Inhoud blog
  • FAMILIEKRONIEK BRAECKMAN/BRAEKMAN GENEALOGIE
  • WIE ZOEKT DIE VINDT.
  • Walter Braekman on Facebook
  • artikel verschenen in het Nieuwsblad
  • HERINNERING AAN MIJN OVERLEDEN VADER
  • MIJN STAMREEKS
  • VERKLARING VAN DE FAMILIENAAM
  • MIJN EERSTE VOOROUDERS
  • JAN BRAECKMAN (1580 - 1647)
  • JAN BRAECKMAN (1613 - 1677)
  • JAN BRAECKMAN (1640 - 1709)
  • MARINUS BRAECKMAN (1685 - 1731)
  • GEORGIUS BRAECKMAN (1717 - 1759)
  • JOANNUS BAPTISTE BRAECKMAN (1745 - 1784)
  • CONSTANTINUS BRAECKMAN (1776 - 1852)
  • CHARLES HENRI BRAEKMAN (1807 - 1862)
  • PETRUS LIVINUS BRAEKMAN (1837 - 1927°
  • SIRENUS BRAEKMAN (1871 - 1925)
  • ROBERT BRAEKMAN (1910 - 1992)
    Foto
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    FAMILIEKRONIEK BRAECKMAN/BRAEKMAN

    13-04-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.FAMILIEKRONIEK BRAECKMAN/BRAEKMAN GENEALOGIE
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Beste naamgenoot, lezer van deze site .
    Mijn naam is Walter Braekman en heet U van harte welkom.

    Maak kennis met het resultaat van meer dan 25 jaar opzoekingswerk
    naar het wel en wee van de familie
     Braeckman/Braekman.


    Dit alles samengebundeld in een 147 blz tellend werk :

     "Familiekroniek Braeckman/Braekman"

    Doorheen de jaren werd de familienaam op verschillende wijze geschreven, om maar te noemen,
    Braeckman, Braekman, Braecman, Braeckeman, Bracman, Braakman,...
    Over een tijdsspanne van meer dan 5OO jaar zult U in mijn werk de levensweg kunnen volgen van mijn voorouders en hun vrienden, verspreid over de gemeenten rondom Gent zoals Laarne, Heusden, Oostakker, Lochristi, Wondelgem, Oosterzele, Moortsele, Melle, Gentbrugge, Vlierzele, Sint Lievens Houtem,... 
    Heb je voorouders die in één van de bovenvernoemde steden of gemeenten gewoond hebben, of die gerelateerd zijn met een  "Brae(c)kman", of wilt U meer te weten komen over mijn levenswerk, laat niet na zo spoedig mogelijk met mij contact op te nemen.
     


    In bijlage van dit artikel vind je de rijk geïllustreerde gecomprimeerde versie die je gratis kan downloaden.
    Veel leesgenot
    .

      


    Bijlagen:
    BOEKVERSIE 01 2018 comprimeerd.pdf (8 MB)   

    13-04-2018 om 08:06 geschreven door WALTER BRAEKMAN  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (46 Stemmen)
    Tags:BRAECKMAN,BRAEKMAN,GENEALOGIE,
    >> Reageer (4)
    06-06-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.WIE ZOEKT DIE VINDT.
    Opsporingsbericht :

    Mijn opzoekingswerk is een "Never ending story".
    Dit werk is zeker niet voltooid of volledig. Ik ben er stellig van overtuigd dat er nog tal van aktes en registers met betrekking tot de stamreeks Braekman in de archieven klaar liggen om te worden ontdekt. 
    Daarnaast zit ik nog met tal van vragen. Misschien kan jij als lezer mij helpen.       
     

    1) Ik ben op zoek naar een akte van "vercaevelinck"

    De "vercaevelinck" van Jan Braeckman die bij zijn dood op 18 juli 1709 in de heerlijkheid in "de Burggravie van Gent" opgemaakt werd, is een opsomming van zijn bezittingen. 

    Kan je mij helpen?

    06-06-2010 om 00:00 geschreven door WALTER BRAEKMAN  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (7 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    05-06-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Walter Braekman on Facebook
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Via facebook wil ik zoveel mogelijk naamgenoten met elkaar verenigen.

    "http://www.facebook.com/people/Walter-Braekman/100001162801351"

    05-06-2010 om 00:00 geschreven door WALTER BRAEKMAN  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (8 Stemmen)
    Tags:Walter Braekman, Braekman, Braeckman
    >> Reageer (0)
    31-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.artikel verschenen in het Nieuwsblad
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Familiestamboom

    Bakkersfamilies Braeckman en Braekman te boek gesteld

    • woensdag 08 juli 2009

    Walter Braekman

    Sint-Lievens-Houtem

    SINT-LIEVENS-HOUTEM - Walter Braekman (46) heeft een geïllustreerde familiekroniek samengesteld over de Brae(c)kmans, die in vroeger heel wat bakkers telden in Sint-Lievens-Houtem en Letterhoutem.

    'Veel mensen in de regio met de naam Braeckman of Braekman behoren tot dezelfde stam', zegt Walter Braekman. Hij woont nu in Westrozebeke, maar heeft nog sterke banden met het Houtemse. De 'c' in de naam verdween door een schrijffoutje in de bevolkingsregisters.

    'Mijn voorouders waren heel bekend. Joannus Baptiste baatte in de 18de eeuw de historische herberg 'Het Calf', nu 'Old Houtem', uit. En in een recenter verleden verspreidden zich heel wat telgen als bakker over Houtem en Letterhoutem.'

    Frans Braekman startte er met de eerste 'nationale bakkerij', die brood uitvoerde naar andere bakkers. 'En in de vorige eeuw waren er zeven Brae(c)man-bakkers in Houtem, onder wie Michel, Hubert en Achiel. De laatste bakker was Aimé Braekman in de Mgr. Meulemanstraat.'

    Walter Braekman werkte bijna dertig jaar aan het samenstellen van de familiegeschiedenis. 'Ik kreeg er al zin in op mijn zestiende, toen ik verbleef bij Urbain Braekman in de Krabbenijk. Hijzelf was geen bakker, maar hij was lange tijd koloniaal in Congo.'

    Volgens Walter leven er wellicht nog veel Braekmans en Braeckmans in de regio die hij niet persoonlijk kent. 'Maar ze zullen zichzelf ongetwijfeld herkennen in de familiekroniek', besluit hij. (hls)


    31-05-2010 om 00:00 geschreven door WALTER BRAEKMAN  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (17 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    06-07-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HERINNERING AAN MIJN OVERLEDEN VADER

    Ik draag dit gedicht op aan mijn vader Erik Braekman (1936 - 2009)



    ZEE.

    Ik wil alleen zijn met de zee,
    ik wil alleen zijn met het strand,
    ik wil mijn ziel wat laten varen,
    niet mijn lijf en mijn verstand.

    Ik wil gewoon een beetje dromen
    rond de dingen die ik voel
    en de zee, ik weet het zeker,
    dat ze weet wat ik bedoel.

    Ik wil alleen zijn met de golven,
    ik wil alleen zijn met de lucht,
    ik wil luisteren naar mijn adem,
    ik wil luisteren naar mijn zucht.

    Ik wil luisteren naar mijn zwijgen,
    daarna zal ik verder gaan
    en de zee, ik weet het zeker,
    zal mijn zwijgen wel verstaan.

    Toon Hermans.

     







    06-07-2009 om 00:00 geschreven door WALTER BRAEKMAN  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (11 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    15-02-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MIJN STAMREEKS

    Alle onderstaande gegevens zijn bevestigd door minimum twee losstaande bronnen. De cursief onderlijnde data zijn mathematische vermoedens.

    Joos Braec(k)man is vermoedelijk de vader van Frans.

    19                          Joos Braecman

                               (1480 - 1548)

                                     I
    18                       Frans Braec(k)man                       

                               (1505 - 1573)

                                     I

    17            Lieven Braec(k)man - Catharina Vermeeren

                  (1530-1581)     (1554)     (    -1612)
                                     I
    16               Frans Braeckman - Jacoba De Moerloose
                  (1555-1610)     (1577)     (    -1647)
                                     I

    15                 Jan Braeckman - Petronella Onghenae
                  (1580-1647)     (1612)     (1590-1657)
                                     I     
    14                 Jan Braeckman - Elisabeth Kezele
                  (1613-1677)     (1639)     (1618-1702)
                                     I

    13                 Jan Braeckman - Catharine De Wilde
                  (1640-1709)     (1665)     (1644-1721)
                                     I
    12             Marinus Braeckman - Joanne Marie Ver(h)eecke
                  (1685-1731)     (1706)     (1686-1749)
                                     I
    11            Georgius Braeckman - Angelina Catharina De Keyser
                  (1717-1759)     (1744)     (1717-1761)
                                     I

    10    Joannus Baptiste Braeckman - Antonia Philippina Vanderhaeghen
                  (1745-1784)     (1770)     (1749-1803)
                                     I

    09        Constantinus Braeckman - Joanna Therese Spitaels
                  (1776-1852)     (1802)     (1780-1852)
                                     I

    08        Charles Henri Braekman - Marie Theresia Borelle
                  (1807-1862)     (1836)     (1798-1843)
                                     I

    07       Petrus Livinus Braekman - Pelagie Vagenhende
                  (1837-1927)     (1863)     (1841-1915)
                                     I

    06              Sirenus Braekman - Marie Adelline Immegeers
                  (1871-1925)     (1901)     (1879-1967)
                                     I

    05           Robertus Braekman - Cecile Clotilde De Jonge
                  (1910-1992)     (1934)     (1914-2001)
                                     I

    04                 Erik Braekman - Marie Madeleine Vermeulen
                  (1936-    )     (1962)     (1941-     )
                                     I

    03                      mijzelf  - Carmen Himpens
                  (1963-    )     (1986)     (1965-     )
                                     I

    02                Robin Braekman - Mieke Lippens
                  (1989-    )          (1994-     )

     I

    01    Vince Braekman

        (2014-    )

    15-02-2009 om 00:00 geschreven door WALTER BRAEKMAN  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (31 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    25-01-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VERKLARING VAN DE FAMILIENAAM

    Thans zijn er drie gangbare verklaringen.

    • A) De meeste plausibele verklaring is dat onze roots zich ergens in Zeeuws Vlaanderen moet bevinden. Voor zover mijn stamreeks reiken kan, zijn wij oorspronkelijk afkomstig van de streken van Gent. Een streek een boogscheut verwijderd van Zeeuws Vlaanderen, waar wonder boven wonder er zich ook een rivier en een ingepolderd gebied bevindt die BRAAKMAN heet.

    De Brackeman of Bracman vormde in de 14de eeuw de toegangsgeul van de Honte (Westerschelde) naar Biervliet. Met de stormvloeden van 1375 dijde de Braakman uit tot een ware binnenzee waarbij het grootste deel van het Assenede Ambacht verloren ging. Later werd de Braakman nog aanmerkelijk uitgebreid (1404) en nadien geleidelijk weer ingepolderd. Het Assenede Ambacht ging in de 15de eeuw juridisch ook af van de Burggraven van Gent.

    De eerste vraag die bij mij oprijst: Bestaat er een verband tussen de Braakman en onze familienaam? Waren ze belangrijke vazallen van de Burggraven van Gent die bij één van de stormvloeden dienden te verhuizen naar veilige oorden, in het bijzonder Heusden, het zenuwcentrum van de Burggraven van Gent? Het is wel typerend dat de naam Braeckman rond het begin van de 16de eeuw voornamelijk in de regio Destelbergen-Heusden-Laarne nabij Gent voorkwam. In de 16de eeuw waren de leden van de familie Braeckman belangrijke leenhouders. In ruil voor hun verdiensten kreeg de familie Braeckman verscheidene “lenen” in de streek van Heusden, in het bijzonder “gelanden van de hove van Ten Durpe en Loovelde” (zie verder) waarop de leenhouder geen belastingen diende te betalen. Op het zegelmerk dd. 31 oktober 1549 van Franchoys Braeckman, châtelain en schepen te Heusden (familiearchief Huart A.S.B.L. te Brussel) merken we een gaffel met twee geknopte rozen op en op het zegelmerk dd. 25 december 1573 van Lieven Braeckman (R.A.G. 192/2) een schild met drie geknopte rozen. De roos is het symbool van vruchtbare, bloeiende grond.

    De Braakman, afgeleid van Brexem, Breckeme (= zwakke plek, dijkval, grondbraak), vormde in de 13de eeuw de smalle inham van de Honte naar Biervliet en was ongetwijfeld niet veel méér dan een plaatselijke oeverafbrokkeling . In de cijnsrol van 1307 (Rijsel, Archives du Nord, Rekenkamer, B nr 1388/1282 bis) wordt in deze omgeving een zekere Hugo van der Brecminne genoemd. Brecminne was voorzeker een variante op «Breckeme», de oudste vermelding van de Braakman. Verschillende schrijvers spraken over de Brakman of Braakman als over “een vochtige lage streek” of van “schorgronden met brak water of braak land” of van “woest land” of van een “lege moerassige streek”.In 1357 werd de «Breckeme» door stormschade vergroot, maar drong nog niet diep in het land.In 1360 wordt dit water dan «Brackeman» genoemd (Gent, Sint-Baafs, Nieuwenbosse, charter van 27 okt. 1360, verkoop van een erfrente op 1/2 gemet land in het ambacht Boekhoute en «ligghende up den Brackeman»). Door stormvloeden van 1375 drong die verder het land in en hij werd ook veel breder. Dat proces zette zich in de daarop volgende jaren door en er ging steeds meer land verloren. Wat nu Zeeuws-Vlaanderen is, was toen nog een onlosmakelijk deel van het graafschap Vlaanderen. Door die inbraak zagen de graven hun grondgebied steeds maar verminderen.



    • B) Het zou ook een beroepsnaam kunnen zijn afgeleid van het Middelnederlands werkwoord "braken of breken"
    • a. (van vlas of hennep). Na het roten van vlas, werden de stengels gekneusd of gebraakt met een braak. Iemand die dit deed was een braker of "braakman". Vlas was voor een textielcentrum zoals Gent een zeer belangrijk streekgewas. Deze denkpiste lijkt mij zeer onwaarschijnlijk.
    • b. In de Middeleeuwen was in de landbouw het drieslagstelsel van toepassing. 1/3 van het land werd omgeploegd en niet ingezaaid en bleef gedurende een jaar braak te liggen. De persoon die dat deed was een braeckman. De naam zou kunnen ontstaan zijn in de periode dat men begonnen is de gronden te ontginnen voor de landbouw.

    • C) Begin 16de eeuw kwam naast Braeckman ook Braecman, Braeckeman, Braeckelman en Brakelman als schrijfwijze voor. Braeckel, Brakel of kortweg braecke heeft twee betekenissen nl.
    • a. deugniet, bengel, hier schertsend liefkozend gebruikt tegenover wie ons een weinig plaagt. Cfr. Schatteman, Baeteman. Mogelijk kreeg onze familienaam vanaf de 16de eeuw deze onderliggende betekenis.
    • b. Onontgonnen grond. In die betekenis verwijs ik U dan terug naar punt B.

    In de 16de eeuw ontdekte ik in de archieven van de Burggravie van Gent de vooraanstaande familie Braeckelman, o.a Michiel Braeckelman (Brakelman), echtgenoot van Joosyne van Nieulande, vader van Claude, schoonzoon van Willem van Nieulande en van Joosyne Goetghebeur. Michiel had een wapenschild (Arenbergarchief LHG227, zéér goed bewaard) en hield o.a. een leen van 25 bunderen en 41 roeden land, meersch, bos, water en weiden gelegen in St Martens Leerne, St Jans Leerne en Deurle en omgeving, geheten het Rijnvisleen.

    De naam Braeckelman heeft dezelfde stam als Braeckman en situeert zich in dezelfde streek. In hoeverre we dezelfde stamvader hebben is mij niet duidelijk.

    We mogen natuurlijk niet vergeten dat de familienaam voor de invoering van de registers van de burgerlijke stand met de Franse Revolutie, niet wettelijk bestond. De schrijfwijze gebeurde dan volgens de regionale klanktoon. Bij raadpleging van de parochieregisters stelden we vast dat onze familienaam voorheen tussen 1570 en 1800 voornamelijk met CK geschreven werd ( BRAECKMAN ). Voor 1570 kwam naast Braeckman de schrijfwijze Braeckeman, Braecman, Brackman en zelfs Bracman voor. Pas met de geboorte van Charles Henri Braekman op 20 april 1807 kwam onze familienaam uit pure willekeur van een ambtenaar op de huidige schrijfwijze tot stand. Onze familienaam komt in verschillende vormen voor : Braakman, Braekman(s), Braeckman(s), Brac(k)man, Bre(e)ckman(s), Brekman.

    25-01-2009 om 00:00 geschreven door WALTER BRAEKMAN  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (13 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    15-01-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MIJN EERSTE VOOROUDERS

    * Het vermoeden is groot dat Joos (Judocus) Braec(k)man onze oudste gekende voorouder is. Hij had kinderen waarvan ik weet, Jacob en Francoys. Over zijn woonplaats is er nog onvoldoende duidelijkheid. Er bestaan echter documenten die wijzen in de richting van Laarne.

    * Samen met de geboorte van Keizer Karel (1500) kom ik op het spoor van mijn oudste met zekerheid gekende voorouder Francoijs Braec(k)man (°1505 - +1573), schepen te Heusden en wellicht neef of zoon van Joos. Hij had kinderen waarvan we weten een dochter, die gehuwd was met Daneel de Smet, en een zoon Lievin. Hij was leenhouder van heel wat grond in Loovelde, een achterleen van Heusden. Tal van documenten die ik terugvond in het familiearchief van " la famille de Neve de Roden (R.A.G.192) " en “Arenberg“ ( Arenbergarchief te Edingen ) tonen aan dat de familie Braeckman, en in het bijzonder Francoijs, generatieslang prominente figuren waren binnen Heusden, het zenuwcentrum van de Burggraven van Gent.

    In de penningkohieren van Heusden de dato 1571/1572 (stadsarchief Gent reeks 28/119) wordt Frans Braeckman vermeld als schepen van Heusden. Tevens geven deze documenten een opsomming van zijn eigendommen weer gelegen in Heusden (uitgezonderd de lenen waarop geen belasting geheven werd) :
    - behuisde stede groot 500 roeden verpacht aan (zijn
    schoonzoon) Daneel de Smedt.
    - behuisde stede groot 300 roeden verpacht aan Lievin
    Braeckman (zijn zoon).
    - behuisde stede groot 300 roeden.
    - de "grooten ackere" groot 900 roeden.
    - land "in de hoek van de Hoone " groot 300 roeden.
    - " 't Nieulant " groot 500 roeden.
    - in de stede van Daneel Callen 40 roeden.

    - land en bos "aan de Broucstraete" groot 2.000 roeden
    - meers " in Herreberrebucht " groot 300 roeden.

    Hijzelf pachtte

    • - 5.400 roeden land van Jan de Gruutere.
    • - 5.100 roeden land samen met Jan Baert van Willem vander Zype en Lievin Diericx.
    • - 200 roeden scoof-meers van Wed. Bauwen-de Mey.

    In het Fonds Huart p.3079 (A.S.B.L Brussel) wordt Franchoys Braecman op 31 oktober 1549 als “un chatelain et échevin de Gand à Huesdene” vernoemd met zijn zegelmerk nl. een gaffel omgeven door twee beknopte rozen.

    * Zijn oudste zoon, Lieven Braec(k)man (°1530 - +1581) huwde met Catharina (Cathelijne) Vermeeren (Heusden +1612). Ze kregen kinderen waarvan we weten Francoys, Lievin, Tanneken (in 1595 gehuwd met Egidius (Gillis) Schepens), Elisabeth (+1599)(gehuwd met François Bracke) te Laarne en Annesoete (in 1598 gehuwd met Willem De Moerloose). Hij woonde wellicht in de behuisde hofstee op de hoystraete groot vier gemeten land ghehauden vanden hove vanden durpe te Heusden, noort de hoystraete." (zie ook verder).

    Volgens de staten van goed van zijn dochter Elisabeth (Laarne bundel 515) bezat hij bij zijn overlijden diverse gronden en renten binnen Heusden en Laarne die onverdeeld in bezit bleven van zijn vrouw en kinderen. Zijn vrouw, Catharina, had tot aan haar dood het volledig vruchtgebruik. Pas bij het overlijden van zijn vrouw (akte 17 jan. 1613) werden de bezittingen over zijn kinderen verdeeld. De kinderen van Elisabeth erfden onder andere :

    • "de meterkensstede ter Laecke" groot een oudt bunder (800 roeden), oost Frans De Wilde, zuid meersch van Gillis De Backer, noord de Hoystraete. (landboek 1653 Heusden nr 509)(zie ook verder) in 1613 bewoond door Gillis Schepens en Tanneken Braeckman.
    • Twee gemeten land binnen Heusden oost de Brouckstraete, suyt Jan Van Leuven. (landboek 1653 Heusden nr 844).
    • Een partij land binnen Heusden groot 400 roeden, geheten “het Nieulant”, oost de Brouckstraete, west Loovelde (landboek 1653 Heusden nr 832).
    • Een partij land binnen Heusden groot 400 roeden, geheten “’t Middelstuck”, oost de Pyncxackere (landboek 1653 Heusden nr 573).
    • Een partij land binnen Laarne op de Meulecauter op Oosten groot 200 roeden, west de Kercke.

    Haar dochter Tanneken bleef samen met haar man Gillis Schepens in de “meterkensstede” wonen. Haar zoon Frans bewoonde het ouderlijk huis.

    We hebben nog weet van een denombrement d.d. 25 december 1573 van Lievin Braecman zoon van Frans op de hove van Loovelde binnen Heusden gelegen op den Ruysschaerde groot 400 roeden oost Jkr Jan De Gruutere zuid de Schelde.(is wellicht ’t comersleen, zie verder)

    In de penningkohieren van Heusden de dato 1571/1572 (stadsarchief Gent reeks 28/119) wordt een opsomming gegeven van de eigendommen van Lieven gelegen in Heusden.
    - meers "de Piers Bocht" groot 600 roeden (of 2 ghemeten)(zie ook verder).
    - bos aan de "Brouckstrate" groot 600 roeden.
    - land "de Ruedekens" groot 600 roeden (zie ook verder).

    Tevens pachtte hij

    • - 450 roeden meers van Pieter de Rycke.
    • - Een behuisde hofstede van 300 roeden van Francoys Braeckman.
    • - 3.300 roeden meers van Mr. Van Baudrie.
    • - 150 roeden meers van Jan Haesbaert.
    • - 900 roeden land van Joos de Stoppeleere.
    • - 1.400 roeden meers samen met Daneel de Smet van Lievin Reynheere.

    Ik moet evenwel zeggen dat er in die periode twee Lievins in Heusden woonden nl. Lievin zoon van Jan en Lievin zoon van Francoys.

    Daarnaast worden ook nog Jacop, Jan en Philips Braeckman vernoemd, die in 1572 te Heusden woonden.

    Jacop pachtte 400 roeden land van zijn moeder.

    Jan pachtte

    • - een behuisde pachtgoed, land, meers en bos van 11.145 roeden van Lievin van Hulse en wed. Marck van Vaerwyck.
    • - 900 roeden meers van de kerk van Heusden.
    • - 900 roeden ettinghe van Pieter Curtewyle.
    • - 1.800 roeden land van Mr. Van Hoonberghe.
    • - 300 roeden land van Philips Braeckman (wellicht zijn vader, broer van François).

    Er is ook nog sprake van Francoys Braeckman te Laarne die 190 roeden meers in “d’Oone” bezat. Ter info : 1 roede = ongeveer 15 m2.

    * De oudste zoon van Lieven, Francoijs Braeckman (°1555 - +1610), schepen te Heusden, huwde met Jacquemijne De Moerloose, dochter van Jan en Lievine Castele. Ze kregen 3 zonen en 4 dochters nl.

    - Livinus, wellicht gehuwd met Francesca Vermeire, de oudste zoon;

    - Jan(1) (zie verder)

    - Jacobus (Jacques)(+1656), gehuwd met Betken De Maerschalk, tot Laarne;

    - Catharine, in 1626 gehuwd met Marcellis (Marcus) Ongena, tot Zeveneken;

    - Jacoba, in 1615 gehuwd met Egidius (Elooi) Vanleuven, tot Heusden;

    - Judoca (Joosijne), in 1622 gehuwd met Jan De Smet, tot Laarne;

    - Margriet in 1632 gehuwd met Pieter Van Dooresele, tot Gentbrugge.

    1/ Denombrement d.d. 4 november 1581 van Franchoys Braeckman zoon van Lieven op

    de hove van Heusden groot 2 ghemeten oost ghelant Mr Symoen de Hondt zuid en west dhoirs Lieven de Smet noord weduwe Brandt verworven bij de dood van zijn vader.

    2/ Denombrement d.d. 27 september 1580 van Franchoijs Braeckman zoon van Lieven op de hove van Loovelde binnen Heusden groot 400 roeden gelegen binnen Ruysschaerde oost dhoirs van Mr. Jan de Gruutere zuid de Schelde noord Andries Castele en klooster Vannieuwenbossche (is wellicht ’t comersleen, zie verder) en een leen groot 100 roeden gelegen binnen Ruysschaerde oost het klooster Van Nieuwenbossche zuid Reijnier Costere zuid en oost dhoirs van Franchoys Braeckman (zijn grootvader?).

    In het familiefonds Kethulle de Rijhove nr.175.2, tussen de periode 1560 en 1630 vond ik onder nrs. 2949 en 2950.

    1/ Franchoys Braeckman wordt op het einde van tal van aktes vermeld als schepen.

    2/ Akte van 18 juli 1597 waarbij het 13de leen van de hove van Loovelde van Pieter van Hoorsele overgaat naar Francoijs Braeckman en Liefken zijn zoon. Het gaat om een leen omtrent 1 gemet groot op de rendeken. (zie ook verder).

    3/ In december 1599 verkrijgt hij de “31ste leen gehauden van de hove van Loovelde” van Jan Castele, de 20ste leen van Gillis De Moerloose en de 34ste leen van zijn schoonmoeder Lievyne Castele.

    4/ Op drie december 1602 verkocht Jkr Philips Van Steelant 200 honderd roeden meersch binnen de parochie van Heusden (verkregen bij het overlijden van zijn oom Joos de Stoppeleere) aan Francois Braecman voor 12 ponden grooten. Op deze akte is duidelijk de handtekening met initialen van Francoijs te zien (zie ook bijlage van dit hoofdstuk).

    Daar we niet beschikken over “een staat van goed” of “een akte van verkaveling” bij zijn overlijden, dienen we aan de hand van andere akten zijn bezittingen samen te stellen.

    1/ Vooreerst verwijs ik naar de staat van goed van zijn zoon Jan (zie verder).

    2/ Staat van goed d.d. 12 december 1650 van zijn dochter Catharine Braeckman gehuwd met Marcus Onghena, beide overleden te Zeveneken in de maand januari 1647 (R.A.G. Burggravie van Gent nr.749). Van haar vader had zij te Heusden volgende loten geërfd.

    • Een stuck meersch groot 200 roeden ligghende inden Heusdene meersch abouterende west van het hoir van Sr.Pauls Clayssens ten noort zijnde de bijlocque meersch en oost syde de wisselmeersche wesen maymeersch wesen leen ghehouden van heerel van Loovelde.”
    • “Item noch inde selve prochie een half ghemet maymeersch ligghen daerment naempt Ptrs Boecht ghenomen in eene meerdere partije van twee ghemeten ghemeene met jan Smedt, Jan Bracke ende Pieryntken Braeckman wde van Jan Braeckman.”

    15-01-2009 om 00:00 geschreven door WALTER BRAEKMAN  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    14-01-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.JAN BRAECKMAN (1580 - 1647)

    * Geboorte - Dood

    Jan(1) is omstreeks 1580 geboren te Heusden. Zijn vader heet Frans Braeckman (+1610), zijn moeder Jacquemijne De Moerloose (+1647), dochter van Jan. Zijn grootvader heet Lievin Braeckman (+1581). Hij is gestorven te Lochristi op 4 juni 1647.

    * Gebeurtenissen van de tijd : 1500 - 1639.

