Nil Volentibus Arduum



Inhoud blog
  • 18 t/m 25 april
  • 10 t/m 17 april
  • NIEUWSFLITS!
  • Onbedoeld geestelijk uitgedaagd...
  • Rock 'n' roll!
    Archief per week
  • 03/05-09/05 2010
  • 19/04-25/04 2010
  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
    Zoeken in blog

    Circus Gone South
    Bradley's Circus in Amerika!
    22-03-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Welkom!

    Op 31 maart hebben Lidewij, Toine en Beewee een rendez-vous met Mattanja en André op Louis Armstrong International Airport in New Orleans. Dan is Bradley's Circus compleet in Amerika. Nou ja, op Opa na dan. Maar we zullen compleet genoeg zijn om in Louisiana, Mississippi, Alabama, Georgia en South Carolina een maand lang uit onze dakken te gaan. Compleet.

    Of en hoe dat gaat lukken? We beloven niet dat je dat allemaal in dit blog zult kunnen lezen, maar we gaan een poging doen.

    22-03-2010 om 00:00 geschreven door bradleyscircus  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (9 Stemmen)
    >> Reageer (5)
    09-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.18 t/m 25 april

    18 april

    Van Leland, Mississippi naar Augusta, South-Carolina is een lange autorit. Desondanks is de stemming opperbest. Tijdens onze eerste stop, in Starkeville, MS – dicht bij de grens met Alabama, worden we aangezien voor slachtoffers van de vrij forse brand die er blijkbaar 's nachts heeft gewoed. De zalvend sprekende christelijke weldoeners die een free lunch for the victims of the fire georganiseerd hebben worden waarschijnlijk misleid door hoe Toine eruitziet. Toine draagt tijdens lange autoritten bij voorkeur zijn pyjamabroek, een T-shirt en sokken en neemt tijdens eet- en plaspauzes niet de moeite om schoenen aan te trekken. Was ik en weldoener geweest, zou hij mij ook misleid hebben.

    's Avonds laat, na een reis van ruim twaalf uur komen we aan bij het riante huis van Mary en Les in Beech Island, op de grens van Georgia en South-Carolina, vlak bij Augusta. Dit logeeradres hebben we te danken aan Earl die Mary al van jongs af aan kent en eigenlijk nog steeds verliefd op haar is. Les werkt als dokter (kinderorthopeed) in het ziekenhuis van Augusta, wat een vrij drukke baan is, waardoor we hem tijdens ons verblijf hier maar een paar keer kort zullen zien. Mary heeft geen betaalde baan, maar ik geloof onbedoeld wel een soort honden- en kattenopvang: vier honden en een stuk of acht katten lopen er rond op hun erf. Mary heeft zinnige opvattingen over hoe Amerika 'gered' kan worden, waarbij 'meer geld en aandacht voor goede educatie voor iedereen' een sleutelrol vervult. Op de auto's van Les en Mary zijn 'I support Obama'-stickers geplakt en Mary houdt tegendemonstraties bij republikeinse Tea Parties, onder meer door antwoordkaartjes uit te delen waarop de Tea Partyists hun handtekening kunnen zetten onder een tekst met de strekking “YES! I'm willing to give up all my social benefits in return for a tax reduction!” Misschien komt het door het pijpje wiet dat Mary me aanbiedt, maar ik raak ervan overtuigd dat welgestelde leftwingers als Mary en Les de hoop van deze natie zijn.


    19 april

    Het leuke aan 's nachts in het donker ergens aankomen is de verrassing die de volgende morgen biedt: hoe ziet de omgeving waar je bent er bij daglicht uit? Het huis van Les en Mary staat op een terrein van een acre of zes (2,4 ha) waar veel natuur gewoon natuur is gelaten. Er vliegen vogeltjes rond die je in Nederland alleen in volières ziet, er is een bamboebosje met bamboe van wel vijf meter hoog, er staan bomen in een zee van hoog gras – naar mijn idee zal het paradijs er ongeveer zo uitzien.

    We gaan naar Augusta om te lunchen – zonder Toine, die een wandeling van onbedoeld vierenhalf uur maakt. 's Avonds hangen we rond op de porch en luisteren naar Mary die honderduit vertelt over haar vrij wilde verleden. Op zeker moment komt vriend Bill even langs om iets af te geven. Bill blijkt mede-eigenaar van een oude watermolen, een paar mijl verderop. “We should go there tomorrow”, stelt Mary voor.


    20 april

    De oude watermolen staat midden in een loofbos, is bedekt met een laagje geel stuifmeel en ziet er wat vervallen uit. Toch wijzen levensmiddelen, matrassen en tafels binnen erop dat hier geregeld mensen komen. Mary vertelt dat er hier zelfs ooit een huwelijk is gesloten en zelfs ik kan me voorstellen dat dat een zeer romantische aangelegenheid moet zijn geweest. We maken een vuurtje, verkennen de natuur (Lidewij ziet een slang zwemmen die een giftige water moccasin blijkt te zijn en vindt een leeg huis van een schildpad), Mary leert ons uit te kijken voor een liefelijk ogend driebladig plantje dat 'poison ivy' heet en pijnlijke blaren kan veroorzaken en we proberen akoestisch een beetje te repeteren. 's Avonds hangen we rond op de porch bij Les en Mary en zijn domweg gelukkig in Beech Island.


    21 april

    Eigenlijk wilde ik een cajon voor Earl kopen als bedankje voor het lenen van z'n drumstel, maar hij heeft aangegeven dat hij dan liever nieuwe slagvellen voor de Gretsch wil. Aan het eind van de ochtend gaan we naar Augusta en kopen bij een leuke muziekwinkel de drumheads, nieuwe gitaarkabels en capodasters. Ook gaan we een paar pawn shops (lommerds) binnen, waar men werkelijk van alles kan kopen. Ik loop tegen een laag snaredrumstatiefje aan dat wel eens uitstekend geschikt kan blijken te zijn om m'n diepe marching snare drum die ik thuis heb op te zetten. Mattanja krijgt als we op het punt staan om naar Charleston, South-Carolina af te reizen bericht van John Snyder dat we kunnen opnemen in de Dockside Studio, en wel tijdens deze trip. Daarvoor zullen onze terugvluchten gewijzigd moeten worden, en Toine, Lidewij en ik zullen onze bazen en collega's thuis moeten vragen of dat kan. En het kan! We kunnen de laatste dag van april en de eerste twee dagen van mei gratis (!) terecht in de Dockside Studio in Maurice, om er onder leiding van John Snyder (die zijn tijd ook gratis ter beschikking zal stellen!) veertien nummers op te nemen. Voor Lidewij en Toine zullen twee nieuwe vluchten geboekt moeten worden, en ook het verzetten van de vluchten van André, Mattanja en mij kost geld, maar we zijn het er unaniem over eens dat we dat overhebben voor een dergelijke once-in-a-lifetime-opportunity. Lidewij en Toine zullen de derde mei gaan vliegen, Mattanja en André vliegen op zeven mei en ik vlieg op tien mei terug. Fucking hell! We gaan in Amerika een plaat opnemen!!

    's Middags vertrekken we naar Charleston, waar we door het tijdzoneverschil tussen Georgia en South-Carolina bijna te laat aankomen bij Fiery Ron's Home Team BBQ restaurant waar we 's avonds zullen spelen. Is het optreden voor ons doen maar matig van kwaliteit, toch krijgen we goede reacties. We ontmoeten Gary Edwin, onze South-Carolina-boeker, en Kendall, een half verlamde afro-amerikaan met een kunstarm, die zich ontpopt als roadie. Na het optreden blijven we niet al te lang hangen, omdat we nog moeten inchecken bij het motelachtige logement waar we de nacht zullen doorbrengen.

    Als ik buiten een laatste peuk voor 't slapengaan sta te roken, raak ik in gesprek met de 42-jarige nachtwaakster die even een rookpauze aan het nemen is. Ze blijkt een trotse oma van twee jongens (8 en 2 jaar) en als ze verneemt dat ik uit Europa kom, zegt ze: “This year's vacation I think about going to Prague. I love to go to strange places”.


    22 april

    Opa is jarig! Mattanja en André feliciteren hem telefonisch als we bij Bubba Gump Shrimp Co. Restaurant zitten te wachten tot onze brunch geserveerd wordt. In het restaurant gaat alles Forrest-Gump-stijl. Op iedere tafel staat bijvoorbeeld een flip-over-bordje. Als je een serveerster/ober nodig hebt, zet je het bordje zo, dat de tekst 'Stop Forrest Stop' zichtbaar is. Is alles naar wens, dan zet je het bordje op... precies. Het eten wordt geserveerd op een stuk vetvrij papier dat bedrukt is als een krant, met nieuwsberichtjes die verwijzen naar de avonturen die Forrest in de film beleeft. En natuurlijk zijn garnalen het hoofdbestanddeel van het merendeel van de gerechten op de kaart.

    Voor we bij het Forrest Gump themarestaurant terecht kwamen, bracht onze zoektocht naar brunch ons bij een (deels openlucht)museum waar de geschiedenis van de Amerikaanse oorlogen werd getoond. In de baai lag een vliegdekschip waaraan je via een lange loopbrug een bezoek kon brengen, er was een Vietnam-basiskamp nagebouwd, er waren vitrinekasten waarin troepenbewegingen uit de Amerikaanse Burgeroorlog werden weergegeven... Heel interessant allemaal, maar niet als je honger hebt.

