Cabour @ Adinkerke
Inhoud blog
  • Loopgrachten uit de Eerste Wereld oorlog!
  • Leopardtank
  • De Veldbatterij vanaf 1943
  • Relicten uit Wereldoorlog II 1940- 1945
  • Ontstaan en relicten waterwinning
  • Relicten van het Hospitaal Cabour
  • Opname als Ankerplaats
  • Relicten van het kasteel in het domein Cabour
  • Het toponiem CABOUR:
  • Charles Amé Cabour

     

    De Cabourduinen zijn enkel toegankelijk voor het publiek op de geleide excursies
    KALENDER
    -  14 juli: Oorlogsverleden en natuur

    -   Za 24 juli (franstalig): Oorlogsverleden en natuur
    -   28 juli: waterwinning en natuur
    -   4 augustus: Oorlogsverleden en natuur
    -   11 augustus: waterwinning en natuur
    -  Za 14 augustus: Oorlogsverleden en natuur (franstalig)
     -   18 augustus: Oorlogsverleden en natuur
     Za 21 augustus: Grensoverschrijdende dagwandeling (Nl en Franstalig)
       10-16u start Bezoekerscentrum De Nachtegaal, Olmendreef 2
       Te voorzien: aangepaste schoenen, picknick, drank
        inschrijving:
    claude.willaert@west-vlaanderen.be – T 058 34 01 64

    -    25 augustus: waterwinning en natuur
    -   3 november: Oorlogsverleden en natuur
    -    29 december: waterwinning en natuur

    Museum of Bunkers en Cabourwandeling :

    VERTREK om 14 u, begeleiding door gidsen.

    Duur 2 à 3 uur.

    De deelname aan de rondleidingen is gratis.


    Zoeken in blog


    Links
  • bloggen.be
  • IWVA
  • Yachting Club De Panne
  • WZC Sint- Bernardus De Panne
  • Gemeente De Panne
  • Vlaams Bezoekers en Educatie Centrum De Nachtegaal
  • Atlantic Wall from the Belgian Coast to Boulogne
  • Blogs Koksijde- Frans Vlaanderen door Freddy Penel

     gezocht

    Meer dan een natuurgebied!
    titelblog
    18-01-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Charles Amé Cabour
    c cabour 

    O Duinkerke 12 december 1856
    +  Duinkerke 3 oktober 1924

    Wisselagent, maritiem- en verzekeringsmakelaar

           Rechter bij de handelsrechtbank van Dunkerque

    Reageer (0)

    19-01-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het toponiem CABOUR:

     

    Gedurende eeuwen is het domein in het bezit geweest van de adellijke families: Hondschote, Horne, Thibault de Boesinghe. De twee laatste families droegen ook “Gaasbeke” in hun titel. Hieruit ontstond het toponiem Garzebekeveld dat nog steeds op de NGI kaarten en in de volksmond in gebruik is.

     

    Eind 19de eeuw veranderde het geheel van eigenaars en kwam het in handen van de bankier Eugeen Carpentier en spinmeester Albrecht Cuenin, beide uit Duinkerke. In 1900 erfde Charles Amé Cabour (1869-1924) via zijn moeder het deel van Eugeen Carpentier, waarna hij in 1901, samen met zijn echtgenote Marguerite Vancauwenberghe (1869-1959) het deel van Cuenin afkocht. Zij bouwden het kasteeldomein verder uit en trokken er, in 1906, op een bestaande woning, een landhuis (kasteel) op. Het domein Cabour was geboren.

    Sinds de Eerste Wereldoorlog heerst er, in allerhande publicaties en op kaarten, verwarring tussen de familienaam Cabour en de Franse badplaats Cabourg.

     

    De juiste schrijfwijze van het toponiem is dus CABOUR, afkomstig van de eigenaar CHARLES  AME CABOUR.


    In het kader van een mogelijk samenvoegen van het domein Cabour met de op Frans grondgebied gelegen uitloper van het domein probeert men nu het ten onrechte in Frankrijk gebruikte "Dunes Fossile" (er zijn immers GEEN fossielen gevonden of te vinden) te vernederlandsen en als toponiem "Fossiele duinen" op het domein Cabour ingang te doen vinden.

