld in compagnieën van elk 500 arbeiders, voorzien van twee tolken. Dat waren studenten, meegelokt met de belofte dat ze nadien een studiebeurs voor de een of andere Europese universiteit zouden krijgen. Het zou een loze belofte blijken.
    Er braken vaak onlusten onder de arbeiders uit, met name als de beloftes inzake eten niet werden nagekomen. 'De beste stok achter de deur blijkt de dreiging met repatriëring, wat de meesten koste wat het kost wilden voorkomen'.
    Werken aan wegen, in munitiefabrieken of in havens, het lijkt acceptabel. Maar eenmaal de wapens zwegen, wachtte de Chinezen nog een verschrikkelijk karwei. Zij zijn het die Flanders Fields hebben mogen opruimen en het is precies in 1919 dat het gros van de doden onder de arbeiders viel, als springtuigen alsnog ontploften, bij het klaren van de vroegere linies.


    26-04-2010 om 00:00 geschreven door Catherine Vuylsteke  


    Categorie:China
    >> Reageer (0)
    23-04-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.JAPAN - Eén burger op zes leeft in armoede
    Wie zoals Japankenner Luc Van Haute regelmatig naar Tokio of andere Japanse steden reist, ziet de blauwe tenten van daklozen langs rivieroevers en in parken hand over hand toenemen. Maar Japan heeft zichzelf lange tijd niet in andere termen willen omschrijven dan als een uniforme middenklassenatie die bij een fenomeen als armoede dacht aan lompen en grote honger in andere landen. Het was ook een kwestie van niet willen zien: de eerste studie, van de OESO notabene, die aangaf dat Japan een vergelijkbaar armoedeprobleem heeft als de VS, werd in 2006 door de media genegeerd. Nochtans, de plaatselijke OESO-afdeling had ervoor gezorgd dat er ook een Japanse vertaling van het onderzoek verscheen.
    In de herfst van vorig jaar kwam Tokio, onder de nieuwe regering van premier Hatoyama, met een eigen statistiekje: 19 miljoen Japanners, ofte 15,7 procent van de bevolking, verdienen met een gezin met twee kinderen minder dan 1.370 euro per maand. De allerkwetsbaarste groep, zo bleek, was die van de 5 procent alleenstaande moeders. Niet minder dan twee op de drie leven in armoede, tegenover 11 procent van de doorsneebevolking.
    Omstreeks diezelfde tijd kreeg de studie 'Kinderarmoede' van professor Aya Abe grote aandacht. Abe hekelde vooral de geringe inspanningen van de overheid inzake onderwijs: met 0,5 procent van het bnp een cijfer dat veel lager ligt dan dat van de meeste rijke landen. "Het onderwijsbeleid versterkt de welvaartskloof en breidt ze uit. Bovendien spreekt men verkeerdelijk van studentenbeurzen", aldus Abe. "De waarheid is dat je louter een studielening kunt krijgen, die absoluut moet worden terugbetaald."
    Columnist Philip Brasor van de Japan Times speelde op de kwestie in. Hij zei "eindelijk te begrijpen waarom het bezoek van de Amerikaanse first lady, Michelle Obama, aan de Noord-Londense school voor achtergestelde meisjes in de hele wereld werd verslagen maar in Japan geen aandacht kreeg. Dan had men immers moeten vertellen dat een kind uit een arbeidersfamilie als Obama het met de hulp van studiebeurzen tot juriste heeft geschopt, wat in Japan niet mogelijk is. Sterker nog, de Japanse media berichten nu over scholen die in toenemende mate de diploma's van hun afgestudeerden inhouden omdat hun ouders het schoolgeld nog niet volledig hebben betaald."