    De familiegeschiedenis begint in een periode van de heksenwaan die begon in 1450. De heksen werden door de inquisitie vooral om religieuze redenen veroordeeld. Met Keizer Karel werd het kerkelijk recht vervangen door het wereld recht en kreeg de inquisitie een politieke tint. Vanaf 1520 waren er nog weinig heksenprocessen maar de kettervervolging woedde in alle hevigheid.
    Keizer Karel werd geboren te Gent in 1500. In 1515 werd hij meerderjarig verklaard en nam hij zelf het bestuur van de Nederlanden in handen. Hij was een zeer bemind vorst. Hij was te midden der Nederlanden opgegroeid en sprak hun taal. Hij verzette zich echter met kracht tegen het vanuit Duitsland opkomend protestantisme. Hij had gezworen “de ketterij” in zijn patrimoniale gewesten met alle middelen te bestrijden. Hij heeft ook in dit opzicht ten zeerste af te rekenen gehad met zijn geboortestad Gent. Al in 1522 liet hij in een soort massaspektakel op de Vrijdagmarkt boeken van Luther verbranden. In 1530 werd in Gent de eerste protestant terechtgesteld en honderden andere zouden omwille van hun geloofsovertuiging op de brandstapels, onder de beulszwaard of aan de galg hun leven eindigen.

    Tevens was de stadskas van Gent leeg waardoor er een diepe malaise heerste in de stad. Weinig werk betekende weinig centen. Toen dan keizer Karel in 1537 daar bovenop nog een zware belasting wou opleggen, vloog het deksel van de ketel. Het liep op een algemene staking van de ambachtslieden en spoedig op een gevaarlijke opstand. Om de inwoners van Gent te straffen ontnam keizer Karel Gent in 1540 hun privilegies, de bewijzen van hun zelfstandigheid; en schafte met één pennetrek hun machtsuitoefening buiten de stadsmuren af waardoor Gent nu gelijkgeschakeld werd met de andere Vlaamse steden. Bijna cynisch noemde hij zijn strafwet de “Carolijnse Concessie” (“de toegeving van Karel”). Vijftg Gentenaars, enkel gekleed in een wit hemd, moesten zijn genade afsmeken. Ze liepen blootsvoets en droegen een strop om de hals, ten teken dat ze de galg hadden verdiend. “Stropdragers” was vanaf dat ogenblik de spotnaam van de Gentenaars.

    Hij gaf tevens het bevel een groot deel van het St.Baafsdorp af te breken om plaats te maken voor het Spanjaards Kasteel. Dit om Gent te straffen die geweigerd had, tijdens zijn oorlog met Frankrijk, aan Keizer Karel de gevraagde ondersteuning te geven. Zo probeerde hij meer vat te krijgen over Gent. Het ongenoegen in de hogere klasse groeide. In 1555 deed hij troonafstand en verdeelde zijn rijk onder zijn broer Ferdinand en zijn zoon Filips II. Spanje met de koloniën en de Nederlanden komen in handen van Filips II.

    Ten einde zich een beter beeld te vormen van de 16de eeuw, raad ik ieder aan het boek “Uilenspiegel” van Charles De Coster te lezen.

    1568 - 1648 De 80-jarige oorlog en het Spaanse Overwicht. Filips II (1556-1598) voerde een strakke centralisatie door en handhaafde streng de godsdienstige eenheid. Zijn absolutistische neigingen en het opkomend calvinisme dreven de Nederlanders tot opstand. De beeldenstorm (augustus 1566) woedde over de hele Nederlanden. Ook in de Gentse kerken, kloosters en kapellen gingen de beeldenstormers mateloos tekeer. Filips II stuurde de onverbiddelijke hertog van Alva en meende met zijn bloedraad orde op zaken te stellen. Gent werd echter een speerpunt van verzet met steun van de Hollanders tegen Spanje en ging vanaf 1576 op religieus gebied een rechtlijnig calvinistische koers varen. Er volgde een nieuwe beeldenstorm in kerken en kloosters. De volksleiders begonnen een ware klopjacht tegen katholieke geestelijken.

    In september 1584 moest de stad zich overgeven aan Alexander Farnese, hertog van Parma, de opvolger van Alva. Huwelijken volgens de protestantse ritus werden ongeldig verklaard en de echtgenoten waren verplicht voor de katholieke kerk een nieuw huwelijk te sluiten. Met de val van Antwerpen (1585) werd de Schelde afgesloten en namen talloze hervormingsgezinden uit onze gewesten, waaronder ook 20% van de Gentenaars (15.000 zielen), de wijk naar het Noorden. Gent werd weer Spaans en herwon het katholicisme zijn monopoliepositie. De Zuidelijke en Noordelijke Nederlanden werden definitief gescheiden. In het Noorden ontstonden de Verenigde Provinciën (de Republiek) waar de protestanten de toon aangeven; de katholiekgezinde Zuidelijke Nederlanden schonk Filips II in 1598 aan zijn dochter Isabella en haar gemaal Albrecht van Oostenrijk. De voornaamste vestingen van het land, zoals Gent, bleven bezet met Spaanse troepen. Zolang ze regeerden (tot 1633) was de zelfstandigheid van de Zuidelijke Nederlanden tamelijk groot mede dankzij Spinola, hun eerste minister.

    1635 Een verdrag tussen de Republiek en Frankrijk werd gemaakt ter verdeling van de Zuidelijke Nederlanden maar met Olivares, de opvolger van Isabella, die de zaken stevig ter hand nam, heeft dit militair slechts geringe resultaten gehad. Niettemin vielen de Hollandse troepen Vlaanderen binnen. Richelieu, de invloedrijke raadgever van Lodewijk XIV, sloot met de Hollanders een verbond om de Spanjaarden uit de zuidelijke provincies te verdrijven. De streek ten noorden van de Brugse Vaart tot aan de Sasse Vaart was in 1645 door de Hollanders bezet. De Fransen waren diep in Vlaanderen doorgedrongen met de bedoeling dat de beide legers elkander in de nabijheid van Gent zouden ontmoeten. Eind 1645 staken de Hollanders en de Fransen de Schelde over. Daarbij kwam dit tot een hevig gevecht met de Spanjaarden die zich afspeelde ter hoogte van de huidige Pontstraat te Melle en op de plaats Zevengemeten te Heusden. Naast de rooftochten van de voorbijtrekkende soldaten, veroorzaakten de troepenbewegingen ook veel schade aan de graslanden en de landbouwgewassen. Het was de bedoeling van de Hollanders via een omtrekkende beweging de stad Hulst in te nemen en zo Zeeuws Vlaanderen in bezit te krijgen. Aldus verkregen ze de heerschappij over de Scheldemonding en zette daarmee de haven Antwerpen buiten spel. De Fransen hadden op hun beurt alleen belangstelling voor het graafschap Vlaanderen en om de Spanjaarden daaruit te verjagen.

    Naast hongersnood en oorlogsgeweld, werd Vlaanderen in de 16de en 17de eeuw voortdurend geconfronteerd met uitbraken van “pest” of de “zwarte dood”. De laatste uitbraak was in 1668.

    * Huwelijk

    Hij is omstreeks 1610 (te Heusden?) gehuwd met Janneke (Joanne) De Clercq, dochter van Lieven. Ze kregen 1 kind, Jacoba (in 1630 gehuwd met Jan Devylder en later in 1646 gehuwd met Macharius Debacker). Janneke stierf wellicht in het kinderbed.

    Jan huwt kort daarop, begin 1612 met Petronella (Petrina) Onghena, dochter van Jan. Zij is geboren omstreeks 1590 (vermoedelijk te Zeveneken of Lokeren).Ze kregen acht kinderen nl. Jan (2)(ø1613); Franciscus (ø1615), in 1643 gehuwd met zijn nicht Maria Vervaet tot Lochristi; Judoca (ø1617), in 1640 gehuwd met Judocus Van Dooreseele tot Eksaarde; Maria (ø1620), in 1645 gehuwd met Richardus De Groote tot Lochristi; Elisabeth (ø1621, vroegtijdig gestorven); Joanna (ø1625), in 1647 gehuwd met Livinus De Bruyne; Judocus (ø1627), in 1651 gehuwd met Jacoba Vervaet tot Lochristi "int quartier van het smael houvelt". Zij kregen één kind, Joanna, maar stierf vroegtijdig. Ze bleven daarna kinderloos waardoor ze op 7 oktober 1689 bij notariële akte aan de kinderen van Egidius(Gillis,broer van Jacoba) Vervaet en Georgia(Joorijntke) Braeckman (dochter van Jan(2)) het blote eigendom van “huysinghen, schuere, stallinghe ende edificies staende opden gronde vande hofstede” schenken en zolang zij beide leven vrij kunnen beschikken over het vruchtgebruik ; en Jacobus (ø1631).

    * Schoonouders

    Ik vermoed dat Jan Onghena afkomstig is van Lokeren. Hij was mogelijk gehuwd met Elisabeth van Bastelaere. Ze kregen kinderen waarvan we weten Petronella, Marcus en Pieter. Ze woonden wellicht in Zeveneken.

    * Loopbaan

    Het is mij niet duidelijk of Jan(1) bij zijn eerste huwelijk omstreeks 1610 reeds woonde in Heusden of pas later bij het overlijden van zijn vrouw teruggekeerd is naar Heusden. In 1613 evenwel werd zijn eerste kind van zijn tweede huwelijk geboren te Heusden.

    Jan(1) was de tweede zoon van Françoys. Bij het overlijden van zijn oudste broer, Lievin, verkreeg hij de rechten van de oudste zoon in lijn.

    Zover mijn gegevens reiken, woonde de familie Braeckman als welstellende landbouwers en veehouders te Heusden. Dat blijkt uit de staat van goed van Jan(1)(Burggravie Gent, juni 1647) waarin een uitgebreide opsomming wordt gegeven van zijn landerijen te Heusden.

    a) Afkomstig van zijn vader :
    * Een behuisde hofstee op "de hoystraete groot vier gemeten land ghehauden vanden hove vanden durpe wesende een ghestruycht (gestruikt) patrimoniael leen mette rechte vurst den oudtsten van desen sterfhuys competerende soo hij sustinert oost d’hofstede van Lucas de wilde, west d'hofstede van Jan Mathijs, noort de hoystraete." (zie ook verder)

    “De hofstede lag in de wyck van Steylvoorde lanx de Houystraete oost waert kerende neffens den neren dendermonschen heerwech lancx de Rendekensstraete ende Ghemeene heye tot an het Hoyhecken wesende het beginsel van desen wycke(landboek 1653 Heusden nr 561)”
    * 400 roeden land op "de rendekens ...ghestruycht leen (13de leen van Loovelde) commende van Lieven Braeckman den overleden broeder ghehauden van Loovelde oost Jkr Pieter Ln vanderzarren, suyt den helsbosch van Jan Martens, west den vienkaris wauters ende noort dhoirs Jan de vyldere" (zie ook verder) “Dit land lag in de wyck vande Rendekens bosch tusschenden Berchdriesstraete Hevenackerestraete ende Rendekens metgaeders de Gaverstraete (landboek 1653 Heusden nr 636)”
    * 2 ghemeten land "ghenaempt het heystuck … oost Jooris vandriesschen, suyt Gillis de wilde, west de rendekensstraete en de heije ende noort Jan martens" (zie ook verder) (landboek 1653 Heusden nr 628)
    * 400 roeden land "boven ruysschaerde ghenaampt 't Commersleen wesende mersch, oost pauwels claeyssens,west de naervolgende partye, suyt de schelde, noort den clooster van nieuwenbossche, oock ghehauden van Loovelde." (landboek 1653 Heusden nr 194)
    * nog 400 roeden land "ghenaempt de achterste Coreelputte oock mersch boven ruysschaerde, oost het voorgaande, suyt de schelde, west den Heilighen gheest van Heusdene, noort’t clostere oock ghehauden van Loovelde." (landboek 1653 Heusden nr 195)
    * 100 roeden meersch "ghenaempt Lauwersleenstuck",oost den Heilighen gheest van Heusdene, suyt Jan Schatteman, west dhoirs Jan de Smedt, noort dhoirs Jkr Jan Pardo. (landboek 1653 Heusden nr 198)
    * 264 roeden land " inde lettenackere oock binnen Heusden onverdeelt met dry andere ghedelen, byden overledene verkreghen by mangelen ende uytgrooten (uitkering aan de kinderen van de erfenis bij het leven van de ouders) jeghens Eloy van leuven, pieter van doorisele en jacques braeckman oost en suyt de gemelde partije het rendekens straetken, west Eloy van Leuven,..." De andere drie delen (792 roeden) heeft hij later door mangelen in zijn bezit gekregen (zie ook verder). (landboek 1653 Heusden nr 577-578)


    * 200 roeden land "by uytgrooten van Jan de Smedt in huwel hebbende Joosyne Braeckman oock binnen Heusden aen muysdriesch oost den hure van Loovelde, suyt ende west den selven driesch ende noort Joos Schatteman met syn hofstede." (zie ook verder) (landboek 1653 Heusden nr 825)

    b) Door hem aangekocht :

    * Een behuisde hofstede groot 400 roeden "aenden voorseyden muysdries mette huysen, scheuren, stallen, boomen ende catheylen daer op anne staenden oost franchois de wilde causa uxoris, anden Cruysdries suyt den hure van Loovelde, west den straete, noort den voorn dries commende by coope van marcus ongena ende Catarina Braeckman syn huusvrauwe." (landboek 1653 Heusden nr 879)
    * 460 roeden erfen binnen Heusden op "aelmersch commende by coope van Jooris van driessche, Gillis ende d'hoirs pr.de backere." (landboek 1653 Heusden nr 83). Den coopschat diende nog betaald te worden. Er was nog een proces hangende in de raede van vlaenderen.
    * " d'helft onverdeelt met Joos bauwens vande groote weehaeghe groot een half bundere ..." (landboek 1653 Heusden nr 797)
    * " d'helft onverdeelt met Joos bauwens vande cleene weehaeghe groot een gemet ..." (landboek 1653 Heusden nr 795)

    * “ d’helft onverdeelt met Joos Bauwens vande Hemeryckackere groot 800 roeden, west de Musschestraete noort ’t naervolgende oost Jacques Braeckman “(landboek 1653 Heusden nr 862).

    * * “ d’helft onverdeelt met Joos Bauwens vande 2de Hemeryckackere ghenaempt den hooghen ackere groot 800 roeden, west de Musschestraete zuyt de voorgaenden ackere oost Jacques Braeckman noort den heere van Loovelde“(landboek 1653 Heusden nr 863).
    * "een half ghemet maymeersch ligghen daerment noempt Piers Bucht ghenomen in eene meerdere partije van twee ghemete ghemeene met Catharine Braeckman, Jan Smedt en Jan Bracke"....(landboek 1653 Heusden nr 272)
    * "de meterkensstede ter Laecke" groot een oudt bunder (800 roeden), gekocht in juni 1625 van Frans De Wilde, noort de Hoystraete. (landboek 1653 Heusden nr 509)

    * “den schueracker” wesende hilftwinnynghe groot 11 ghemeten die competeert den hure canoniek vilain tot dendermonde in dry stucke dien aen dander op steylvoorde. (landboek 1653 Heusden nr 585)

    c) Andere partijen land " wesende moederlijke goet vanden overledene."
    * 2 ghemeten "ouderlandt en mersch binnen Heusden op haelmersch, oost het clooster vannieuwenbossche, suyt ’t Commersleen en de achterste Coreelputte, west de Schelde."
    * 2 ghemeten land "ghenaempt d'helft aende Hoystraete, oost Lucas de wilde, suyt de wdw Ptr de vyldere, west d'hofstede van pieter de backer, noort d'hoystraete." (landboek 1653 Heusden nr 579)

    * omtrent een half bunder land "ghenaempt de schijthaeghe op steylvoorde." (landboek 1653 Heusden nr 586)

    * een partij land "ghenaempt het middelstuck groot een half gemet, noort de wdw Pr de vyldere mette Helst, west Pr de backere met syn hofstede ..." (landboek 1653 Heusden nr 570)

    * 200 roeden land en mersch in Heusden op de hertghemeente oost de kercke vanDestelberghe met Jan de Jonghe. (landboek 1653 Heusden nr 161)
    * "den cheyns opde selve hoystraete metten last van 13 pond tjaers ande burchgrave".



    Zoals blijkt uit de staat van goed en tal van denombrementen (leenverheffingen) was hij (zoals zijn vader, grootvader,overgrootvader,...) leenhouder te Heusden.
    * een denombrement van 1573 : (R.A.G. 192) "Lieven Braeckman filius Fransoijs haut een leen binnen de heerlijkhede van Loovelde binnen de parochie Heusden groot vier honderd roeden gheleghen opden Russchaert ..." Aan elke denombrement bevond zich een zegel met een teken. Hoewel de meeste zegels verloren zijn gegaan, is de zegel van dit document nog quasi intact. Daarop merken we een afbeelding van twee beknopte en één opengebloeide stel rozen. Dit leen ging in 1580 over naar zijn zoon Frans, in ? naar Jan(1), in 1655 naar Jan(2), in 1678 naar Jan(3). (zie pagina 27)

    * een denombrement van 1594 : (Arenbergarchief/Heusden/LGH470). Daar ontdekte ik het zegelmerk van Frans Braeckman dat totaal intact is. De zegel is omrand door de namen BRAECKMAN LIEVEN FRANCOYS. Binnenin merk ik het teken (ffl)op dat opmerkelijke gelijkenissen vertoont met de handtekening van Francoys Braeckman (zijn grootvader). Het teken is hier driemaal omgeven door een op een 3 gelijkend teken. Mogelijk is ffl de symbolische afkorting van Francoys. De betekenis van 3 heb ik nog niet kunnen achterhalen. Het gaat hier om een leenverheffing van 26 maart 1594: “Françoys Braeckman als kerkelijk voogd en bediendelijk man van zijn echtgenote Jacquemine de Moerloose filia Jan, 1 leen op Tervent, oost de wees Gillis Mathijs, zuid Gheeraert de Poortere, west Jan de Smet, noord de gemene heide van Heusden.” (zie pagina 26 en 29)

    * een denombrement van 1591 : "Lieven Braeckman filius Lievens haut een Leen van mijnen here den Burchgrave van Ghendt groot wesende twee ghemete gelegen binnen Heusden aan de ‘heije en de rendekens”." Het gaat hier om de eerder vermelde "Heystuck". Lieven was wellicht de nonkel van Jan(1). Na de dood van Lieven kwam de leen in handen van Jan(1). Dit leen komt in 1647 in handen van Jan(2) na het overlijden van Jan(1) en in 1678 in handen van Jan(3) na het overlijden van Jan(2). (zie afdrukken in bijlage).

    * een denombrement van 1594 : "Iaecquemijne de moerloose filia Jans suster van Gillis de moerloose, franchois Braeckman haeren man, haut een leen van mijn heere den Burchgraeve van Ghendt wesende een ghemet liggende te Heusden..."

    Dit leen kwam in handen van Jan de Smedt, man van haar dochter, Judoca Braeckman.

    Een leen was een gebied dat een leenheer aan een trouwe medewerker verleende in ruil voor bepaalde, meestal militaire, diensten. De leenhouder legde de eed van trouw af aan de leenheer. Als compensatie voor zijn diensten moest de leenhouder geen belastingen voor dat leen betalen. Elk leen ging over van vader op oudst levende zoon.


    Op 22 november 1638 deed Philips van Crombrugghe een leenverheffing van de heerlijkheid van Loovelde. Volgende achterlenen waren in handen van de familie Braeckman :

    - leen 4 : Lievin de Clerck houdt een leen van 1 gemet, genaamd “an ’t rendekin”. Deze komt in 1646 in handen van Jan de Vyldere, echtgenoot van Jacquemijne Braeckman, oudste dochter van Jan(1).

    - leen 6 : Jan(1) houdt een leen van 400 roeden “boven ruusschaert”.

    - leen 13: Jan(1) houdt een leen van 1 gemet, gelegen op “’t ruedekin”.

    - leen 16: Jacquemijne de Moerloose, moeder van Jan(1),houdt een leen van 200 roeden, gelegen op het “Loovelt”.

    - leen 22: Jan(1) houdt een leen van 400 roeden boven “ruuschaert”.

    - leen 31: Jan(1) houdt een leen van 100 roeden, gelegen bij de “ruusschaerde”(Lauwerleenstuck).

    Op Allerheiligendag 1625 deed zich een jammerlijk gebeurtenis voor in de

    kerk van Heusden nl. " Jonkheer Jan de Ontaneda geeft in het koor van de Heilig Kruiskerk te Heusden een klinkende caecksmeete aan Jonkheer Joris van Crombrugghe die terugkeert van de offerande omdat hij hem niet als eerste ten offer liet gaan." Dit voorval veroorzaakte heel wat opschudding in het dorp en leidde tot een proces waarbij Petronella Onghenae op 5 november 1625 optrad als getuige. nl. ... "Tenslote komt Pieryntken Honghenae, dochter van Jan, huisvrouw van Jan Braeckman, ongeveer 35 jaere aan de beurt. Ze heeft alles gezien tot en met de kaakslag. Daarna is ze in de war geraakt en omdat ze van zodanige gheschiedenisse eene schric creech, heeft ze niet langer durven toekijken." Bij een latere verklaring voegde ze daaraan toe: " dat ze heeft plaatsgenomen sittende in de beuck van de voornoemde kercke met d'andere vrouwen en van andere voorvallen tussen beide edelen en eticquet haer onbekent sijn." Er wordt melding gemaakt dat ze niet kon schrijven. ( extrait uit Jaarboek 23 van 1996 van Oost Oudburg door Eric Schepens).

    Omstreeks 1633 verliet Jan(1) het ouderlijk huis waar zijn moeder nog woonde en kwam hij in Lochristi (wellicht aan de grens met Oostakker) terecht. Daar pachtte hij zijn landgoed (waaronder het Tannecoodtsstuck) van Joos Codde en 200 roeden meersch en land van Jan de Jonge. Daarnaast had hij in 1640 samen met Gillis Van Damme (wellicht familie van zijn vrouw) het beheer over een leengoed van "sieur Anthoine Gillis" en bewerkte hij ook land te Desteldonk. Het land dat hij te Lochristi bewoonde maakte deel uit van de Burggravie. Een groot gedeelte van Oostakker en Lochristi hoorde toe aan de burggraven van Gent met als administratieve zetel Heusden. In grote lijnen was dit leen in het oosten begrensd door de Hijftestraat, in het zuiden door de Smalleheerweg, de Korteheerweg en de Groenstraat. Het huidig kasteel Slotendries behoorde nog tot de Burggravie. In het noorden door de westelijke helft van de Eikstraat en zo rakelings door de akkers terug naar de Hijftestraat. De hoge rechtsmacht en de beste hoofden kwamen toe aan de graaf, de belastingen werden door het Leenhof St.Baafs geïnd.

    In juni 1644 was er binnen de familie Braeckman een "questie" (onenigheid) " ter cause vande inbrijnghen van coopschat vande leenen prijsije van de huysingen schueren stallen en andere edificien staende op de hofstede ande hoystraete binnen den prochie van heusdene. Jacquemijne de moerloose ende haere kinderen pretenderen dat deze ten laste is van Jan(1) als outste hoir feodael. Jeghens dhoirs Tanneken braeckman en andere hoirs ter sterfhuyse van Catharina Vermeeren haerlieden grootmoeder sustineren dat Jan(1) notabele somme ten achter en schuldich was." Jan(1) stemt in mits "in recompensie dat volgende leene commende van de sijde van sijne moeder van nu voorts an sijn en blijven ghedeelig als erfen tusschen de zes kinderen" en dat zijn moeder afstand doet van het vruchtgebruik. (W.P. Heusden 1 juni 1644 folio 106 Fonds Pottelsberghe dela Potterie n°414) te weten
    - den letten ackere, 4 gemeten, oost en zuid het Rendekens Straetken, west Eloy van Leuvene, noord Jan Vandenherschone.

    - een meers gheleghen boven russchaerde, 1 gemet, oost mijn heere Neulandt, zuid de Schelde, west Paulus Claysens.

    - 100 roeden land (20ste leen van Lovelde) an muysdriesch, oost de here van Loovelde, zuid en west de voorgaande driesch, noord de hofstede van Joos Schatteman..

    - 1 gemet land ghenaempt den vent, zuid de letten ackere, west Jacques de wilde, noord Cfls de la royere, oost Pr. Matthys.. (landboek 1653 Heusden nr 575 of 576).

    Daarnaast zou Jan(1) "los en liber" beschikken over al de gestruikte lenen van zijn vader alsook wat door zijn vader tijdens zijn huwelijk "geconquesteerd" was. Ook het 13de leen de rendekens (geërfd van zijn overleden broer Lieven) kwam in zijn bezit. Deze gaat op 10 november 1664 over op Jan(2) en op 22 juli 1678 op Jan(3).

    Zijn moeder woonde vermoedelijk op dat moment bij zijn zuster Judoca te Laarne waar ze in 1647 wellicht ook overleed.

    Volgens de staat van goed van zijn zuster Catharine en haar man Marcus Onghena (broer van Petronella)(beide stierven op dezelfde dag in januari 1647), (leenhof 749 d.d. 12 dec.1650) bezat de vrouw van Jan(1) in de "streeke van Lokeren" een partij land (geërfd van haar vader) nl.”Item noch eene partije zuyt daeranne oost pieter onghena zuydt de weduwe Jan braeckman west christoffels van haute 300 roeden.” Jan(1) ving als voogd de kinderen van zijn zus, Hans en Loys Onghena, op. Zij het niet voor lang want hijzelf stierf een paar maanden later. Zijn broer Jacques nam deze taak daarna over.

    Volgens de parochierekeningen van Lochristi werd hij regelmatig vergoed voor “een rede” (rit met paard en kar) bij (door) hem ghedaen in den dienst van zijn here". Het ging hier meestal om militaire opdrachten. Zo moest hij in 1644 militaire bagage wegvoeren naar Machelen en Vinderhoute. In 1645 werd hij samen met zijn zoon Frans, vergoed voor “de logement van eenige soldaten van Croate”.


    Bij zijn overlijden werd in de staat van goed zijn "mobiliair baeten" geschat op 1.081 pond. Ziehier een samenvatting van de meest in het oog springende zaken.
    * Een opsomming van zijn dieren en gewassen.
    Hij had twee paarden (waarde 32 pond),
    negen koebeesten, vijf vaarsen en een kalf (samen 65 pond)
    vier varkens en negen biggen (samen 7 pond),
    een kudde van 102 schapen en lammeren (samen 72 pond),
    het graan en koren op het veld, zijnde tarwe, vlas, haver,
    boekweit en rogge (samen 227 pond)
    Dat Jan een grote veehouder was vnl. van schapen, blijkt uit de grote sommen "coy en schaepgeld" (belastingen op het kweken van schapen en koeien) dat hij moest betalen.
    * In de kamer stonden twee koetsen (slaapkasten). Twee bedden,

    "hooftpulen en sharging". Een "groote ketel ende andere

    heerdwerk potten pannen". "40 ponden tin, 12 taillooren,

    hondert ellen nieuw lijwaet (8-6-0)".
    * "Iserwerwerck van pieken, gharken, rieken, spaen, schuppen,

    oudt ijzer".
    * zes paar slaaplakens, zes servietten en zes "hammelaekens".
    * "mansgemden, vrauwegemden, 6 fluwijnen, ..."
    * " het ghereede gheld " (cash geld) 89 pond.
    * " het vlees inde cuype mette hespe " waarde 20 pond.
    * " wascuype keerne spinnewiele troch ..."
    * Op de hofstede aan de Hoystraat stond er een "duivekete"

    (duivenhok).


    Tijdens zijn verblijf te Lochristi liet hij zijn land te Heusden bewerken. Zo wordt er melding gemaakt van hooigras "inde bunders op Herbuer, van ptrs bucht, van leene boven ruysschaerde, de achterste putten, de 100 roeden Laureyns Leenstuck". Van 20 bunders vlas en "ongeswyngeln" (ongezwingeld) vlas.

    De rest verpachtte hij :
    * Aan zijn zoon Jan (2) tijdens zijn verblijf in Heusden (zie volgend hoofdstuk) de hofstee aan de Hoystraat voor 10 pond tjaers.
    * Aan Joos Smedt de hofstee aan Muysdriesch.
    * Aan Lieven Michiels pachter van de "gemersch", Jan Coppens pachter van "weehaeghe", Guillaume Bracke pachter van "meterkens", Jan de Mey, mersch.

    Aan de weduwe van Laurens Onghena verpachtte hij de "goede vande hauderigge (zijn vrouw)" te Zeveneken.

    Er wordt ook melding gemaakt van de "huwelijksgifte" dat Jan aan zijn kinderen bij hun huwelijk gegeven had. Elk kind kreeg ongeveer 120 pond.

    Hij had twee dienstknechten (Pieter de Meyere en Bauwen de Lombaert) en één dienstmeid (Betken).