    Na de brunch rijden we naar 't strand bij Folly Beach. Lidewij en André wagen zich in de oceaan, Mattanja leest een boek op het strand, Toine leest een boek in de schaduw onder de vispier, en ik kijk op een bankje in de schaduw naar de Amerikaanse badgasten en het beachvolleybal. Daarna wandelen we over de vispier, waar om de zoveel meter iemand, meestal een man, met een of meer hengels staat te vissen. Aan het eind van de pier is een achthoekig overdekt houten bouwsel waar ik een tijdje sta te kijken naar een dikke man die een vis vangt, om die, lieve dierenvrienden, vervolgens levend en wel in een plastic zak in zijn koelbox te stoppen. Ik vraag me af of mensen zoiets ook zouden doen als vissen konden gillen.

    Aan het eind van de middag rijden we drie uur noordwaarts naar Florence, waar we inchecken bij het Hilton Garden Inn, een groot en luxe hotel dat Gary Erwin voor ons geboekt heeft. Helaas voor André en mijzelf ligt het hotel aan de rand van de stad – heeft Florence eigenlijk wel een centrum? – waar eigenlijk geen nachtelijk vertier te vinden is. Onze zoektocht naar bier en gezelligheid blijkt uiteindelijk niet meer dan een plezierige avondandeling te worden, waarna we naar onze hotelkamers gaan. André deelt zijn kamer met Lidewij, ik de mijne met Toine. Mattanja, de lichtste slaper van ons allen, ligt alleen in een kamer. Toine ligt languit op z'n bed tv te kijken, en hoewel ik me voorneem om nog wat blog-bijwerkzaamheden te verrichten, kijk ik de rest van de avond gezellig tv met hem mee.


    23 april

    Op een bordje bij de toegangsweg waarlangs wij het terrein van Francis Marion University oprijden staat “smoke free campus”. Toine, Lidewij en ik besluiten ons daar niets van aan te trekken, al komt Lidewij erachter dat je op een fikse boete kan rekenen als de campuspolitie je betrapt op roken – waar dan ook op het terrein.

    We parkeren de bus bij een gazon waarop een stuk of twintig tafels staan met stoelen eromheen. Aan de rand van het gazon is een overdekt podiumpje gebouwd. We spelen vandaag in het kader van een benefietproject van het een of ander. Gary stelt voor dat ik niet mijn hele drumstel opbouw, maar daar voel ik weinig voor. Ik verzeker hem dat we vandaag sowieso allemaal met een heel beschaafd geluidsvolume zullen spelen, en dat lijkt hem enigszins gerust te stellen. Maar voor Gary is dit optreden veel spannender dan voor ons. Hij heeft ons hier weggezet zonder eigenlijk precies te weten wat voor 'n bandje hij in de kuip heeft.

    Gary Edwin is als pianist bekend onder zijn artiestennaam Shrimp City Slim en kan met muziekmaken in zijn levensonderhoud voorzien. Hij doet in juni een korte tour door Europa en speelt ook een paar keer in Nederland: op 11 juni in Cafe Duke in Maastricht, en twee dagen later in Music Club Woetsjtok in Brunssum. Behalve pianist is Gary organisator van de jaarlijkse (dit jaar voor de twintigste keer) Lowcountry Blues Bash, een festival dat zich in diverse horeca-etablissementen in Charleston afspeelt. “Nou weet ik waar hij me aan doet denken!” zegt André als Gary aaan komt lopen. “Aan zo'n maffia-figuur, zo'n wise guy. Let maar op, straks zegt 'ie nog 'Ah, fockin' foggettaboudit'...”

    Als de catering de liflafhapjes heeft afgeleverd en de (vrijwel zonder uitzondering welgestelde) bezoekers gearriveerd zijn, beginnen we aan het cocktailste optreden van deze tour. Gary is na afloop opgelucht en blij dat we zo'n fijne beschaafde show hebben afgeleverd. Mattanja is ook blij: “Als we zachtjes spelen, dan kan ik tenminste echt zingen.”


    24 april

    Constante regendreiging heeft de organisatie van het Art's Alive/International Festival (ook weer op de campus van Francis Marion University) doen besluiten om ons optreden naar een binnenlocatie te verplaatsen, en wel naar het theaterzaaltje van de universiteit. Terwijl ik zo zachtjes mogelijk achter de coulissen mijn drumstel sta op te bouwen, kijk ik met een half oog naar de Maya-indiaan op het podium die in vol ornaat het publiek in woord, zang en dans inzicht verschaft in de Maya-indianencultuur. Het theatertje heeft een uitstekende akoestiek en net als gisteren is met name Mattanja na het optreden heel blij vanwege de beperkte decibelproductie tijdens de show, maar ook ik vond het kicken dat ik op het podium hoorde dat zelfs het allerzachtste tikje op de spanrand van een trommel tot achter in de zaal goed te horen was.

    Het laatste officiële optreden van deze tour hebben we 's avonds in een rare eet-, drink-, whatevertent die Creek Ratz heet. Het podium is een plek voor de glazen wand waarachter de keuken zich bevindt, en tijdens de eerste set komt de manager een paar keer vragen of we alsjeblieft wat zachter willen spelen, omdat het personeel in de keuken elkaar schijnbaar niet kan verstaan. Dit optreden is in het kader van de Pee Dee Blues Bash die Gary dit jaar voor de tweede keer in Florence organiseert, maar veel mensen lijken dat niet te weten en zien ons 'toevallig' in het voorbijlopen, op weg naar een tafeltje om te dineren, of naar het vrijgezellenfeestje op de eerste verdieping. Het handjevol toeschouwers dat er wel speciaal voor ons is, vindt het optreden geweldig. “Vooral toen jullie ondanks de waarschuwingen van die manager later toch volledig losgingen (hee, het was ons laatste optreden, mogen wij ook even) – man, that was awesome!” zegt Daniel, een van de vier werkelijk superenthousiaste toeschouwers die na ieder nummer applaudisseren alsof hun handen in de fik staan. En als we tegen sluitingstijd onze spullen ingeladen hebben, komen er ook diverse personeelsleden naar ons toe met complimenten en verzoeken om gesigneerde cd's en T-shirts.

    Gary wijst ons op een ander optreden in het kader van de Blues Bash, dat in een bar plaatsvindt op loopafstand van ons hotel. En zo zitten we niet veel later in Indigo Joe's te kijken en te luisteren naar Randy McAllister, een Texaanse zanger/drummer/mondharpist met vuur in zijn ziel, die begeleid wordt door Texas Slim op gitaar en een bassist wiens naam me even ontschoten is. De vier enthousiastelingen die ons in de Creek Ratz gezien hebben en Gary zijn er ook, en als even later Toine en Lidewij met Randy meejammen is het feest compleet en is het compleet feest.


    25 april

    Na dertien uur cruise control bereiken we New Orleans en rijden we rechtstreeks naar Frenchmen Street, waar we in een zaaltje dat d.b.a. heet het laatste deel van de show van Grayson Capps en the Stompknockers zien. Ook van het optreden erna, waar twee indianen in uitbundig veren-ornaat deel van uitmaken, genieten we collectief. Earl is er, we dansen, drinken en zijn uitgelaten: we hebben onze toer volbracht!

    Welcome home!” jubelen Elyse en Roger als we later die nacht met Grayson en zijn bassist Christian op Cambronne Street het lichtblauwe huis binnenstappen. En inderdaad: het voelt echt een beetje als thuiskomen.

    09-05-2010 om 06:40 geschreven door bradleyscircus  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    08-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.10 t/m 17 april

    10 april

    Wat in Louisiana 'gemiddeld lenteweer' heet, zou in Nederland 'warm zomerweer' genoemd worden. Vandaag is het een graad of 27 C, en als ik zometeen klaar ben met het intypen van de afgelopen dagen in steekwoorden (in godsnaam: wanneer ga ik dat allemaal kunnen uitwerken?), zal ik Lidewij achterna duiken in het zwembad van Scott en Beth. Lidewij heeft al een paar keer verrukt uitgeroepen dat het water heeeerlijk is, en het valt me iedere keer zwaarder om de verleiding te weerstaan dat aan den lijve te gaan ervaren. Ik ben vergeten om mijn Speedo (jazeker, ik ben in het bezit van en heuse zwembroek) mee te nemen, maar de hippe boxershort die ik wel bij me heb, blijkt ook uitstekend geschikt om in te zwemmen.

    Het voor het eerst dat we spelen voor een publiek dat vrijwel zonder uitzondering gekleed is in sportkleren, compleet met rugnummers. We staan op een podium buiten voor Happy's Irish Pub, waar de start en finish waren van Happy's 5k Run: zo'n honderdvijftig mensen hebben zojuist vijf kilometer hardgelopen door de binnenstad van Baton Rouge. Blijkbaar zijn ze nog lang niet moe, want zodra we begonnen zijn met spelen, verandert de straat in een dansende mensenzee. Er vormt zich zowaar een dansende-mensen-cirkel waarbinnen de grootste showoffs om beurten laten zien welke hippe dance moves ze beheersen. Op zeker moment springt Mattanja van het podium en steelt de show door een dansje te doen in de 'pit'.

    Na afloop is met name Scott erg blij met het succesvolle optreden, want de eigenaar van Happy's had zich vooraf hardop afgevraagd of het wel zo'n goed idee was om ons op het buitenpodium te laten spelen. “You've proven him wrong!” jubelt Scott.

    Na het laatste nummer, 'Hate to see you go', verbeeld ik me dat ik ergens in het publiek 'Nog-een-liedje, nog-een-liedje' hoor scanderen. Nederlands in Baton Rouge? Dat kan bijna niet... Maar ook Lidewij heeft het gehoord, en als even later Kim en Joris naar ons toe komen, blijkt dat we niet gehallucineerd hebben. Kim en Joris zijn zeven jaar geleden van Nederland naar Louisiana geëmigreerd, maar spreken nog steeds Nederlands, zij het dat zeven jaar voldoende blijkt om een Amerikaanse tongval te ontwikkelen. Beiden, allebei ergens in de dertig, zijn als biologen betrokken bij het onderzoek naar het behoud van de ecologie van de wetlands, in combinatie met de strijd tegen stormachtige overstromingen. Met Kim en Joris beleven we die avond een plezierig optreden van Chubby Carrier and the Bayou Swamp Band in Happy's Land, de binnenplaats waar wij gisteren speelden.