    Dure bijles
    In theorie kunnen Japanse kinderen na het 'gratis' verplichte onderwijs tussen zes en vijftien jaar relatief goedkoop naar het hoger middelbaar. Alleen, de goedkope staatsscholen hanteren een systeem van toelatingsexamens en alleen wie zijn zoon of dochter al vanaf het lager onderwijs naar dure bijlessen stuurde, ziet de kroost ook slagen voor die test. Armere ouders zijn bijgevolg aangewezen op privéscholen, die veel duurder zijn en bovendien van een lager niveau.
    Bijgevolg moeten niet weinig vaders en moeders extra jobs aannemen om de studies van zoon- of dochterlief te betalen. Of: ze zien hen voortijdig van school gaan, waarmee ze net zoals hun ouders gedwongen zijn tot een slecht betaalde, onstabiele baan. En aldus wordt de armoede generationeel doorgegeven.
    "Het grote probleem ligt bij de keuzes die de Japanse politici, bureaucraten en machtige zaakvoerders in de jaren zestig hebben gemaakt", legt Luc Van Haute uit. "Op dat moment werd ervoor geopteerd om de sociale zekerheid, in goede confucianistische traditie, te beschouwen als een verantwoordelijkheid van bedrijven voor hun werknemers. In ruil voor levenslange tewerkstelling en zorg zouden die laatste bijzonder toegewijde sarariman (een verbastering van salaryman) blijken, die avond- noch weekendwerk schuwden. Sinds de economische bubble begin jaren negentig is gebarsten, verloren talloze mensen hun baan en aangezien niet weinig bedrijven failleerden, viel er in termen van sociale zekerheid weinig te verwachten.

    Nihilisme
    "Bij de generatie van huidige twintigers heerst een groot nihilisme: ze zagen pa zijn hele leven hard zwoegen voor het bedrijf dat hij onfeilbaar achtte en toen hij vijftig werd, belandde de man op straat", zegt Van Haute. "Tal van gezinnen konden de hoge hypotheken die ze in betere tijden hadden afgesloten, niet langer betalen en in sommige gevallen eindigde de sarariman van weleer gewoon in een blauwe tent in het park."
    Van Haute doet de huidige regering af als oude wijn in nieuwe zakken. "Het gros van de kopstukken van de Japanse Democratische Partij, die bij de laatste verkiezingen een overweldigend succes boekte, zijn oude getrouwen van de Liberaal Democraten die Japan nagenoeg in de hele naoorlogse periode bestuurden. Maar zelfs als Hatoyama echt verandering zou willen brengen, dan valt het niet mee om dit systeem te veranderen. Oké, hij zou de huidige werkloosheidsuitkering kunnen optrekken van maximaal zes maanden tot drie of vier jaar. Maar het uitwerken van een totaal andere vorm van sociale zekerheid is niet eenvoudig. En die bereidheid is er ook niet binnen zijn bijzonder heterogene kabinet."
    Tegelijk blijkt dat de meeste Japanners zichzelf niet graag als arm omschrijven. Niet alleen mijdt de overheid de term 'armoedebestrijding' maar bovendien hebben de meeste burgers de neiging om hun problemen voor zich te houden.
    "Als je zelf gaat verklaren dat je arm bent, dan werk je ook je eigen sociale isolatie in de hand en dat wil niemand", aldus een weduwe met een dochter in een interview met de Amerikaanse correspondent Martin Fackler.

    23-04-2010 om 17:47 geschreven door Catherine Vuylsteke  


    Categorie:OOST-AZIE
    >> Reageer (0)
    18-04-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.RUSLAND - To Russia without love
    "Dit kind is mentaal onstabiel en gewelddadig. Het heeft psychopatische kenmerken. Ik werd bedrogen en misleid door de werknemers van het weeshuis waaruit hij afkomstig was. Als moeder heb ik het beste van mezelf gegeven aan dit kind. Maar ik moet zeggen dat ik vrees voor de veiligheid van mezelf, mijn familie en vrienden en niet langer zijn moeder kan zijn." Met dit briefje arriveerde Artyom Savelyev vorige donderdag in Moskou, na een elf uur durende vlucht met United Airlines. Zijn grootmoeder, Nancy Hansen, was samen met de jongen vanuit Tennessee naar Washington gevlogen, waar ze hem als onbegeleide minderjarige op het vliegtuig naar de Russische hoofdstad had gezet. Daar werd de jongen opgewacht door een via internet gecontacteerde man, die het kind in ruil voor een vergoeding van 200 dollar naar het ministerie van Onderwijs bracht. Vrijdag werd hij medisch onderzocht en gezond bevonden, zeer waarschijnlijk gaat hij nu terug naar de instelling die hij nipt een half jaar geleden verliet. Gisteren verordonneerde de Russische minister van Buitenlandse Zaken, Sergev Lavrov, de opschorting van alle Russische adopties naar de VS, "tot er een akkoord komt waardoor eventuele problemen als deze geregeld kunnen worden".