    Van Gillis de Scheppere huurde hij te Gent een zolder van een pakhuisruimte wellicht om zijn graan op te slaan.

    In zijn staat van goed werden de schulden geschat op 247 pond.
    Zo wordt er melding gemaakt van schulden aan Jacques Driesche, de wagenmaker; voor de uitvaart aan de pastoor en koster 29 pond; de doodskist (lichter) 4 pond, de zerk en sepultus 2-15-5, het beste hoofd 7-0-0,...

    Na het huwelijk van hun zoon Judocus in 1651, werd alles wellicht openbaar verkocht en kwamen de landerijen onder het beheer van Nicolas Bracke, een notabele in Lochristi. Petronella ging vermoedelijk bij haar dochter Marie inwonen. Ze stierf omstreeks 1658. Lauwersleenstuck, de Achterste putten, de hofstee aan de Hoystraat,… kwamen in handen van Jan(2) Braeckman. Later gingen de meeste eigendommen over naar Jan De Mey (landboek 1653 Heusden folio 112) behalve ‘tCommersleen, Coreelputte en Lauwersleenstuck. Deze bleven tot na 1739 in het bezit van Jan Braeckman, achterkleinkind van Jan(2).

    De hofstee en land aan Muysbrouckdries kwam in handen van Joos de Smedt.

    * Woonplaats

    Of Jan(1) bij zijn eerste huwelijk te Heusden woonde is mij niet duidelijk. Bij zijn tweede huwelijk werd Jan(2)te Heusden geboren en vermoed ik dat hij te Heusden op de hofstee van zijn vader langs de Hoystraat huisde waar tevens zijn zoon Jan(2) later een tijdje zou wonen. Omstreeks 1633 verhuisde hij naar Lochristi. Daar pachtte hij een hofstee van Joos Codde die zich wellicht situeerde aan de grens met Oostakker. Zowel te Heusden als te Lochristi hing hij vnl. af van de heerlijkheid "Burggravie van Gent".

    14-01-2009 om 00:00 geschreven door WALTER BRAEKMAN  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (8 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    13-01-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.JAN BRAECKMAN (1613 - 1677)

    * Geboorte - Dood

    Jan (2)(Jans, Joannes) is geboren te Heusden op 15 januari 1613 en is op 16 november 1677 begraven te Oostakker. Hij is de zoon van Jan(Joannes) en Petronella Onghenae. Zijn peter heet Jan Ongenae (zijn grootvader), zijn meter Jacoba Braeckman (zijn tante).

    * Gebeurtenissen van de tijd : 1639 - 1665.

    Met de vrede van Munster en wat later Westfalen (1648) wordt de godsdienstvrede opgelegd. De katholieke, lutherse en calvinistische erediensten werden voortaan in het Rijk op gelijke voet gesteld. Er komt vrede tussen Noord en Zuid. Frankrijk had evenwel geen vrede gesloten met Spanje en voor de Zuidelijke Nederlanden duurt de oorlog dan ook voort tot 1659. Met de vrede van de Pyreneëen (1659) tussen Frankrijk en Spanje krijgt Frankrijk gebiedsuitbreiding ten koste van de Spaanse Nederlanden. Ik kan niet voldoende benadrukken dat onze voorouders in die tijd constant in een oorlogssfeer leefden. Voornamelijk het platteland was het strijdtoneel voor regelmatige plunderingen, branden en moorden van de voorbijtrekkende benden vrijbuiters, meestal avonturiers en verlopen soldaten. Zo was men in Oostakker van 1646 tot 1674 viermaal verplicht tegen de roofzucht van de Franse soldaten de kerkmeubelen naar Gent te voeren.

    * Huwelijk


    Hij is op 25 augustus 1639 te Desteldonk gehuwd met Elisabeth Kezele (Kesele, Keghele). In de parochieregisters wordt er melding gemaakt van "proclamatie van het huwelijk" op 17, 21 en 24 juli 1639. Dit waren de zogenaamde "bannen". Een plechtig afkondiging van het huwelijk. Zij is omstreeks 1618 geboren en afkomstig van Desteldonk. Haar vader heet Pieter (+1632), haar moeder Elisabeth Wae(l)laert. Ze is op 7 juni 1702 begraven te Oostakker.
    Ze kregen zes kinderen: Zijn geboren te Desteldonk

    Jan (3)(ø1640).
    Zijn geboren te Heusden
    Jacoba (ø1643) en Petronella (ø1645)
    Zijn geboren te Oostakker
    Maria (ø1648), Georgia (ø1650) en Petrus (ø1653 en in hetzelfde jaar gestorven).
    Zoals U ziet heel wat dochters. Maria huwt met Judocus Van Dooreseele, Georgia met Egidius Vervaet (de broer van Jacoba Vervaet die gehuwd was met Judocus Braeckman, een broer van Jan(2)), Petronella met Joannus De Pestele en later met Laurentius Imschoot (tot Destelbergen) en Jacoba met Jan Van Erweghe en later met Jan Van Ackere.

    * Schoonouders

    Pieter Kezele, woonde bij zijn overlijden(+1632) in Desteldonk op de grens met Oostakker. Volgens de parochierekeningen bewerkte hij daarnaast ook land in Oostakker en Lochristi. Hij was gehuwd met Elisabeth Waellaert. Ze kregen kinderen waarvan we weten Elisabeth, Jan, Pierken (°1622), Joosyntken (°1625) en Jacoba(°1627). Elisabeth is vermoedelijk omstreeks 1642 gestorven.

    * Loopbaan

    In 1640 woonden ze te Desteldonk, vermoedelijk bij zijn schoonmoeder en schoonbroer Jan Kezele.

    Omstreeks 1642, wellicht na het overlijden van Elisabeth Wallaert, verhuisden ze naar Heusden op een hofstee van zijn vader.

    Bij het overlijden van zijn vader, trok Jan in 1647 naar Oostakker en bewoonde een landgoed dat voordien bewoond werd door weduwe Lieven Devettere en Pieter Van Kesbeke. Buiten Oostakker bewerkte hij nog grond te Lochristi (Hijfte).
    Volgens de ommestellingen van 1659 betaalde Jan belasting op drie punten. Zijn gebruik van grond (hij beheerde heel wat land), zijn status (hij werd beschouwd als een notabele) en zijn schapen (Jan kweekte net als zijn vader schapen). Dat laatste punt is wellicht de ontbrekende link met een andere ontdekking. Wijlen Mijnheer Opsomer deed in 1944 ook een genealogisch onderzoek naar de familie Brae(c)kman. Tijdens zijn opzoekingen ontdekte hij een wapenschild (zegelmerk) met een zilverkleurige achtergrond en drie rode schapenkoppen. Onder voorbehoud mag ik stellen dat het wapenschild mogelijk naar het beroep van onze voorouder verwijst. Ook zijn nazaten zouden schapen kweken. In 1714 bezat zijn kleinzoon Judocus 98 schapen.

    Ook toen betaalde men parochiebelastingen nl. de ommestellingen . Het quotestelsel, een heel ander belastingberekening dan het huidige. "De Pointer en Zetter" ( zeg maar hoofdambtenaar bij de regeling van de aanslag van belastingen) wist hoeveel belastingen ze in een bepaald jaar moesten laten innen. Volgens het vermogen werd aan elk belastingplichtige een quote (bepaald % aandeel van het totaal te innen belasting) toegekend en door de zetter neergeschreven in het "Bouck" (bunderboek). "Het innen van de belastingen" werd aan de meest biedende belastingsontvanger verpacht. Deze ontvanger (de pointer) kreeg dan het boek waarin de quote van ieder belastingplichtige stond. Aan de hand daarvan kon hij dan de belastingen innen.

    Jan (2) was een notabele en tevens zetter. Dat hij welstellend was blijkt uit het feit dat hij, samen met Lieven Vermeire, een lening van 50 guldens in de vorm van een obligatie aan de parochie van Oostakker gegeven had.

    Dezelfde parochierekeningen tonen aan dat er voortdurend soldaten in Oostakker en omgeving gelegerd waren die logement kregen in de verschillende boerderijen.

    Op 28 september 1677 werd Desteldonk, een dorp niet zodanig ver gelegen van de woonplaats van Jan(2), in brand gestoken door soldaten van de Franse koning Lodewijk XVI. Ook de kerk brandde af. Die slag is de bevolking nog nauwelijks te boven gekomen. Enkele weken later stierf Jan(2), wellicht onder het oorlogsgeweld, in november 1677.




    Volgens het landboek van 1672, bezat Jan, naast de lenen te Heusden die hij van zijn vader geërfd had, twee stukken land nl.
    De 13de beloop in de wijk Slootendriesch.
    * nr 16 een partij land gelegen langs de smalle heerweg groot 845 roeden genaamd "de schuurakker";
    De 18de beloop in de wijk Meirhout Driesch.
    * nr 45 een partij land zuid den heirweg groot 1158 roeden.

    Daarnaast pachtte hij vnl. van Jonker V(and)ermeersch volgende loten
    De 17de beloop in de wijk Meirhout Driesch.
    * nr 118 een partij land groot 753 roeden, west "de Langenacker";
    * nr 119 een partij land groot 779 roeden, noord de vorige;
    * nr 125 een partij land groot 1860 roeden, zuid de watergang;
    * nr 126 een partij land groot 395 roeden, west de vorige;
    * nr 127 een partij land groot 1222 roeden, de 4 gemete;
    * nr 128 een partij land groot 1292 roeden, de hooghe 4 gemete;
    * nr 131 een partij land groot 888 roeden, noord de dreve, zuid de smalle heirweg;

    * nr 132 een hofstede en bijlstuck groot 1555 roeden (huis 8r.,hof 192r. en 1355r.land); zuid de heirweg.
    * nr 133 een partij land groot 587 roeden, zuid de smalle heirweg;
    * nr 151 een partij land groot 1885 roeden, zuid den watergang, genaamd

    "de groote borrent";

    * nr 166 een partij land groot 592 roeden, zuid en west sijn selfs;
    * nr 192 een partij land groot 813 roeden, naast de Coolsbeke, genaamd "den coolsacker";
    De 24ste beloop in de wijk Meulestede Cauter.
    * nr 59 een partij land groot 560 roeden, in de neirmeersch.

    In 1677 sterft Jan(2). Zijn vrouw neemt een tijdje de zaken op zich.

    Hun zoon Jan(3) keert omstreeks 1679 terug uit Gentbrugge en zet (samen met zijn schoonbroer Jan Van Ackere) de activiteiten op het erf verder. De cursief onderlijnde nummers kwamen in 1679 op naam van Jan(3), de rest op naam van Jan Van Ackere. Dit gebeurde evenwel in aanwezigheid van de weduwe Elisabeth Kezele. Uit verschillende registers blijkt dat ze een belangrijke invloed had binnen de familie. Het is evenwel niet duidelijk of Jan(3) en Jan Van Ackere dezelfde hofstee bewoonden. Mogelijk woonde Jan(3) vanaf 1687 in de hofstee op nr. 134 nl. in 1687 kocht of pachtte Jan(3) volgende loten.
    De 17de beloop
    * nr. 134 een hofstede groot 828 roeden; in 1716 was de hofstee vervallen.
    * nr. 135 een partij land groot 615 roeden, noord de wulvenbos (gelegen tussen Vossenbergstraat, Smalleheerweg en Drieselstraat).

    Judocus, zoon van Jan(3), zet in 1709 de activiteiten verder. Alle nummers komen op zijn naam te staan. Hij sterft op 15 november 1737.
    Pieter, oudste zoon van Marinus, zet in 1738 de activiteiten verder. Hij breidde de bezittingen aanzienlijk uit. Hij sterft op 27 mei 1779.
    Frans Cornelis, zoon van Pieter, zet in 1780 de activiteiten verder. Op zijn beurt breidde hij de bezittingen aanzienlijk uit.
    Na Frans Cornelis kwamen bijna alle loten in beheer van ene Mr. Pottelberghe.

    Ze gingen mis in de St.Amandus kerk (gelegen in het dorp van Oostakker). Ook daar werden ze begraven. Elisabeth Kezele werd begraven "in choro St.Amandi", in het koor van de St.Amandus kerk.


    Alhoewel Oostakker grotendeels afhing van het Leenhof St.Baafs (Bisdom Gent), vielen Jan(2) en Jan(3) juridisch onder de Burggravie van Gent.
    Helaas vond ik geen akte van verkaveling of openbaar verkoop bij het overlijden van Jan (2+3) en hun respectievelijke echtgenote terug ofschoon hun bestaan in andere aktes vermeld worden.
    Gelukkig konden we via hun dochter Georgia (Joosyntken), die woonde te Lochristi "int quartier van de houveltstraete" heel wat gegevens over Jan (2) terug vinden.

    a) Uit de staat van goed van Georgia Braeckman d.d. 13 december 1691 (Leenhof 461) volgende aantekeningen.
    Uit hoofde van haar vader Jan (2) bezat ze twee bezette renten ene op een "partije saylant" groot 1 ghemedt noord den waterganck (afgelost in 1690), de ander op 400 roeden "saylandt" (afgelost in 1681) beide gelegen in de parochie Zeveneken.
    Uit hoofde van haar vader was er een bezette rente op een behuisde hofstede binnen Exaerde groot 500 roeden voor een kapitaal van 25 pond daterend van 12 november 1655 en die op 12 november 1689 getransporteerd werd naar haar moeder Elisabeth Kezele.

    b) Uit een "augmentatie van staat van goed" van de kleinkinderen van Elisabeth Kesele (Leenhof 463) volgende aantekeningen. - Bij het overlijden van Elisabeth werden haar bezittingen verdeeld over vijf erfgenamen nl. haar kinderen Jan(3), Petronella, Jacoba, Georgia en Maria. Daar Georgia en haar man reeds overleden waren, werd de erfenis overgedragen aan hun vijf kinderen (=augmentatie). -
    - Het gaat hier telkenmaal over een vijfde "staeck" in een vijfde "hoofdstaeck" van de bezittngen uit hoofde van Elisabeth Kesele.
    - Bij haar overlijden woonde ze bij haar schoonzoon Jan Van Acker (zoon van Matthijs) wellicht in nummer 132 van de 17de beloop. Ze is gestorven op een hoge leeftijd.
    - Ze had verschillende eigendommen waaronder
    * "eene partije saeylandt binnen de prochie van Oostacker Oost Pieter Van Bastelaere, noordt de Rostijnstraete, west Lieven Arnaut, suydt Joos Van Poucke" groot omtrent 500 roeden.
    * "eene partije landts eertijds eene hofstede binnen Oostacker, groot 593 roeden Oost dhoirs van Nicolaeys Braecke noordt de Breestraete west de wed. van Christoffel de vos".
    * "eene partije saeylandt binnen de prochie van Exaerde int doorendonck eynde groot 500 roeden Oost wed. ende hoirs domijn Verlot west Jan van damme noordt jan vossaert zuydt jacques Leijns" komende van haar dochter Georgia (zie voorheen).
    - Ze leende ook geld uit in de vorm van een obligatie. Elk jaar ontving ze daarvoor een bezette (een obligatie met een roerend goed als waarborg cfr hypothecaire lening) of onbezette rente. De rente werd berekend aan de hand van de penninck xde nl voor elke x penningen 1 penning intrest.
    * "Eene besette rente van 20 schelling groten gelost tegen den penninck 18de ten laste van Gillis Van Bastelaere tot Oostacker staende beset op eene partije maeijmeersch ghenaempt "de malt" groot omtrent 300 roeden sijnde wisselmeersch op heerlijkheid Vanden Buysere in Desteldonck noch op 200 roeden meersch ghenaempt "het leeken" gheleghen alsvooren op een kapitaal van 18 ponden" .
    * "Twee distincte renten de ene 12 ponden 10 schillingen groten tsjaers lossel den penninck 16den, de ander van 10 ponden groten tsjaers lossel den penninck 20sten loopende ten laste van de parochie van Desteldoncq emmers op den naeme Van Driessche insetenen der vernoemde parochie als opnemers van diese die hun daervooren verbonden hebben onder de clausule solidaire van elck voor ander ende een voor al volghens twee distincte obligaties notarial ghepasseert voor de notarissen Cornelis Tack ende Joan de meij." De twee obligaties te samen hadden een waarde van 400 ponden. - een grote hofstee kostte in die tijd omtrent 100 pond.-
    * "Eene onbesette rente van 5 schellingen groten tsjaers lossel den penninck 16de vallende ten laste van Joos Van Driessche tot Bervelde op een kapitaal van 4 ponden".
    * "Eene besette rente van 1 pond 10 schellingen groten tsjaers lossel den penninck 16de loopende ten laste van Joos Hemelsoet commende int ghesach van Cathelijne Verkercken staende beset op een behuysde hofstede in Oostacker op de heerelickhede van groot meirhautte groot omtrent 2 ghemeten met noch 500 roeden landts ghenaempt "den grootenacker" op een kapitaal van 24 ponden".
    * "Eene onbesette rente van 2 ponden 10 schellingen groten tsjaers lossel den penninck 16de ten laste van Jacques Boelens tot Desteldoncq op een kapitaal van 10 ponden".

    - Bij haar overlijden werden "de mobilaire goederen op 20 en 24 juli 1702 gheliquideert". De liquidatie bracht omtrent 463 ponden op.


    * Woonplaats

    Bij hun huwelijk woonden ze te Desteldonk. Met een tussenstop in Heusden, verhuisden ze omstreeks 1647 naar Oostakker. Rond 1672 woonden ze in de wijk Meirhout Driesch wellicht op nummer 132 van de 17de beloop. De hofstede pachtten ze van Jonker Vandermeersch. Hun landerijen lagen vnl. aan de Smalleheerweg. De hofstede uit de 17de eeuw zou volgens Mr.Roger Poelman thans te situeren zijn als de hofstede Thienpondt (20ste eeuw) in de buurt van de huidige Vossenbergstraat.

    We mogen stellen dat tussen 1680 en 1800 de familie Braeckman de wijk Meirhout Driesch domineerde. Wat volgt is een omschrijving van deze wijk daterend van 1672 :
    * " de 17de beloop beginnende aen slootendries aen tgoedt van Mr Jan Bapta de Craene (het huidige kasteel Slotendries) keerende alsoo langs den cleenen slootendries van daer naer den huyschen dries langs den smallen herrewegh tot eene straete keerende noort westwaerts voorbij tgoet van Jonker Jan van herde. En alsoo naar meerhaute driesch alsoo suut westwaerts langs den rijwegh van exaerde tot op deeckstraate en alsoo westwaert langs de voorgaande tot aen tgoet van Crane."
    * " de 18de beloop beginnende aen tpachtgoet genaemt tgoedt ter mijlen oostwaerts streckende langs tselve goedt keerende van daer suutwaert langs tgescheet van loo tot aen smallen herwegh en keerende langs den voorgaande herwegh westwaerts tot aen strate streckende langs de selve straete noortwaert voorbij tgoet van Jonker Jan Van herde tot aen tvoornoemde begin."


    13-01-2009 om 00:00 geschreven door WALTER BRAEKMAN  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (18 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    12-01-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.JAN BRAECKMAN (1640 - 1709)

    * Geboorte - Dood

    Jan (Joannes) is geboren op 17 april 1640 te Desteldonk. Zijn ouders heten Jan (Joannes) en Elisabeth Kezele. Zijn peter heet Jan (Joannes) Braeckman (zijn grootvader), zijn meter Elisabeth Wallaert (zijn grootmoeder).
    Hij is begraven op 24 januari 1709 te Oostakker "in summo choro" in het hoogkoor van de St.Amandus kerk.

    * Gebeurtenissen van de tijd : 1665 - 1706

    1661 - 1715 In Frankrijk was Lodewijk XIV, de Zonnekoning, aan het bewind. In die periode heerste er een voortdurende veroveringslust van Frankrijk op de Zuidelijke Nederlanden (Hollandse oorlog 1672-1678).

    1676 en 1678 zijn voor Vlaanderen echte crisisjaren, met o.a. een epidemie van den rooden loop, een bacillaire dysenterie. Bijna 60% van die dysenteriedoden waren kinderen. Die epidemie volgde op een periode van hoge graanprijzen: over de jaren 1674-1677 lag de roggeprijs 50-100% boven de prijzen van het voorgaande decennium; augustus 1674 kende zwaar onweer en hevige regens; 1675 kende een extreem koude juni en een zeer natte zomer; 1676 was dan weer te warm en oorzaak van lage oogst en weinig of onhygiënisch drinkwater; het geheel resulteerde in die dysenterie-epidemie, maar er was ook nog die oorlog. Franse troepen lagen gelegerd in de streek en kwamen in beweging bij de epidemie waardoor ze naast de klassieke overlast ook de dysenterie overdroegen. Het klassiek drieluik: voedseltekort, oorlog en besmettelijke ziekten!
    Op 28 september 1677 trokken de Fransen de Schelde te Gent over. Op 1 maart 1678 wordt Gent door de Fransen belegerd en met "mortieren, bomben ende carcassen" beschoten. Tijdens dat beleg was er in Oostakker een oprechte verwoesting.
    Op 11 maart werd Gent ingenomen. De oorlogen van Lodewijk XIV waren minder heftig dan de voorafgaande godsdienstoorlogen. Deze oorlogen waren oorlogen tussen koningen en niet tussen volkeren. Niettemin leed de plattelandsbevolking rond Gent fel onder de enorme plunderingen van de voorbijtrekkende legers. Bij het raadplegen van de parochieregisters merken we rond die periode een hoge sterfte op. Zo werden er in Oostakker in oktober 1677 28 overlijden geregistreerd, in november 31, in december 32 en in januari 17 (normaal 4 à 5). Lodewijk XIV nam Gent in als verwittiging voor de Hollanders, voor wie de Zuidelijke Nederlanden een belangrijk afzetgebied was.
    In 1679 evacueerden de Fransen met de Vrede van Nijmegen Gent.
    De koning van Spanje was kinderloos. Bij zijn overlijden (1700) kwamen de Zuidelijke Nederlanden bij successie in handen van Lodewijk XIV. Tussen 1701 en 1713 was er de Spaanse Successieoorlog tussen de Engelse-Hollandse strijdmacht en de Frans-Beierse legers. Om Gent bescherming te bieden, bezetten de Fransen tussen 1701 en 1708 terug Gent. De Zuidelijke Nederlanden ondergaan nogmaals in zeer hevige mate alle verschrikkingen en verwoestingen van de oorlog.

    * Huwelijk

    Hij was te Gentbrugge gehuwd met Catherine De Wilde op 12 april 1665. Zij is geboren te Gentbrugge op 10 augustus 1644. Haar vader heet Joannes (+1675)(zoon van Jacques), haar moeder Joanna Stalpaert. Zij is op 9 september 1721 begraven te Oostakker "sepulta in choro".
    Hun kinderen waarvan we weten :

    * Zijn geboren te Gentbrugge Elisabeth (ø1666), Joannes (ø1667), Jacobus (ø1668), Marie (ø1678)
    * Zijn geboren te Melle Petronella (ø1671), Adriana (ø1672)

    * Zijn geboren te Oostakker Judocus (ø1682) en Marinus (ø1685).
    Elisabeth, Joannes, Jacobus, Petronella en Adriana zijn wellicht allen als kind aan dysenterie gestorven.

    * Schoonouders


    Joannes De Wilde (+1675)(zoon van Jacques) huwde op 25 maart 1638 te Gentbrugge met Joanna Stalpaert (+1655). Ze stierven beide te Gentbrugge. Ze kregen vier kinderen nl. Jacobus (°1639), Joannes (°1641, vroeg gestorven), Catharina (°1644) en Livinus (°1648). Joannes was te Gentbrugge schepen van de Vierschaar. Hij was een zeer welstellend landheer met een hofstee en verschillende partijen land (Gentbrugge Land -en meetboek register 4 folio 19).

    * Loopbaan

    Bij zijn huwelijk in 1665 woonde hij vermoedelijk, samen met zijn schoonbroers, bij zijn schoonvader te Gentbrugge.

    Er wordt in een bepaalde akte van Staat van Goed melding gemaakt van Jan als schepen zij het waarschijnlijk door toedoen van zijn schoonvader.

    In 1669 verhuist hij naar Melle in een hofstede gelegen in de omgeving van de Schelde, genaamd “het Hemelrijk”, groot omtrent twee dagwant (Bunderboek Gentbrugge f°219). Daarnaast had hij nog verschillende partijen land.

    In 1677, na het overlijden van zijn schoonvader in 1675, erfde Jan samen met zijn schoonbroers Jacques en Livinus De Wilde te Gentbrugge verschillende partijen land van zijn schoonvader (folio 99,102,103). Livinus erfde het ouderlijk huis, een hofstede van een half bunder. Het meeste land gaat over naar Jacques. Intussen is ook de vader van Jan gestorven.

    Rond 1678 verkoopt Jan in Melle alles aan Jan Haeck en keert terug naar Gentbrugge en gaat wellicht, hetzij tijdelijk, terug in het ouderlijk huis van zijn vrouw wonen.
    Rond 1679 verkoopt Jan al zijn land aan Jacques waarna hij de hofstee (van zijn vader) te Oostakker bewoonde. Daar zette hij (wellicht samen met Jan Van Ackere, zijn schoonbroer en op aandringen van zijn moeder, Elisabeth Kezele) de activiteiten op de hofstee verder.

    Omstreeks 1687 gaan ze alleen op een hofstee wonen. Steeds blijven ze in de schaduw van Elisabeth Kezele leven.
    Daar ik niet beschik over de "vercaevelinck" van Jan die bij zijn dood op 18 juli 1709 opgemaakt werd, is een opsomming van zijn bezittingen onmogelijk. U kunt zich evenwel aan de hand van de staat van goed van zijn zoon Marinus (zie volgend hoofdstuk) en het landboek van 1672 (zie vorig hoofdstuk) een beeld vormen, zij het beperkt, van de vele landerijen welke Jan beheerde.

    Uit de staat van goed van zijn zuster Georgia (zie vorig hoofdstuk) volgende aantekeningen.
    - Voor "het weesken Joosijnthen Vervaet is aanvaard door Jan Braeckman, haar oom" een toewijzing van 33 pond tsjaers voor onderhoud. Joosijnthen woonde in bij haar oom Jan. Ze stierf op 7 juli 1703 binnen Oostakker ten huize van Jan Braeckman op de Burggravie.
    - Jan Braeckman heeft verkocht te Gent op de markt een koe, drie varkens en een vet kalf van deze sterfhuis. Op de markt van Lokeren verkocht hij boekweit.
    - "Aan Jan was het sterfhuis verschuldigd voor hetgeen hij heeft voorgeschoten voor Jan Vervaet voor een broek en blauwe rok, voor een hoed en paar kousen."
    - In de staat van goed wordt er ook melding gemaakt van haar schoonbroer/nonkel Judocus en zuster Pieternelle.
    - Op het einde vinden we de handtekening van Jan Braeckman.

    Ik vermoed dat de hoofdactiviteit van de familie Braeckman bestond in het kweken van schapen, het verbouwen van vlas, tarwe en boekweit en het verlenen van diensten met paard en kar. In 1702 werd Jan immers vergoed voor het vervoeren (met paard en wagen) van militaire bagage van het Spaans Kasteel van Gent tot op de parochie van St. Pauwels.

    De erfgenamen van elke persoon die overleed moesten aan de heer het "beste hoofd" betalen. Die belasting bestond uit het beste stuk van de erfenis en werd meestal in geld omgezet. Zo kon het "beste hoofd" bijvoorbeeld een paard, een koe of een stuk meubilair zijn. Het "beste hoofd" van zijn moeder, Elisabeth Kezele, was een roodbruine merrie ter waarde van zes pond.

    Bij zijn overlijden werd een "beste hoofd" geïnd van 8 pond.

    In 1709 zijn van zijn kinderen vermoedelijk alleen Marie, Judocus en Marinus nog in leven.