    11 april

    Nadat we bij Scott en Beth zijn vergast op een home made crawfish boil, die bereid wordt door Brock, Joe en nog een paar vrienden van de familie (crawfish boils zijn, net als barbecues, sociale evenementjes bij uitstek), vertrekken we in de middag naar Lafayette. We slapen vannacht in de Blue Moon Saloon, al had het weinig gescheeld of we hadden bij een spirituele jongen genaamd Clint thuis in een tipi in zijn tuin gelegen.

    In de zeven jaar dat de Artmosphere bestaat is het nog nooit voorgekomen dat de eigenaresse hoogstpersoonlijk aan de band komt vragen om nog een paar nummers meer te spelen terwijl het al twaalf uur is geweest. De plaatselijke wet schrijft voor dat er na middernacht geen live-muziek meer gespeeld mag worden. Vanavond besluit eigenaresse Berry om burgerlijk ongehoorzaam te zijn. “Jullie zijn vrij laat begonnen en bovendien vind ik jullie zoooo goed! So what the heck, play some more!”
    Berry, het volgende nummer is speciaal voor jou.

    Na het optreden raakt Mattanja aan de praat met een fotograaf, Cully Firmin, die een imposante staat van dienst heeft en het niet erg vindt om daar veel en lang over te praten. Hij nodigt ons uit voor de lunch morgen. Ook ontmoeten we Dave Peyton, een Ierse muzikant, die ons uitnodigt om morgen te komen kijken in de studio waar hij de afgelopen weken een plaat heeft opgenomen. En zo hebben we opeens een drukke vrije dag morgen, want iemand heeft ons ook nog het aanbod gedaan om alligators te gaan kijken...

    Toine en André besluiten aan het eind van de avond met Berry en haar vriendin Heidi mee te gaan naar Berry's place voor een soort van after party, en ze kunnen ook bij Berry blijven slapen, waardoor Mattanja, Lidewij en ik ons bij de Blue Moon lekker luxe te rusten kunnen leggen: alle drie afzonderlijk in een eigen bed!


    12 april

    Cully heeft ons meegenomen naar een restaurant waar, zo zegt hij, toeristen normaal gesproken niet snel komen. Ook Berry en Heidi worden door hem uitgenodigd, en Cully staat erop dat hij, en hij alleen, de rekening betaalt. Waar hebben we het toch allemaal aan te danken?

    We besluiten het 'alligators kijken' uit te stellen tot later (see you later...) en rijden naar Maurice, Louisiana, naar het adres dat Dave Peyton ons telefonisch heeft doorgegeven. De gps stuurt ons naar een landelijk gebied even ten zuiden van Lafayette, weliswaar naar de goede straat, maar naar het verkeerde huis. Na wat gezoek stellen we vast dat we bij de poort in de lange houten schutting moeten zijn – de poort met het bord erbij waarop staat 'Positively no admittance'. We rijden een landgoedje op met rechts een mansion, recht voor ons een huis met een zwembad erbij en bij het houten gebouw links staat Dave naar ons te wenken. Daar is Dockside Studio.

    Ik zal jullie eerst rondleiden door de studio”, zegt Dave, “en daarna zal ik jullie voorstellen aan de eigenaar, Steve Nails. Okee?” We worden langs een imposante mengtafel van misschien wel vier meter breed geleid, lopen dan een grote opnameruimte binnen en zien langs de wanden een aantal geluiddichte cabines met glazen deuren. Her en der aan de wanden hangen foto's en posters van artiesten die hier ooit een (soms zelfs een Grammy Award winnende) plaat opgenomen hebben: B.B. King, Junior Wells, Dire Straits, Dr. John... Hoe gaaf zou het zijn om hier ooit nog eens een cd op te nemen!

    Dan gaat Dave ons voor, een houten trap op naar de eerste verdieping. We zien een keuken, vier chic ingerichte slaapkamers, een badkamer en gaan dan, overweldigd door de grandeur van deze plek, op het ruime balkon zitten dat uitkijkt over de Vermillion River die vijftig meter verderop langs het landgoedje stroomt. Diep zuchten.

    O look”, zegt Dave, “here comes Steve”. Over het verharde pad dat van de poolhouse naar de studio loopt komt met vrij hoge snelheid een man in een elektrische rolstoel aangehobbeld. We wentelen de sierlijke ijzeren trap naast het balkon af en stellen ons even later aan hem voor. Steve was vroeger onder meer een tijdje gitarist bij de Coasters (Yakety yek, don't come back), kocht in 1990 voor $ 400.000 (!) het landgoedje met een deel van de financiële regeling die hij ontving na het zware auto-ongeluk waarbij hij z'n nek brak en met verlamde benen en handen in een rolstoel belandde, en bouwde er de studio. “First I did the rocking”, lacht Steve, “now I'm doing the rolling”. Oja, en hij vertelt ook nog dat hij leukemie heeft gehad, maar daarvan is genezen door westerse en oosterse geneeswijzen te combineren. Allemachtig...

    Als we willen kunnen we vannacht blijven logeren in de slaapkamers boven de studio. Lang hoeven we daar niet over na te denken. “Kom”, zegt Steve, “ga mee naar het huis, dan zal ik jullie voorstellen aan m'n vrouw”. Ze heet eigenlijk Cezanne, maar meestal wordt ze Wish genoemd. Ook ontmoeten we Annie, die de persoonlijke verzorgster van Steve is, al verklaart ze haar relatie tot de familie met: “I'm here to get Steve his pizza's”.

    'Wa Wee's on the river' heet de merkwaardige bar waar Dave ons 's avonds mee naartoe neemt. Een laag gebouwtje bij de rivier, plat dak, een parkeerterreintje van geel stoffig zand ervoor: het ziet eruit als zo'n bar waar in films lynchpartijen worden bekokstoofd, of, zoals Lidewij zegt: zo'n plaats waar je een ontmoeting hebt met een huurmoordenaar. De inrichting van Wa Wee's is vrij elementair: schaars verlicht, betonnen vloer, een bar, een paar tafels en stoeltjes, twee flipperkasten, een pooltafel, een jukebox en een gangetje naar een tweede ruimte met nog een pooltafel en een tafelvoetbalspel. De locals aan de bar kijken even naar ons om als we binnenkomen, maar richten hun aandacht al vrij snel weer op elkaar. Als een van hen, een mooi blond meisje met een spijkerbroek zonder pijpen, over de jukebox geleund staat, is het plaatje van de typische Amerikaanse bar in the country compleet.

    Mattanja speelt een spelletje pool met een lokale jongen, die het aanvankelijk nodig schijnt te vinden om haar biljartles te geven, maar daar wijselijk mee ophoudt als Mattanja beheerst en vastberaden van hem wint. Ze zegt: “En dan te bedenken dat ik eigenlijk pas goed kan poolen als ik dronken ben”. Die avond wint ze nog veel spelletjes.

    Het is een bijzonder genoeglijke avond. Ik ontmoet een jongen die Henry heet. We raken aan de praat over de bij tankstations en tabakswinkels legaal verkrijgbare geestverruimers waar Brock me in Baton Rouge over verteld heeft. De middelen worden verkocht onder benamingen als 'Voodoo' en 'Serenity Now', kosten naar verluidt tussen de dertig en zestig dollar per gram en zouden een milde high teweegbrengen. “When it's legal”, zegt Henry, “don't trust it, man. It's crap, and expensive crap too. I can bring you some real good shit for much less, if you want to.” Ik vraag wat hij bedoelt. Goeie wiet, bedoelt hij. Een gram voor vijf dollar, bedoelt hij. “Five bucks? I'm your man!”

    Een minuut of twintig later komt Henry de bar door een zijdeur weer binnen. “Is het gelukt?”, vraag ik. “Niet helemaal”, zegt hij, “maar ik heb wel wat kunnen regelen... Kom.” Hij gaat me voor naar het overdekte terras aan de zijkant van de bar. Op de tafel ligt iets dat in het schemerdonker nog het meest lijkt op peukjes van shaggies. “Hey man, daar ga ik echt geen vijf dollar voor betalen hoor”. Nee nee, dat hoeft ook niet. “Just smoke with me”.

    Het gammele bouwseltje waarvan ik de rook even later sta te inhaleren heeft naar alle waarschijnlijkheid niet het minste verruimende effect op mijn geest en ik antwoord dan ook nee als Henry vraagt of ik al iets merk. Er komt een jongen naar buiten. “Hey Bob”, zegt Henry, “this guy's a smoker too!” O echt, zegt Bob vrij afgemeten, dan zal ik 'm e's wat laten proeven. Er is iets aan Bob dat me een onplezierig gevoel geeft. En dat komt niet enkel door z'n mild militante uiterlijk. Bobs ogen hebben, zelfs als hij lacht, iets hatelijks. We praten terwijl Bob een joint bouwt. M'n lijf laat me weten dat de sigarettepeukjes van Henry toch meer dan gewone peukjes waren, en als Bob op een zeker moment stelt dat Amerika inderdaad een geweldig land is – op de huidige president na, besef ik dat ik niet al te veel van Bob's bouwsel moet roken en dat het bijna tijd is om weer eens naar binnen te gaan.