    Spuwen en dreigen

    Artyom was vorig jaar een van de in totaal 1.600 Russische jongens en meisjes die een nieuw leven zouden krijgen in de VS. In september trok hij bij zijn oma en zijn alleenstaande moeder Torry in. Oma Hansen zei gisteren in interviews dat de sociale diensten in januari op bezoek gekomen zijn en vastgesteld hebben dat alles goed ging met het kind. Sindsdien, zo ging ze verder, "ging het totaal fout". Artyom, die door zijn nieuwe moeder 'Justin' werd genoemd, "spuwde, dreigde en maakte tekeningen van een brandend huis", waarin zowel zijn moeder als zijn inwonende oma zouden omkomen. De Amerikaanse justititie bekijkt momenteel of Hansen vervolgd moet worden.

    Zowel in Rusland als in de VS ontstond grote beroering rond het lot van Artyom. Onder de kop To Russia, without love vraagt een Amerikaanse columniste zich af wat Hansen eigenlijk had verwacht van een kind dat het gros van zijn zevenjarige leven in instellingen had doorgebracht. "Bovendien", gaat ze verder, "is een adoptiekind geen zwerfhond die je weer van de hand kunt doen als blijkt dat hij bijterig is".

    De Russische psycholoog en onderzoeker Sergei Klynchnikov stelde "dat het zeer waarschijnlijk is dat de jongen probleemgedrag vertoonde, en al even aannemelijk dat het personeel in de instelling waar hij verbleef daar niet of onvoldoende over heeft gecommuniceerd. Maar dan nog was het aan de adoptiemoeder om zich in te zetten en het hoofd te bieden aan de problemen."

    Artyom is overigens niet het eerste Russische adoptiekind waarmee het fout loopt in de VS: sinds 1996, zo blijkt uit Russische statistieken, werden 16 kinderen door hun adoptieouders vermoord. In maart werden de adoptieouders opgepakt van de zevenjarige Ivan Skorogatov, die in augustus van vorig jaar stierf, zes jaar nadat hij was geadopteerd. Het kind vertoonde tachtig verwondingen en was zwaar ondervoed. De ouders, het echtpaar Craver, beweerden dat het jongetje een neiging tot zelfmutilatie had, wat de grootouders ontkennen. "Wat ons vooral opviel was zijn panische angst voor straf. Hij begon te beven als hij iets had mispeuterd", aldus oma Sandy. "Toen we in mei - drie maanden voor zijn dood - op bezoek gingen, troffen we het kind aan met gezwollen ogen. Mijn zoon zei dat de jongen zich voortdurend in de ogen wreef en overal tegenaan botste."

    En aldus werd Viktor op die bewuste dag in augustus een van de gemiddeld vier jongens en meisjes die dagelijks in de VS worden vermoord, in zeven gevallen op tien door hun eigen vader of moeder.