    * Judocus huwt in 1705 te Lochristi met Jacoba Van Moorem. Bij het overlijden van zijn vader, komt hij in 1709 samen met zijn gezin bij zijn moeder wonen en zet er de activiteiten van zijn vader en zijn nonkel verder. Volgens de graantellingen van juni 1709 (Fonds Oudburg nr. 1919 folio 18) woont de weduwe van Jan Braeckman samen met haar zoon Judocus Braeckman. Tevens vinden Jacobus Van Poucke, Pieter (...) en Gillis Colle, hun knechten, Marie Van Ackere en Cornelia Bracke, hun meiden, bij hen onderdak. Bij de telling hebben ze 20 zakken rogge thuis, 20 zakken rogge en 15 zakken tarwe (in een graanpakhuis) te Gent. Goed voor 14 maanden "slete" (verbruik).
    Zolang zijn moeder leeft, moet Judocus aan haar een pacht betalen van 50 ponden grooten per jaar voor het beheer van het erf. Jacoba Van Moorem sterft op 27 januari 1714, een kleine maand na de geboorte van haar laatste kind. Ze kregen uiteindelijk 5 kinderen : Maria Catharina (ø1706), Joannes (ø1707), Frans (ø1710), Livina (ø1712) en Catharina (ø1714). In 1724 waren enkel Joannes en Livina nog in leven. Livina huwt met Livinus van Gansberge en gaat in Melle wonen.
    Na het overlijden van zijn moeder, huwt Judocus opnieuw in juli 1722 met de 52-jarige Elisabeth Vervaet (zijn nicht, dochter van zijn tante Georgia Braeckman en Egidius Vervaet). Hij sterft in november 1737 en wordt "in summo choro" begraven. Na zijn overlijden wordt op verzoek van Elisabeth Vervaet begin 1738 alles openbaar verkocht. De landerijen komen grotendeels onder het beheer van Pieter Braeckman, zoon van Marinus (zie verder). Zijzelf sterft in november 1741 en wordt "in templo" begraven.

    * Marinus gaat in Wondelgem wonen (zie volgend hoofdstuk).

    Op een bepaald moment stelde men vast dat er een overvloed aan vrouwen was voor wie binnen hun stand en zoals het past bij het fatsoen van hun familie, geen huwelijk weggelegd was. Ook constateerde men dat de dochters uit adel en middenklasse, die begeerden in kuisheid te leven, niet allemaal in vrouwenkloosters konden opgenomen worden wegens hun te groot aantal of bij gebrek aan financiële middelen. Ook zag men dat fatsoenlijke jonkvrouwen van adellijke afkomst en andere zo verarmd waren dat ze verplicht zouden zijn te bedelen of tot schande van zichzelf en van hun familie een onbetamelijk leven te leiden. Tenzij daarin op een behoorlijke en discrete wijze voorzien werd, door goddelijke ingeving en op raad en met medeweten en goedkeuring van bisschoppen en van andere goede lieden, in vele steden van Vlaanderen ruime plaatsen te stichten die men begijnhoven noemt, waarin de voornoemde jonkvrouwen, kinderen van goede lieden, ontvangen zouden mogen worden om aldaar samen te wonen en in kuisheid te leven, met of zonder gelofte, en zonder schande voor zichzelf of hun familie, er met fatsoenlijke arbeid in hun levensonderhoud en kleding te voorzien. (De Oost-Oudburg , jaarboek XXI, pag.3)

    * Marie wordt begijntje. Ze gaat op 2 september 1702 in het begijnhof "Hof ter Hoyen" te Gent waar ze als Heilig Geestjuffrouw overlijdt op 7 december 1755.


    * Woonplaats


    Bij hun huwelijk woonden ze te Gentbrugge vermoedelijk bij zijn schoonouders. Tussen 1669 en 1677 verbleven ze te Melle en keerden bij het overlijden van zijn schoonvader daarna terug naar Gentbrugge.
    Omstreeks 1679 verhuisden ze naar Oostakker bij zijn moeder en schoonbroer Jan Van Ackere in de wijk Meirhout Driesch. Ik vermoed dat dit nummer 132 is van de 17de beloop (zie vorig hoofdstuk).
    In 1687 kocht of pachtte Jan de hofstede onder nummer 134 van de 17de beloop en ging daar wellicht tot aan zijn dood wonen.
    In 1709 komen beide nummers op naam te staan van zijn zoon Judocus. In 1716 was de hofstede onder nummer 134 vervallen.
    Aan de hand van verschillende documenten heb ik evenwel de indruk dat Jan (+1709) in de schaduw van zijn moeder Elisabeth Kezele (+1702) geleefd heeft.

    12-01-2009 om 00:00 geschreven door WALTER BRAEKMAN  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (6 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    11-01-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MARINUS BRAECKMAN (1685 - 1731)

    * Geboorte - Dood

    Hij is op 10 mei 1685 geboren te Oostakker. Zijn vader heet Jan, zijn moeder Catherine De Wilde. Zijn peter was Joannes Van Acker (een schoonbroer van Jan), zijn meter Maria de Moerloose. Hij is op 16 juni 1731 gestorven te Wondelghem en begraven "in templo inferiori".

    * Gebeurtenissen van de tijd : 1706 - 1744.

    In 1709 wordt Europa getroffen door een rampspoedige misoogst ten gevolge van een uitzonderlijke strenge winter. “In den jaere 1709 begonst het te vriesen op drij coninghen avont tot op den 22 Meert, soo fellijck dat al de graenen, boomen, jae tselfs cooijen, perden bevrosen.”
    Met de vrede van Utrecht (1713) kwam er een einde aan de Successieoorlogen. Oostenrijk kreeg de Zuidelijke Nederlanden.
    1711 - 1740 Karel VI van Oostenrijk. Er wordt nu minder gevochten en meer diplomatie gedreven. De Zuidelijke Nederlanden kunnen zich nu eindelijk eens wat rustiger ontwikkelen. Hij stimuleerde de handel door de oprichting der op korte termijn zeer bloeiende Oostendse Compagnie (1722) welke hij evenwel in het verdrag van Wenen (1731) terug moest opheffen ter compensatie voor de belofte van Engeland, Spanje en de Republiek dat zijn dochter Maria Theresia hem mocht opvolgen.

    * Huwelijk

    Hij is op 20 maart 1706 te Wondelghem gehuwd met Joanne Marie Ver(h)eecke(n). Ze is op 29 december 1686 geboren te Wondelghem. Haar vader heet Georgius (Jooris)(+1707), haar moeder Catharine De Reu (+1737). Ze is gestorven te Wondelghem op 15 januari 1749 en begraven "in templo inferiori".
    Hun kinderen waren Joanna Catharina (ø1707), Pieter (ø1710), Jan Francis (ø1712), Judocus (ø1715), Jooris (ø1717), Jacobus (1719-1752), Marinus (ø1722), Petrus Phillippus (1724-1747), Francis Bernard (1727-1730) en Francis (ø1730).
    Joanna Catherina (gehuwd met Francis Branswijck), Pieter (gehuwd met Joanna Claeys) en Jan trokken naar Oostakker, Marinus jr. (gehuwd met Livina Gheldof) bleef te Wondelgem, Jooris (Georgius) ging naar Oosterzele, Francis naar Lokeren, Jacobus (gehuwd met Maria Anna Ingels) naar Lochristi en Judocus naar Gottem.

    * Schoonouders

    Georgius (Jooris)Vereecken is in 1643 geboren te Wondelgem als zoon van Pieter en Margerete Dobbelaere. Hij had, zover ik kon vinden, twee broers nl. Pieter en Jan.

    Zijn oudste broer, Pieter (+26/09/1703)(staten van goed Graafschap Evergem d.d. 28/11/1703), hoir feodaal, huwt met Marie Van Damme (+1/11/1681) en krijgt vier kinderen nl. Jan, Margriete, Marie en Anne. Later hertrouwt hij met Janneken Buysse (+30/09/1703) en krijgt twee kinderen nl. Pieter en Catharine. Het zijn die twee kinderen die later de hofstee aan de Spesbrouck Driesch aan Marinus Braeckman zullen verkopen (zie verder).

    Georgius zelf huwt in 1672 te Wondelgem met Marie Van Hecke(°1650 dochter van Livinus,zn van Lieven, en Margareta Bottermans, dc van Jacques). Ze kregen twee kinderen nl. Margarita (°1673) en Livina (°17/08/1676). Zijn vrouw stierf kort na de geboorte en dood van hun tweede kind (+ 4/09/1676)(staten van goed Graafschap Evergem d.d.17/02/1677). Zijn dochter, Margarita(+1701) trouwt met Adriaen Taets(+1693), een nonkel van zijn tweede vrouw. Later zou ze hertrouwen met Pieter De Reu, nog een familielid van zijn tweede vrouw.

    Later hertrouwt Georgius met Catharina De Reu (°1655 dochter van Jooris en Marie Taets,dc van Jooris en Catharina Drieghe) en kregen, zover we weten, nog drie kinderen nl. Francis (°1685) ,Marie Joanne (°1686) en Pieter. Voordien was Catharina gehuwd met Carolus Claeys en kregen één kind, Pieter. Mogelijk huwde en woonde hij oorspronkelijk in een andere gemeente en verhuisde hij later terug naar Wondelgem. Georgius is gestorven te Wondelgem in mei 1707 (staten van goed Evergem d.d. 11/07/1707) en Catherine De Reu in 1737 op haar 82 en begraven “in templo inferiori”. Ik vermoed dat de familie Vereecken rond vader Pieter Vereecken te Wondelgem, in het bijzonder in de heerlijkheid van Everstein, een imperium had opgebouwd. Tal van documenten wijzen uit dat het een hechte familie was rond de Spesbrouck Driesch.

    * Loopbaan

    Uit de staat van goed van Marinus (Evergem register 312) volgende aantekeningen:

    - We kunnen stellen dat hij een zéér welstellende landheer was en over heel wat land beschikte, verspreid over Wondelghem en Oostakker.

    * Bij het overlijden van zijn vader erfde hij stukken land te Oostakker. Zo zijn er ondermeer
    1) "Langhenbilck" 473 roeden groot, oost den Raedtsheer Brandt, zuid de Rostijnestraat;
    2) "Cosselaere" 750 roeden, oost Lieven Verbrugghe, zuid Dhoirs Jaecques Steels, noord het Capittel van Camerijcke. Gelegen langs de thans genoemde Gefusilleerdestraat.
    Deze loten had hij op 18 juli 1709 bij trekking onder de letter B geërfd (vercaevelijnghe).

    * Bij het overlijden van zijn moeder werden stukken land met zijn zuster Marie verdeeld geërfd zoals
    1) de helft van een behuisde hofstede groot 250 roeden int gheheele gelegen binnen de parochie van Oostakker aan Slootendriesch, abouterende oost Francis Geeraert, zuid de Straete, west de navolgende partijen land nl. 1/2 van
    2) "Wildenacker" groot int gheheele 500 roeden metten Vuytplant ter straeten, oost de Straete, zuid de voorseyde hofstede, west ’t Bisdom van Ghendt;
    3) "Bosacker" groot int gheheele 600 roeden, noord het Bisdom van Ghendt, west Jkfr Vandesteene, zuid 'S Heerenstraete (hoofdstraat) en noord de voornoemde hofstede;
    4) "De Vette Wee" 700 roeden, oost D’hoirs Vanden adt. Schoone, zuid de Magherweg, west Jo.Cabilliau, noord meestere Jan D’Hane;
    5) "Steenhoven" groot 500 roeden, oost Jfr Braeckman Marie begijntjen, suyt pieter Everaert,west de Straete, noord Gillis de calewe.

    * Tevens kreeg hij bij het overlijden van zijn schoonvader Georgius Vereecken in 1707, “ een Leen bestaende inde twee Deelen van Drije dies het Resterende derde wesende oock Leen op Sijn Selven toecomt Jokr Leonard Mathias Vandernoodt zoon van Mher Raso Leonard en Vrauw marie theresia de la Kethulle dochter van Artus, reikende van de "Muyde poorte totten Langhenbrugghen" releverende van den Leenhove Van de Burchgravie van Gent geregistreerd aldaar in het Leenboek folio 143 verso d.d. 21 mei 1707, niet jeghenstaende aldaer mede cooper is Gheraert Praet wiens weduwe en d’hoirs tselve aenden overledenen hebben overghelaeten bij quittantie vanden 5 december 1718. Zoals het feodaal gewoonterecht het eist, ging dit leen bij de dood van Marinus op 12 september 1731 over naar zijn oudste zoon Pieter (zolang Pieter minderjarig was, trad Jacobus Van Poucke als voogd op en behartigde de belangen van de minderjarige).

    Samen met zijn schoonbroer, Pieter, kreeg Marinus een gedeelde beheer over de landerijen van zijn overleden schoonvader (voor detail zie verder).




    * Tijdens zijn huwelijk kocht hij volgende gronden:
    1) Een partij land "de meere" groot 250 roeden gelegen te Wondelghem bij coope van Pieter de clercq op 22 maart 1713.
    2) Een partij land groot 2 ghemeten gelegen binnen Oostakker achter Meulestede op den Cautere, zuid de Landtstraete.
    3) Een parij saylandt " het meerestuck" groot 2 ghemeten gelegen in de Meere, oost 't Meerestraetjen gekocht op 10 jan. 1725.
    4) Een partij land "den Casteelackere" groot 800 roeden, zuid den Waegheslagh gekocht op 14 juni 1724.
    5) Een partij Elsbosch groot 684 roeden gekocht op 27 april 1724.

    * Gedurende zijn huwelijk verkocht hij verscheidene partijen land die hij bij het overlijden van zijn ouders geërfd had.
    1) Een partij land gelegen binnen de parochie van Lochristi op Hyfte groot 400 roeden genaamd "Putackere" "ghecocht bij (door) Jan De Corte voor 54 ponden 16 schellynghen 8 grooten".(gelegen ten zuid-oosten van de hoek Meerhoutstraat – Sint-Arnoutstraat)
    2) Een partij land ook aldaar gelegen groot 750 roeden op den Exaerschen Reywegh "ghecocht bij Geeraert Van Risseghem voor 80 ponden grooten."
    3) "Een ghemet land op tselve Hyfte verkocht voor 16 ponden grooten".
    4) "Eenighe roeden erve van eene partije landt op Oostakker bij Meulestede waarop een stampkot (olieslagerij) en een oliemeulen ghesteet heeft, verkocht aan Marijn Loverij voor de som van 12 ponden grooten".

    * Hij woonde aan de "Spesbrouck Driesch" te Wondelghem, ”een hofstede met een partije landt deurachter gelegen te saemen groot 1.300 roeden” bij koop van Pieter (gehuwd met Catharine Aeck) en Catharina (gehuwd met Pieter Vanderstraete) Vereecken (beide kinderen van Pieter Vereecken) verkregen conform de erfenis (= overdracht van onroerend goed) Everghem 30 april 1716 voor 1125 gulden. Liggende west de straat lopende van Spesbrouck Driesch naar Meulestede, oost en zuid de koper, noord Pieter Vereecken filius Jooris.

    - Er werd een inventaris gemaakt van de inboedel waarvan ik het volgende vermeld:
    * In de keuken : een hangel, een brandenrooster, een tang, een zetel, een tafel, 19 stoelen, een horloge, een grote koperen ketel, een marmiet, 2 papketels, een koperen vergiet, spoelkuip, 2 karnemelkkuipen, 2 strijkijzers, al het geleierd aerdewerck.
    * Op beide voutekamers : een slaapdeken, enig ander slaapdeken in een houten (spiesschen) koffer.
    * In de bakkamer : een weefgetouw in rafactie, 6 biertonnen, 4 karnemelktonnen, een waskuip,koevoet, scheermolen, een koelvat boerehesp, een kuipblok.
    * In de kamer : een spiesschen kasse, delen kasse houten koffer, tafel, een kleine tafel, lessenaer, 11 stoelen, spiegel, schilderijen, tapijten, pluimenbed, 2 kussens, 2 slaaplakens, 2 fluwijnen, 2 Spaanse sangen, behangsel, schouwsleet, mand, twee zitkussens, 2 kamerlakens, 12 servietten, gebleekt lijnwaet bestemd om hemden te maken, wafelijzer, tinnen schotels,8 paar slaaplakens, al het varkensvlees.
    * Op zolder : bierboom, 2 bansten (gevlochte korf), enkele werk sangen al d'Eppenen, 10 emmers gerst, wat gedorste haver, de schreet (ladder), de maalzakken, 2 bijlen, 4 spa's
    * In de schuur en op het hof : 4 paarden, 7 koeien, een zeug met vier biggen, 6350 schoven ongedorste tarwe, 2600 schoven haver, al het hooi, wagens, ploegen, eggen, boothamers (om vlas te boten : groen vlas op de dorsvloer met de platte boothamer beuken om er het zaad uit te kloppen; ook om geroot vlas om de lemen (houtachtige deeltjes) te breken en het vlas des te gemakkelijker te zwingelen, 2 zeisen, vlegels, wannen, een snijpaard waarop hout werd gezaagd, gezaagd hout, brandhout, drie gevelde bomen en een slijpsteen.


    - Hij leende geld uit. Dit gebeurde met een obligatie (cfr. hoofdstuk IV). Zo waren er
    * Twee obligaties van 16 pond met een bezette rente van 20 schellinghen groten tsjaers penninck 16de ten laste van Adriaen Vande Walle, een rente dat hij van zijn vader geërfd had.
    * Een obligatie van 16 pond afgelost door Laureys Braemt en nog ene van 16 pond door Jenne Minnebo.
    * Een bezette rente van 2 ponden groot tsjaers en ene van 20 schellinghen tsjaers penninck 16de ten laste van Jaecques de Wilde woonachtig te Gentbrugge (familie van zijn moeder) op twee obligaties te samen 48 pond.
    * Een obligatie aan Jan Andries van Evergem daterend van 27 maart 1731 voor een bedrag van 8 pond.

    - Hij verpachte aan Jan de Vos tot Oostakker land aan 2-13-4 per jaar, aan Pieter Braecke aan 3-10-0 per jaar, aan Gillis De Caluwe tot Oostakker aan 1-16-8 per jaar,..., aan Jan De Valckenaere huis en land aan 8-6-8 per jaar.

    - Hij verkocht groen vlas te velde in het zomerseizoen.

    - Regelmatig werd hij door de parochie betaald voor het leveren van arbeid met paard en kar.
    * Zo kreeg hij in 1724 1 pond 12 schellingen voor de levering van twee paarden "tot het transport van de bagage van het regiment artillerie van hier (Wondelgem) naar het Sas Van Ghendt"(parochierekening Evergem 186 jaar 1726).
    * In 1712 voor de levering van 2 "waeghens yder ghcattelleerd met 4 peirden gedient hebbende tot transport van eenieghe keyserlijke naer deze stadt ende hier naer Audenaerde den tijdt van elf daeghen".
    * In 1712 2 pond en 12 schellingen voor de levering van " 2 ghelijcke werkdaeghen ende 2 liehdaeghen van 2 ketspeerden tot ketsen van eenighe schepen naar Brugghe." - vroeger werden binnenschepen door ketspaarden voortgetrokken. -

    - Hoewel hij over heel wat land beschikte, pachtte hij land of leende hij geld.
    * Zo pachtte hij land van de baron Van Kieseghem.
    * Hij leende geld van zijn zuster Marie in de vorm van een obligatie van 40 pond. Er werd tot aan haar dood jaarlijks een lijfrente betaald aan Marie Braeckman in ruil voor het land dat ze samen met haar broer had geërfd.

    - Hij had bij zijn overlijden een dienstmeid Joanna Smeyens en een dienstknecht Jerom Heeskens.

    - Bij zijn overlijden werd een "beste hoofd" betaald van 8 pond. Verder waren er achterstellen betaald van heerlijke rente en doodkoop.

    De doodkoop : De heerlijkheid bestond uit rentegronden. Deze gronden waren in het bezit van talrijke rentehouders die jaarlijks aan hun heer een bepaalde cijns moesten betalen. Wanneer een rentehouder stierf moest hij aan de heer een dubbele cijns betalen.



    - Totaal aan baten 536 pond 11 schilling 6 grooten.
    Totaal aan schulden 160 pond 03 schilling 8 grooten.

    In de periode 1718 - 1731 was Marinus een tijdlang schepen en zetter in Wondelgem en in het bijzonder in de heerlijkheid van “Everstein”, een heerlijkheid die zich uitstrekte over de parochies Evergem en Wondelgem. Hij stond o.a. in voor het verpachten van het "ontfanck Bouck".
    Marinus betaalde parochiebelastingen nl. de ommestellingen. Zo betaalde Marinus in 1728 26-09-05 aan belastingen.


    Uit de staat van goed van Joanne Vereecke (Everghem 330) volgende aantekeningen.

    - Bij haar overlijden verbleven nog Marinus jr. en zijn minderjarige broer Francis in het huis, samen met twee knechten (Pieter Vereecke en Jooris Van Laere) en een diestmeid (Joanne Vanhoecke). Marinus jr. zette de werkzaamheden op de hofste verder.

    - Ter ere van de dood van Philippus (1747) werd tijdens haar leven wekelijks een zaterdags lof gehouden.

    - De familie Vereecke was een zeer rijke familie. Zo erfde ze van haar vader en moeder respectievelijk op 27 juni 1707 en 1 februari 1721 volgende gronden :
    * een behuisde hofstede gelegen te Wondelgem omtrent Spesbrouck Driesch groot in erven 791 roeden west de Sassche Vaert, zuid en west het sterfhuis en noord Jan Vereecken.
    * een partij land "den ouden bogaert ende 't meerscken" groot 1043 roeden, oost den aenwasch van de Sassche Vaert, west de straete, noord de hofstede.
    * een partij zaailand "het costers stuck" groot 303 roeden, oost het Meirestraetjen, west de Lieve.
    * een partij land "het beekstuck" groot 430 roeden, noord het hofstee.
    * een partij land groot 300 roeden gelegen voor het hof, oost de straete, zuid den groenen wegh.
    * een partij maeymeersch onder de Vrije Vanghendt "de Ruyterigghen" groot 400 roeden, zuid Gerssersgracht, noord Wondelghemsche gemeente.
    * een partij saylandt (Oostakker) groot 467 roeden, zuid den flagh.
    * een partij landt "den achtersten Varendoncq" groot 149 roeden, zuid "den voorensten Varendoncq".
    * een partij landt "den poldere" groot 157 roeden, oost de pastorije goederen van Wondelghem, zuid de straete.
    * een partij landts groot 915 roeden, op het ackerken in den nerenbrouck, oost de volgende partije land.
    * een partij land groot 890 roeden, oost de straete loopende naer Meulestede, west de voorgaende partij land, noord het hofstee.
    * een partij landt "de twee ghemete" groot 510 roeden, zuid het hofstee, noord Spesbrouckdriesch.
    * een partij landt "blanckaertbilcxken" groot 205 roeden, oost de straet lopende naar Meulestede, zuid de kerckegoederen in de selve parije land.
    * een partij landt "de witte weistoppelen" groot 347 roeden.
    * een partij land groot 366 roeden, oost het voorgaande partij land, noord het hofstee.
    * een partij maeymeersch "de kieckemeersch" groot 318 roeden.
    * de helft van een half ghemeth maeymeersch (75 roeden) gelegen naast het voorgaende bij Langhenbrugghe.
    In totaal 7866 roeden (12 ha) land.

    - Na het overlijden van Marinus kocht ze op 15 februari 1732 een partij land groot 1 ghemeth gelegen achter de schuur van het hofstee, oost de aanwasch van de Sassche Vaert, west de straat lopende naar Meulestede.

    Hoewel ze over heel wat onroerend goed beschikte, was ze als weduwe financieel genoodzaakt geld te lenen in de vorm van obligaties. Zo leende ze van haar zoon, Pieter, 50 pond, van Jfr. Casier in Ghendt 100 pond, van Sieur Judocus Sunaert 200 pond en van Jfr. De Wilde, begijntje, 40 pond.

    - Totaal aan baten 1206 pond 8 schilling 5 grooten.
    Totaal aan schulden 646 pond 4 schilling 4 grooten.


    * Woonplaats

    Vermoedelijk is Marinus sr. in 1706 bij zijn huwelijk komen inwonen bij zijn schoonouders te Wondelghem aan de Spesbrouck Driesch (in de heerlijkheid van Everstein). In 1707 kreeg hij bij het overlijden van zijn schoonvader, het een gedeelde beheer met zijn schoonbroer, Pieter, over zijn landerijen. Na verloop van tijd kocht hij in 1716 een behuisde hofstee met alle catheylen aan "Spesbrouck Driesch" en ging wellicht daarin wonen. De hofstede heeft mettertijd plaats moeten ruimen voor het kanaal Gent-Terneuzen en haar omliggende industrie.


    * Intermezzo (naar aantekeningen van Roger Poelman) Jaarboek XXIII “De Oost-Oudburg” 1996 – pag 18.

    Het is mijn bedoeling even een zijtak van onze stamboom te belichten.
    Pieter Braeckman, de oudste zoon van Marinus, een naam die in de twee volgende hoofdstukken regelmatig zal terugkeren, trad in het huwelijk met Joanna Claeys, dochter van Pieter. Pieter Braeckman overleed in Oostakker op 27 mei 1779. Zijn echtgenote was reeds op 21 februari 1771 overleden en werd begraven "in de kerk" van Oostakker ("in templo"). Meteen een bewijs dat we toen reeds met een welstellende landbouwersfamilie te maken hadden. Zoals eerder vermeld, zette Pieter enerzijds in 1738 de landbouwactiviteiten van zijn nonkel Judocus te Oostakker verder.
    Dit echtpaar kreeg negen kinderen. Hun zesde kind heet Franciscus Cornelis. Hij was geboren te Oostakker op 25 februari 1753. Hij was niet zomaar de eerste de beste. Hij kocht heel wat land van het Bisdom Gent op die met de Frans bezetting geconfisceerd was. Hij zette de landbouwactiviteiten van zijn vader verder maar nu als volle eigenaar van zijn landerijen.
    Op 19 februari 1787 trad hij in huwelijk met Petronella Francisca Deunynck, dochter van Petrus en Livine Vossaert. Ze kregen 7 kinderen.
    * De oudste zoon heet Christiaan Braeckman. Hij verdiende zijn brood als olieslager en was eigenaar van de molen die in de buurt van de huidige Halvemaanstraat te St.Amandsberg stond. Hij trad in het huwelijk met Theresia Van Hecke uit Lochristi en kregen 4 kinderen waaronder Alfons Braeckman. Alfons werd de eerste burgemeester van St.Amandsberg. Hij oefende deze functie uit van september 1872 (oprichting van de gemeente) tot 1895. Hij overleed te St.Amandsberg op 20 juli 1914.
    * De tweede zoon heet Leopold Braeckman. Hij vestigde zich in het centrum van St.Amandsberg, waar hij als brouwer en zeepzieder aan de kost kwam. Hij trad in het huwelijk met Maria Victoria Dooreman uit Burst. Ze kregen 3 kinderen waaronder Victor Braeckman. Victor volgde in 1896 zijn twaalf jaar oudere neef Alfons op als burgemeester van St.Amandsberg. Hij bleef burgemeester tot aan zijn overlijden in 1908.
    Beide burgemeesters waren gehuwd maar bleven kinderloos.
    Tot zover deze intermezzo en nu verder met onze stamreeks.

    11-01-2009 om 00:00 geschreven door WALTER BRAEKMAN  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    10-01-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GEORGIUS BRAECKMAN (1717 - 1759)

    * Geboorte - Dood

    Hij is op 25 juni 1717 geboren te Wondelghem. Zijn vader heet Marinus, zijn moeder Joanne Marie Verheecke. Zijn peter heet Joannes Van Acker, zijn meter Maria Braeckman (een zuster van Marinus). Hij stierf te Oosterzele op 15 juli 1759.

    * Gebeurtenissen van die tijd : 1744 - 1770

    1740 - 1780 Maria Theresia van Oostenrijk. Verscheidene pretendenten, gesteund door Frankrijk, betwisten deze opvolging wat leidt tot de Oostenrijkse Successie-oorlog. In 1745 rukten de Fransen onder Lodewijk XV op en bezetten de Zuidelijke Nederlanden. Met de vrede van Aken (1748) trokken de Fransen zich terug.

    * Jeugd

    Toen zijn vader stierf, was hij 16 jaar.

    * Huwelijk - Kinderen

    Eind 1730, begin 1740 trad hij in het huwelijk met Adriane Maria Stevens, dochter van Livinus Stevens. Welicht is ze afkomstig van Oosterzele. Waar ze zijn gehuwd, is mij niet duidelijk. Ze kregen drie kinderen, Maria Livina(ø1740), Petrus Frans(ø1741) en Livinus Frans(ø1743). Zijn vrouw stierf vroegtijdig op 16 april 1744 te Oosterzele. Haar dochter Maria Livina was reeds eerder overleden, wellicht in 1742. Volgens de staat van goed (Oosterzele register 117) bezat het gezin geen eigendommen en pachtten ze. Ze bezaten evenwel heel wat roerend goed vergelijkbaar met de staat van goed van Georgius (zie verder). Volgende bezittingen vielen op. Ze bezat 2 gouden ringen, een gouden kruis, een boek met zilveren sloten en een ceintuur met een hesp.
    Amper twee maand later, nl.op 9 juni 1744 trad hij te Oosterzele terug in het huwelijk met Angelina Catharina De Keyser. Zij was geboren te Oosterzele op 12 februari 1717. Haar vader heet Jan De Keyser (ø1674 + 1747), haar moeder Joanna Coolens (ø1681 +1755).
    Hun kinderen waren Joannus Baptiste (ø1745), Joanna Petronella (ø1749), Petrus (ø1751 stierf vroegtijdig), Livinus Frans (ø1752), Anna Catharina (ø1754) en Joanna Livina (ø1756).
    Na de dood van Georgius hertrouwde ze op 23 november 1759 met Pieter Buyse. Ze stierf op 23 juli 1761 (Oosterzele register 129). Pieter Buyse stierf op 23 augustus 1771.