    Reageer (0)

    22-01-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Relicten van het kasteel in het domein Cabour
    kasteel interbellum


    Tussen 1865 en 1906 evolueerde een hoeve tot wat in de volksmond een kasteel werd genoemd, het gebouw was eerder een jachtpaviljoen.
    Het werd in de zomer van 1969 gesloopt.
    Van het kasteel kennen we diverse fotografische opnames. De originele plannen van het kasteel werden tot op heden niet terug gevonden.
    De kadastrale mutatie van 1908 heeft de afmetingen van de plattegrond op. Hieruit blijkt dat het kasteel een T-vormig grondplan had met basisafmetingen van 10,3 op 24,5 m
    met een vierkante traptoren in de noordwestelijke binnenhoek van de samenkomst van de beide vleugels.
    De sloop in 1969 gebeurde vrij grondig, in de ondergrond bevinden zich nog de opstaande keldermuren en enkele verharde paden.
    De ruime kelders zijn vermoedelijk gedicht: het betrof immers halfondergrondse kelders.
    Een recente instorting (2007)  maakte een kleine ruimte vrij waarin zich geelkleurig gebakken tegels bevinden. Deze ruimte ligt West van de traptoren.

     

    Bij het kasteel zijn een aantal restanten van bouwwerken bewaard gebleven.

    De beton vloer van de stallen (bedekt met +/- 20 cm zand), een waterput en de muren van een bijgebouw zijn in de onmiddellijke omgeving terug te vinden. Het geheel lijkt op een kelderruimte van een constructie en is opgetrokken ten zuiden van het kasteel.

     

    Bij het kasteel hoorde een in oorsprong L-vormige vijver.  Deze ondiepe waterplas met zachte aflopende oevers slibde geleidelijk dicht en werd in 1985 verder uitgegraven zodat een vierzijdige vijver ontstond met een eilandje in het midden. Alle sporen van deze ingreep werden bij de beheerwerken in maart- april 2009 door ANB verwijdert om een rechthoekige vijver te maken.

    Noord- West van het kasteel lag een rozentuin en een aantal percelen voor groenteteelt. Deze werden aangelegd op genivelleerde terreinen, die tijdens de Eerste Wereldoorlog nog werden uitgebreid voor de bevoorrading van het hospitaal. 

    Reageer (0)

    26-01-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Opname als Ankerplaats

     

    Het domein Cabour werd opgenomen in het "Ministerieel besluit tot definitieve aanduiding als Ankerplaats 'Westhoekduinen- Duinen Cabour- De Moeren- Overgang plateau van Izenberge' te De Panne - Veurne.

    Het besluit kan u hier lezen: http://www.onroerenderfgoed.be/nl/uploads/b839.PDF

    Reageer (0)

    31-01-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Relicten van het Hospitaal Cabour

     

    Tijdens WO1 werd er rond het kasteel een militair chirurgisch hospitaal opgetrokken; Dit in slechts 28 dagen. Het geheel werd op 26 april 1915 in gebruik genomen. Het hospitaal bestond uit 19 paviljoenen voor gekwetsten met een capaciteit van 500 bedden en 3 paviljoenen voor het verplegende personeel. De paviljoenen werden geplaatst op betonnen blokken of bakstenen op zo’n 20 cm van het maaiveld.

    Via fotomateriaal kunnen we de locatie van de paviljoenen en gebouwen bepalen. Na verloop van tijd is de zone ten zuidoosten van de paviljoenen plat gestoken voor de bouw van nieuwe paviljoenen, dit werd echter nooit gerealiseerd.

    7 barakken van het veldhospitaal stonden nog ter plaatse toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. De drie paviljoenen ten noordoosten van het kasteel overleefden de Tweede Wereldoorlog . Van deze laatste constructies resten nu nog enkele bakstenen muren en putten.

     

    Van het veldhospitaal zijn enkele onderdelen bewaard gebleven.

     

    - Het wachthuisje

    Deze constructie is gelegen oost van de noordelijke toegang van het kasteeldomein. Deze ingang vormde tijdens de Eerste Wereldoorlog de hoofdtoegang van het kasteel die via de Veldstraat verbinding gaf met de Franse sector over de grens.

    - Twee schuilbunkers respectievelijk ten oosten en ten zuiden van het kasteel. Beide bunkers tonen eenzelfde opbouw, zijn opgetrokken met dezelfde materialen en behoren dus tot eenzelfde bouwfase. Deze ruime bovengrondse rechthoekige bunkers bezitten twee diagonaal tegenover elkaar liggende binnenwaarts gerichte toegangsblokken. Boven de ingangspartijen en op het segmentbooggewelf is een met fijn kiezelbeton versterkte afdekking aangebracht. Er zijn telkens twee verluchtingsgaten voorzien.