    Gaandeweg de avond wordt het almaar aannemelijker dat er in Wa Wee's daadwerkelijk wel eens een lynchpartij is voorbereid. Toine zegt, na met een paar mannen aan de bar te hebben gesproken: “Wow, ze noemen niggers hier dus gewoon niggers, hè!” En tussen de muntjes en plectra die op het bovenblad van de bar in een dikke laag epoxyhars ingebed liggen bevindt zich een plastic fiche met een hakenkruis erop. Hmm... De jukebox bevat evenwel ook afro-amerikaanse artiesten. Het lijkt me een goed moment om te gaan dansen als Etta James begint te zingen. 'Something's got a hold on me, oh it must be love'. Niemand zal het zien, maar deze dans is eigenlijk een protestdemonstratie.

    De avond verloopt rustig. Tussen de Budweisers door proeven we jello-shots (felgekleurde gelatinepuddinkjes met veel alcohol erin) en 'Ierse' shotjes (ik geloof whisky en Bailey's) en worden we vrolijker en uitgelatener. Dave Peyton veroorzaakt een bijna-barfight door een leeg bierflesje op de grond kapot te gooien ('Ierse traditie'), en als iedereen is buitengeveegd, krijgen Mattanja en Toine op de geelstoffige parkeerplaats de gelegenheid om met een paar redneck-pistolen een gat in de hemel te schieten.

    Welcome to Wa Wee's on the river.


    13 april

    So y'all be playing at Banks Street Bar in New Orleans tonight?” vraagt Steve als we afscheid nemen. Ja. “Then I'll call my friend John Snyder, who lives down there and who is a really good producer to go there check y'all out. Maybe he'll wanna do a record with you guys.” John Snyder blijkt platen van onder meer Etta James te hebben geproduceerd en heeft tientallen Grammy-genomineerde albums geproduceerd waarvan er vijf daadwerkelijk een Grammy hebben gewonnen.

    Shit man! We gaan misschien een plaat opnemen in een kickass studio met een producer die vijf platen van mijn idool heeft geproduceerd!” jubelt Mattanja in de auto op weg naar Baton Rouge. “How fat is that?!” We rijden via Scott in Baton Rouge naar New Orleans, omdat we een paar vergeten zaken moeten ophalen. Het collectieve jubelen vult de gehuurde Ford tot in de airbags. De aankondiging op radiostation WWOZ, dat Bradley's Circus tonight live at the Banks Street Bar zal spelen, draagt daar alleen maar aan bij.

    We rijden rechtstreeks naar Banks Street, waar André vroeg in de avond bijna flauwvalt als Mattanja hem vertelt dat ze zojuist telefonisch van Wish (vrouw van 'Dockside' Steve) heeft vernomen dat de acteurs Scarlet Johansson en Ryan Reynolds vanavond misschien ook naar ons optreden komen kijken. Scarlet en Ryan zien we niet, maar wel Roger, Elyse, Stacey, Tiffany, Kevin, Jeremy, Jeanine en nog een stel mensen die we ook met Pasen bij Roger en Elyse hebben gezien. Zelfs Charles en z'n vriendin (de vrienden van tipische Clint in Lafayette) zijn er... and they're all dancing to our music!

    John Snyder, de producer, is er ook, maar die danst niet. Die luistert en kijkt alleen maar heel aandachtig naar het optreden. Na afloop laat hij doorschemeren dat 'ie mischien wel 'iets' met ons wil doen. Hij zal ons volgende week nog wel bellen. Hoewel we allemaal een 'wat-zou-het-gaaf-zijn-als-we-hier-een-plaat-zouden-kunnen-opnemen-maar-hee-eerst-zien-dan-geloven-gevoel' hebben, domineert toch een mild-euforisch gevoel de rest van de avond.

    De band die na ons speelt, speelt hard, en jaagt daarmee eigenlijk het voltallige publiek naar buiten. Lidewij gaat in op de uitnodiging om een paar nummers mee te spelen, maar ze is eigenlijk nauwelijks te horen. “Shit man”, zegt ze na afloop, “ik stond op m'n hardst!”

    We drinken tequila met Johan and Chris, twee leuke jongens van de tattooshop waar Toine z'n arm heeft laten volprikken en rijden dan naar het huis van Jeanine and Jeremy, waar we vannacht kunnen logeren.


    14 april

    Nadat we rond het middaguur zijn wakker geworden, wat met Jeremy in de tuin gezeten en gekletst hebben, gebruncht hebben met Jeremy en Earl bij de Oak Street Bar, rijden we naar Elyse, waar we extra kleren ophalen. Vandaag zullen we Louisiana verlaten en pas over tien dagen terug zijn.
    De reis naar Leland, Mississippi duurt ruim zes uur. Onderweg proberen André en Toine een regionale delicatesse: pickled pig lips. Jawel, lieve dierenvrienden: varkenslippen in 't zuur.
    Rond elf uur 's avonds komen we aan bij Randy Magee en z'n vrouw Deborah. Gedurende ons verblijf in Mississippi zullen zij in hun caravan naast het huis slapen, zodat wij het huis tot onze beschikking hebben. Hadden we het in Louisiana al vastgesteld, ook in Mississippi is sprake van de legendarische zuidelijke gastvrijheid.


    15 april

    We moeten spelen in een soort zalencentrum bij de zee. De mensen die er rondlopen kijken stuk voor stuk boos en haatdragend. Ons optreden wordt stilgelegd. “You guys go home and fast! Y'all playing niggermusic and we don't like no niggers round here!” Terwijl we staan te wachten tot de bus er is, bouwt André een toren van mijn trommels met de statievenkist bovenop. Die valt eraf en breekt open. Dan lopen we op een duinweg en er komt ons een stel afro-amerikanen tegemoet. Een bruin meisje lacht naar me en spreidt uitnodigend haar armen. Een knuffel! Niets lijkt me beter om het afschuwelijke gevoel te verdrijven dat die van blinde haat vervulde mensen me zojuist gegeven hebben. Maar als ik het meisje dicht genaderd ben, verandert haar lachende gezicht in eenzelfde hatelijke boze grimas en terwijl ze me bruusk wegduwt snauwt ze: “Wha'd ya think, fuckin' white ass motherfucka? Get ya fuckin' pale ass outta here!”
    Aan de ontbijttafel blijkt dat André en Mattanja vannacht ook een kwaaie droom hebben gehad...

    Randy neemt ons mee naar het Highway 61 Blues Museum waarvan hij een van de curatoren is. We krijgen een rondleiding door het kleine museum dat afgeladen volhangt met foto's van grote en minder grote blueslegendes die in Mississippi geleefd hebben, er staan vitrinekasten vol instrumenten en andere parafernalia en Randy geeft een kleine demonstratie op de 'diddley-bow' (die ook wel 'jitterbug' genoemd wordt), een eensnarig gitaartje met een sigarenkistje als klankkast. Ze hebben zelfs de poster opgehangen van het benefietfestival in Mill, waaraan we onze optredens hier in Mississippi in feite te danken hebben! Dan komt Anne Martin van WXVT tv, een lokaal televisiestation, langs. Ze interviewt ons en we spelen akoestisch een liedje. We're gonna be on tonight's news show!

    We krijgen T-shirts en petjes van het museum, waarna Randy ons meeneemt naar een begraafplaats aan de oude highway 10, waar onder meer de godfather van de deltablues, Charlie Patton, is begraven. De begraafplaats is letterlijk een dodenakkertje: een desolaat, stoffig veldje zonder enige omheining, waarop één enkele boom staat, vlak naast een paar golfplaten loodsen waarin landbouwmachines geparkeerd staan. Veel van de grafstenen zijn scheefgezakt, omgevallen en gebarsten en de tekst die er ooit is ingebeiteld is vaak nauwelijks meer te lezen. Toch wordt de begraafplaats nog steeds gebruikt, want her en der zijn ook stenen van vrij recente datum te zien, er staan zelfs een paar driepoten met kransen en linten erop.

    's Middags al begint Randy aan het avondmaal: drunk chicken. Drunk chicken, lieve dierenvrienden, is een hele kip die rechtop met een halfvol blikje bier in haar cloaca geduwd drie uur lang in de rook van smeulende hickory (soort notenhout) gerookt wordt. Het blikje bier is bedoeld om de kip ook van binnen sappig en mals te houden. Terwijl de kip aan het slow cooken is, haalt Randy de 84-jarige blueszanger/gitarist Eddie Cusic op. Cusic maakte tot in de jaren zestig muziek, maar stopte toen hij er niet langer genoeg geld mee verdiende om z'n gezin te onderhouden. We interviewen Eddie Cusic en hij is bereid om een paar liedjes te zingen. Gaaf.

    's Avonds hopen we dat we het interview van vanmorgen op televisie kunnen zien, maar het wordt blijkbaar toch niet uitgezonden. Na de drunk chicken (de anderen zeggen dat 'ie heerlijk smaakte, ik heb het toch maar bij het speciaal voor mij gerookte stuk zalm gehouden) rijden we naar Greenville, waar we in de Wallnut Street Bar zullen spelen. Er is weinig publiek, maar veel enthousiasme. Halverwege de eerste set zien we op het enorme televisiescherm tegenover het podium onszelf geïnterviewd worden, en ik kan wel zeggen dat dat een vrij bijzondere ervaring is.
    In de pauze worden we gewezen op de aanwezigheid van Calep Emphrey, de man die ruim dertig jaar lang de drummer van B.B. King was. Het verhaal gaat dat B.B. King meer en meer problemen kreeg met het buitensporige alcoholgebruik van zijn drummer, maar het vanwege Caleps lange staat van dienst niet over zijn hart kon krijgen hem te ontslaan. Toen Calep echter op een avond na een optreden op z'n hotelkamer het bad liet vollopen en vervolgens in slaap viel, waardoor er tot op een paar onderliggende verdiepingen voor zo'n 250.000 dollar waterschade ontstond, was dat voor B.B. King de druppel die het bad deed overlopen. Calep werd ontslagen.
    We stellen ons voor aan Calep, en hij vraagt of hij een paar nummers mee mag drummen. Daar hoeven we niet lang over na te denken. Welke nummers wil hij spelen? “Whatever”, zegt Calep, “I play anything.” Als hij het podium beklimt, zeg ik: “I like this! You do the work, I get payed!” Calep slaat hard, en naar mijn idee vrij lomp, maar volgt moeiteloos de cues die Mattanja geeft als er een break gespeeld moet worden of als een nummer eindigt. Hij speelt drie nummers mee en de toeschouwers gaan uit hun dakken.