    * Schoonouders

    Jan De Keyser, zoon van Livinus, is geboren in 1674 en gestorven te Oosterzele op 19 april 1738(Staten van goed Oosterzele 111). Hij had nog een broer, Jacobus. Hij huwt op 10 november 1700 te Oosterzele met Joanna Coolens.

    Joanna Coolens, dochter van Joannes en Elisabeth Van Durme (+1692)(dc van Paules), is geboren in 1682 en gestorven te Oosterzele in 1755. Ze had bij het overlijden van haar moeder nog een broer, Pieter(°1683) en een zuster, Marie(°1690 + 1693). Haar vader, in 1680 schout van Oosterzele, was voorheen reeds getrouwd geweest met Elisabeth De Keyser(+1680) en hadden twee kinderen nl. Livina, gehuwd met Lieven Verbrugghe, en Joosyne. Elisabeth op haar beurt was reeds eerder getrouwd met Jan Baeten en had in dit huwelijk twee kinderen nl. Jan en Marie.

    Ze kregen kinderen waarvan we weten Livinus(°1702)(gehuwd met Joosine De Langhe), Jan(°1703 vroeg gestorven), Livina(°1705), Joanna Maria(°1707)(gehuwd met Pieter De Mulder), Petronella(°1709 vroeg gestorven), Egidius(°1711 vroeg gestorven), Laurentius(°1714), Angelina Catharina(°1717), Petronella Adriana(°1721), Maria Anna(°1723) en Anna Christina(°1725 vroeg gestorven). Bij zijn overlijden in 1737 waren nog zeven kinderen in leven.

    Ze waren welstellende landbouwers en woonden in een hofstede op de Panhoeck ten noorden van de Caubeckstraete, zuid en oost de voetweg,

    groot 3 dachwant 200 roeden “wesende van careel, bestaende in een huischen van caemer ten westen ende van caemer, kelder ende keldercaemerkes ten oosten, mitsgaeders van scheuren ten westen ende van scheuren ten oosten, peertstallen ende coestallen met de poort ten noorden ende van ovenken”. Zijn woonerf werd bij zijn overlijden geschat op 323-18-2. Ze bezaten heel wat zaailand, bos en nog een tweetal kleine werkmanhuisjes, respectievelijk gelegen op den Panhoeck, den Maelcamp, den Eeckbosch en den Scheurbroeck.


    Kaart de dato 1733 met het woongebied van Jan De Keyser. De hofstede bevond zich op perceelnummer 20.
    * Loopbaan


    Georgius (Jooris) was landbouwer. Tussen 1739 en 1744 bekleedde hij de functie van schepen in de vierschaar van Oosterzele die zijn vergaderingen hield in de taverne van Sieur Frans Vanderhaeghen. Zo kreeg hij volgens de parochierekeningen als schepen o.a. vier schelling voor " eenen dagh vaccatie in het helpen opnemen van de fouragie (voeder voor de paarden van de geallieerde legers) van hoy, aver, stroot, etca."

    Tevens kreeg hij "een pondt sestien schellingen over sijne vaccatie gedaen in het doen van de verpachtingen (van den settinckboeck) als schepenen ten jaere 1744". Vreemd is dat Georgius als inwijkeling bij zijn komst in Oosterzele onmiddellijk tot schepen werd benoemd. Wellicht kwam dit door toedoen van zijn meter Maria Braeckman. Maria was sinds 2 september 1702 begijntje in het Hof ter Hoyen ( het klein begijnhof ) binnen Gent. Ze was zeer welstellend en invloedrijk. Zo leende ze aan de parochie Oosterzele geld in de vorm van een obligatie. Vermoedelijk gebruikte ze haar invloed om Georgius zich in Oosterzele te laten vestigen. Het overlijden van zijn eerste vrouw betekende merkwaardig genoeg ook het einde van zijn “schepentijdperk”.

    Uit de staat van goed van Georgius (Oosterzele 127) volgende aantekeningen.


    - Bij zijn overlijden waren zijn vijf levende kinderen uit het tweede huwelijk allen minderjarig. - Bij het overlijden van Adriane Maria Stevens, zijn eerste vrouw, was hij aan zijn twee kinderen uit het eerste huwelijk nog 59 pond 7 schellingen 10 grooten aan weespenningen schuldig. Bij gebrek aan goederen en dieren van zijn persoon, moest Pieter, zijn broer, zich borg stellen. Wellicht zijn ze allen voor 1751 gestorven, daar ze bij zijn overlijden niet meer vermeld worden in zijn staat van goed. -

    - Een deelvoogd werd aangesteld (zijn broer Pieter) die de kinderen uit het tweede huwelijk vertegenwoordigen moest totdat ze meerderjarig waren.

    - Gedurende zijn huwelijk was het huis waarin hij woonde "verpant ende gelast met eene rente van 1250 guldens kapitaal ten profijte van Pieter Braeckman, sijne broeder " met een jaarlijkse rente van 8 pond. Tal van documenten tonen aan dat Pieter Braeckman, zijn broer, zéér welstellend was. Daarvan getuigen de staten van goed van Pieter en zijn vrouw (Burggravie van Gent nrs 25 en 26). Er gaat tevens geen akte voorbij waarin staat te lezen dat Pieter geld aan een familielid geleend had.


    - Bij het overlijden van zijn ouders, had Jooris verschillende landoppervlakten geërfd.
    * Een land "Casteelacker" genaamd, oppervlakte 800 Roeden Gentsche Maete gelegen te Wondelghem
    * Een land "De Witte Weistoppelen" genaamd, oppervlakte 347 Roeden, gelegen te Wondelghem.
    * Een land gelegen binnen Oostakker op de Meuleste Cauter, oppervlakte 700 Roeden en een tweede 417 Roeden, beide verkocht aan de Procureur De Causemaecker.
    Na zijn dood werden deze gronden verkocht aan zijn broer Pieter (17 september 1759). Betreffende de landerijen in Wondelgem, lag Pieter Braeckman evenwel in proces met de kinderen van Georgius Braeckman. Er was op 23 mei 1778 een questie “tot preuve dat Pieter Braeckman waerlijck ende effectievelijk Proprietaris is van de twee Lande”. In maart 1779 werden de landerijen hem effectief toegewezen. Hij stierf in mei 1779.


    - Tijdens zijn tweede huwelijk kocht hij
    * op 6 december 1755 van Lieven De Taeye en Geerdine De Spiegelaere, zijn huisvrouw,een huis op 11 roeden grond, in het gehucht Scheurbrouck te Oosterzele ten Oosten het Steentien, Zuid de straete leidende naar St.Lievens Houtem, West en Noord de straete leidende naar Bavegem (thans de hoek van de Boekhoutstraat met de Houtemstraat).
    * op 5 april 1756 een land binnen Oosterzele, 75 roeden gelegen langs de Heystraat met daarop een behuisde hofstede (in cijnspacht door Lieven De Taeye), ten zuiden de Dreef.

    - Tijdens zijn huwelijk verkocht hij o.a.
    * "een halve dachwant gront liggende in d'hofstede in uitgroetinghe" aan Pieter De Mulder (zijn schoonbroer).
    * een partij land binnen de parochie van Melsen (wellicht afkomstig bij ervenis van zijn schoonvader) aan Louis Sonneville voor 14 pond.

    - Van Piers De Welle pachtte hij ( reeds bij zijn eerste huwelijk ) huis, land, bos en meirsch. Daarvoor moest Georgius 60-0-0 per jaar betalen. Het betrof hier een uitgestrekt erfgoed die hij bewoond heeft totdat hij in 1755 het huis van 11 roeden kocht.

    - Aan Pieter De Mulder, Judocus Van Cauwenberghe, Jacobus Caeckebeke, Lieven Dobbelaere, Adriaen De Vriese, Frans Lenssens, Lieven De Teaye, … verpachtte hij land

    - Er wordt melding gemaakt van het rouwkleed van Angelina Catharina De Keyser met “eenen diamanten en eenen cnoprinck en een gaude cruyce” ter waarde van 12 pond.


    - Er werd ook een inventaris gemaakt van het materieel op het erfgoed zoals :
    * in de keuken
    blaaspijp, een hangel, brandereel rooster, een tang, strijkijzers, 2 tafels, 5 stoelen, 3 akers, een ijzeren pot, 3 marmieten, een ketel, een stramien, een melkkan, een koperen Schysee, een karne, 2 melkkuipen, waskuip. Een broodblok,

    * in de woon -en slaapkamer
    het aardewerk en gleierwerk, theeschaaltjes, een schrapra, een taefel, een coeffer, 2 kasten, acht stoelen, twee slaapkoetsen, 2 manden, een orlogie, een koppel pistolen met een fuseeke. Een pluymbed met kussens en hoofdpulen en saergie, nog een pluymbed met 2 kussens en saergie, 2 pluymen kussens, een kastbed en 3 saergie, een coeffer met ijzeren band, een tange, een houtzaag, ekel, astreeker, vijf hespen en enige baeck vleesch, een wafelijzer en koekepan, een boterkuip, een theemst, 49 pont thee, 19 serveet, een serveete kamerlaeken, 6 paar flawijn, 6 paar slaepelaeckens, cleer en lijnwaet, 21 pont gaern, een botercuyppe, een vleeskuip, eenigh aerdewerk met twee steen smeir, 34 ellen nieuw lijnwaet, een kinderdeken met een ander endeken frisaede, een naaikussen, een spiegel, schouwkleed, brandhout met wat turf...
    * in de schuur, stallingen en op het hof
    91 manden Rogge, 315 manden half mastelijn, 32 manden haver en 390 manden tarwe van 1 gulden per mand, 99 manden bonen aan 16 stuivers de mand, 3 spa's, 3 bijlen, 4 houwmessen, 2 houwers, wiggen, een seys, rieken, een koets, manden, spinnewiel en haspel, een zaag, een kast, wat oud ijzer, een coornhouwmes, 13 bakzakken en dorskleed, een vat raapzaad, een hoop kuipen, een sack mesteluyn, 20 zakken gerst, een vat bonen, een steekoets met slaapdeken, twee wagens rapen, een slijpsteen, twee wagens, een steekkar, twee ploegen, twee eggen, sleden, zwingel, vier werkpaarden, een veulen van twee jaar, een veulen op zijn twee jaar, een zooglinck, 13 voeren meirsch hooi en twee voeren claverhooi, het geroot vlas in de wei voor het hof, het meirsch ten hove en in de stallen, zeven melkkoeien, drie vaarsen, drie kalvers, drie varkens, 20 hoenders en 32 kiekens, een sneypeirt met een nieuw seynsen
    * Er was nog een opsomming van de gewassen die op de akkers stonden zoals 200 roeden tarwe, pataters, een dachwant wortelen, klaver, 300 roeden bonen, loof, 100 roeden vlasschaert, een veld besaeyt met raepsaet, boekweit,...

    - Bij zijn overlijden moest hij nog 7-3-6 aan het werkvolk (dienstmeid, dienstknecht, handtwercker en coyer (koewachter)) betalen. Aan Frans Vanderhaeghen voor de levering van twee tonnen klein bier 2-0-0. Aan zijn schoonbroer Laurens De Keyser voor geleend geld 8-0-0. De begrafenis heeft 15-4-5 gekost (2-8-0 aan de pastoor voor het celebreren van de lijkdienst, 5-12-0 voor de coster, 1-6-8 voor het maken van de doodskist aan Judocus De Ridder, 2-0-0 voor de kerkmeester,...) . Allerhande taksen "mael, cleen, coy, veulen -en peirdeghelt".

    - Zoals zijn vader deed hij ook arbeid met paard en kar voor de kleine pachters zoals Frans Lenssens.


    - Aan zijn broer Joannes (woonachtig te Oostakker) en zijn schoonbroer Livinus De Keyser (woonachtig te Wichelen) had hij geld geleend in de vorm van een “onbesette rente croosende den penninck 25ste“.

    - Hij verpachtte land (met daarop al dan niet een huis). De gronden van maternele zijde (zie verder) waren verpacht aan Pieter De Mulder (zijn schoonbroer), Pieter Van Teemsche en Judocus Van Cauwenberghe. Het huis aan de Heystraat was verpacht aan Lieve De Taeye (cijnspacht).


    - Zijn "beste hoofd" aan de marquis van Rodes bedroeg 2-0-0.

    - Totaal baten 540 pond 5 schelling 8 grooten.
    Totaal schulden 253 pond 0 schelling 5 grooten.


    Ook Jooris moest in die tijd belastingen betalen. De zogenaamde "Ommestellingen" (Oosterzele nr 809). Zo betaalde hij bv.in 1750 39-3-11-6 aan belastingen. Vergeleken met andere dorpsgenoten was dit veel, wat wijst op een groot vermogen.

    Uit de staat van goed van zijn vrouw volgende aantekeningen.


    - Zijn vrouw erfde op 10 november 1755, bij het overlijden van haar moeder volgende partijen grond.
    * 297 roede zaailand "op den panhoeck" ten noorden "voetwegh", oost dhoirs Gillis De Clercq, zuid Pieter De Mulder en west dhoirs Judocus De Bruycker.
    * 112 roede zaailand "op den panhoeck nevens den Kooren Wintmeulen" zuid en west "den heirwegh leidende van Gendt op Geeraertsberghe",oost Judocus De Bruycker en noord de graaf Maelcamp de Schoonberg.
    * 47 roede meirsch "den ghent meirsch" genaamd ten oosten “de beke".
    * 108 roede zaailand "op den eeckbosch" ten zuiden "den keirckwegh".

    - Bij haar overlijden werden de "meubelen, huyscatheyle, beestiaelen, graenen, haut, stroo en alle dingen in de scheuren en stallinghen" op 15, 16 en 24 december wettelijk verkocht. De onroerende goederen bleven onder toezicht van de voogd Pieter Braeckman en bleven verpacht zoals eerder vermeld. Pieter buyse verliet de behuisde hofstee en werd verpacht deels aan Wde Jacobus Van Caeckebeke en later aan Jacobus Cromphaut, deels aan Wde Pieter Vandevelde.

    Pieter Braeckman, hun voogd had het beheer over de gelden van de kinderen.

    De kinderen van Georgius bleven wellicht in Oostakker bij Pieter wonen. Regelmatig werd een rekening gemaakt (12 mei 1766 Oosterzele register 132, 11 september 1771 register 136) waarin al de kosten en opbrensten ten bate van de kinderen werden omschreven. Pieter Buyse had het " het recht van bijlevinghe" (vruchtgebruik).


    Zo zijn er
    * Rekeningen van dakherstellingen en van de levering van stro, latten, baurodden wissen en arbeidsloon aan de hofstee uitgevoerd door Pieter Francis Buyse.
    * Rekeningen van Vandeputte koster van Gentbrugge voor tafelkosten en onderwijs van Livinus Braeckman te Gentbrugge (14-5-0).
    * Op 17 maart 1769 werd Livinus Braeckman ernstig ziek wat blijkt uit de rekening van dokter Van Bosterhaut voor 15 visites in dienste van Livinus (1-15-0) en de rekening van Clemens Van den Driessche voor de levering van medicijnen (1-10-3).
    * Rekening voor diverse klederen, kousen en schoenen voor Joanna Livina : "over het coopen ende maecken van sijnen rock tot 19 schellingen en 7 grooten, ende sijn jackjen (vestje) 14 schellingen en 7 grooten, sijn schabbe 6 schellingen en 1 groote, sijn schoen tot 4 schellingen, sijn cousens 10 stuyvers (= 1 schelling en 8 grooten) en 4 schellingen en 8 grooten voor sijn mutse."

    In de laatst gevonden rekening van 1771 was al het land te Oosterzele en de hofstee nog steeds aan dezelfde personen verpacht. De geldelijke middelen van de wezen (215 pond grooten) werden in de vorm van een "onbesette rente" aan 4% intrest per jaar (croosende den penninck 25ste ) belegd namelijk 115 pond bij Joannes Braeckman tot Oostakker (hun oom) en 100 pond bij Livinus De Keyser (hun oom) tot Wichelen.

    In 1771 (Oosterzele 201) wordt na het overlijden van Joanna Claeys, de echtgenote van Pieter Braeckman, het voogdijschap overgenomen door Livinus Ingels (tot Oostakker) die met Joanna Petronella Braeckman gehuwd was. – Voorheen was hij te Oostakker op 2 september 1766 gehuwd met Petronella Waeijenberghe - Hij maakt de belofte als voogd "over de 3 noch minderjarige kinderen te regeiren en gouverneren". Joannes Baptiste Braeckman stelt zich borg.
    In 1782 zijn al de kinderen meerderjarig (25 jaar) en worden de eigendommen gelegen te Oosterzele openbaar verkocht. Beide hofsteden kwamen in handen van graaf Maelcamp de Schoonbergen. Dit gebeurde op 13 november 1782 (Oosterzele 207). De verkoop bracht 611-01-11 (en 20 flessen wijn) op te verdelen over de vijf kinderen nl. Livinus Ingels, gehuwd met Joanna Petronella, landbouwer in de Smallen Herreweg te Oostakker; Livinus Francis tot Selsaede; Pieter Casteels, gehuwd met Anna Catharina, herbergier in de Smessenbroecke te Oosterzele; Joanna Livina, gehuwd met Jan Frans De Keyser, landbouwer in de Drieschstraete te Oosterzele en Joannus Baptiste tot Moortsele.

    * Woonplaats

    Bij zijn eerste huwelijk pachtte hij een hofstee te Oosterzele van Piers De Welle. Na het overlijden van zijn schoonmoeder uit zijn tweede huwelijk, kocht hij (dankzij een erfenis?) kort daarop op 7 december 1755 van Lieven De Taeye een huis van 11 roeden, op Scheurbroucke berg te Oosterzele gelegen ten Oosten het Steentien, Zuid de straete leidende naar St.Lievens Houtem, West en Noord de straete leidende naar Bavegem (thans de hoek van de Boekhoutstraat met de Houtemstraat nl. Boekhoutstraat 2) waar hij ook zou overlijden.

    10-01-2009 om 00:00 geschreven door WALTER BRAEKMAN  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (8 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    09-01-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.JOANNUS BAPTISTE BRAECKMAN (1745 - 1784)

    * Geboorte – Dood

    Hij is geboren te Oosterzele op 13 september 1745. Zijn ouders heten Georgius Braeckman en Angeline Catharina De Keyser. Zijn peter heet Laurens De Keyser (een broer van zijn moeder) en zijn meter Joanna Coolens (zijn grootmoeder).
    Hij is gestorven te Sint-Lievens-Houtem op 29 februari 1784 in de herberg “het Calf”.


    * Gebeurtenissen van die tijd : 1770 - 1801.

    1780 - 1790 Jozef II van Oostenrijk. Hij voerde goedbedoelde, vaak uitstekende maar tactloze hervormingen door. In de Zuidelijke Nederlanden leidde dit tot de Brabantse Omwenteling (1789) en de oprichting van de Verenigde Belgische Staten (1790). Er is vreugde alom over “de verlossinge der Nederlanden”. Ook in het Land van Rode wordt de onafhankelijkheid uitbundig gevierd. Maar heel lang heeft de euforie niet geduurd. In 1791 werden de opstandige gewesten wederom onderworpen. In 1792 verklaarde de Franse Republiek de oorlog aan keizer Jozef II en op 6 november werden de Oostenrijkers te Jemappes verslagen.
    In 1795 lijfde Frankrijk onder Napoleon de Zuidelijke Nederlanden in. Het Ancien Regime werd meteen afgeschaft. In onze streken werden de kloosters ontbonden en genationaliseerde kerkelijke goederen verkocht. Het was verboden de klokken te luiden en de priesters werden verplicht een eed van haat tegen het koningsdom, en van trouw aan de republiek af te leggen. De meeste priesters verzetten zich daartegen en werden ofwel tot deportatie veroordeeld of verdwenen in het ondergronds verzet. Daarmee begon de “Beloken Tijd”. Ook Pastoor De Bruyn van St.Lievens-Houtem leefde ondergedoken en diende in het geheim de sacrementen toe in de meest uitzonderlijke plaatsen zoals in de gang van grote huizen, op zolder, in de schuren, enz. In 1801 kwam er een kentering en werd door de pastoor een lijst van geboorten en overlijden overgemaakt aan de prefecture van Oudenaarde. Bij de overhandiging van deze lijsten waren er getuigen waaronder Pieter Gaublomme, cabarettier, jaerestam 49 (zie verder).

    In 1798 werd “de conscriptie” ingevoerd namelijk alle ongehuwde mannen tussen de 20 en 25 jaar werden onder de wapens geroepen. Voortaan was de militaire legerdienst een algemene en persoonlijke plicht voor alle Franse burgers van 20 jaar af tot 25 jaar. De dienstplichtigen van het jaar VII waren in onze streken de allereersten. De conscriptie betekende vooral voor de al verarmde boerenbevolking een zware bijkomende belasting. De Boerenkrijg brak los maar konden geen weerstand bieden. De plots ontbrande en hardnekkige strijd duurde amper 3 maand.

    De Franse overheersing is een cruciale periode uit onze geschiedenis. Ze zal het uitzicht van onze samenleving definiëren: burgerlijk huwelijk, echtscheiding, burgerlijk wetboek, kadaster, metriek stelsel, papiergeld, de aflevering van paspoorten,…




    * Jeugd


    Zijn vader stierf toen hij veertien was. Hij was de oudste van de vijf kinderen. Zijn moeder hertrouwde op 23 november 1759 met Pieter Buyse. Ze stierf echter op 23 juli 1761; Joannus was toen zestien jaar. Zolang hij minderjarig was, was zijn voogd Petrus Braeckman (de broer van Georgius Braeckman).

    Vermoedelijk verbleef hij, samen met zijn broer en zusters, tot aan zijn huwelijk bij zijn voogd in Oostakker.


    Bij het overlijden van zijn moeder werd een gedeelte van de bezittingen "bij (door) den voocht Pieter Braeckman inghekocht over Jan Baptiste Braeckman ende in rekeninghe voor uitgheef ghepasseert beloopen tot en met wijngelt".


    * Studies


    Joannus kon zijn naam behoorlijk schrijven. De meeste mensen ondertekenden de parochieregisters of andere aktes in die tijd met een kruisje of een "handtekening" (daar de meeste mensen hun naam niet konden schrijven, zetten ze een kruis of maakten ze een tekening) waarnaast de pastoor of de griffier dan hun naam zette voorafgegaan met de vermelding "dit is het merck van". Ook zijn vrouw kon haar naam schrijven.

    In een van de akten wordt vermeld dat zijn broer Livinus op school te Gentbrugge verbleef (woonde).

    * Huwelijk – Kinderen

    Op 2 oktober 1770 trad hij te Moortsele in het huwelijk met Antonia

    Philippa Vanderhaeghen. Zij was geboren te Moortsele op 26 augustus 1749.

    Haar vader heet Joannus Baptiste, haar moeder Joanna Francesca Deneve.

    Hun kinderen waren Joanna Livina (ø01 sep 1771 +14 sep 1771), Livinus Gerardus (ø1772 +1775), Anna Bernadina (ø1774 +1802), Constantinus (ø1776), Celestinus (ø1778 +18 okt 1782), Livinus (ø1781 +13 okt 1782) en Joannus Francis (ø1783).

    Vier van de zeven kinderen zijn vroegtijdig als kind gestorven. Anna Bernadina huwt met Joseph Van Durme. Ze krijgt een kind, Romain Van Durme maar sterft reeds na twee maand op 17 prairial jaar 10 (6 juni 1802). Zijzelf sterft op 14 messidor jaar 10 (29 juni 1802) op 28 jarige leeftijd, amper een maand na het overlijden van haar kind. Van Joannus Francis had ik graag te weten gekomen hoe zijn leven verder is verlopen. Theoretisch gezien kan hij in de legers van Napoleon gevochten hebben.

    Na het overlijden van Joannus Baptiste Braeckman, hertrouwde zijn vrouw op 8 juni 1784 te Sint-Lievens-Houtem met Jan Petrus Gaublomme (øVelzeke-Ruddershove). In dit huwelijk kreeg ze vier kinderen, nl. Dominicus(ø1785), Bonifacius(ø1787), Petrus Romanus(°27 jan.1789,+10 feb.1789) en Theophilus(°1790).

    Ze stierf te Sint-Lievens-Houtem op 7 februari 1803 (18 pluviose jaar 11). Pieter Gaublomme stierf op 23 november 1830 te Merelbeke "in den ovenkot van Martin De Bruyker". Hij was toen 76 jaar oud en "draeger" (venter) van tabak, snuif, koffie en sette.


    * Schoonouders

    Joannus Baptiste Vanderhaeghen, zoon van Jacobus en Anthonette De Roey uit Gontrode, gestorven te Moortsele in 1762, gehuwd met Joanna Francesca Deneve, dochter van Philippus en Livina De Wettinck uit Landskouter. Ze kregen vier kinderen nl. Antonia Philippa, Bonifatius, Marie Francise en Anne Catherina.

    Hij was een molenaar. Volgens zijn staat van goed (Moortsele 274 dd. 26 sep. 1763) zou hij gewerkt hebben in een korenwatermolen nl. "een land groot 75 roeden daer den waetermeulen op staet abouterende oost den heere graef van Leeuwerghem met sijne leene, zuid de meulebeke" gelegen aan de grens van Moortsele met Landskouter die hij pachtte van Jonker Charles Maelcamp, heer van Ravenschoot, tot Ghendt. Er was een kasboek waarin tal van klanten worden vernoemd die nog moesten betalen voor de levering van baekten, brandewijnmout, rogge -en tarwemeel, zwijnaarde, havermeel, boekweit.

    De bouw van de watermolen stamt uit 1616. De watermolen is nu nog te zien in de Watermolenstraat nr. 1. Van op een stenen bruggetje bekeken, geven de restanten van het rad en het aanvoerbekken een idee van de historische molen. Het is een laag typisch en landelijk gebouw met houten ramen en luiken. Wat voor velen een uniek plekje is, is inmiddels een beschermd dorpsgezicht.

    Hij pachtte ook land zoals aan de pastoor van Elderghem en aan Adriaen Maes tot Moortzele.

    Hij was welstellend. Dat blijkt uit de omvangrijke beschrijving van de inboedel waaruit een "kleine" greep : in het huis vond men o.a. 3 ketels met een koperen strijmijn, 3 aeckers ende 4 copperen schijven, een lessenaer, een notelaere casse, een staende orlogie, een ledikant met behansels, 2 spaensche sarsen, een fusieke met fonde pistolen, een stuck lijnwaet dat op het getouw is, de cleederen van overleden (een hennekleed met zilveren knopen, een grijze vest, het beste laeckenkleed met de broeck, een barnesijne vest, een trijpen en een lijwaeten broek, 5 paar kousen, een kapot, een mulders voorschoot, een wollen kazak, een paer wanten, eenige carwatten, 2 hoijen, 26 hemden), een ijzeren komfoor, wat zilver en goud (5-6-8), een zak met gansenpluymen, mostaertmeulen, 12 veugelmuyten ende nette, 3 spinnewielen en tuymelaer, den schiermeulen, er was een eendenvijver, in het ovenkot eenen ysderen ovenstaeks, een pierden-, coy- en verkensstal, 2 paarden en een veulen, 2 koeien, 3 varkens en 3 biggen, hoenders en duiven, een schelfpers, 40 sacken patateren, 12 zakken rondzaad (koolzaad)... Hij had ook domestieken (knechten en meiden) in dienst.

    Hij was tevens schepen van Moortsele nl. in 1761 kregen de "burghemeester ende schepenen (waaronder Joannes Vanderhaeghen) tsaemen de somme van dry guldens achthien stuyvers over hun recht ende wijnghelt bij hun ghemeriteert in het vernieuwen van de wet (schepencollege) ten jaere 1761."