    De noordelijke bunker ligt vrij, maar is overwoekerd met diepwortelende planten en bomen. De zuidelijke bunker is vermoedelijk tijdens de Tweede Wereldoorlog onder zand gebracht en uitgerust met een nooduitgang, geschrankt door twee steunmuurtjes. Deze bunker werd nadien gebruikt als opslagruimte voor de kolonie van de Post, wat meteen het voorkomen van elektrische leidingen verklaart.

    hospitaal1915

    hospitaal2 

    hospitaal1

    Reageer (0)

    15-02-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ontstaan en relicten waterwinning


    Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd door de Britse troepen in de voorbereiding van de Passendale- offensief een beperkte drinkwaterwinning aangelegd in het domein Cabour. De verdere uitbouw gebeurde door de Belgische troepen onder de leiding van majoor Van Meenen. Bedoeling was de waterbevoorrading niet alleen van het krijgshospitaal maar eveneens van het Belgisch hoofdkwartier van Houtem te verzekeren.

    Na de oorlog nam het Ministerie van Binnenlandse Zaken de installaties en de distributie over en breidde deze uit tot de omliggende gemeenten. In 1920 werden de installaties overgedragen aan het Koninklijk Hoogcommissariaat van de Kust. Zij vulden de drainagesleuven op het terrein aan met een 10-tal boorputten van het Nortontype.

    Op 24 december 1924 stichtten de gemeenten Adinkerke, De Panne, Veurne, Oostduinkerke en Nieuwpoort de “Tussengemeentelijke Maatschappij van Veurne-Ambacht voor Waterbedeeling”

    Binnen het Cabourdomein bleven de constructies uit de beginperiode van de waterwinning bewaard. Ze zijn aangelegd door het Belgisch leger vanaf augustus 1917. Het geheel omvatte een pompinstallatie en twee ronde bakstenen collectorputten.

    De eerste put is gelegen iets ten zuiden van de noordelijke dienstweg en meet 10 m diameter. Deze waterput dateert blijkbaar uit de winter van 1917-1918.

    Een kleinere put met een diameter van 4 m ligt bij de oostelijke toegangsweg.

    Het huidige museumgebouw gaat in kern tot het oorspronkelijke pompgebouw terug.

    Ook het gebouw voor de conciërgewoning lijkt, te oordelen naar de stijl en het materiaalgebruik, in deze periode opgetrokken.

    Bij de pompinstallatie hoorde ook een schuilbunker.

     cabour DTSE cabour waterwinning

    Reageer (0)

    12-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Relicten uit Wereldoorlog II 1940- 1945


    De veldbatterij Schlieffen is in twee fazen gerealiseerd.

    Een eerste fase, chronologisch te situeren tussen juni 1940 en maart 1942, omvatte de bouw van zes open geschutsbatterijen van het type F of Vf, bedoeld voor kanonnen van 155 mm. Hierbij behoorde ook een schietstand.

    In een tweede fase, tussen eind 1942 en 1944, kwam in het kader van het “Schartenbauprogramm” de eigenlijke veldbatterij tot stand. De bouw gebeurde onder de leiding van de Festungspionier Stab 12 gestationeerd te Brugge en later te Antwerpen.

    Eind 1942 startte de bouw van de commandobunker; begin 1943 volgden de geschutsbunkers. De uitvoering gebeurde door Organisation Todt en de firma Bytebier uit Gent. Voor de camouflage van de commandobunker werden graszoden uit een weide bezijden de Maerestraat aangevoerd.
    De veldbatterij Schlieffen werd op 6 september 1944 door de Duitsers verlaten, zonder ooit actief aan de strijd te hebben deelgenomen.