    Een van de mensen in het publiek is de zangeres/pianiste Eden Brent, die we na afloop ontmoeten. Ze won een aantal prijzen, tourt regelmatig overal in de wereld en drinkt veel. We zullen haar misschien kort kunnen ontmoeten als zij en wij beiden eind mei in Puurs, België op het Duvelblues Festival spelen (wij moeten na ons optreden vrij snel weg om 's avonds in Laren, Gelderland te spelen in het voorprogramma van de nieuwe band van Hendrik-Jan Lovink (die van Jovink en de Voederbietels en van de Zwarte Cross).


    16 april

    Terwijl Dré en Mattanja aan het hardlopen zijn, relaxen Toine, Lidewij en ik bij 't zwembad in de tuin van Randy en Deborah. 's Avonds reizen we naar Clarksdale, waar we bij Pete's Grill zullen spelen. De Organgrinders, een bluesband uit Wisconsin, speelt voor ons, en ze zijn leuk, al is de geluidskwaliteit ronduit slecht. Drummer JB (wat is dat toch met drummers die een afkorting als naam hebben?) vindt 't geen probleem dat ik op z'n kit speel en ook kunnen we hun zanginstallatie gebruiken. Maar het ligt niet alleen daaraan dat het optreden hier in Clarksdale de boeken in zal gaan als het slechtste van deze tour.
    Pete's Grill is een betonnen ruimte waarin niets staat of hangt dat enige geluidsabsorberende kwaliteit heeft. Alles kaatst van muren, vloer en plafond terug en de zanginstallatie is niet in staat tot het produceren van een fatsoenlijk zanggeluid. Het leidt tot zoveel onderlinge frustratie en irritatie dat we in de pauze buiten op de stoep heel onprofessioneel staan te bekvechten waar iedereen bij is. En al spelen we in de tweede set zo zachtjes mogelijk, veel beter wordt het er allemaal niet van.
    Lidewij en André jammen later op de avond nog een paar nummers mee met de Organgrinders, waarna we naar Leland terugrijden. In de auto barst de bom nogmaals. André schreeuwt wat hij op z'n hart heeft, Lidewij slaat bijna het portierraam uit de bus, Mattanja concentreert zich zwijgend op het autorijden, Toine doet of 'ie slaapt en ik staar vrij wezenloos naar de strepen op het asfalt die door de koplampen uit de duisternis getrokken worden.


    17 april

    De donkere wolk die gisteravond boven het Circus hing, lijkt weggetrokken te zijn. Gelukkig maar, want vandaag spelen we op het Juke Joint Festival in Clarksdale en daar ben ik al ruim voor de tour begon naar aan het uitkijken. Hoewel we pas vanmiddag om vijf uur zullen spelen, vertrekken we aan het eind van de ochtend al naar Clarksdale. Het is allemaal volkomen anders dan ik me had voorgesteld. Er is geen festivalterrein met verschillende podia – alles speelt zich af in de straten en clubs in Clarksdale zelf. We hebben wat moeite met het vinden van het het Rock 'n' Roll and Blues Heritage Museum waar we zullen spelen, omdat we een verkeerd adres gekregen hebben. Maar met wat hulp van het Visitors Centre belanden we uiteindelijk toch bij het museum van Theo Dasbach, een Nederlander die zeven jaar geleden naar Amerika geëmigreerd is, nadat hij z'n baan bij een bank had opgezegd en z'n huis in Friesland had verkocht. Theo woont in Memphis, maar heeft in Clarksdale een oud bedrijfspand gekocht waarin hij z'n bluesmuseum (dat hij overigens ook in Friesland al had) inrichtte.

    We maken 's middags een gezellig festival mee met veel goede muziek, lekker eten en bier, en zijn getuige van heuse pig races. Lieve dierenvrienden, dat klinkt echt veel akeliger dan het is. We hebben hier namelijk te maken met schattige kleine zwarte zwijntjes die al van bigs af aan weten dat ze racevarkentjes zullen worden, ze worden zeer liefdevol behandeld en ze lijken zelfs wel aardigheid te hebben in hun werk, dat bestaat uit dribbelen over een met zaagsel bedekt ovalen parcours van een meter of tien lengte. Ieder zwijntje heeft een gekleurd rugdekje aan en het publiek mag gokken welk zwijntje het ovaaltje het snelst ronddribbelt. (Of het er ook zo diervriendelijk aan toe gaat bij de show waar aapjes op honden rondrijden (hi-lá-risch!) kan ik jullie niet zeggen, want die show was op donderdag toen wij in Greenville waren.)

    Ons optreden op de stoep voor het museum van Theo gaat heeel erg goed, ondanks dat Mattanja haar stem gisteren in Pete's Grill behoorlijk schor en rafelig heeft gezongen. Gaandeweg de show groeit het aantal toeschouwers gestaag, er wordt uitbundig geapplaudisseerd en ook Theo, die aanvankelijk wat sceptisch leek over het Nederlandse bluesbandje waarvan hij eigenlijk nog nooit gehoord had, vindt 't geweldig. Nog lang erna krijgen we op verschillende plekken in Clarksdale, zelfs 's avonds nog in de leuke hippe club Ground Zero (mede-eigenaar: Morgan Freeman), van allerlei mensen complimenten.

    We lopen naar een tent die 'Soul Kitchen' heet, waar Lidewij, André en Toine zich binnenwringen om een glimp van het optreden van David 'Honeyboy' Edwards op te vangen. Mattanja en ik hebben geen zin om ons in het stampvolle zaaltje te proppen en komen in onze zoektocht naar een hapje eten terecht in Gound Zero, een grote zaal waar eten wordt geserveerd terwijl op het podium een band staat te spelen. Toine is een beetje moe en loopt van de Soul Kitchen terug naar het bluesmuseum, André en Lidewij komen naar Ground Zero. We eten wat, zien een erg fijne band, 'The Reverend Peyton's Big Damn Band', en Mattanja ontmoet een leuke jongen.
    De band na de Big Damn Band is lang zo leuk niet, vinden Lidewij, Dré en ik. Mattanja vindt op diti moment elke band leuk. “Wij gaan Toine en de bus halen”, roepen we in haar oor. “Da's goed, dan blijf ik nog even hier.” Als we de bus bij Ground Zero parkeren, blijkt Mattanja nog steeds binnen. “Ik ga haar wel even halen”, zegt Dré. Drie kwartier later is hij terug. “Weet je hoe groot die tent is?” verontschuldigt hij zijn lange wegblijven. “En okee, ik heb misschien ook nog een of twee biertjes gedronken.” Hm. “En waar is Mattanja?” “Die komt er aan.” Een kwartier wachten later vind ik het welletjes. Ik ga Ground Zero binnen en vind Mattanja op dezelfde plek waar we haar en de leuke jongen een uur en een kwartier eerder hebben achtergelaten. Als was ik de vader en zij de puberdochter pak ik haar hand en beveel dat we gaan. “Hebben jullie telefoonnummers en e-mailadressen uitgewisseld? Goed. Let's go.” Mattanja stamelt dat wij toch ook nog even binnen zouden komen? Nee, we staan al een dik uur op je te wachten. Nadat ze de leuke jongen een afscheidsknuffel heeft gegeven, laat ze zich als een mak lammetje meevoeren. God, wat ben ik blij dat ik geen kinderen heb.



    08-05-2010 om 22:43 geschreven door bradleyscircus  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    23-04-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.NIEUWSFLITS!
    Bradley's Circus krijgt golden opportunity in de schoot geworpen!

    Hoe we bij de Dockside Studio in Maurice, Louisiana verzeild zijn geraakt, leest u binnenkort op dit blog, maar feit is dat we onze tour met een paar dagen moeten verlengen, omdat we het aanbod hebben gekregen om er op 30 april en 1 en 2 mei voor een habbekrats een cd op te nemen. De studio, waar legendarische artiesten als B.B. King, Bruce Springsteen, Dire Straits, Junior Wells en vele anderen hebben opgenomen, stelt ons gratis studiotijd ter beschikking. Ook de producer, John Snyder (hij produceerde onder meer albums voor Etta James en Chet Baker en won vijf Grammy Awards) wil ons gratis van dienst zijn. Zelfs het verblijf in Maurice, in de vier uitstekend geoutilleerde slaapkamers boven de Dockside Studio, zal volkomen gratis zijn. De enige kosten die voor onze rekening komen, zijn de kosten van de opnametechnicus. De master van de opnamen zal eigendom blijven van Bradley's Circus.

    Niet alleen zal de cd-opname in de legendarische studio van ex-Coasters-gitarist Steve Nails een enorme toegevoegde waarde geven aan het curriculum vitae van Bradley's Circus, de spin off in de vorm van een contract bij een Amerikaans platenlabel -- de naam van Alligator Records is al genoemd -- is evenmin denkbeeldig.

    Gevraagd naar de reden waarom Bradley's Circus vrijwel voor niets een cd bij de Dockside Studio mag opnemen, antwoordt producer John Snyder: "We believe in you guys. We don't have to get rich from you. We ARE rich already."