    Op het einde van zijn leven was hij ziek. Zo waren er nog rekeningen van "meester Currisy Vanheck tot Bottelaere over vesiten ende apotequereye aen den overleden gedaen". Antonia, als oudste van de vier kinderen, was amper 13 jaar bij zijn overlijden. Zijn vrouw hertrouwde kort daarop met Dionisius Buyle en kregen in dit huwelijk twee kinderen.

    De bouw van de watermolen stamt uit 1616. De watermolen is nu nog te zien in de Watermolenstraat nr. 1. Van op een stenen bruggetje bekeken, geven de restanten van het rad en het aanvoerbekken een idee van de historische molen. Het is een laag typisch en landelijk gebouw met houten ramen en luiken. Wat voor velen een uniek plekje is, is inmiddels een beschermd dorpsgezicht.


    * Loopbaan

    Bij zijn huwelijk woonde hij (mogelijk samen met zijn schoonmoeder en haar tweede man Dionisius Buyle) in de hofstee met watermolen van zijn overleden schoonvader. Of hij ook daadwerkelijk het beroep molenaar uitgeoefend heeft, heb ik niet teruggevonden.

    Op 11 februari 1771 (Oosterzele 201) leende hij van Joannes De Bruyker (een notabele) 50 pond grooten met een losrente van 2 pond grooten tsjaers.

    Als onderpand gaf hij de gronden van maternele zijde (zie vorig hoofdstuk). In 1774 was hij voor een jaar "pointer". Daarvoor kreeg hij twee guldens nl. "hunnen sallaris ende vaccatie in het doen van de pointinghe".

    Op 13 november 1782 werden de nog resterende eigendommen van zijn overleden ouders verkocht en werden de gelden over de vijf kinderen verdeeld. Zo ontving hij 122 ponden en 4 schellingen voor het onroerend gedeelte.

    Bij de parochierekeningen van Moortsele staken de omestellingen (belastingen). Zo betaalde hij in 1781 18-11-7-6.

    Bij het overlijden van zijn peter Laurens De Keyser erfde hij een goed. Naar aanleiding daarvan legde zijn broer Livinus Frans Braeckman en schoonbroer Livinus Engels kort na zijn dood op 7 mei 1784 een klacht neer. Zij eisten een deel van de successie op zijnde 101 pond 10 schellingen. Zijn kinderen zouden uiteindelijk nog 60-0-10 pond erven.

    Op 26 juni 1783 kocht hij te St.Lievens-Houtem bij opbod van de erfgenamen van Francis De Mey een herberg, "het Calf" genaamd, voor de prijs van 571-16-8 pond. De herberg bestond uit een keuken, schotelhuis, twee kamers, twee slaapkamers, twee bovenkamers, een kelder, poort, stallingen en schuur. Samen 36 roeden groot, gelegen "aen de Plaetse" rechtover het Schepenhuis zuid de Plaetse, oost de Kerckhofstraete, noord en west Frans Van Hauwermeiren. Hij verhuisde met zijn gezin naar Sint-Lievens-Houtem om de herberg uit te baten. Angelus Vandevelde bewoonde de hofstee te Moortsele.

    In zijn herberg schonk hij o.a. Lievens Bier en Franschen Brandewijn. Er waren toen verschillende brouwerijen. Zo was hij bij zijn overlijden nog geld verschuldigd voor "leveringe van bier" aan Pieter Vandereecken, Vandergucht, D'Hondt en Vanderscheuren, voor "leveringe van Lievens bier" aan Pieter Brihet en voor "leveringe van Franschen Brandewijn" aan J.B. De Bruyker
    Ook bood hij aan voorbijtrekkende reizigers overnachting (logement). Dat blijkt uit zijn staat van goed waarin in verschillende kamers, bedden met "slaepdinghe" beschreven worden.

    Zijn toog, hanghberth en glaesenberth bevonden zich in de keuken. Tafels, stoelen en banken stonden in de keuken en de twee kamers (in elk van die kamers stond een hemelbed, nl. "1 tembo (cfr. het franse tombeau of hemelbed) en behuyfsel met het slaepdinghen"). Er stonden nog drie steekoetsen op zolder (bovenkamers). In "het slaepcamercken ten oosten" sliepen de kinderen. In de slaapkamer van de ouders stond de wieg.

    Lang zou hij het beroep van herbergier niet uitoefenen want hij stierf reeds op 29 februari 1784. Er werd op 21 maart 1785 een staat van goed opgemaakt. Voor "de begraeffenisse ende uytvaert van den overledene met wasch afleggen ende bestekoop" werd 8-13-6 betaald. Aan J.B. De Corte voor "de leveringe van vleesch en bier ter uytvaert" 3-0-0. Pieter Casteels (zijn schoonbroer) trad op als voogd over de minderjarige kinderen.

    Volgens de rekeningen was Dionisius Buyle hem nog 37 pond verschuldigd.

    Bij zijn overlijden was de koopsom van de herberg niet volledig betaald. Er diende nog 233-6-8 pond te worden betaald ("restat coopsomme huys"). Bij het opmaken van de staat van goed waren er meer schulden dan baten. Om het hoofd financieel boven water te houden, was zijn vrouw verplicht snel opnieuw te huwen nl. op 8 juni 1784. Samen met haar tweede man Pieter Gaublomme zou ze de herberg verder uitbaten. Op 20 april 1785 leenden ze 150 pond van Emanuel De Cock tot Oosterzele om de koopsom af te betalen met een jaarlijkse rente van 6 pond. Er werd een hypotheek genomen op de herberg. Op 4 januari 1792 kochten ze van Pieter Antoin Vanheirewege een stuk zaailand op het Eyland, oost den Cauterbos, zuid het kapittel van St.Baafs, west den Voetwegh, groot 81 Roeden en een half.

    Volgens de tellingen van het jaar III, bezat Pieter 1 koe en 3 varkens.

    Bij haar overlijden werd op 9 messidor van het jaar 11 van de Franse tijdrekening (28 juni 1803) de herberg openbaar verkocht aan Constantinus Putters uit Elene voor 5.200 francs en werden "les fruits pendant par les racines" verkocht voor 272 francs en 8 centimes ( notaris Pieter Francis Verbrugghen te St.Lievens-Houtem : de originele aktes heb ik niet teruggevonden).


    Daar de herberg zich juist naast het schepenhuis bevond, trad Pierre Gaublomme regelmatig als getuige op bij een aangifte van huwelijk, geboorte of overlijden. Naast "cabaretier" (herbergier) wordt ook "boulanger" (bakker) als beroep opgegeven. Bij elke akte zette hij zorgvuldig zijn handtekening wat doet vermoeden dat hij zeer goed kon lezen en schrijven. Na haar overlijden zou Pieter op latere leeftijd venter worden van tabak, snuif, koffie en sette en verdwijnen in de marginaliteit.

    * Woonplaats


    Hij woonde bij zijn huwelijk te Moortsele in een hofstede met watermolen die hij pachtte. Deze is thans te situeren langs de Meulebeke op de hoek van de Watermolenstraat en de Kloosterstraat. Afgezien van de periode 1772 - 1783, waar hij de 47 roede meirsch op "den ghent meirsch" pachte (Oosterzele 271), had hij geen eigendommen of pachtgronden in Oosterzele.

    Halfweg 1783 verliet hij Moortsele om zich te vestigen in Sint-Lievens-Houtem op de Plaetse rechtover het Schepenhuis in de herberg "het Calf" waar hij in februari 1784 overleed. "Het Calf" is thans nog steeds een herberg nl. "de Provence".

    09-01-2009 om 00:00 geschreven door WALTER BRAEKMAN  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    08-01-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.CONSTANTINUS BRAECKMAN (1776 - 1852)

    * Geboorte – Dood

    Hij is te Moortsele geboren op 11 december 1776. Zijn ouders heten Joannus Baptiste Braeckman en Antonia Philippa Vanderhaeghen. Zijn peter heet Boniface Vanderhaeghen (een broer van zijn moeder), zijn meter Joanna Livina Braeckman (een zuster van zijn vader).

    Hij is gestorven te Vlierzele op 21 augustus 1852.


    * Gebeurtenissen van die tijd : 1801 - 1836.

    Voor 1815 hadden de Franse Revolutie en de veldtochten van Napoleon een schokgolf veroorzaakt in Europa. Met steun van de lokale sympathisanten had Frankrijk het Ancien Régime, de conservatieve orde op het continent, omver geworpen. Vorstenhuizen waren verdreven, grenzen hertekend en het oude Duitse keizerrijk was ontbonden.

    Na de nederlaag van Napoleon in 1815, hertekenden de grootmachten op het congres van Wenen opnieuw de kaart van Europa. De restauratie van de conservatieve orde van voor de Franse Revolutie was daarbij de leidraad. Teneinde Frankrijk te omringen met sterke bufferstaten,werd het Koninkrijk der Nederlanden onder koning Willem I opgericht. De Zuidelijke katholieke en Noordelijke protestantse Nederlanden worden voor 16 jaar verenigd.

    Al gauw groeit er spanning in de herenigde Nederlanden enerzijds aangewakkerd door de conservatieve katholieke kerk, die met de hervorming van het onderwijs, in het bijzonder met de oprichting van de openbare middelbare scholen, haar monopolie zag wegkwijnen; anderzijds door de welvarende liberale elite die zich onwennig voelde met het Nederlands als officiële taal en streefde naar meer economische onafhankelijkheid. Die twee groepen hadden tegengestelde belangen, maar sloten zich in 1828 aaneen in het zogenaamde “unionisme”. Samen hoopten ze koning Willem te bewegen tot een administratieve scheiding tussen noord en zuid, waardoor hun aparte belangen in het zuiden behouden zouden kunnen blijven. De wortels van de Belgische Revolutie lagen niet alleen in de politieke eisen van de burgerij, van wie de welvaart met de dag toenam. De lagere klassen ging het minder voor de wind. Vele arbeiders waren werkloos. Er groeide een sociale opstand, die dankbaar door de rijke burgerij werd gekanaliseerd om haar doelstellingen te realiseren.

    In 1830 mislukte de oogst en de bevoorrading kwam in het gedrang. Toen in juli 1830 in Parijs de revolutie uitbrak, sloeg de onrust over op de lagere klassen in België. Na de opvoering op 25 augustus 1830 van een opera “De Stomme van Portici” ( een romantische opera dat gaat over de volksopstand van het 17de eeuwse Napels tegen het toenmalige Spaanse gezag) ontstonden er proletarische onlusten in Brussel. De arme volksmassa in Brussel sloeg aan het plunderen. Daarop richtte de burgerij een burgerwacht op die de rust moest herstellen en van Willem I de administratieve scheiding tussen noord en zuid eiste. Willem I weigerde en op 22 september 1830 trok het Nederlands leger Brussel binnen. De troepen stuiten op hevig verzet, vooral nadat vrijwilligers van overal in België toestroomden om de opstand te steunen. De revolutionairen slaagden erin de acties van de vrijwilligers te coördineren. In de nacht van 26 op 27 september 1830 blies het Nederlands leger de aftocht. Het voorlopig comité vormde zich om tot Voorlopig Bewind, dat op 4 oktober 1830 de onafhankelijkheid uitriep. De staat België was geboren. Er werd op 7 februari 1831 een “Nationaal Congres” (een 200 leden tellende grondwetgevende vergadering, op 3 november 1830 verkozen door 30.000 mensen volgens het cijnskiesrecht) bijeengeroepen dat de inrichting van de nieuwe staat ontwierp en bekrachtigde in een “erg liberale” Belgische Grondwet. De Conferentie van de Mogendheden erkende de nieuwe staat en op 21 juli 1831 werd prins Leopold van Saksen-Coburg als koning gehuldigd. Begin augustus 1831 rukten Nederlandse troepen op tot Leuven. Een Frans tegenoffensief dwong hen evenwel om terug te trekken. Met de verkiezing van het eerste parlement eind augustus 1831 had de nieuwe staat vorm gekregen. Willem I zou België pas in 1839 erkennen.

    Het cijnskiesrecht werd ingevoerd. Mits het betalen van een cijns kon men een stem krijgen. Men liet de deelname aan de verkiezingen afhangen van het inkomen van de stemgerechtigde. Het kiesrecht bleef dan ook beperkt tot de hogere en de meer bemiddelde klassen van de bevolking.



    * Jeugd


    Hij was amper 7 jaar jong toen zijn vader stierf. Hij woonde tot aan zijn huwelijk samen met zijn moeder en stiefvader Pieter Gaublomme in de herberg " 't Calf " te St.Lievens-Houtem.

    Met de dood van zijn vader kwam wellicht ook een einde aan het contact met de familietak in Oostakker. Met Constantinus zou zich een nieuwe tak, met centrum St.Lievens-Houtem, volop ontbloeien. Een tak die niet zou bestaan uit herenboeren zoals zijn voorouders maar uit eigengeërfde boeren, wevers, dagloners en herbergiers.


    * Huwelijk

    Op 20 juli 1802 (jaar 10 van de Franse Republiek 30 Messidor ) trad hij te Vlierzele in het huwelijk met Joanna Therese Spitaels. Haar vader heet Jan Baptiste (+24 jan.1811), haar moeder Marie Catharine Bael (+23 jan.1811). Zij was respectievelijk geboren op 31 december 1780 en gestorven op 6 april 1852 te Vlierzele.
    Hun kinderen waren Eugenia(ø1805), Dominique(ø1806), Charles Henri(ø1807), Beatrice(ø1808 als kind +), Boniface(ø1810), Lucie(ø1812), Eugine(ø1814), Ange(ø1818 als kind +), Engelbertus(ø1818), en Beatrix(ø1820).

    * Schoonouders

    Jan Baptiste Spitaels huwde op 4 februari 1772 te Vlierzele met Marie Catharine Bael, dochter van Marinus en Catharina Keermans. Ze kregen vijf kinderen nl. Constant (°1772), Maria (°1774), Petronella (°1776),

    Pierre Jan (°1778) en Theresia (°1780).

    Volgens het landboek van Vlierzele d.d. 1787 pachtte Jan op perceelnr. 1173 in de wijk Cleeninck een stuk land van Adriaen Baeyens, groot 25 roeden. Hij woonde op perceelnr. 1271 in een hofstede, groot 44 roeden, gelegen in de wijk “Steeger of Bogaertsveld” (het dorpskern van Vlierzele) in de nabijheid van de kerk (perceelnrs. 1267 en 1268). Deze hofstede was gemeenschappelijk bezit van Jan Spitaels en de kinderen van Joannes De Clerck. Bij het overlijden van Andreas Bael,wellicht zijn schoonbroer, “aenveert Jan in 1792 via Judocus Bael d’helft van perceelnr. 382 met een hofstede, groot 84 roeden, gelegen in de Soegh Haeck, welke hij in 1793 overlaat aan Pieter Bael uit Smetlede.

    Volgens de ommestellingen betaalde hij in 1780 amper 0-9-3 aan belastingen. Daaruit blijkt dat hij “een keuterboerke” was. Zijn schoonzoon, Constantinus Braeckman, kwam bij zijn huwelijk in 1802 bij hen inwonen en nam bij hun overlijden in 1811 het huis over.



    * Studies

    Er blijkt een belangrijke achteruitgang te zijn opgetreden. Hij kon zijn naam amper schrijven. Zijn vrouw en quasi al zijn kinderen helemaal niet. Het zal duren tot eind 19de eeuw vooraleer mijn voorouders weer blijk zullen geven van enige intellectuele vooruitgang.




    * Loopbaan

    Volgens de archieven was hij landbouwer (laboureur), wever (tisserand) en dagloner (journalier). 's Zomers kweekte hij groenten en dieren. In de winter, nadat de oogst was binnengehaald, werkte hij samen met zijn vrouw als zelfstandige wever die hun afgewerkte producten zelf of door tussenpersonen op de markt brachten. Een combinatie die in de 19de en begin 20ste eeuw zeer gebruikelijk was voor die streek. Ook wordt er in de overlijdensakte van zijn schoonouders (1811) en in de bevolkingsregister van 1828 melding gemaakt van "cabaretier" of herbergier.

    Volgens de kadastrale legger was hij eigenaar van volgende percelen (Modern Gemeentearchief Vlierzele R.A. Beveren Waas).

    In 1828 volgende situatie : Sectie E

    Wijk "Cruys Cauter"
    perceel nr. 26 terre 5 are 00 mètres.


    Wijk "Le Village"
    perceel nr. 147 jardin 2 00
    148 maison 3 50
    149 jardin 7 50

    Wijk "Cleeninck"
    perceel nr. 248 terre 10 40
    268 terre 7 10 totaal 35 a 50 m

    Later worden de percelen hernummerd.

    In 1845 volgende situatie : Sectie E

    perceel nr. aard oppervlakte

    wijk Clenninck
    200 land 6 a 50 ca
    209 land 9 40

    wijk Steegerken (Dorp of Plaetse)
    451 tuin 3 50
    452 fruit 3 30

    453 huis 6 10
    (huis nummer 72)

    485 huis 1 50 : verkocht in 1853 aan
    486 tuin 1 20 : J.B.Verspeeten (schoonzoon).
    (huis nummer 74) Prijs 250 frank.

    wijk Grootendries
    542a land 6 80 : in 1851 werd a en b, c(land)
    542b fond bâti 0 50 :
    549 bos 2 00 totaal 40 a 80 m

    Zoals je ziet is de grond dat Constantinus ter beschikking stelt voor zijn woning aanzienlijk toegenomen nl. van 3.5 are naar 6.1 are. Vermoedelijk heeft hij in de loop der jaren zijn woning uitgebreid.


    Constantinus was vooruitziend en zorgde dat bijna al zijn eigendommen nog voor zijn overlijden verkocht waren nl.


    Volgens de notarisakte van 19 mei 1845 verkocht Constantinus de hofstede ( gelegen in de Kerkstraat perceelnrs 451,452 en 453 groot in gronde 13,53 are, oost het begijntje De Clercq, zuid Benedikt Bamburst, west de straat en noord de kinderen Braeckman) waarin hij woonde, aan zijn zoon Engelbertus voor 1.088 frank. Er was echter een bijkomende clausule. Engelbertus zou zijn ouders, zolang ze leefden "onderhouden van logement, eten, drinken, wasschen en plasschen naer staet en conditie mits eene belooning van vijftig francs sjaers". Deze beloning zal hij in vermindering brengen van de verschuldigde koopsom. Volgens de notarisakte van 24 januari 1851 werd de beloning verhoogd: "inziende en overwegende hunnen hoogen ouderdom die dagelijks zelve onderhoud verzwaert en kostelijker maekt zoo in voedzel, oppas ... zijn overeengekomen ... de som te verhoogen tot een honderd vijftig francs bij jaere en dit vanaf 19 mei 1850". Engelbertus had toen reeds 5 jaar voor zijn ouders gezorgd waardoor op 19 mei 1850 reeds 250 frank van de koopsom in mindering was gebracht.

    Volgens akte van notaris S.S.d. van 10 mei 1849 werd in wijk Clenninck
    perceelnr.200 6,5 are land en perceelnr.209 9,40 are land verkocht aan Jan Baptiste Vandenabeele, burgemeester van Smetlede.

    Volgens akte van notaris Limpens te Oordegem de 24 jan 1851 kocht Engelbertus van zijn ouders "de meubelaire voorwerpen, pagtersregten en vrugten te velde zig bevindende ten huyse en have bij hun gezamentlijk bewoont en in de landen bij hun in pagte gebruikt" voor de som van 699.50 frank waarvan Engelbertus 400 frank onmiddellijk betaalde. De rest diende hij ten laatste drie maand, zonder intrest, na het overlijden van de langstlevende ouder te betalen.
    Hieruit volgende aantekeningen.

    * "op den hof, in de schuere, stallen en verkenskoten, twee melkkoeyen, een rend, een kalf, een verken, vier hoenders en haen, elf jonge kiekens, landbauwers halam, drij spaeyes, twee aweelen, twee rieken, mesthaek, twee huyfsels, twee koeygoreelen of harnassen ren met toebehoorten, eegde, sleye, drij vlegels, wanmolen , ziften, twee leders, gezaegde bert en latten, twee kruywagens met berdels, twee beerkuypen, gedorschen en ongedorschen granen op den zolder als in de scheure, pataters, hooi en stroi, mest in den hof... - Constantinus beschikte over geen paard. Om zijn land te bewerken gebruikte hij wellicht koeien als trekdier wat blijkt uit de koegareel en harnas.-

    * Constantinus pachtte, zoals

    - 20 are land van Mr.Jean Baptiste van den

    Abeele van Smetlede gelegen te Vlierzele op de "berre borre" oost de Diepestraat en van dezelfde persoon nog 7,68 are land gelegen op het Steegerken.

    - 54,95 are land van de Hospitiën te Aalst gelegen te Vlierzele genaemd "Kosterbroek".
    - 30,75 are land van de Kerkfabriek gelegen in de wijk Zwartland.

    - 61,5 are land en bos van Mr. Landuyt van Nieuwenkerke gelegen in de wijk Vorten dries.

    - 35,65 are bos gelegen te Letterhoutem.
    In het bos stonden twee tot driejarige scheuten waaruit hij zijn (brand)hout putte en waarvan hij later de volgroeide bomen verkocht; op het land kweekte hij tarwe, rogge, klaver en loof.

    * Inventaris van de meubels : - in de keuken.

    "eene stove, twee ijzeren potten, moor, twee tafels, spoelwiel, zeven stoelen, twintig geleyerde taillooren, twee geleyerde schotels, drij tinnen taillooren en een tinnen schotel, kaste, twaalf tinnen lepels, horlogie,..., twee kaffekannen, melkkuype, twee teelen."
    - in de kamer.


    "koffer, bedstoel met slaepdingen, horlogie, haspel, twee stoelen en parapluie."


    - in de weefkamer.


    "een getouw met toebehoorten." - Dit is een bevestiging dat Constantinus wever was.-
    - op en in de kelderkamer, zolder en kelder.

    "bedstoel met bedding, zaeg, meelkuype, moelde, vat vleesch, blok, tafel, koekpan, bobijnwiel, spinnewiel, keern, kuype, koffer, twee lauweriesboomen, waschkuype, braseemers."

    In wijk Grootendries werden in 1851 perceelnrs 542c(7,30 are land) en 549 (2 are bos) toegewezen aan Charles Henri Braeckman.

    Uit de staat van nalatenschap (reeks 187 dd. 1852/1853) volgende aantekeningen.

    - Eugenia (gehuwd met J.B. Verspeeten, landbouwer) woonde te Vlierzele wijk Dries naast Engelbertus, Dominicus (tot 1842 gehuwd met Sophie Volckaert,later met Leocadia Van Oost; weduwnaar met drie kinderen,arbeider, op 13 juli 1848 verhuisd) te Brussel, Charles Henri te St.Lievens-Houtem, Lucie (gehuwd met Josephus Wagemans, kleermaker) te Vlierzele, Eugenius (arbeider) te Oordegem, Engelbertus (landbouwer) (later gehuwd met weduwe Virgina De Maesinus, welke een kind had August Morus) te Vlierzele en Beatrix (gehuwd met Constantinus De Neve, kleermaker) te Oordegem. Boniface was wellicht reeds overleden.

    - Op het einde van hun leven woonden ze samen met hun zoon Engelbertus. Gedurende de laatste twee levensjaren was Constantinus ziek. Er werd bij het opmaken van de staat van nalatenschap een kostennota ingediend "over onderhoud van mondkosten, logement, wasschen en plasschen van 19 mei 1850 tot 21 augustus 1852, dag van afsterven van meergemelden Constantinus dus 2 jaren en 92 dagen aen 150 francs bij jare maakt 337 francs" en " aan de heer doctor over gedane visites en gegeven medicamenten maakt 11 francs".

    - "Over lichter, grafmaker en buytengewoonen oppas" 17 francs kosten.

    - Afgezien van Engelbertus kon niemand van zijn kinderen zijn naam schrijven. Iedereen ondertekende de staat van nalatenschap met een kruisje.
    "het merk X van Charles Henri Braekman,..., die alle verklaerd hebben niet te kunnen schrijven of naem tekenen."


    * Woonplaats

    Hij woonde te Vliersele in de wijk Plaetse in de Kerkstraat huis 72. Het betreft hier wellicht het ouderlijk huis van zijn vrouw, die bij het overlijden van zijn schoonouders in 1811 aan hem werd toegewezen. In 1845 verkoopt hij het huis aan zijn zoon Engelbertus, maar blijft er tot aan zijn dood wonen.
    Het huis bestaat thans niet meer.


    08-01-2009 om 00:00 geschreven door WALTER BRAEKMAN  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    07-01-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.CHARLES HENRI BRAEKMAN (1807 - 1862)

    * Geboorte - Dood

    Hij is geboren te Vlierzele op 20 april 1807. Zijn ouders heten Constantinus Braeckman en Joanna Therese Spitaels.
    Hij is gestorven te St.Lievens Houtem op 31 mei 1862. Hij was de eerste telg waarvan de naam met AEK geschreven werd.

    * Gebeurtenissen van die tijd : 1836 - 1863.


    Het Koninkrijk België.

    * Studies

    Hij kon noch lezen noch schrijven. In alle aktes die hij normaal moest ondertekenen, wordt verklaard dat "de comparant (Karel) zulks niet te kunnen bij ongeletterdheid". Zijn eerste vrouw, Marie Theresia Borelle, kon haar naam wel schrijven. Als gevolg van zijn ongeletterdheid en pure willekeur van de ambtenaar, werd onze familienaam Braeckman voortaan zonder c geschreven.

    * Dienstplicht

    De loteling:

    In 1830 nam het jonge België het Napoleontische dienstplichtsysteem over. Dat betekende dat er ieder jaar uit de beschikbare dienstplichtige jongens zo een dertienduizend rekruten geloot werden die vervolgens een dienstplicht van twee à drie jaar moesten vervullen. Dit alles gebeurde in elk kanton tijdens een speciale zitting van de militieraad in februari. De loting, zoals het sinds 1814 gebruikelijk was voor die tijd, was een openbare gebeurtenis: de lotelingen moesten uit een tamboer of legertrommel hun nummer trekken. Trok men een laag nummer (de grens werd bij wet vastgelegd voor het district) moest men vanaf oktober zijn dienstplicht gaan vervullen. Zij die een hoog nummer trokken hadden meer geluk; zij waren vrijgesteld. Gegoede burgers konden voor hun uitgelote kinderen door ronselaars (“zielhonden”) een plaatsvervanger laten zoeken. Die plaatsvervangers waren meestal jongens die het thuis het heel wat minder breed hadden. Voor een premie van twaalfhonderd frank waren sommige arme volksjongens bereid de plaats in het leger over te nemen.



    Hij werd ingelijfd op het trekkingsnummer 12 bij het 3e regiment-infanterie (reserve leger) lichting 1826. Hij mat 1 el 6 palmen 9 duimen (1m69). - In 1795 had Napoleon in onze streken het metrisch rekenstelsel ingevoerd. De oude maten zoals roede, palm, duim, bunder,…werden geconverteerd naar ons huidig stelsel zoals meter, liter, are,…. Evenwel tot ruim 1850 werden de geconverteerde maten wel hanteert maar bleven de oude benamingen in gebruik. Zo ging een el geruime tijd door voor een meter, een palm voor een decimeter en een duim voor een centimeter. -


    * Huwelijk - Kinderen

    Hij trad op 16 november 1836 te Vlierzele in het huwelijk met Maria Theresia Borelle. Zij was 38 jaar oud. Zij is respectievelijk op 29 september 1798 geboren en op 21 oktober 1843 gestorven te St.Lievens Houtem. Haar vader heette Pieter Jan (+ 1834 te Gent), haar moeder Christine De Groote (+ 1800). Volgens de huwelijksbijlagen had ze bij haar huwelijk niets van bezittingen, enkel datgene wat ze met handenarbeid verworven had.
    Hun kinderen waren Petrus Livinus (ø1837) en Leo (ø1839). Zoals U ziet klonk zijn naam en deze van zijn vrouw nogal verfranst. Bij hun geboorte werden we door een Frans bewind overheerst. Bij het aangeven van de geboorte op de gemeente, was het gebruikelijk dat hun naam in het Frans opgeschreven werd in de boeken van de burgerlijke stand. In werkelijkheid werd hij met Karel aangesproken. Wat ook opviel bij de opzoekingen was dat men niet zo nauw keek naar de spelling van de naam. Zo vond ik Braeckman, Brackman en Braekman. Uiteindelijk werd het Braekman.
    Hij hertrouwde ruim 4 jaar later, op 26 januari 1848, met de elf jaar oudere Marie Carolina Brihet (met huwelijkscontract notaris Verbrugghen 12 januari 1848). Zij was geboren te Bavegem op 5 augustus 1790, dochter van Adrianus Franciscus en Anna Christina De Buyst. Zij was toen reeds 58 jaar.
    Twee belangrijke opmerkingen. Vooreerst trouwde Charles Henri met vrouwen die steeds ouder waren. En vermoedelijk moest Charles Henri bij zijn eerste huwelijk trouwen. Tussen de trouwdag en de geboorte van zijn eerste kind waren er maar zes maand.