    Grote verontwaardiging

    De Russische president Medvedev noemde het terugsturen van Artyom naar Moskou een monsterlijke daad, en tal van Russische media hadden artikels over "de zoveelste tragedie met Russische adoptiekinderen in de VS". Veel minder aandacht is er voor het feit dat Rusland een disproportioneel hoog aantal kinderen in instellingen laat opgroeien. Bijna driekwart miljoen meisjes en jongens moeten het zonder hun vader of moeder rooien. In veel gevallen leven die nog, maar vaak zijn ze niet in staat hun kinderen groot te brengen. De Britse ngo Everychild bracht in november vorig jaar een rapport uit over het fenomeen en hekelde vooral het feit dat Rusland nauwelijks preventieve kinderzorg heeft.
    Gezinnen worden niet systematisch gevolgd, en ook als er alarmsignalen komen uit de omgeving blijft reactie al te lang uit. Als de overheid uiteindelijk ingrijpt, betekent dat veelal dat de ouders hun voogdij definitief kwijtraken en dat hun kind voor de rest van zijn of haar jeugd in een instelling belandt. Dat aantal stijgt overigens razendsnel. In 2005 waren er drie keer zoveel gevallen van voogdijverlies als vijftien jaar eerder. Of die instellingen een goede plek zijn om op te groeien, valt sterk te betwijfelen. Volgens overheidscijfers uit 2007 pleegt niet minder dan een geplaatst kind op tien uiteindelijk zelfmoord.
    De autoriteiten zijn zich wel degelijk bewust van het probleem. 2007 werd met veel misbaar uitgeroepen tot het Jaar van het Russische Kind en de bevoegde minister beloofde toen plechtig dat er in de daaropvolgende drie jaar jaarlijks 120.000 kinderen uit instellingen zouden vertrekken naar pleeggezinnen, waar hen een warmere omgeving zou wachten. Op die manier zou het aantal kinderen in tehuizen met een derde moeten dalen.
    Experts wijzen erop dat het hoge aantal Russische kinderen die het zonder ouders moeten doen maar één aspect is van een gigantisch maatschappelijk probleem. "Een aantal tendensen die we momenteel waarnemen in Rusland", zo argumenteert demograaf Nicholas Eberstadt in World Affairs, "zijn nooit eerder in de geschiedenis van de mensheid voorgekomen." Alcoholmisbruik is daar een van. Volgens Unicef heeft niet minder dan 40 procent van de Russische mannen ouder dan vijftien daar last van.

    18-04-2010 om 11:46 geschreven door Catherine Vuylsteke  


    Categorie:Rusland
    >> Reageer (0)
    13-04-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.RUSLAND- Vermoorde rechter was 'gevaar voor Rusland'
     Om tien voor negen gisterochtend was Eduard Chuvashov vanuit zijn centraal Moskouse apparartement op weg naar zijn kantoor op de Stadsrechtsbank. Verder dan de overloop van de derde verdieping is hij niet gekomen. Een huurmoordenaar maakte hem daar met verschillende schoten in het hoofd en de borst af. De schoten werden van op geringe afstand gelost en de kogelhulzen waren na de moord niet te vinden. De beveiligingscamera’s van het gebouw tonen een etnisch Russisch dader van tussen de 25 en 30, die evenwel kon ontkomen.
    Chuvashov stond be­kend als een bijzonder integere rechter die lastige zaken voor zijn rekening nam. In februari zorgde hij nog voor de veroordeling tot celstraffen van 6 tot 23 jaar van
    9 hoofdzakelijk minderjarige skinheads die zich de ‘Witte Wolven’ noemden. Ze richtten hun organisatie twee jaar geleden op de dag van Adolf Hitlers verjaardag op en maakten zich schuldig aan de moord op minstens elf niet-etnisch Russische migranten, die ze doodstaken en -sloegen. Van die moorden maakten ze opnames, die ze vervolgens op internet plaatsten. Eind vorig jaar zorgde Chuva­shov tevens voor de veroordeling van een andere bende skinheads, waarvan de leider niet ouder was dan 17. In beide gevallen doken er na de vonnissen oproepen tot eliminatie van de rechter op.
    Vorige week, zo zei gerechtswoordvoerder Anna Usacheva, liet hij drie andere extreem rechtse moordenaars opsluiten voor verschillende raciaal gemotiveerde moorden.
    De Russische overheid stelt dat Chuvashov bodyguards werd aangeboden na eerdere doodsbedreigingen, maar dat hij daar niet van wilde horen. De man, die op tal van sites als “een gevaar voor de ware Russische natie” werd omschreven, argumenteerde dat hij aan “de wet en het laten geschieden van gerechtigheid” genoeg had.
    De moord doet in sterke mate denken aan die op de advocaat Stanislav Markelov en de stagiair-journaliste Anastasia Baburova in januari van vorig jaar. Zij werden op klaarlichte dag doodgeschoten in het centrum van Moskou. In november van vorig jaar werden daarvoor twee arrestaties verricht. Het betrof twee leden van de extreem rechtse organisatie Russky Obraz (‘Russische Manier’), en een van hen wordt ook verdacht van betrokkenheid bij de moord op de anti-fascistische activist Aleksandr Rukhin, waarbij advocaat Markelov ervoor zorgde dat drie beklaagden de maximumstraf kregen, zo schrijft Suva Center, een organisatie die onderzoek doet naar extreem rechts geweld.