    23-04-2010 om 22:03 geschreven door bradleyscircus  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (2)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Onbedoeld geestelijk uitgedaagd...

    08 april

    Voordat we naar Lafayette vertrekken voor een optreden in de Blue Moon Saloon, rijden we langs het filiaal van Budget om de huurperiode van de bus te verlengen. Toen Mattanja eind vorige maand de bus ging huren, bleek haar credit card onvoldoende krediet te verlenen om het ding meteen voor een maand ineens te huren. Hoewel Toine aanvankelijk redelijk rigide is over het gebruik van de zijne (“Deze credit card is van Cons en mij samen en die ga ik uitsluitend gebruiken voor noodgevallen”), weten we hem te overtuigen van het feit dat het niet kunnen huren van een bus vrijwel onmiddellijk leidt tot een noodgeval en gaat hij akkoord, nadat hem verzekerd is dat de band het geld onmiddellijk terug naar hem zal overmaken.


    De Blue Moon Saloon blijkt een hostel met daarachter een café-achtige houten schuur. Door een misverstand kunnen we niet alle vijf in het hostel overnachten, maar worden vier van ons ingecheckt bij een motel van TraveLodge, een paar mijl verderop. Mattanja zal in de Blue Moon logeren.

    Ons voorprogramma is een lokale band, The Viatones, die me verrassen met een cover van ELO's Mister Blue Sky. Ik mag het drumstel van de Viatones gebruiken, een samenstel van verschillende (meest mij onbekende merken), dat met de snare en de bekkens van Earl evenzogoed voldoende fatsoenlijk klinkt. De 24' bassdrum draagt daar zeker aan bij. Na afloop veel positieve reacties en toezeggingen dat men er zondag (vandaag is het donderdag) weer bij zal zijn, als we ons tweede en laatste optreden in Lafayette hebben; maar dan in een tent die Artmosphere heet en letterlijk op een steenworp afstand van de Blue Moon ligt.



    09 april

    We moeten tot 11 uur wachten voor we bij het Libanese restaurant in de buurt van de TraveLodge terecht kunnen voor een kop koffie. Op de menukaart zie ik dat ze hier falafel serveren, en ik besluit ermee te ontbijten. Dan halen we Mattanja op bij de Blue Moon en gaan op weg naar Baton Rouge, een uurtje rijden van Lafayette. De anderen hebben nog niet ontbeten, dus besluiten we, vooral vanwege de naam, te stoppen bij Fat Albert's Family Restaurant.

    Fat Albert's blijkt een van de ranzigste tenten van Louisiana te zijn. De anderen bestellen iets gefrituurds, ik houd het bij een kop koffie. Te laat kom ik erachter dat Fat Albert's met een soort reïntegratieprogramma voor geestelijk uitgedaagde mensen werkt, want als me ddoor de projectleidster vanachter de toonbank wordt toegeroepen dat m'n koffie klaar is, spring ik op en huppel als een blije hond naar de counter, vooral om uiting aan mijn enthousiasme te geven. Maar voordat deprojectleidster me de koffie overhandigt, kijkt ze me aan met een misprijzende blik en zegt: “Don't you think that's kinda brave in here?” Meteen besef ik dat ik iets verkeerd heb gedaan en stamel: “Euhhh, I don't know...? Euhhh, sorry...?” De projectleidster doet er, op een afgemeten 'Hmm' na, verder het zwijgen toe. Ja, wist ik veel?


    In Baton Rouge worden we hartelijk verwelkomd in de riante bungalow (met zwembad in de tuin) van Beth en Scott. Scott, de boeker die onze optredens in Louisiana geregeld heeft. Ook hier geldt: mi casa es su casa. We ontmoeten KC, de nogal dikke 13-jarige jongste zoon uit Beth's eerdere huwelijk en Joplin, een klein enthousiast hondje. Later die middag maken we kennis met Beth en de zeven maanden oude dochter van haar en Scott, Zoe.


    Die avond spelen we in het centrum van Baton Rouge achter Happy's Irish Pub op de binnenplaats, die Happy's Land gedoopt is. Scott regelt de PA en het geluid, en dat doet hij beslist niet onaardig. De tweede set deze avond spelen we voor een man of tien, maar tijdens de derde set begint de binnenplaats weer behoorlijk vol te lopen.

    23-04-2010 om 20:58 geschreven door bradleyscircus  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rock 'n' roll!

    05 april

    Wat is er toch met Toine vandaag? Hij maakt een wat nerveuze indruk... Ach natuurlijk! Hij gaat vanavond een tatoeage laten zetten! Gisteren is hij met Lidewij, nadat ze een vergeefse poging hadden gedaan om een praise-gospel-halleluja-afro-american kerkdienst bij te wonen, naar tattooshop Uptown Tattoo geweest om het ontwerp te bespreken. En vandaag geeft Toine ons de hele dag door updates van het aantal uren en minuten tot het Uur U, vanavond om zes uur. We maken een wandeling in Audubon Park, waar Lidewij en Mattanja hun leven en de continuïteit van onze tour op het spel zetten door in een vierhonderd jaar oude boom te klimmen die bekend staat als de Tree of Life. “Nog drie uur, jongens”, zegt Toine. We genieten van de flora en de fauna in het park: bomen met hun wortels in het water, eekhoorntjes, ibissen, joggers... “Nog anderhalf uur, jongens”, zegt Toine. We wandelen nog wat, maken foto's, schieten wat filmbeelden, tot Toine met een vrij hoog stemmetje zegt: “Nou jongens, ik denk dat we maar eens moeten gaan, want ik heb om zes uur een afspraak!”

    Bij de tattooshop wordt nog druk aan het ontwerp gewerkt. Maar het blijken vakmensen, de jongens van Uptown Tattoo. Toine heeft ze een idee gegeven van wat hij wil door een grote rechthoek met daarachter een stokpoppetje te schetsen, en de tattoo-artiest heeft dat weten te vertalen in een supercoole afbeelding van een contrabas die bespeeld wordt door een sigaretrokend skelet. In de ruim drie uur die nodig zijn om de afbeelding in kleur op zijn linkerarm te prikken, gaan André en Mattanja een stuk rennen en drinken Lidewij en ik een paar biertjes in een nabijgelegen café, meer precies op het terras van dat café, omdat het binnen afgeladen vol zit met Amerikaanse basketbalfans die een belangrijke match kijken op een van de zes televisieschermen die her en der hangen. Als Mattanja en, iets later, André (die een ander trainingsschema volgt) terug zijn, eten we wat, drinken we wat, en nemen we regelmatig even een kijkje bij Toine, die zichtbaar steeds duidelijker ondervindt dat het niet echt plezierig is om drie uur lang intensief in je bovenarm geprikt te worden.

    Later die avond zien we een goeie maar niettemin vrij saaie band in de Maple Leaf (die bar op kruipafstand van Elyse en Roger), en ik vind het vandaag lang niet zo gezellig als twee dagen geleden, toen Jason Ricci hier speelde. De boiled crawfish die in de pauze over een lange tafel wordt uitgestort, verandert daar weinig aan.


    06 april

    Elyse 'was not really pleased' toen ze hoorde wat we vandaag gedaan hebben. Een vorige week geboekt optreden in Uncle Earl's in Baton Rouge is gecancelled wegens Spring Break Holiday, waardoor we een extra vrije dag hebben. Dat geeft ons alle tijd om nog wat meer siteseeing in New Orleans te doen. We gaan naar het graf van de legendarische voodoo queen Marie Laveau. Mattanja heeft op internet gelezen dat er verschillende manieren zijn om de geest van Marie te vragen om een hartewens in vervulling te laten gaan. Een van de manieren is het tekenen van drie kruizen op de zijkant van het graf met rood krijt.

    De graven op deze begraafplaats zien er vrijwel allemaal uit als kleine vervallen transformatorhuisjes. In een gebied waar overstromingen eerder regel dan uitzondering zijn, worden de doden bovengronds begraven. Blijkbaar trekken veel mensen zich niets aan van het bord bij de ingang van de begraafplaats, waarop staat dat het ten strengste verboden is om aan, op of in de graven te zitten. Het graf van Marie Laveau is volgekalkt met talloze kruizen. Erop en erbij liggen uiteenlopende 'offers': schelpjes, muntjes, mardigras-kralenkettingen, verlepte bloemetjes, lippenstiften, kohlpotloden, sigaretten, plectrums, tampons... Want ook dat is onderdeel van het ritueel: een klein kadootje om de geest van Marie gunstig te stemmen. Hardop spreken we de collectieve wens uit dat Bradley's Circus nog lang gelukkig en succesvol zal blijven, waarna we onze kadootjes neerleggen (ik een zelfgedraaide sigaret).

    Als we Elyse daar 's avonds verslag van doen, vindt ze dat we toch eigenlijk gewoon ordinaire grafschenners zijn geweest. Niet lang daarna gaan we, met enig schaamrose op de kaken, te bed. Maar als ik na ga hoeveel geluk en succes we tot nu toe hebben (en zoals later zal blijken nog zullen hebben), dan heeft Marie Laveau onze gebeden toch verhoord.


    07 april

    Van de lichte irritatie onderling in de opnameruimte van radio WWOZ in New Orleans is op de radio gelukkig niets terug te horen (beluister de opnamen die Kim in een andere entry heeft ge-upload – dank je wel Kim!). Direct na de uitzending wordt Mattanja opgebeld door een radiostation in California, dat ons gehoord heeft en per se onze cd toegestuurd wil krijgen. Als we buiten, op de stoep voor het gebouw waarin WWOZ gevestigd is, met de instrumenten staan te wachten op André die de bus aan 't halen is, worden we gecomplimenteerd door een oudere dame die het gebouw binnengaat: “I heard you guys on the radio! That was awesome!”