    * Schoonouders

    Pieter Jan Borelle (+ 1834 te Gent)(zoon van Francis en Florentina Meuleman), was gehuwd met Christine De Groote (+ 1800)(dochter van Francis en Marie Livina Brauwer). Hij is driemaal hertrouwd nl. met Christian De Groote, Bernadina Dergott en Catharina Theresia Vandelook. Ze kregen twee kinderen nl. Pieter en Maria Theresia.

    * Loopbaan

    Volgens de archieven was hij zoals zijn vader landbouwer en wever. Zijn eerste vrouw was spinster. Een gebruikelijk beroep voor die tijd.

    Karel kon wellicht goed opschieten met zijn schoonbroer Pieter Borelle, die ook op het Eiland woonde namelijk huis 22. Zo deden ze op 3 februari 1862 te samen een openbaar verkoop van wortelvaststaende boomen. Pieter verkocht 21 olmen, een esch en een eik, te samen voor 304 francs. Karel verkocht 7 esschen, 4 abeelkens, 38 olmen voor 220 francs. Een olm kostte door de band 20 à 40 francs, een es 6 à 10 francs, een abeel 24 francs en een eik 70 francs.

    Bij zijn overlijden werd er een staat van nalatenschap (registratie Herzele reeks 187 dd. 7 jan. 1864) opgemaakt, waarvan ik het volgende vermeld.
    - "De roerende mobilaire voorwerpen, mitsgaders de vruchten en vervoetheden te velde" maakt 1.782 francs (voor meer details zie verder).
    - Charles was op het einde van zijn leven ziek. Aan de geneesheer De Cooman te Oosterzele 25 francs.
    - De begraafkosten en lijkdiensten 60 francs.
    De doodskist 8 francs.
    - Hij pachtte ook grond. Hij pachtte grond van het armbestuur van St.Lievens-Houtem aan 25 franc tjaars, van Prosper Verbrugghen aan 24 francs tjaars en van Van Gheel uit Mechelen aan 265 francs tjaars.
    - Marie Brihet kon haar naam niet schrijven, Leo amper en Petrus behoorlijk.



    Na het overlijden van Karel werd op 26 november 1863 om negen uren in de voormiddag "alle mobilaire voorwerpen, mitsgaders van beestialen, zich bevindende ten hove der aenzoekers, alsmede van wortelvaststaende boomen en te velde wassende loof" openbaar verkocht. Marie Carolina Brihet wilde zich wellicht terug trekken uit het leven van haar "schoonkinderen". Daarom werd alles verkocht ( totale verkoopswaarde 2.608,39 frank). Zijzelf verhuisde daarna terug naar haar geboortehuis te Bavegem in de Molenstraat bij haar zuster Marie Franciska Brihet en Pieter Henry Moreels. Grotendeels van de mobilaire voorwerpen werden door Leo en Pieter opgekocht. Een opsomming :
    5 testen (pot of schotel van aardewerk, voor vuur bestemd), 14 terrinen, ijzeren casserol, koperen pan, hauwmes en rooster, spiegel, koffykan, watereemer, 3 griefpotten, 2 koperen hakers, koperen moor, koperen ketel, komfoor, stoof, horlogie, hoop oud ijzer, 4 ijzeren potten, 6 stoelen, 3 tafels, matras, 3 koffers, slaepkoets, 2 spinnewielen, kleerkas,
    kuip en zaeg, 2 hauweelen, spade en riek, spade en bijl, kuip en hekel, 2 buidels, botermand en doek, zwingelberd, kruidwagenwiel, 2 melkkuipen, keern, bakmoelde, vleeschkuip met vleesch, eegde, hoop latten, 2 kruidwagens, stampbak, zwingel, leer, hoop berd, zeekstuk, slede, zeekkuip, snijpaerd, wanmolen, slijpsteen, ploeg, drijwielkar,
    192 bundels hooi en evenveel strooi, 350 schoven rogge, 923 schoven masteluin, 440 schoven tarwe, hoop erweten en wortels, eene hoeveelheid gemalen graen en lijnzaed, hoop gedorschen masteluin en geerste, kuip met zwijnaerde, 14 bundels vlas, 1 vaerken, 2 koeien, 1 rund, 1 geit, 3250 kilos aardappels, hoop beteraven, koeiharnassure (zoals zijn vader bewerkte ook Karel het land met een rund in plaats van een paard), 18 hektoliters kolen, 9 hennen, den hael in den put, het mest ten hove, 6 olmen, 1 beuk, 30 are loof.

    * Woonplaats

    Hij woonde te St. Lievens Houtem in de wijk (H)Eyland huis 14 waar hij ook stierf. Straatnamen zoals wij dat kennen, bestonden in die tijd in de kleine plattelandsgemeentes praktisch niet. Men sprak van een wijk en elk huis van die wijk had een nummer. Het huis (en bijhorende land) hoorde toe aan Joanna

    (+ 10 september 1848) en Livin De Groote (+ 14 juli 1849) (tante en nonkel van Maria Theresia Borelle), die bij hen inwoonden. - Het huis hoorde oorspronkelijk toe aan François De Groote en Marie Livina Brauwer, de grootouders van Marie Theresia Borelle. Haar moeder, Christine De Groote stierf kort na haar geboorte. Zijzelf, samen met haar broer Pieter, werden door haar grootouders en ongehuwde nonkel en tante opgevoed. Haar vader, Pieter Jan Borelle, dagwerker, pendelde veel naar Gent en bleef daar uiteindelijk wellicht wonen. Karel trok bij zijn huwelijk bij zijn vrouw in. – Ik vermoed dat de hofstede opgesplitst was in twee delen waarvan Karel met zijn gezin het achterste gedeelte bewoonde.

    Overzicht eigendommen van Joanna en Livin De Groote

    - Wijk Weehage

    * B68 Land groot 8,80 are

    - Wijk Heyland

    * B103 Bos groot 8,70 are

    * B127 Tuin groot 4.40 are

    * B128 Huis groot 4,80 are

    Bij het overlijden van Marie De Groote, kwam op 13 april 1849 3/4 van het huis(hofstee) en tuin op naam te staan van Livin De Groote, 1/4 op naam van Pieter Borelle (schoonbroer van Charles). Het land(B68) en het zuidelijk deel van het bos(B103) is voor Livin De Groote. Het noordelijk gedeelte van het bos komt op naam van zijn neven Leo en Pieter Livinus . Charles kocht op 14 april de helft van de tuin en het huis “min een kamer” nl. "gebouwen welke laetsten bestaen in : eene keuken, door de gemeynen muer gescheyden van de kamer die alhier niet word verkogt; een schuerken, koystal en varkenskoten ten oosten dezen verkogten grond" nl. B127a en B128a (samen 4,5 are groot). Ook het land op de Weehage koopt hij in. Bij het overlijden van Livin De Groote erfde Pieter Borelle, samen met zijn neven,de andere helft van het huis nl B127b en B128b (samen 4,7 are groot). Pieter erft ook de andere helft van het bosgrond. Zijn gedeelte zou hij later verkopen aan zijn neven Leo en Petrus Livinus op het moment dat ze beide meerderjarig waren.(Notaris Verbrugghen acte d.d. 13 april, 14 april en 26 februari 1862)


    Zo bezaten Petrus en Leo (mineurs, minderjarig):
    - een bos (8,70 are sectie B perceelnr.103),
    - een tuin (1,60 are sectie B perceelnr.127b) en
    - een huis (3,10 are sectie B perceelnr.128b).
    Charles (waarde volgens staat 660 francs) :
    - een stuk land (8,80 are sectie B perceelnr.68)
    - een huis (1,70 are sectie B perceelnr.128a) en
    - een tuin (2,80 are sectie B perceelnr.127a).

    Charles bezat bij zijn overlijden nog 9 a 30 ca grond te Vlierzele op den Grooten Driesch Sektie E perceelnrs.
    542c en 549, prijs 300 francs. Land afkomstig van zijn vader (zie vorig hoofdstuk).

    Bij het overlijden van Charles kwamen zijn bezittingen op naam te staan van Petrus en Leo (voor meer details zie volgend hoofdstuk).

    Thans bevat het huis op Eiland 22 met daarnaast nog de originele dreef, fragmenten van het oorspronkelijk huis.

    07-01-2009 om 00:00 geschreven door WALTER BRAEKMAN  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    06-01-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.PETRUS LIVINUS BRAEKMAN (1837 - 1927°

    * Geboorte - Dood

    Hij is geboren te St.Lievens Houtem op 16 april 1837. Zijn ouders heten Charles Henri Braekman en Marie Theresia Borelle.
    Hij stierf op 16 mei 1927 te St.Lievens Houtem.
    Zijn peter heet Constantinus Braekman (grootvader), zijn meter Marie Joanna De Groote (een tante van zijn moeder).

    * Gebeurtenissen van die tijd : 1863 - 1901.

    1865 Leopold II volgt zijn vader op. Hij bevorderde de industrialisatie en de aanleg en de uitbreiding van de zeehavens. Met hulp van de Amerikaanse ontdekkingsreiziger Henry Morton Stanley stichtte hij een onafhankelijke Kongostaat onder zijn persoonlijke soevereiniteit.
    De tegenstelling tussen liberalen en katholieken spitste zich toe, met name op onderwijsgebied.
    1877 Oprichting van een Vlaamse en een Brabantse socialistische partij.
    1885 Stichting van de Belgische Werkliedenpartij.
    1893 Algemeen meervoudig kiesrecht. Alle Belgische mannen ouder dan 25 jaar, waren vanaf dan stemgerechtigd. Men kon echter maximum twee extra stemmen verwerven vb. als gezinshoofd boven de 35 jaar die minstens 5F belasting op de woonst betaalde of indien men een spaarboekje had met minstens 2.000 F of een lijfrente van 100 F kon opstrijken.
    1898 Het Nederlands wordt naast het Frans als officiële taal erkend.

    * Jeugd

    Zijn moeder stierf vroegtijdig. Hij was zes jaar oud. Zijn vader hertrouwde in 1848 met een vrouw die zeventien jaar ouder was. Hij was toen elf jaar. Hij had maar één broer Leo.
    Zijn vader stierf een half jaar voor zijn huwelijk.

    * Studies

    Hij kon zijn naam mooi schrijven en dit in tegenstelling tot zijn vader, die niet kon schrijven, en zijn broer Leo die amper zijn naam kon neerpennen.

    * Dienstplicht

    Zoals het gebruikelijk was voor die tijd werd hij voor de nationale militie geloot. Hij was van lichting 1857 en trok het lot 16. Hij ging op 4 maart 1857 binnen en op 9 september 1860 zwaaide hij af. Hij mat 1 meter 71.

    * Huwelijk - Kinderen

    Op 4 december 1863 trad hij te St.Lievens Houtem in het huwelijk met Pelagie Vagenhende, bijgenaamd Lauzekes. Zij was respectievelijk geboren op 10 maart 1841 en gestorven op 11 februari 1915 te St.Lievens Houtem. Haar vader heet Francis, haar moeder Angeline Lerminaux.
    Hun kinderen Louis(ø1865), Petrus Frans(ø1867), Cyriel(ø1869), Sirenus(ø1871), Maria Livina(1873-1877), Alfons(ø1879), Isalie (ø1879), Achiel (ø1889) en Sylvain (ø1883).

    Vier zonen werden bakker nl. Frans te St.Lievens Houtem (later opgevolgd door zijn zoon Louis en zijn kleinzoon Aimé), op de steenweg (thans Mgr. Meulemanstraat 41), de eerste beroepsbakker van de gemeente; Alfons op de Krabenijck; Sylvain (later opgevolgd door zijn zonen Hubert en Michel), die aanvankelijk in Letterhoutem was gaan wonen en later naar zijn geboortedorp terugkeerde en tenslotte Achiel die zijn bedrijf gevestigd had in het ouderlijk huis in de Krabenijckstraat. Frans had een zeer grote bakkerij (De Nationale Bakkerij) met een grote broodronde; voor de boeren bakte hij met het meel dat ze hem brachten, grote "karrenwielen" (brood van 2 à 3 kg.). Op de meelzolder was er een herberg met dansgelegenheid, voorzien van een mechanische piano met geldinworp. De bakkersvirus hadden ze wellicht te danken aan Pieter Vagenhende (een nonkel van hun moeder) die samen met zijn zonen een bakkerij hadden op het Dorpsplein.
    Louis (Bazar) had op het Dorpsplein een "Bazarwinkel" waarin hij van alles en nog wat verkocht. Sommige kinderen (rond 1920 Alfons, Isalie en later ook Achilles en Sirenus) gingen als seizoenarbeider in de steenbakkerijen in Frankrijk werken. Isalie en Alfons verbleven dan te L'Hay les Roses (Seine-Frankrijk). Behalve Sirenus, bleven alle kinderen uiteindelijk in St.Lievens-Houtem wonen.

    * Schoonouders

    Francis Vagenhende, gehuwd met Angelina Lerminiaux (ø1798 Aygem, dochter van Nicolaas en Adriana De Wolf) woonde als landbouwer in de Doelstraat 25 te St. Lievens-Houtem. Ze kregen vijf kinderen nl. Albert, Ferdinand, Joanna Francisca (gehuwd met Dominicus Fonck), Pelagie (gehuwd met Petrus Livinus Braekman) en Charles Louis (douanebeambte wonende te Mechelen).
    Bij zijn overlijden (1 maart 1874) werd er een staat van goed opgemaakt waaruit de volgende aantekeningen.
    * Hij bezat 10,7 are land, boomgaard en hofstede gelegen te St.Lievens Houtem wijk Krapenijk sectie B nrs 235,236 en 241, palende oost het weldadigheidsbureel van St.Lievens Houtem, west de straat, zuid Angelus Strijmeersch en Mr.Saney. Bij zijn overlijden toegewezen aan Albert en Ferdinand.
    * 36,2 are land wijk Krapenijk sectie B nr. 372c. Bij zijn overlijden toegewezen aan Joanna Francisca en Pelagie.
    * 18,9 are bosch wijk Eiland sectie B nr. 99. Bij zijn overlijden toegewezen aan Charles Louis.
    * roerend goed waaruit een greep.
    - in de keuken : tien stoelen, twee tafels, stoof, 20 geleyerde en 4 tynen telloren,..., koperen waterketel, bollantaarn,..., hangende horlogie, kuip en keern met staf,...
    - in de kamer : drie bedsteden met het bedgerief, ijzeren pot, hoop balen, drie manden, ijdele vleeschkuip, zak met eenig meel, baktrog, een weinig timmermansgerief.
    - in eene andere kamer : eene bedstede, kleine lessenaar, kleerkas, lijnwaadmande, tafel, botermande en een korfken met appels.
    - op de kelderkamer : houten hangel, spinnewiel, bobijnwiel, een hoeveelheid appels,..., drie brooden en twee kilos garen.
    - in den kelder : waschkuipken, boterteel en aarden tobben met smout.
    - op den zolder : een weefgetouw, vlasknap, 4 berdels, 64 kilos gedorsschen masteluin, 60 kilos rogge, een hoeveelheid ongedorsschen tarwe en rogge, een hoeveelheid strooi.
    - in de schuur : eenen scheermeulen, een wanmolen,..., 2 vlegels, 2 rieken, graanschop, 3 spaden, 2 hauweelen, mesthaak, gaffel, haallepel en haalkuip, 2 kruiwagens, bijl en egge.
    - op den hof : het mest en haal, eene mijt hout,..., eenige prinsespeertsen.
    - in den koeistal : een koeigarreel, braskuip, eene koei, eene vaarze, een kalf en vier hennen.
    * Aan zijn schoonzoon Petrus Braekman had hij 329 franks geleend.

    * Aan zijn schoonzoon Dominicus Fonck had hij 208 franks geleend. Tevens had hij hem op 28 maart 1871 6,15 are grond verkocht voor 420 franks welke Dominicus bij zijn overlijden nog moest betalen.
    * Aan dokter Van Steenberghe te St.Lievens Houtem voor geneeskundige behandelingen en levering van medicijnen nog 14 franks.


    * Loopbaan

    Volgens de archieven was hij landsman (keuterboer), tapper en arbeider. Hij werkte (volgens Robert Braekman) als arbeider in de weeffabriek van St.Lievens Houtem en zoals velen in die tijd ging hij als seizoenarbeider in de suikerfabrieken in Frankrijk werken.

    Tussen 1867 en 1870 woonde hij samen met zijn gezin in Antwerpen. Daar heeft hij waarschijnlijk in de haven van Antwerpen gewerkt. Volgens de overleveringen zou hij als zeeman onder ander naar Engeland en Nieuw Zeeland gevaren hebben. Dit wordt enigszins bevestigd door een groepsfoto waarop hij met een zeemanspet te zien is.
    Later hield hij in de Krapenijk, naast het keuterboeren een café open. Toen hij op pensioen ging, werd het café een bakkerij.
    Hij ging door het leven als een avonturier. Een karaktereigenschap die we terugvinden bij zijn zoon Sirenus.
    Zijn vrouw was bloemmaakster (kantwerkster).
    Zijn geboortehuis was wijk Eiland huis 14 (thans Eiland 22), het ouderlijk huis van zijn moeder. Hij woonde daar samen met zijn broer Leo, zijn vader Charles Henri en moeder Marie Theresia Borelle, Livin De Groote (+1849)(een nonkel van M.T.Borelle,ongehuwd) en Marie Joanna De Groote (+1848)(een tante van M.T.Borelle,ongehuwd). Charles Henri hertrouwde op 26 januari 1848 met Marie Carolina Brihet.

    Na het overlijden van Charles (31 mei 1862) wilde Marie Carolina Brihet, ze was toen 73 jaar oud, zich wellicht terug trekken uit het leven van haar "schoonkinderen". Ze keert eind 1863 terug naar haar geboortedorp Bavegem bij haar zuster Marie Francesca Brihet en schoonbroer Pieter Henri Moreels, landbouwer. Ze sterft aldaar op 22 augustus 1867. Bij haar overlijden liet ze haar schoonkinderen (stiefkinderen) niets na.

    Op 26 november 1863 om negen uren in de voormiddag worden "alle mobilaire voorwerpen, mitsgaders van beestialen, zich bevindende ten hove der aenzoekers, alsmede van wortelvaststaende boomen en te velde wassende loof" openbaar verkocht (zie vorig hoofdstuk).

    Op 4 december 1863 huwt Pieter en trekt zijn vrouw in het ouderlijk huis. Pelagie woonde voorheen bij haar ouders in wijk Eiland huis 32 (thans Doelstraat 25).

    Op 5 januari 1864 verkoopt Marie Carolina Brihet haar deel van de hofstee aan haar "schoonkinderen" Pieter en Leo voor 400 francs en wordt het land te Vlierzele (zie vorig hoofdstuk) verkocht voor 300 francs aan Constantinus Baetens en Eugenius Verspeeten, landbouwers te Vlierzele.

    Op 10 april 1864 wordt Leo tot onderluitenant van de Kompagnie Burgerwacht verkozen en stond in voor de bescherming van de aardappelvelden tegen diefstal.
    Op 17 september 1865 gaan Pieter en Leo gezamenlijk een lening aan van 800 francs voor 8 jaar aan een intrest van 5%.
    Intussen hadden Pieter en zijn vrouw twee kinderen (Ludovicus en Frans), huwde zijn broer Leo met Marie Therese Van Impe (ø1835 Borsbeke) en kregen op hun beurt twee kinderen nl. Marie Gudula(ø1867) en Philemond(ø1869).
    Het ouderlijk huis wordt in twee opgesplitst. In Eiland 19 woonde Pieter Livinus, in Eiland 20 Leo.
    Op 11 september 1867 verhuist Pieter Livinus met zijn gezin naar de Kuipersstraat 17 gelegen in de arbeiderswijk te Antwerpen. Onder dat adres woonden ruim 10 gezinnen en bestond uit een smal steegje met links en rechts opeengepakte kleine arbeidershuisjes . Tussen 31 maart 1868 en 5 augustus 1869 verbleef het gezin De Gussem als huurders in Eiland 19.
    In 1870 (notaris Verbrugghen acte d.d.30 maart 1870) worden de gezamenlijke bezittingen van Leo en Petrus verdeeld. Zo worden het huis Eiland 20 (sectie B perceelnrs 128a en 127a), de helft van het bos (perceelnr 103a) en de helft van het land (perceelnr 68a) toegewezen aan Leo, welke hij onmiddellijk verkoopt. Om de scheiding te bestendigen moet Petrus binnen de drie maanden een afsluitingsmuur bouwen ter dikte van een steen en ter hoogte van twee meter tussen de twee eigendommen “beginnende aan het gescheed der woningen en op rechte lijn eindigende aan den steenput die onder de likwidanten gemeen blijft”.

    Op 25 april 1870 verhuist Leo met zijn gezin naar Borsbeke. Op 20 september 1870 keert Petrus en zijn gezin terug uit Antwerpen naar Eiland 19.
    In 1874 (notaris Verbrugghen acte d.d. 10 september 1874) erft hij van zijn schoonvader Francis Vagenhende een stuk land aan Krapenijk 13( nl. de westhelft van 36,2 are land wijk Krapenijk sectie B nr. 372c.) en bouwt daarop een huis nl.sectie B perceelnrs 372h (16,10 are land) en 372i (2,00 are huis), samen met zijn schoonbroer Fonck - Vagenhende Damien die op de oosthelft bouwt.
    In 1875 (notaris Verbrugghen acte d.d. 18 mei 1875) laat Petrus het huis Eiland 19 (perceelnrs 127b en 128b verkocht voor 1.250 franks) en het resterend land (perceelnrs 68b voor 250 franks en 103b voor 480 franks) openbaar verkopen in de herberg van Vital Penninck in de wijk Dorpplaats en gaat wonen in de Krapenijk 13, zoals reeds gezegd naast zijn schoonbroer Fonck - Vagenhende Damien. In die periode woonde zijn schoonmoeder Angeline Lerminaux in. Als bijverdienste hield Petrus in zijn huis een café open.
    Op 1 augustus 1876 gaan ze een lening aan van 800 franks aan een intrest van 5% voor een duur van 10 jaar.
    Wellicht om financiële redenen wordt in 1880 (notaris De Vuyst acte d.d. 1 mei 1880) alles aan notaris Verbrugghen August Lodewijk verkocht voor de prijs van 2.200 franks en wordt het huis gepacht voor een jaarlijkse pachtsom van 110 franks. Het was echter een "vente réméré" (de verkoop bevat een clausule waarbij de verkoper het recht behoudt binnen een bepaalde tijd (hier vijf jaar) het verkochte goed terug te kopen aan de hoofdprijs verhoogd met de transactiekosten (hier 181 franks)).
    In 1885 (notaris De Vuyst acte d.d. 27 april 1885) wordt hij terug eigenaar van 372i en h.

    Op 8 juli 1886 verhuist zijn schoonmoeder Angeline Lerminaux naar Mechelen bij haar zoon Charles Louis Vagenhende, douanebeambte.
    In de periode 1911-1920 wordt het huis opgesplitst in nummer 92 en 93. Hij woonde samen met zijn vrouw in 92 naast zijn zoon Achiel in 93. De herberg was intussen omgevormd tot een bakkerij. De bakkerijwinkel was een plaatsje voorzien van een toonbank. In de bakkerij zelf bakten, kookten, aten en leefden ze. Slapen deden ze in een kamer ernaast of op zolder. Op 11 februari 1915 sterft zijn vrouw.
    In 1925 (notaris Verbrugghen acte d.d. 17 maart 1925) wordt het huis en land toegewezen aan zijn zoon Achiel. Het huis met bijhorend land wordt op dat moment op 29.000 Bfr. geschat. Een omschrijving van het goed : woonhuis en bakkerij met rechts bouwgrond bevattende schuur en stallingen en achteraan boomgaard en lochting.
    Op 16 mei 1927 vernam de hoogbejaarde Petrus dat zijn "favoriete" schoondochter, Cordula Vanderstraeten op sterven lag. In allerijl haastte hij zich naar haar. Onderweg kreeg hij een beroerte. Beiden stierven die dag en werden wellicht naast elkaar begraven. Momenteel is het graf van Cordula nog te bezichtigen op het kerkhof van St.Lievens-Houtem. Links, 20 meter voor de ingang van het kerkgebouw.
    In 1935 brandt het huis af en wordt in 1936 terug opgebouwd. Het gebouw bestaat nu uit drie huizen (thans Krapenijk 16, 18 en 20).

    * Woonplaats

    Bij zijn huwelijk woonde hij in zijn geboortehuis wijk Eiland huis 14 (thans Eiland 22), het ouderlijk huis van zijn moeder. Op 11 september 1867 verhuist Pieter Livinus met zijn gezin naar de Kuipersstraat 17 gelegen in de arbeiderswijk te Antwerpen. Op 20 september 1870 keert Petrus en zijn gezin terug uit Antwerpen naar Eiland huis 14 (hernummerd naar 19). In 1874 erft hij van zijn schoonvader Francis Vagenhende een stuk land aan Krapenijk 13 en bouwt daarop een huis waar hij tot aan zijn overlijden zal wonen.

    * Detailbelichting tak Petrus Livinus Braekman


    * Louis                - Georges      & Suzanne De Schaepmeester
      &                    - Leon         & Alice De Mulder
      Cordula              - Henri        & Clara Denie
      Vanderstraeten       - Germain      & Wilhelmina Hanssens

    * Frans                - Madeleine(!) & Theophiel Vermassen
      &                    - Alida        & Gaspard Muylaert
      Marie                - Louis        & Leonie Muylaert
      Strijmeersch         - Georgine     & Jozef De Beer
                           - Aimé (als kind verongelukt onder de         

                                   wielen van de stoomtram)


    * Cyriel               - Henri        & Mvr. Goossens
      &                    - Firmin       & Mvr. Rottiers
      Sidonie              - Maurits      & Lucia De Brouwer
      Neckebroeck          - Gilbert      & Marie Ponnet*
                           - Emilie       & Raymond Van Driessche
                           - Laurina      & Remi Van Dorpe
                                            later Gilbert De Beer                      
                           - Isalie       & Georges Van Herzeele
                           - Irène        & Alfons/Michel Van Herzeele
                           - Rachelle     & Georges Baudewijn

    * Sirenus              zie volgend hoofdstuk

    * Alfons               - Jozef        & Simonna Van Mullem
      &                    - Hyppoliet    & Mvr.
    De Clercq
      Maria                - Laurent      & Mvr.
    De Wever
      Cauwels              - Albert       & Angèle Vettenburg
                           - Lambert      & Mvr. Van Bever
                           - Florie       & Albert D'Hondt

    * Isalie               - Urbain       & Julienne De Beer
      &
      Raymond
      Braekman

    * Achiel                - Prudent     & Mvr.Meewes (nazaten wonen in
      &                                     Frankrijk.)
      Eugenie               - André       & Albertine Ponnet*
      Strijmeersch          - Marie       & Roger Van Frachem

    * Sylvain               - Hubert      & Simone De Winter
      &                     - Michel      & Jeanne De Smet
      Maria
      Brantegem

    (!) Frans was eerst gehuwd met Mvr. Fosselle maar zij stierf kort na de geboorte van Madeleine. Madeleine werd dan lange tijd opgevoed door Isalie Braekman.
     *  Marie en Albertine zijn zussen van elkaar.

    06-01-2009 om 00:00 geschreven door WALTER BRAEKMAN  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    04-01-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.SIRENUS BRAEKMAN (1871 - 1925)

    * Geboorte - Dood

    Hij was geboren op 12 november 1871 te St.Lievens Houtem. Zijn vader heet Petrus Livinus. Zijn moeder Pelagie Vagenhende.
    Zijn peter heet Ferdinandus Vagenhende (broer van Pelagie), zijn meter Marie Theresia Van Impe (de vrouw van Leo, broer van Petrus Livinus).
    Hij stierf te Gent op 11 april 1925 aan een hartaderbreuk.

    * Gebeurtenissen van die tijd : 1901 - 1934.