    Geweldexplosie

    Volgens Suva lag het racistische geweld in 2009 bijna 20 procent hoger dan een jaar eerder. In totaal werden minstens 548 mensen er het slachtoffer van, goed voor meer dan drie aanvallen per week. Minstens 60 mensen lieten bij die aanvallen het leven. De organisatie hekelt vooral het te lage aantal vervolgingen en geeft aan dat diegenen die gerechtigheid zoeken, lieden als de vermoorde advocaat Markelov of de gisteren omgebrachte rechter Chuvashov, grote persoonlijke risico’s lopen.
    Maar er zijn ook andere pistes inzake de motieven voor de moord. Rechter Chuvashov werkte ook op de zaak van Alexander Bulbov, een vooraanstaande agent van de Russische Drugsbestrijding, die in november van vorig jaar vrijkwam na 25 maanden in voorarrest. Bulbov deed zelf speurwerk in de oplichtingszaak van het meubelbedrijf Drie Walvissen.
    In die zaak viel er in juni 2003 al een dode. Nina Ognianova, onderzoekster van het Committee for the Protection of Journalists in New York, onderzocht de zaak in haar rapport ‘Anatomy of Injustice’ over de 18 onopgehelderde moorden op journalisten in Rusland sinds het aantreden van Vladimir Poetin als president in 2000. Ze schrijft dat parlementariër en journalist Joeri Sjtsjekot­sjichin de zwendel aan het licht bracht waarbij die Moskouse meubelfirma als frontorganisatie optrad voor olie- en wapensmokkel en voor het witwassen van fout geld. Zijn onthullingen betroffen tal van hoogwaardigheidsbekleders die smeergeld zouden hebben aangenomen om het onderzoek naar de verdachte meubelzaak stop te zetten.

    Vergiftigingsdood

    Sjtsjekotsjichin werd op 17 juni 2003 plots ziek, twee weken nadat hij publiceerde over de moord op de kroongetuige in de zaak, die in een zwaarbewaakt militair ziekenhuis omkwam. In de twaalf dagen tot zijn dood verloor de journalist zijn haar, zijn huid pelde af en zijn organen begaven het een voor een. Het medische dossier was eerst staatsgeheim en kon dus niet worden ingekeken door nabestaandenen. Uiteindelijk raakte het zoek. Officieel stierf Sjtsjekotsjichin aan ademhalingsfalen. Zijn naaste omgeving is er nochtans zeker van: de man werd vergiftigd.
    Gisteren had Chuvashov zich tevens moeten buigen over de aanklacht tegen Vladimir Belashev, een gewezen hoge ambtenaar van het ministerie van Binnenlandse Zaken die in 1998 werd gearresteerd en tot 11 jaar veroordeeld werd wegens twee terreuraanslagen. Het Europese Hof van Straatsburg gelastte Rusland in 2008 hem 10.000 euro schadevergoeding te betalen omdat de man
    5 jaar in voorarrest had gezeten.

    13-04-2010 om 10:53 geschreven door Catherine Vuylsteke  


    Categorie:Rusland
    >> Reageer (0)


    Extraits à lire / uittreksels/ selected articles
    Foto

    Archief per week
  • 17/10-23/10 2011
  • 03/10-09/10 2011
  • 26/09-02/10 2011
  • 19/09-25/09 2011
  • 29/08-04/09 2011
  • 01/08-07/08 2011
  • 25/07-31/07 2011
  • 20/06-26/06 2011
  • 13/06-19/06 2011
  • 06/06-12/06 2011
  • 09/05-15/05 2011
  • 04/04-10/04 2011
  • 28/03-03/04 2011
  • 28/02-06/03 2011
  • 21/02-27/02 2011
  • 31/01-06/02 2011
  • 10/01-16/01 2011
  • 20/12-26/12 2010
  • 13/12-19/12 2010
  • 06/12-12/12 2010
  • 29/11-05/12 2010
  • 01/11-07/11 2010
  • 25/10-31/10 2010
  • 18/10-24/10 2010
  • 11/10-17/10 2010
  • 04/10-10/10 2010
  • 13/09-19/09 2010
  • 06/09-12/09 2010
  • 30/08-05/09 2010
  • 07/06-13/06 2010
  • 31/05-06/06 2010
  • 24/05-30/05 2010
  • 17/05-23/05 2010
  • 10/05-16/05 2010
  • 26/04-02/05 2010
  • 19/04-25/04 2010
  • 12/04-18/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 03/08-09/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 13/07-19/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 29/12-04/01 2009
  • 15/12-21/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 16/10-22/10 2006
  • 02/06-08/06 2003
  • 27/01-02/02 2003
  • 09/09-15/09 2002
  • 08/07-14/07 2002
  • 10/06-16/06 2002
  • 30/11-06/12 1998
  • 12/10-18/10 1998
  • 05/10-11/10 1998
  • 07/09-13/09 1998
  • 20/04-26/04 1998