    Aan het eind van de middag gaan Lidewij en Toine naar downtown New Orleans, in de hoop nog wat mee te kunnen pikken van het French Quarter Festival. Dat blijkt al afgelopen, maar in de tijd die ze vervolgens op Frenchmen Street doorbrengen vermaken ze zich prima, zo blijkt later uit hun verhalen.

    André en ik pakken om een uur of negen de streetcar naar Bourbon Street, Mattanja blijft 'thuis' (maar zal later op de avond nog even in de Maple Leaf gaan kijken). Bourbon Street heeft 's avonds een volkomen andere sfeer dan overdag. Maakt de straat bij daglicht een vrij rustige, misschien zelfs naar saaiheid neigende indruk, 's avonds doet Bourbon Street meer denken aan de binnenstad van Tilburg tijdens de kermis, maar dan in het kwadraat. Veel neonverlichting, een kakofonie van muziek en mensen, hotdogstalletjes, karaokebars, en allemaal mensen met dezelfde missie: feestvieren. Voor verschillende etablissementen staan jongens met kartonnen borden waarop teksten als 'titties and whiskey', maar we drinken eerst een paar biertjes in Lafitte's Blacksmith, naar verluidt de oudste bar van Amerika, waar we aan de half tot bar verbouwde vleugel gaan zitten bij de zangeres/pianiste, een blonde, rap van de tongriem gesneden dame van in de vijftig, die zo'n beetje elk liedje speelt en zingt dat je vraagt, zolang je maar een paar dollar in de tip jar stopt. Ze kent 'Walking After Midnight'!

    Dan hebben we genoeg op voor de volgende stap. De club die we binnengaan is leeg, op de schaarsgeklede meisjes die er werken na. Zodra ze ons zien zijn ze verliefd op ons, wij zijn hun langverwachte prinsen op het witte paard en onze lichamen zijn het lekkerste dat ze ooit gezien hebben. Het is ons onmiddellijk duidelijk: deze meisjes verstaan hun vak. Een rossig meisje met een prachtig lijf drapeert zich vakkundig om me heen, zegt dat ze Shelly heet en vraagt donkerbruin verleidelijk waar ik zin in heb. Naar waarheid zeg ik dat ik zin heb in een biertje. Bier? Nee, dat serveren ze hier niet. Wel sterke drank. Tequila? Sure! Weldra staan zij, ik, André en twee afro-amerikaanse meisjes die om hem heen kronkelen aan een barretje, waarachter een ambachtelijk afstandelijke jongen vijf tequila's inschenkt – in plastic bekers. “Cash payment please.” Alsof ik het dagelijks doe, reken ik zestig dollar af. Nadat de tokillya's collectief geshot zijn, richt André z'n aandacht op zijn meisjes, en ik geef een afwezigheid-door-beneveling voor, zodat ik aan een tafeltje kan gaan zitten; een rol die me verrassend makkelijk afgaat. Rosse Shelly bestijgt het podiumpje en danst een vakbekwame paaldans, ik rook een peuk, veins interesse voor de inrichting van de bar en probeer ondertussen zo niet-gebiologeerd mogelijk naar haar te kijken. Als ze uitgedanst is en haar kledingstukjes bij elkaar geraapt heeft, loopt ze nadrukkelijk nonchalant voorbij en vraagt of ik het leuk vond. O jes, very mutsj! Joer awsum! Joer kwaait uh proffesjonal, probeer ik haar te complimenteren. Zag ik verbazing? Ze richt zich op, knipoogt en wiegt weg. Ik ovepeins waar ik ben totdat Shelly terug komt: “So whad'ya think? We go upstairs for a bit? Your friend's there...”
    Geld geven voor seks – het is niet echt mijn ding. “Ehmmm.... nèh... doe maar not, I'm fine... I'll just wait for him here...” Ze lacht nog altijd bijzonder verleidelijk, maar kijkt nu rechtstreeks terug in m'n ogen. We schieten simultaan in de lach. Dan zegt ze: “So how 'bout a lil something for the dance?” Och! Sure! Sorry! Ik trek m'n portemonnee, haal er met moeite vijf dollar uit en geef haar die. Zij heeft ondertussen in één professionele blik vastgesteld dat ik inderdaad pas mee naar boven kan als ik eerst nog even bij een ATM langs ben geweest. Exit Shelly.

    'Dré is dus boven voor een lapdance. Naar het mooie meisje dat nu aan de beurt is om de chromen paal op het podium op te geilen durf ik niet te kijken, omdat ik de vijf dollar die ik nog heb graag straks wil gebruiken voor een biertje ergens anders. Geregeld komt een mooi duur meisje vragen of het goed met me gaat. “Yeah, I'm fine, thanks for asking...” Ze worden hier waarschijnlijk helemaal gek van mijn constante gegrijns.

    Dan is André weer beneden en gaan we 'een bandje kijken'. Op een podium tussen de beide ingangen van de bar die we binnengaan staat een energieke band opzwepende mellowpunk te spelen en hee! daar is Dré met bier! Een goed humeur is het halve werk. Volop bijdragend aan de uitbundige sfeer zien we een heel mooi lichtbruin meisje rondlopen met een rekje vol buisjes met kleurrijk vocht. “You want to try one?” roept ze als ze binnen schreeuwafstand is. “What is it?” gillen we terug. Ze noemt een naam waarin het woord 'shot' duidelijk herkenbaar weerklinkt. Een shot? Waarom ook niet we zijn nou toch hier! Voor vijf dollar pakt ze een reageerbuisje uit het rekje, tongt de onderkant, neemt het dan in haar mond, maant me woordeloos tot ontvankelijkheid en giet het buisje leeg op m'n tong. Godallemachtig, wat vind ik haar mooi! We raken aan de praat en lachen totdat zij beseft dat ze eigenlijk shotjes moet verkopen en zich wegbaant tussen de dansende lijven.

    Nog een paar keer komt ze terug, wisselen we een paar glazen zoenen voor dollars, en praten we nog wat. Als we besluiten om weer e's elders te gaan kijken, vraag ik: “Can I just hug you for a sec?” Dat mag. En ik zweer dat het niet alleen aan mij ligt dat die hug aanmerkelijk langer duurt dan 'just a sec'.

    The alcohol is kickin' in... De hectiek van Bourbon Street dringt niet langer ten volle door tot alle vijf mijn zinnen, maar wordt geabsorbeerd door de roeswolk die als een gewatteerde transparante slaapzak om me heen hangt. “WHOOOH! Heel even binnen kijken!” roept Dré als we een Afro-amerikaanse duremeisjesbar passeren. “Ik wacht wel even hier”, geloof ik dat ik zeg. Dré dartelt naar binnen en ik kijk grijnzend rond, totdat de slaapzak bruusk opengeritst wordt door een vrij onvriendelijk uit zijn ogen kijkende Afro-amerikaan van meer dan gemiddelde grootte. Het is een van de proppers van de club. “You go in there!” blaft hij. “No thanks, I'm fine...” Dat vindt de insmijter niet het goede antwoord. “Your friend's in there – you go in there!” commandeert hij. “No really”, wauwel ik, “I'll just wait for him here”. Op de een of andere manier breng ik het slechtste in de man naar boven. Hij schreeuwt: “Go in there!!”, grijpt de boord van m'n T-shirt en begint me naar binnen sleuren. “No man!” roep ik, “I REALLY don't wanna go in there, man!” en verzet me. Opeens heeft m'n T-shirt een V-hals die doorloopt tot aan m'n navel. Een paar collega's van de propper trekken hem bij me vandaan, terwijl een andere Afro-amerikaan een arm om m'n schouder slaat en zegt: “Come on man, let's get you out of here. Apparently you piss him off. Let's grab a beer overthere.”

    Wha'd I do to piss him off?” vraag ik mijn redder terwijl ik een grote slok bier neem en terugdenk aan de grote bruine man die zich probeert los te worstelen uit de greep van z'n collega's, me met haatgevulde ogen aankijkt en allerlei dingen roept die met m'n moeder te maken hebben. “I don't know, man”, schudt m'n redder z'n hoofd, “you just pissed him off, that's all.”

    Ondertussen krijgt André een lapdance en, als het op afrekenen aankomt, klappen. Een lapdance blijkt vrij prijzig. Daarna houden we het voor gezien op Bourbon Street en zitten we niet veel later met een gescheurd T-shirt, gloeiende wangen en platte portemonnees in de streetcar terug naar Cambronne Street. O what a night!


    23-04-2010 om 00:00 geschreven door bradleyscircus  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    16-04-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Paasweekend

    03 april

    Als we 's morgens om een uur of elf bij Roger en Elyse op de back porch zitten wakker te worden, komt Earl Maddox op bezoek. Earl is een wonderlijke mens. Soms is hij acteur (hij had onder meer een rol in 'Friendship One', een episode uit Star Trek Voyager, helaas is hij onherkenbaar vermomd als een Uxali), soms is hij drummer, soms is hij klusjesman, soms is hij tuinman. Earl zit vol met woeste verhalen, die hij met veel flair vertelt. Zoals het verhaal over de keer dat hij zonder rijbewijs en z'n pickup vol guns en rifles langs een politiecontrole moest, maar probreemloos verder mocht rijden omdat hij een 'ELVIS 1'-kentekenplaat op de voorkant van z'n auto geschroefd had. “The officer said that a guy with an elvis tag on his car just had to be a true American!”