    1908 De Belgische staat besloot de Kongostaat over te nemen.
    1908 Albert I wordt koning.
    1914 - 1918 WO I.

    1921 Invoering van het algemeen enkelvoudig stemrecht d.w.z. één man, één stem. Tot 1921 hadden vrouwen helemaal geen kiesrecht. Dat jaar kregen zij het recht te gaan stemmen voor de gemeenteraad. Alleen oorlogsweduwen mochten voor het parlement kiezen. Pas in 1948 konden ook de vrouwen aan de provincie –en parlementsverkiezingen meedoen.
    1930 Vernederlandsing van de Gentse universiteit.
    1932 Hoogtepunt van de economische crisis in de kapitalistische landen.

    * Studies

    Welke specifieke studies hij gevolgd heeft is mij tot op heden onbekend. Wel weet ik dat hij viertalig was nl. Nederlands, Frans, Duits en Engels. Hij was enorm intelligent en muzikaal begaafd. Hij speelde zowat alle instrumenten. Ook zijn kinderen konden muziek spelen. Zo was er een foto waarbij Jules klarinet, Germain viool, Angèle piano en Robert triangel speelde. Hij kon vloeiend lezen en had een zeer verfijnd handschrift. Zijn muzikale aanleg had hij waarschijnlijk gedurende zijn legerdienst opgedaan.

    * Dienstplicht

    Als loteling van lichting 1891 trok hij nummer 24. Hij bracht vier jaar bij het leger door onder stamnummer 13972A. Op 14 april 1891 ging hij als milicien bij het 1e regiment Jagers te paard. Op 5 oktober 1891 ging hij actief in dienst. Met een tussenperiode van een paar jaar, wordt hij op 1 oktober 1898 verplaatst naar "le régiment du train" of de logistiek per trein. Op 1 oktober 1899 zwaaide hij af. Effectieve dienst : drie jaar elf maand en 25 dagen.
    Hij behoorde tevens tot de militaire muziekharmonie.
    Volgens de militieregisters mat hij 1 meter 66 cm, had een ovaal aangezicht, normaal voorhoofd, blauwe ogen, normale neus, kleine mond, ronde kin, bruin haar en wenkbrauwen .
    Op een foto poseert hij in uniform. Op zijn linkerarm droeg hij een schildje met de vermelding "deuxième prix de T.I.R."(momenteel in bezit van zijn kleinzoon Albert Braekman).

    * Huwelijk - Kinderen

    Op 9 februari 1901 trad hij te Baelegem in het huwelijk met Marie Adelline Immegeers. Zij was geboren te Baelegem op 2 november 1879 en gestorven te Gent op 3 juli 1967. Haar vader heet Pius Immegeers. Haar moeder Juliana D'Hokers.

    Sirenus kreeg vier kinderen nl. Omal(Julien)(ø1902), Germain(ø1904), Angèle(ø1907) en Robert(ø1910).
    Germain huwde met Augusta Everaert en kreeg drie kinderen nl. Walter (stierf vroegtijdig), Lutgart en Lucretia, Omal met Julienne Lias en kreeg één kind, Lea, die vroegtijdig stierf en Angèle met Oscar Raman en kreeg twee kinderen nl. Rita en Magda.

    * Schoonouders

    Pius Immegeers, zoon van Charles Louis(°1806 +1879)( zoon van Livinus en Albertina Baeyens) en Constance Verniers(°1805 +1856)( dochter van Joannes Francis en Maria Catharina Pluym) is geboren te Balegem op 9 oktober 1843 en aldaar gestorven op 28 november 1912. Zijn moeder stierf vroegtijdig op 29 januari 1856. Samen met zijn twee zussen, Ida en Rosalie, woonde hij op de wijk Berg, huis 75 te Balegem. Op 26 februari 1870 huwt hij te Balegem met Juliana Dhokers. Zoals de meeste mannen van zijn tijd, boerde hij wat en was hij dagloner en huiswever.

    Juliana Dhokers, dochter van Charles(°1807 Leeuwergem +1889)(zoon van Jonnes Baptiste en Monica De Beer) en Marie Therese Deman(°1806 +1894)(dochter van Petrus en Coleta Baele) is geboren te Balegem op 17 december 1840 en gestorven te Gent op 12 februari 1917. Ze was bloemmaakster (kantwerkster) van beroep. Bij haar geboorte woonde ze op de wijk Walzegem te Balegem. Later verhuisde ze met haar ouders en haar broers en zusters, Rosalie, Aloysus, Philomène en Eduarde naar de wijk Berg, huis 90. Op 21 oktober 1864 wordt ze als ongehuwde vrouw, moeder van een dochter, Sylvie Dhokers. Bijna zes jaar later, op 26 februari 1870, trouwt ze met de drie jaar jongere Pius. Hij erkent Sylvie als zijn dochter en heet voortaan Sylvie Immegeers. Samen krijgen ze nog 5 kinderen nl. Marie Victorine (°1871), Marie Sophie (°1874), René (°1877), Marie Adelline (Helena)(°1879) en Oscar Joseph (°1882 +1884). Ze woonden in bij haar ouders. Na het overlijden van Pius, ging Juliana inwonen bij haar dochter Helena te Gent.

    Opmerkelijk is dat zowel de ouders van Pius als de ouders van Juliana, gehuwd zijn te Balegem in het jaar 1833 respectievelijk op 9 september en 3 oktober.



    * Loopbaan

    Na zijn legerdienst ging hij als broodbakker bij één van zijn broers werken.

    Bij zijn huwelijk hield hij samen met zijn vrouw (tevens kantwerkster in de winter) een café open nl.Hotel St.Lievin, waar ze ook overnachting boden aan passanten, naast de bazar (In den goeden koop) van zijn broer Louis. Tevens werkte hij als bediende bij de stoomtram die door St.Lievens-Houtem trok. Er wordt in de bevolkingsregister zelfs gewag gemaakt van handelaar. Daar hij niet ver van het gemeentehuis woonde, trad hij geregeld als getuige op bij een geboorteaangifte.
    Hij was een kunstenaar bij de gratie Gods. Zo maakte hij tal van verfijnde houtsnijwerken of beschilderde hij op aanvraag in zijn "atelier" (een kamertje van het café‚) te St.Lievens-Houtem klompen. Zo beschik ik over een kruisbeeld door hem uit hout gesneden. Bij zijn overlijden werd dit kruisbeeld op zijn lichaam gelegd. Daarnaast bestaat er nog een uit hout gesneden pijpenrek (nu in het bezit van de oudste zoon van Urbain Braekman te Oosterzele). Tevens was hij zeer onderlegd in muziek en gaf zodoende ook muziekles. In het boek van Duquet "Zo was Sint-Lievens-Houtem" wordt Sirenus vermeld als muziekmeester. Hij schreef muziek. Zo zouden er thans in de fanfare van St.Lievens-Houtem nog muziekstukjes van zijn hand opgevoerd worden. Zelf beschik ik over een muziekfragment van een "wals" door hem op de achterkant van een foto gecomponeerd. In het verlengde van zijn kunsttalent was "het beeld op de gevoelige plaat" voor hem een passie. Hij ging door het leven als een fotograaf en hij zou zijn laatste cent uitgegeven hebben om naar de "cinema" te kunnen kijken. Na zijn overlijden werden jammerlijk al zijn creaties door zijn vrouw (wellicht om financiële redenen) verkocht.


    De vraag blijft waarom hij St.Lievens-Houtem verlaten heeft. Enerzijds omwille van een politieke zaak met de liberalen : volgens zijn zoon Robert zou hij niet hebben toegegeven om fraude te plegen bij de verkiezingstellingen van 1907 en zou hij omwille van provocaties genoodzaakt zijn geweest te verhuizen (1909). In deze zaak zou hij voor de procureur van Oudenaarde (ook al blauw gekleurd) moeten zijn verschenen en in het ongelijk zijn gesteld. Anderzijds kon hij wellicht omwille van zijn ambitieus karakter en geleerdheid zijn gading niet vinden in deze boerengemeente.

    In de Zebrastraat te Gent hield zijn vrouw terug café open. Hijzelf werkte als bediende bij de Landsheer (groothandelaar in stoffen) en speelde in de plaatselijke fanfare "Harmonie van het Volk". Tijdens de wereldtentoonstelling van 1913 te Gent, boden ze logement aan de bezoekers. In het café haalde de muziek steeds de boventoon. Hij speelde tijdens de openingsuren piano en/of piston terwijl zijn vriend de lekkerskoekbakker Oscar en zijn vrouw Joske zongen.
    Bij het overlijden van zijn schoonvader, Pius Immegeers, in 1912, kwam Juliana D'Hokers bij hen inwonen en stierf aldaar in 1917.


    In 1917 werd hij door de Duitsers opgesloten wegens vervalsing van geschriften (nl. hij maakte valse vervoerdocumenten op voor zijn baas). Hij verbleef een tijdlang in de gevangenis St.Anne te Gent. Hier volgt zijn relaas :

    "Om 6 uren opstaan, 6h15 koffie en brood, 10 wandelen 1/2 uur, 12 soep en water,
    5 1/2 drinkwater, 7 patatten, 10 slapen gaan. zondags om 9 uren mis en om 3 uren lof.".


    Na WO.I (1919) kocht hij twee auto's en begon hij met een tweede persoon een taxibedrijf. Op dat moment bezat hij 13.000 Bef. Weet dat een huis te Gent toen 2.000 Bef. kostte. Zijn vrouw was voorstander om hun geld te beleggen in huizen, hij koos evenwel voor de taxi's. Zijn partner nam zijn tweede auto en liet hem in de steek. Waarschijnlijk om financiële redenen of misschien in een vlaag van woede, beëindigde hij zijn taxiavontuur, verkocht hij al zijn gave en goed en trok hij met zijn gezin naar Frankrijk (1920) bij zijn broer Alfons en zuster Isalie om tijdens de zomer in de steenbakkerij Lafontaine en tijdens de winter in de leerlooierij te werken. Dergelijk werk en leven zat hem echter niet in het bloed.
    In 1922 trok hij terug naar Gent waar hij als bediende in de Handelsbank werkte. Zijn vrouw, Robert en Angèle bleven nog een tijdje in Frankrijk totdat hij een woning gevonden had. In de Langesteenstraat hield hij en zijn vrouw terug café open. Later zou hij van de bank weggaan en ergens anders te Gent als bediende werken.
    Hij was een intelligent persoon vol van idees maar met weinig commercieel aanleg om deze concreet uit te werken. Hij was een van de eersten van de streek die met een taxi reed, waspoeder verkocht met gadgets erin, de limonadefles met marbel lanceerde, hij had aanleg voor fotografie,...; niks daarvan kwam echt van de grond. Hij bracht zichzelf voortdurend in de miserie. De ene dag leefden ze in weelde, de andere dag in armoede.
    Hij had een zeer goed karakter. Hij hielp mensen waar hij helpen kon, hij zorgde dat zijn gezin het steeds goed had. Maar hij was onstandvastig en wispelturig en leefde wellicht in onvrede met zichzelf. Volgens zijn zoon Robert zou één van zijn broers aan zijn sterfbed de volgende uitspraak gedaan hebben : "Zie hem daar nu eens liggen, het is nochtans dankzij hem dat we het zo ver geschopt hebben."


    * Woonplaats

    Bij zijn huwelijk woonde hij in St. Lievens Houtem op het Dorpsplein 67. In 1909 verhuisde hij naar de Weidestraat in Gentbrugge. In 1910 trok hij naar de Zebrastraat 6 te Gent. In 1920 verhuisde hij naar Chevilly LaRue Seine in Frankrijk. In 1922 verhuisde hij tenslotte naar de Langesteenstraat 10 te Gent waar hij in 1925 overleed.

    04-01-2009 om 00:00 geschreven door WALTER BRAEKMAN  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    03-01-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ROBERT BRAEKMAN (1910 - 1992)

    * Geboorte - Dood

    Hij is geboren op 1 maart 1910 te Gentbrugge. Hij stierf op 23 november 1992 in het Henri Serruys hospitaal te Oostende aan een hartaanval. Zijn vader Sirenus en zijn moeder Marie Adelline Immegeers beslisten om Victorine Immegeers ( zijn moeders zuster) als meter en Frans Braekman (zijn vaders broer) als peter aan te duiden.

    * Gebeurtenissen van die tijd : 1934 – 1962


    1934 Leopold III
    1940 - 1945 W.O.II
    1950 Koningskwestie
    1951 Boudewijn I
    1960 De eenheidswet

    * Jeugd


    Als kind van drie jaar zag hij op de wereldtentoonstelling van 1913 te Gent voor de eerste maal een zwarte.
    Op zijn vierde brak de eerste W.O uit.
    Toen hij tien was trok hij met zijn ouders naar Frankrijk waar hij in de zomer in de steenbakkerij werkte. Daar deed hij ook zijn plechtige communie namelijk op 8 mei 1921.
    Bijna twee jaar later trok hij terug naar Gent en werd lid van een plaatselijke katholieke turnkring. Op 10 oktober 1922 werd hij als voetballer lid van de jongelingspatroonschap StStefanus te Gent aangesloten bij de Diocesaan Sportverbond van Oost-Vlaanderen.
    Op zijn vijftiende stierf zijn vader en was hij verplicht te gaan werken als kostwinner.
    Op zijn twintigste leerde hij tijdens een bal zijn vrouw kennen. Tot aan zijn huwelijk ging hij veel op stap met zijn kozijn Urbain (zoon van Isalie en Raymond Braekman).

    * Studies


    Hij is tot zijn 15 jaar naar school gegaan te Gent met een onderbreking van twee jaar toen hij met zijn ouders naar Frankrijk was getrokken. Gedurende die periode heeft hij in een Franse school les gevolgd.
    Op zijn vijftiende ging hij als leerjongen ketelmaker in Gent werken. Hij volgde dan 's avonds les in de nijverheidsschool. Later volgde hij nog zondagsles in het technisch onderwijs. Hij deed veel aan zelfstudie en lezen werd één van zijn passies.

    * Dienstplicht


    In 1930 deed hij gedurende acht maand zijn dienstplicht bij de tanks te Beverloo.
    Hij had een ovaal gezicht, blauwe ogen en kastanje bruin haar.


    * Huwelijk - Kinderen

    Op 3 maart 1934 trad hij te Gent in het huwelijk met Cecile Clotilde De Jonge. Zij is geboren te Semmersaeke op 27 oktober 1914 en overleden te Bredene op 28 juli 2001. Haar vader heet Prosper (ø1866 Gavere +1940 Gent aan prostaatkanker), haar moeder heet Camilla Verhauwaert (ø1872 Semmersaeke +1955 Gent).

    Zij kregen drie kinderen Eric(ø1936), Albert(ø1938) en Erna(ø1949).
    In 2003 woonde Eric, gehuwd met Marie Madeleine Vermeulen, te Meulebeke; Albert, gehuwd met Laura Roegies, te St.Amandsberg en Erna, gehuwd met Romain Gevaert, te Oudenburg.

    * Schoonouders

    Prosper De Jonge is geboren te Gavere in 1866 en gestorven te Gent in 1940 aan prostaatkanker. Zijn vader heet August, landbouwer (°Baeygem 1838), zijn moeder was negen jaar ouder en heet Sophia De Baere (°Deurle 1829). Samen hadden zijn ouders twee kinderen nl. Prosper en Raymond (°Gavere 1870). Zijn moeder was vroeger reeds eerder getrouwd met Eduard De Ruyte en hadden vier kinderen nl. Amélie, Fran§ois Josephe, Leopold en Marie Elisa. Haar eerste man stierf vroegtijdig in 1863. In 1865 hertrouwde ze met August en woonden in de Hullewijk te Gavere. Ze waren landbouwers en hadden een dienstknecht, Charles Louis Steyaert. Kort na de geboorte van Raymond, verhuisden ze naar Vurste. Prosper werd later samen met zijn broer Raymond, steenbakker.

    Camilla Verhauwaert is geboren te Semmerzake in 1872 en gestorven te Gent in 1955. Haar vader heet Remi, steenbakker of kareelbakker (°Semmerzake 1842 +Semmerzake 1892), haar moeder Theresia Vanderhaegen (°Semmerzake 1838 +Semmerzake 1911). Haar ouders trouwden te Semmerzake in 1867 en kregen vijf kinderen nl. Marie Sidonie, Adolphus, Camilla, Emile (°1874 +1877) en René Valère. Ze woonden in de Grotenbroekstraat 6 te Semmerzake. Camilla krijgt als ongehuwde moeder op 8 oktober 1894 een zoon nl. Juliaan Hector. Op 1 september 1897 huwt ze met Prosper De Jonge. Hij aanvaardt Jules als zijn kind en krijgen samen nog 10 kinderen nl. Emiel (°1898 stierf in hetzelfde jaar), Marie (°1900), Albert(°1902), Martha(°1903), Marcel August (°1905), Joseph Valère(°1906), Edgard Octave(°1907), Euphrasie(°1909), Clarisse(°1910) en Cecile Clotilde(°1914). In het begin woonden ze bij haar moeder. Later verhuisden ze twee huizen verder in de Grotenbroekstraat nr.8 en hielden daar wellicht een café open. Zijn broer, Raymond, woonde een tijdje tot in 1904 bij hen in en verhuisde later naar de Aalbroekstraat.

    Tijdens WO I vluchtten ze voor het Duitse leger naar Frankrijk. Gedurende die periode werd hun huis te Semmersaeke platgebombardeerd. Ze verhuisden naar de Krijgshosptitaalstraat te Ekkergem (Gent). Daar hielden ze tot aan zijn dood een café open. Prosper werkte als smid in de blekerij Van Alsberghe - Van Oogst te Gent. Hij was tevens een fervent duivenmelker.



    * Loopbaan

    Tussen 4 mei 1925 en 18 september 1926 werkte hij als "aide ouvrier" bij Babcock - Wilcox. Na zijn leerperiode van een jaar bij het metaalbedrijf Mecoen, ging hij op zijn achttiende als ketelmaker werken in de centrale van Langebrugge. Na zijn legerdienst ging hij terug werken bij de Engelse firma Babcock & Wilcox. Voor deze firma pendelde hij veel naar het buitenland.
    Op 15 november 1927 werd hij lid van het ACV (metaalbewerkers) en bleef dit tot aan zijn dood.
    Op 15 juni 1937 werd hij voor 14 dagen gemobiliseerd. In augustus 1939 werd hij terug gemobiliseerd totdat WO II uitbrak. Hij was gekazerneerd langs het kanaal van Gent-Terneuzen waar hij na veertien dagen vechten, krijgsgevangen genomen werd. Zie hier zijn relaas :

    " Oorlog 10-5-40. Bezetten stelling Thermals Oostende. Vertrokken uit Oostende naar Waarschot tusschen 20-21 mei. Tusschen 21 en 22 1ølijn Ertvelde Rieme. Daar gezeten tot 23 mei ongeveer 18h15'. Afgetrokken naar Eeckloo 23. Weest slapen op boerenhof om 11H30'. De 24 mei verder opgegaan en gevangen genomen. Rond 14H te St.Laureyns. Gevangenschap. 24e van St.Laureyns naar Lembeek. 25e van Lembeek via Moerbeek naar Lokeren. 27e naar St.Niklaas. 28e van St.Niklaas naar Braess Dobyzon. 1 juni vertrokken en aangekomen den 2e om 4 1/2 te Hemei. 7 juni vertrokken uit Hemei en den 8 juni om 4 toegekomen te Altengrabord. Hubert vertrokken den 9e julli. Den 21 juli beginnen werken aan barakken."




    Hij verbleef tot 26 augustus 1940 in een concentratiekamp(Stalag XI A Nr 72685) in Duitsland.

    Na zijn vrijlating werkte hij een tijd op de scheepswerf Beaumont te Langebrugge waarna hij door de Duitsers werd opgeroepen om in Duitsland te gaan werken als monteur. Hij begon op 17 februari 1942 bij Julius Pintsch te Berlijn-Britz. Hij verbleef bij frau Thea Hess Germania Promenade 34 te Berlijn-Britz. Hij werkte te Berlijn, Leipzig en Stettin - Pölitz (Polen). In Polen (16/02/44 tot 15/04/44) zag hij de beruchte extermination camps waar joden vergast werden. Hij maakte tevens de beruchte bombardement van Dresden mee.

    Zijn vrouw intussen deed sociaal werk als lid van het V.N.V.. Ze deed al het mogelijke om haar kinderen te voeden. Ze ving mussen. Smokkelde aardappelen, graan,... van bij de boeren op de buiten in de meest erbarmelijke omstandigheden. Zo reed ze eens in het hartje van de winter bij een zodanige vrieskou dat haar voeten bevroren waren en haar handschoenen vastgevroren waren aan haar stuur. Ze naaide of hielp koken om zo wat eten op de zwarte markt te kunnen kopen. Na de oorlog werd ze uit haar politieke rechten ontzet en moest ze voor negen maand achter de tralies op beschuldiging van collaboratie als lid van het V.N.V.. Dit gebeurde in een sfeer van jalousie en haat. Op 30 april 1952 werd haar amnestie verleend en kreeg ze haar politieke rechten terug.

    Na de oorlog, op 26 juli 1945 ging hij als paswerker bij Emile D'Hooghe werken waarvoor hij wasmachines, droogkasten, e.d. ging installeren. In tegenstelling tot vroeger, was hij nu veel thuis.

    Op 30 juli 1951 keerde hij als chef ketelmaker-monteur terug naar Babcock. Weerom werkte hij veel in het buitenland zoals Portugal (1 jaar 1952 / 1953), Zwitserland en Duitsland en was hij regelmatig voor lange tijd van huis weg.
    Staken was bij hem geen onbekende. Zo staakte hij 3 dagen in juli '47, 1 dag in juni '48, 4 dagen in maart '51 en deed hij mee aan een proteststaking in maart '55.
    Na W.O.II, gingen ze een tijdlang elk jaar op IJzerbedevaart te Diksmuide. Cecile was tevens lid van de Christelijke Vrouwengilde waarbij ze als leidster regelmatig daguitstappen begeleidde.
    Zijn langdurige verblijven in het buitenland, bracht met zich mee dat hij verschillende talen meester was zoals het Frans, Engels, Duits en Portugees. Frans was zelfs zijn tweede moedertaal. Wanneer hij met zijn vrouw 's morgens "raisonneerde" gebeurde dit veelal in het Frans (dit meestal opdat de kleinkinderen, die soms bij hen overnachtten, de inhoud van hun gesprek niet zouden snappen).
    In 1958 gingen ze samen met hun zoon Eric naar Oostende en hielpen hem met het opstarten van een bakkerij. Zijn vrouw deed daar de winkel totdat Eric in 1962 trouwde met Marie Madeleine Vermeulen. Hun zoon, Albert, verbleef meestal in het ouderlijk huis van zijn toekomstige vrouw, Laura Roegies te St.Amandsberg. Hij zou met haar huwen in 1961.
    In 1962 deed zijn vrouw de seizoenwinkel van hun zoon Eric te Bredene. Dat zou ze enkele jaren doen totdat haar gezondheid het haar verder niet meer toeliet.
    Daar haar man wegens zijn werk zelden thuis was en Cecile daardoor bij ziekte, oorlog, honger,..., steeds alleen haar man moest staan, maakte van haar een "Iron Lady". Dat bracht mee dat ze doorheen haar leven optrad als een "mater familiae" en ze haar stempel drukte op tal van familieleden.
    Robert daarentegen was iemand die steeds opteerde voor de rationaliteit en de diplomatische rust. Zo werd hij in september 1968 correctioneel veroordeeld omdat hij als chef verantwoordelijk werd gesteld voor een zwaar arbeidsongeval op zijn werk. Daar de persoon in kwestie nochtans dronken was bij het gebeuren, kon Robert tegen het vonnis in beroep gaan maar om het gezin van het slachtoffer te sparen, deed hij dat niet. Zo ook liet hij noodgedwongen door zijn afwezigheid, het huishoudelijk gebeuren en de opvoeding van zijn kinderen over aan zijn vrouw. Eens thuis opteerde hij voor de rust en vulde hij de tijd bij zijn gezin in met fietsen, zwemmen, picknicken,... .
    Hij was geen carrière freak. Als chef binnen zijn groep fungeerde hij optimaal. Hoewel hij over de nodige talenten beschikte, was hij geen doorzetter en had hij ook niet de intentie om hogerop te klimmen. Hij was doodeerlijk. Hij zou zelfs geen spijker van zijn werk meegenomen hebben.
    Hij was ook iemand die, zij het eerder in gesloten kring, graag plezier maakte, een goed glas bier of een druppel dronk en "de deugniet" durfde uithangen.

    Zijn levensdroom was dat zijn kinderen en zijn kleinkinderen het steeds beter zouden hebben dan hemzelf. Hoewel hij het niet liet blijken, kwam een negatief gebeuren binnen zijn gezin bij hem steeds zwaar aan.
    Op zijn 65ste ging hij op pensioen. We zullen hem herinneren als iemand die zich totaal inzette voor zijn gezin en tevreden leefde met zichzelf. Hij was de rustgevende schakel tussen zijn kinderen.

    * Woonplaats

    Samen met zijn ouders woonde hij achtereenvolgens in de Weidestraat te Gentbrugge, de Zebrastraat 6 te Gent, in 1920 in Chevilly LaRue Seine in Frankrijk, in 1922 in de Langesteenstraat 10 te Gent en tot slot ,na het overlijden van zijn vader, in de Jan Breydelstraat 13 te Gent. Zijn zuster, Angèle en zijn moeder namen later een textielfabriek in de Harmoniestraat 17 te Ledeberg over. Angèle was zeer handig maar niet commercieel. Zo werkten bij de overname 14 mensen in het bedrijf, na verloop van tijd amper 2. Bij zijn huwelijk bleef hij nog een tijd bij zijn moeder wonen. Cecile werkte tijdens hun verblijf mee in de zaak. Zij verhuisden daarna naar de Stropstraat in Gent bij zijn broer Jules en dit wegens woningnood. Jules bouwde een huis op St.Amandsberg waar ze samen in gingen wonen (Synghemstraat 17). Dan gingen ze op Ekkergem wonen in een huis van Jules Dejonge (een broer van Cecile). De huur werd te hoog en verhuisden naar een sociale woning in de Zebrastraat 190 (de Circel). Het betrof hier een appartement op het vierde verdiep.
    Bij het uitbreken van de oorlog verbleef zijn vrouw bij haar moeder in de Krijgshospitaalstraat 80 (nu Krijgsgasthuisstraat) te Gent. Een jaar voor het einde van de oorlog verliet ze de Zebrastraat en ging ze buitenechtelijk wonen in de Citadellestraat 58 bij mijnheer Wouters, handelaar. Na de oorlog werd ze 9 maand opgesloten op verdenking van collaboratie en verbleef haar kinderen bij haar ouders. Intussen keerde Robert terug uit Duitsland en gingen bij haar vrijlating voor een tijdje terug inwonen bij zijn moeder in de Priesterstraat 56 (later werd dat de Doornzelestraat 58) te Gent. Ze woonden op het bovenverdiep die bestond uit twee kamers. Bij gebrek aan plaats moesten ze dagelijks van hun slaapkamer een woonkamer maken en omgekeerd.
    Tenslotte gingen ze voor 10 jaar min drie maand wonen in het pand Patershol, in de Vrouwebroerstraat 8 bus 5. Het Pand was een oude abdij die door de kerkfabriek toen gebruikt werd om voornamelijk alleenstaande bejaarde huishoudsters van priesters te huisvesten. Daar werkte zijn vrouw als conciërge en woonden gratis.
    Samen met Eric trokken ze in 1958 naar de Stuiverstraat 86 te Oostende. Vervolgens woonden ze een tijdje in de Parking in de Kapellestraat 25 te Bredene om tenslotte in de Schoonheidsleerlaan 4 te Bredene te belanden. Het betrof hier een villa "Kinkada" die bestond uit twee woongedeelten. Een gelijkvloers waar zij woonden en een bovenverdiep waar hun dochter Erna en haar man Romain Gevaert in het begin van hun huwelijk woonden. Na een paar jaar zouden Erna en Romain verhuizen naar de Konterdam (Oostende). Clarisse Dejonge, een zuster van Cecile, bewoonde nu op haar beurt het bovenverdiep. Na het overlijden van Robert en Clarisse (+1996) verhuisde Cecile naar het rustoord "Wackerbout" te Bredene waar ze overleed op 28 juli 2001.

    03-01-2009 om 00:00 geschreven door WALTER BRAEKMAN  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (23 Stemmen)
    >> Reageer (2)


    Foto

    Archief per week
  • 09/04-15/04 2018
  • 31/05-06/06 2010
  • 06/07-12/07 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 29/12-04/01 2009

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!