    Categorieën
  • AFGHANISTAN (9)
  • AFRIKA (17)
  • ARABISCHE WERELD (30)
  • Articles en français (10)
  • China (55)
  • columns (14)
  • In English (10)
  • Iran (14)
  • OOST-AZIE (10)
  • PROJECTEN (0)
  • Rusland (13)
  • ZUID-AZIE (13)
  • ZUIDOOST-AZIE (7)

  • Inhoud blog
  • CHINA/ hoe de deugd werd vermoord
  • Marokko/ In de kerker van de koning
  • Gestrand in Oostende
  • 'Hij was weg, plots en voorgoed'
  • Wanneer moeders heksen en vampieren op de wereld zetten
  • Oostende, waar illegalen thuis zijn
  • 't Stad is niet van Assaad
  • Marokko/België De angst is naar hier geëxporteerd
  • BAHREIN /Jaffar al Hasabi: 'Martelen, daarin is het regime erg inventief'
  • IRAK-Regisseur Mohamed al-Daradji over de waanzin van filmen in Bagdad: van Al Qaida en bombardementen tot honderden massagraven
  • Migratie - Minderjarig en moederziel alleen in België
  • QATAR - de slaven van koning voetbal
  • CHINA - Frank Dikötter over de Grote Sprong Voorwaarts
  • NOORD-KOREA - Bovenaanzicht van de hel
  • CHINA- Ai Weiwei, de man die overal mee wegkwam
  • IVOORKUST- Alassane Ouattara, de superloodgieter
  • TUNESIE - columniste Naziha Réjiba over de Arabische Lente
  • IRAN - interview met Kader Abdolah
  • IRAK - Schrijfster Haifa Zangana: ‘Irakezen kwamen verenigd en vreedzaam op straat’
  • ARABISCHE WERELD - wat schrijfster Hanaan-as-Shaikj in 2004 over de toestand vertelde
  • Waarom het misging in de Arabische wereld
  • CHINA - Vluchtmisdrijf door zoon hoge functionaris zet land in rep en roer
  • EGYPTE
  • TUNESIE - Facebook heeft het land gered
  • TUNESIE -een gigantisch probleem van jeugdwerkloosheid
  • Vluchtelingen - gestrand in het bitterkoude Calais
  • CHINA - Ikea en McDonald's mikken op de panda
  • CHINA - Nobelprijs voor een lege stoel
  • CHINA - Liu Xiaobo, gevangen in een kooi van woorden
  • Internationale migratie - gestrand aan de oevers van de zee van Marmara
  • Joao da Silva - De Bang Bang Club
  • NIGERIA - sloppenbewoners moeten wijken voor verfraaiing van tuinstad Port Harcourt
  • INDIA -malafide microkredieten drijven boeren tot zelfmoord
  • DUITSLAND - 'Multiculturele maatschappij is mislukt'
  • IMAM èn homo zijn: het kan
  • CHINA- de Nobelprijs voor Liu Xiaobo
  • CHINA- het belang van de Nobelprijs voor Liu Xiaobo
  • AFGHANISTAN- stemmen in tijden van oorlog(3)
  • AFGHANISTAN - stemmen in tijden van oorlog(2)
  • AFGHANISTAN - stemmen in tijden van oorlog

    Blog als favoriet !

    Reactions/suggestions/e-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Startpagina !

    Zoeken in blog


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek



    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op http://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!