    Van de veldbatterij Schlieffen bleven belangrijke resten of sporen van de belangrijkste onderdelen bewaard:

    OPERATIE DYNAMO (mei 1940):

    Op 19 mei werd de beslissing tot evacueren van het BEF genomen, dit onder de codenaam “Operatie Dynamo”. Tussen 26 mei en 4 juni 1940 evacueerde men 198.135 Britten en 139.911 Fransen. Al deze troepen werden tussen De Panne en Mardyck (F), met Dunkerque (F) als centraal punt, ingescheept. Doordat enkel de individuele bewapening meegenomen kon worden en de zware voertuigen, die moesten dienen om inschepingspieren te vormen, toegang kregen tot de stranden, stond de Westhoek vol met allerhande achtergelaten voertuigen, wapens, munitie en levensmiddelen. Dit was ook het geval in het Cabour domein. De achtergelaten paarden en muilezels werden eerst opgevangen bij de lokale landbouwers en kustvissers, maar doordat er uiteindelijk teveel waren, werden ze afgemaakt en in kuilen begraven. Zo zou men, volgens een mondelinge bron, in het domein Cabour, 30 a 150 paarden in een put begraven hebben. Op 1 juni 1940 bereikten de eerste Duitse troepen het domein en het kanaal Veurne- Dunkerque.

    Verschillende Engelse militairen stierven in hun schietstellingen die zich op de zuidrand van het domein bevonden. Zij moesten als ultieme verdediging van het kanaal de inscheping op de stranden mogelijk maken. Door Adinkerkse Rode Kruis medewerkers werden de lijken geïdentificeerd en begraven. De staf en wat overbleef van het Franse 18de Regiment Dragonders werd op de oostkant van het domein, door Duitse troepen gevangen genomen en in krijgsgevangenschap afgevoerd.

    De opruiming van de achtergelaten voertuigen gebeurde door de NSKK (National-Sozalistisches Kraftfahrkorps) Hauptkolonne III, andere materialen door de Reichsarbeitsdienst (RAD) Gruppe K61 Abteilung K4/60 onder het bevel van Oberfeldmeister Lipgens. Zowel NSKK Hauptkolonne III en de RAD Abteilung hadden hun hoofdkwartier in De Panne.


    In de duinen van Cabour werd vanaf 1940 de veldbatterij ingeplant gekend onder de benaming Stp.Ost-W-049 “Schlieffen”. De kern van deze veldbatterij is gelegen op de zuidzijde van het duin ten noordwesten van de Hoeve “de Woestijn”.


    De veldbatterij Adinkerke was bij de Duitse troepen gekend onder de benaming Stp. Ost-W 049 "Schlieffen ".

    Het Stp- W 049 Schlieffen werd onder de benaming VELDBATTERIJ ADINKERKE beschermd met het besluit van 10/06/1999 verschenen in het Belgische Staatsblad op 27/08/1999 met als dossiernummer 2097.


    De open geschutstellingen:
    Aanvankelijk werd hier de leger kustbatterij HKB La Panne met zes Franse 15.5 cm type K418(F) kanonnen gebouwd. Dit verklaart de zes open beddingen. Deze site is uniek aan onze kust.

    Deze open stellingen vormden de eerste versterkingswerken op deze plaats. Ze boden plaats voor zes buitgemaakte Franse 155 mm kanonnen van het type K418(F). De stelling bestaat uit een zevenhoekige bakstenen constructie van ongeveer 1,2 m hoog, uitgerust met nissen in de zijwanden voor het stapelen van de munitie. De constructies in de Cabourduinen zijn typologisch uniek omdat de buitenzijde beschermd is door een zanddam of een parapet. Ook deze constructies bevinden zich in een relatief goede staat. Ze zijn grotendeels overgroeid. Bij de meest oostelijk gelegen open geschutstelling ligt een klein ondergronds munitiebunkertje.
     

    Cabour WO2

    Open bedding 

    Munitie bunkertje 

    Open bedding

    Reageer (0)

    21-06-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Veldbatterij vanaf 1943

    1943- 1944.

    De commandobunker.

    In tegenstelling tot de geschutbunkers is deze bunker om camouflagereden grotendeels ingegraven en onder zand gebracht.
    De commandobunker is van het type R610 voor een versterkte compagnie. Het type is de kleinste in de soort van commandobunkers. Van dit type werden er 74 exemplaren langs de Atlantische muur gebouwd. Hij is gebouwd in “Baustärke B” wat betekent dat de muren een dikte van 2 meter hebben.

    Hij draagt de benaming Ost-W 049-361 waarbij het laatste getal staat voor het bunkernummer. Hij is toegankelijk en bezit in de meeste lokalen zijn originele gasdichte en bepantserde binnendeuren van het type 19P7 (Gasschütztür für Innenräume 0.80 x 1.70 m, 185 kg.).

    Ook de originele muurbekleding (herakliet platen en –isolatie) is nog aanwezig. De klampen voor de bevestiging van kaartpanelen zijn nog op de muren en onderaan de muren zijn de contactdozen voor de transmissie aanwezig.

    Talrijke technische muurinscripties zijn nog goed te lezen. Aan de ingang zijn nog sporen van de geel/groene camouflagekleuren en een deel van de inscriptie St zijn nog zichtbaar.

    De vermelding St. aan de ingangen van de bunkers werd vanaf 1944 voor de gehele Atlantikwall verplicht. De belangrijkste reden was dat het, omwille van de uitgebreide camouflage, voor soldaten niet altijd duidelijk was of de bunker veilig was bij luchtaanvallen. Dit teken gaf de soldaten de zekerheid dat de bunker bomvrij was.

    De bunker valt grofweg in twee delen onder te verdelen. In het rechter gedeelte ( situatie op Schlieffen ) situeert zich het woongedeelte voor de troepen en de onderofficieren. Deze laatste weliswaar in een afzonderlijke ruimte. Die ruimte werd binnen de grote leefruimte gecreëerd door het optrekken van houten scheidingswanden. De bunker had een capaciteit van ca 12 man.

    Het linker gedeelte van de bunker kan omschreven worden als de werkruimte. Buiten de kamer voor de commandant bevond er zich een telexkamer met slaapplaats voor de bediener, een radiokamer en een kaartenkamer of planruimte.

    De beide ingangen van de bunker werden beschermd door een Eingangsverteitigung dit is een schietvenster met een getrapte vorm, dat groter werd naar buiten toe. Zo bekwam men een schietveld van 40 °. Het eigenlijke schietgat werd beschermd door een pantserschild van 40 mm dik. De houten bekisting werd veelal niet uit de vorm verwijderd, de aanwezigheid van dit hout zorgde ervoor dat de kogels in het hout werden opgevangen en op die manier in het schietgat konden afketsen. Bij deze bunker is het hout nog duidelijk aanwezig.

    Zoals bij alle Atlantikwall ontwerpen werd ook deze bunker 1, 60 m in het landschap verzonken, dit bood een optimalere bescherming en maakte camouflage makkelijker. Een nadeel van het verzinken van het bouwsel in het landschap is natuurlijk het binnen stromen van water ( of in gevechts-situaties brandbare vloeistoffen ). Om dit te vermijden werd een 20 cm hoge drempel aangemaakt.

    Onder de oostelijke ingang bevindt zich een waterput. Op deze put was een pomp aangesloten die moest dienen om zich, bij een gasaanval te ontsmetten, voor het betreden van de bunker.

    R610 OST W 049 361

    De geschutbunkers van het type R611.

    Dit type bunkers werd zeer frequent gebouwd in België en Noord – Frankrijk. Langs de Atlantische muur werden er in totaal 88 exemplaren van dit bunker type R611 gebouwd. Hiervan werden er oorspronkelijk vier geschutsbunkers op de Veldbatterij Adinkerke opgetrokken. Deze bunker was dusdanig ontworpen dat alle, door de Duitse troepen, gebruikte artilleriestukken erin konden geplaatst worden.

    Van de bestaande bunkers zijn er (tussen 1962 en 1965), één tot op de fundering en een tweede voor 2/3 door de firma Florizoone uit Nieuwpoort afgebroken. Twee bunkers zijn enkel aan de buitenzijde licht beschadigd maar nog zo goed als intact. Het meest oostelijke exemplaar is uitgerust met een Tobrukstand. Het westelijke exemplaar bevat nog sporen van de originele camouflagebeschildering.

    Bunker 358 bezit nog de originele sparhouten buitendeuren die naarmate de oorlog vorderde en de grondstoffen schaarser werd meer en meer geplaatst werden in plaats van de stalen deur met codering 753 P 03 (Stahltür 2,5 m x 2,0m zweiflugelig, gassicher ).

    Gezien de massale recuperatie van ijzer en staal die na de tweede wereldoorlog in alle bunkers langs de kust gebeurde is het een uitzondering dat we de ijzeren klimijzers die toegang geven tot de Tobrukstand en de hulzenkelder nog aantreffen evenzo voor het originele ventilatiesysteem dat nog binnenin de gevechtsruimte van bunker 358 aanwezig is. Dit zorgde voor de verwijdering van de schadelijke kruitdampen na het schieten.

    Onder de gevechtsruimte is er een hulzenkamer met als doel het vermijden van valpartijen door afgevuurde hulzen die gloeiend op de vloer van de gevechtspost terecht kwamen en het willen verwijderen van gassen en onverbrande kruitresten. De toegang tot die ruimte, was afgesloten met een Niedergangsklappe en bevindt zich in de hoek van het Kampfraum. De hulzen konden via een trechtervormige “ Hülseinwurf “ in het raum gegooid worden.

    We kunnen de R 611 omschrijven als een vrij volledige bunker, daarmee bedoelen we dat de bedieners van de stukken ook logeerden in de bunker zelf en dus vlot bij de stukken konden komen tijdens gevechtssituaties. De bunker beschikt over een Bereitschaftsraum of leefruimte voor negen personen die gasdicht kon afgesloten worden en waar volgens de normen elke persoon een ruimte van 2m² toegekend kreeg. Binnenin de leefruimte zijn de buizen die het ventilatiesysteem vormden nog aanwezig en vertonen nog de resten van de oorspronkelijke blauwe verf.

    De inrichting van de bunker was net als de bouwwijze gestandaardiseerd. Dit houdt in dat kasten, stoelen, bedden, tafels in vrijwel iedere bunker van hetzelfde type identiek waren. Naast de leefruimte beschikten de bunkers eveneens over een beperkte munitieopslag. In twee aparte kamers werden de granaten en hulzen bewaard, afhankelijk van het kaliber telkens een honderdtal stuks. Evenals bij de eerder besproken R 610 is ook hier een Eingangsverteitigung aanwezig. Hoewel het hier gaat om een geschutsbunker kon men de verblijfruimte gasdicht afsluiten.

    R611 Ost W 049 358

    Uit een luchtfoto van 1948 blijkt dat de stelling door een hoge prikkeldraadversperring omringd was.

    Als aanvulling op de bestaande toegangswegen van het kasteel legde men twee nieuwe betonwegen aan om de bunkers op het wegennet aan te sluiten.. Deze zijn bewaard, maar grotendeels overgroeid. De eerste betonweg liep vanaf de Cabourweg naar de tweede bunker vanuit het westen. De tweede betonweg vertrok vanaf de centrale dreef richting de meest noordelijke geschutbunker.

    In dit geheel ontbreken de vuurgeleidingspost en de munitiedepots. Eerstgenoemde was ondergebracht in de kerktoren van Adinkerke. De munitie werd opgeslagen in de kelders en de paardenstallen van het kasteel.


    De schietstand

    Bij het steunpunt hoorde ook een schietstand, aangelegd in het zuidoostelijke deel van het domein. Deze constructie, met een totale lengte van 250 m is opgebouwd uit twee evenwijdige bermen met daartussen een brede greppel. Het geheel is volgens ooggetuigen in 1941 met de hand gegraven door Franse krijgsgevangenenen. Er werd gevuurd in de richting van de waterwinningsgebouwen. Het geheel zou met sparrenhout zijn afgezet. De nog bewaarde schietkuil is aangelegd aan het westelijke uiteinde.

    De typologie en de ligging van deze schietstand blijven intrigeren. Als type valt ze buiten de gangbare vorm en ook de inplanting valt op al was het maar omdat het geheel aansluit bij de dieperliggende greppel bij het pompstation. Het vermoeden bestaat dan ook dat het geheel een dubbelfunctie had en eveneens voor de watercaptatie werd gebruik.

    De granaatstand

    Gesitueerd tussen de Veldstraat en het kasteel zijn nog resten van een granaatstand bewaard.

    De loopgraaf

    De loopgraaf, een 100 m evenwijdig met de centrale dreef, hoort waarschijnlijk bij het bunkercomplex van de Tweede Wereldoorlog. De graaf verbond de zuidelijke schuilbunker uit de Eerste Wereldoorlog met het steunpunt.

    De ingrepen bij het beleg van Duinkerke (6 september 1944 – 10 mei 1945)

    De Duitse bezetter bouwde de haven van Duinkerke vanaf 19 januari 1944 tot vesting uit. De belegering van de vesting startte met de omsingelingsbeweging door de 1ste Canadeese leger op 6 september 1944. Het beleg uitgevoerd door de FFI (Forces Françaises de l’Intérieur) en Tsjechische Pantsereenheden onder leiding van generaal A. Liska, liep vast. Pas na de wapenstilstand op 8 mei 1945 gaven de Duitse troepen zich op 9 -10 mei over.

    Bij de belegering van Duinkerke namen de Tsjechische troepen stellingen in op het Cabourdomein. Langs de toegangsweg, ter hoogte van boorput 14 is nog een uitgraving te zien, die plaats bod aan een kanonstelling voor de belegering van de havenstad.

    Het is niet uitgesloten dat de noordelijke dienstweg – althans voor het meest oostelijke gedeelte - eveneens tot deze periode teruggaat.



    Regelbau Type 610 = Gefechtsstand für eine verstärkte kompanie oder für batterieoffiziere

    Regelbau Type 611= Geschützschartenstand für Feldgeschütze ( 60 ° ) Bunker voor veldgeschut)

    Meer foto's en tekeningen over de Veldbatterij Adinkerke, na 1942 klik op onderstaande link.

    http://atlanticwallbelgiumboulogne.110mb.com/atlant/adinkerkestpschlieffen/stpschlieffen.htm

    Reageer (0)

    16-10-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Leopardtank

    VAN HARTE DANK AAN ALLEN DIE HET MOGELIJK MAAKTEN OM DIT TE REALISEREN!
     
    Leopard aankomst
     


    KLM2/4 Lansiers18 BN LogMPDe Panneiwva 

    Gieten beton

    DANK AAN ALLEN




     

    Leopard 1/A1 (BE) Gevechtstank

    Bemanning : 4 personen (tankcommandant, kanonnier, lader, chauffeur)
    Afmetingen :
    Lengte : 9,54 m (kanon inbegrepen)
    Breedte : 3,37 m
    Hoogte : 2,62 m
    Bodemvrijheid : 0,44 m
    Draaicirkel : ter plaatse draaien mogelijk
    Waaddiepte : 1,2 m, met voorbereiding tot 4 m
    Gewicht: 42.500 kg gevechtsklaar (brugklasse 40)
    Mobiliteit :
    Daimler-Benz motor : - V10 levert 830 PK bij 2.200 t/min.
    Tankinhoud : 950 l
    Overbrenging: 4 versnellingen voorwaarts en 2 achteruit
    Aandrijving : via rupsen
    Wielen -: 2 x 7 baanwielen
    Vervoerbaarheid :
    (1) schip roll-on - roll-off
    (2) trein

    Prestaties :
    - Max snelheid : 62 km/h
    - Muur : 0,9 m
    - Gracht : 3 m
    Autonomie : 500 km

     Bescherming:
    - Ballistische bescherming : Projectielen 7,62 mm, granaat- en 155mm artilleriescherven
    - Mijnbescherming
    - Chemisch Biologisch Radiologisch overdruksysteem
    - Kanon : 105 mm met stabilisatie en automatisch vuurleidingssysteem.
    - 59 schoten aan boord van verschillende munitietypes
    (antitank, antipersoneel, brandstichtend)
    - TWEE mitrailleurs 7.62 mm (één coaxiaal aan de richting van het kanon, één op de toren voor 360° tussenkomst)
    Transmissie: Very High Frequency (VHF) (BAMS-radio's) en Intercom



    Leopard plaatsen 
    Leopard standplaats

    Reageer (0)

    01-11-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Loopgrachten uit de Eerste Wereld oorlog!

    Uit de Pers en op TV:

    Het Memorial Museum Passchendaele 1917 krijgt uitbreiding met een museumtuin.
    Die komt er tegen april 2012: er komt een nieuw museumgebouw, een loopgravenstelsel, een musueumpad en verschillende types
    Britse en Duitse schuilplaatsen. Er zal ook een authentieke noodwoning uit 1919 worden gereconstrueerd.

    In het domein Cabour liggen meer dan 2000 m Belgische en Franse Loopgraven en 8 bunkertjes uit de Eerste Wereldoorlog.
    Erkend als uniek in Vlaanderen.

        D kaart 1917
    Duitse kaart 1917.

    Luchtfoto 1918 loopgrachten
    Belgische Luchtfoto 1918

    kaart relicten

    Reageer (0)

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Blog als favoriet !

    Zoeken in blog


    WANNEER?


    Foto


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op http://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!