    Op Frenchmen Street 's avonds herkent Mattanja een jongen die ze een paar jaar terug op het gypsyfestival in Tilburg heeft ontmoet. We praten even met hem, kijken en luisteren naar een paar bandjes in verschillende cafeetjes en besluiten naar de Maple Leaf Bar op Oak Street te gaan, waar Jason Ricci, een jonge openlijk homoseksuele mondharmonicaspeler nieuwe stijl uit Kansas met z'n band New Blood speelt. Na het optreden ontmoeten we Jason back stage, in de tuin van de Maple Leaf. De manier waarop hij orakelt over freemasonry, religie, pentagrammen en aanverwante zaken doet vermoeden dat hij niet alleen veel mentholsigaretten rookt. Evenzogoed steelt hij m'n hart en ik ik vraag of ik 'm mag zoenen. Dat mag.


    04 april

    Vandaag vieren we Pasen bij Elyse en Roger. Ze hebben een stel vrienden en familieleden uitgenodigd, wat andermaal een antropologisch hoogtepunt oplevert. De vrouwen dragen rijkversierde hoeden, de kinderen zijn door hun moeders in hun 'sundays best' gestoken, de mannen gaan danwel netjes casual, dan wel bontgekleurd gekleed – met als absolute summum Elyses schoonbroer Joe, een Vietnamveteraan met een regenboog T-shirt, shorts en felrose steunkousen. Terwijl de kinderen de tientallen slecht verstopte, met snoep gevulde plastic eieren in de voortuin aan het verzamelen zijn in grote plastic zakken, zitten een aantal volwassenen in de achtertuin in Hoochie Mama's Voodoo Pleasure Lounge gezellig pure pijpjes wiet te roken.

    En eh ja, ik ben een van die volwassenen...


    16-04-2010 om 23:33 geschreven door bradleyscircus  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    08-04-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bradley's circus LIVE @ WWOZ New Orleans Radio April 4th 2010
    BRADLEY'S CIRCUS live op de radio in New Orleans. WWOZ!
    Grappig is het begin van het eerste nummer: Beware of the bear.
    Some wicked voodoo-power takes over and dries out Mattanja's vocal power!
    Enjoy...

    Bijlagen:
    BEWARE!bradley's circus LIVE WWOZ 07:04:10.mp3 (5.9 MB)   
    DON'T KICK... bradley's circus LIVE WWOZ 07:04:10.mp3 (4.3 MB)   
    WASTELAND bradley's circus LIVE WWOZ 07:04:10.mp3 (6.5 MB)   

    08-04-2010 om 18:08 geschreven door bradleyscircus  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Eerste Dagen

    31 maart

    Het is klaarlichte dag, volop zon hier op tien kilometer hoogte en vooruit, het uitzicht mag dan al anderhalf uur niet wezenlijk veranderd zijn, maar hoe vaak krijg je als gewone mens de kans om de wolken van boven te bekijken? Toch heeft de purser, of was het de captain zelf, zojuist de passagiers bij de raampjes gevraagd om de blindering omlaag te schuiven, 'want het is collectieve rusttijd'. Zoals het zojuist collectieve lunchtijd was. De pasta (no meat) was geloof ik net zo zout als de chicken die Lidewij en Toine op hebben. Zometeen begint, hoop ik, de collectieve rookpauze. Maar dat gaat niet gebeuren. Nog minstens zes uur vliegen, en ik kan niet eens naar de wolken onder me kijken, me voorstellend dat ik die allemaal zelf heb uitgeblazen...

     

    Lidewij, Toine en ik komen in Philadelphia probleemloos door de douane en door de security check. Tot twee keer toe probleemloos door de security check, want op Philadelphia Airport kennen ze geen rookruimtes. Om te roken moet je het vliegveld verlaten, en dus moet je bij het betreden van het vliegveld weer door de security check. Dat betekent: schoenen uit, riemen af, alles uit je zakken, laptops uit de bagage, door het detectiepoortje en dan alles weer aan, om en in doen. Omdat het nog een uur of drie duurt voor het vliegtuig naar New Orleans vertrekt, slenteren we wat langs de talloze eet-, drink- en snuisterijenwinkeltjes die het vliegveld rijk is, en gaan uiteindelijk in de wachtruimte bij 'onze' gate zitten. Daar verzamelt zich ook een groep Duitsers, van wie enkele een instrument tevoorschijn halen. Weldra weerklinken in de wachtruimte een banjo, een trompet, een viool, een snaartrom en een trombone, die samen een soort NewOrleansJazz opleveren. Iemand zet er een geel bord bij waarop staat: 'Auf geht's nach New Orleans'. Wat ik vrees, blijkt uit te komen: ook in het vliegtuig halen ze op een zeker moment hun instrumenten voor de dag om een paar liedjes te gaan spelen. Even lijkt God daar een stokje voor te steken in de vorm van enige turbulentie (iedereen zitten en riemen vast), maar als de captain een kwartier later het sein 'veilig' geeft, komen de saints alsnog marching in...

     

    's avonds, New Orleans

    “We're just happy we can show you our city”, verklaren Elyse en Roger hun gastvrijheid. Ze zijn ons komen ophalen van het vliegveld, omdat Mattanja en André een duo-gig in Baton Rouge hebben. We zullen de komende dagen logeren in hun huis aan Cambronne Street in New Orleans, waar informele vriendelijkheid is verheven tot een kunstvorm. Een kunstvorm die, als het aan Elyse ligt, rijkelijk versierd wordt met glitterpoeder in alle kleuren van de regenboog, zoals ze dat ook gedaan heeft met de talloze schoenen, hoeden en petten die je overal in hun huis tegenkomt.

    Het huis doet een beetje denken aan Pippi Langkous' Villa Kakelbont. Het is van hout, lichtblauw met lila blinderingen, heeft een veranda aan de straatkant en een serre aan de achterkant. In de achtertuin heeft huisvriend Earl (wiens Gretsch drumstel ik deze maand mag lenen) van Katrina's wrakhout een soort tuinhuis gebouwd dat 'Hoochie Mama's Voodoo Pleasure Lounge' is gedoopt. En uiteraard is Hoochie Mama de nickname van Elyse.

    “Ik weet 't niet”, zegt Elyse als ik haar vraag of zij en Roger eigenlijk gewoon nog hippies zijn. “De hippies horen echt bij de jaren zestig, en toen was ik nog een klein meisje.” (Elyse vierde een week geleden haar vijftigste verjaardag.) “Roger is vijf jaar ouder dan ik, en die was wel een hippie. But why do you ask?”

    “Nou ja, ehm... Roger draagt, als hij niet hoeft te werken (hij doet iets met Unix-systemen), bij voorkeur veelkleurige T-shirts, jij hult je ook in levendige kleuren, jullie huis is niet echt conservatief ingericht, jullie lijken me 'free spirits' bij uitstek... Need I go on?”

    “I see”, lacht Elyse. “Ja, we zijn waarschijnlijk wel een beetje anders dan de gemiddelde Amerikaan, maar we zijn beslist geen uitzonderingen in New Orleans. Deze stad kent relatief veel 'freaks'.”

    “Wacht even: zou je jezelf dus een freak noemen?”

    “Ja”, zegt Elyse zonder aarzelen. Na een korte pauze gaat ze verder: “Well, hippies, freaks... We're just born in New Orleans. Period.”

    En daarom kleden Elyse en Roger zich in hun vrije tijd alsof het alle dagen feest is. Maar wacht: het IS hier in New Orleans in feite ook alle dagen feest. De clubs in de stad – en die zitten niet alleen in Frenchmen Street en Bourbon Street – hebben zeven dagen in de week live muziek, soms zelfs wel twee bands op een avond, en de muziekfestivals zijn niet op de vingers van een hand te tellen. 'Laisse Les Bon Temps Rouler' is meer dan een slogan, het is een mission statement.

     

    01 april

    Mattanja en André zijn ongeveer net zo blij om ons te zien als wij hen. Ze zijn gisteravond pas thuis gekomen toen wij al in bed lagen, dus we zien elkaar deze ochtend pas. We zingen Happy Birthday voor Lidewij en 's middags gaan we met de gehuurde, luxe Ford-bus naar ons eerste optreden in St.Francisville, zo'n twee uur rijden van New Orleans. Net als in New Orleans worden we ook in St. Francisville bijzonder gastvrij onthaald. “You're not in America, you're in Louisiana”, had Elyse vanmorgen gezegd, en ik begin te begrijpen wat ze daarmee bedoelt. We logeren in een van de oudste motels in Amerika, gebouwd in de jaren dertig, toen de populariteit van de auto in een groeispurt zat: houten huisjes met ieder een eigen overkapping waar de auto onder geparkeerd kan worden. “Als ze niet verhuurd zijn, kunnen jullie hier altijd gratis overnachten”, zegt Kevin, de uitbater van het dertig meter verderop gelegen Magnolia Café waar we 's avonds zullen spelen. We maken kennis met Scott, die de optredens in Louisiana zo'n beetje geregeld heeft en worden in Magnolia vergast op de legendarische crawfish boil – rivierkreeftjes die (levend, lieve dierenvrienden) gekookt worden in een heerlijk pittige soep.

    Het eerste optreden gaat wat stroef. Wennen aan de instrumenten en een maand niet samen gespeeld hebben maken het allemaal wat roestig, maar van het publiek (een man of twintig) krijgen we na afloop lovende reacties, wat ook blijkt uit de aandacht voor onze T-shirts en cd's.

    Na het optreden hebben we het gezellig met Kevin, z'n vriendin Lina, Scott en een paar mensen die zijn blijven hangen. Met name Toine neemt het 'mingeling with the locals' vrij serieus. Ik leer dat ik een 'pescetarian' ben, omdat ik geen vlees, maar wel vis eet. Later die avond nemen Kevin en Lina ons mee naar de Blue Room, een bar waar veel dronken locals rondhangen. Een antropologisch paradijsje.

    In de Blue Room, die overigens eerder een donkerbruine indruk maakt, raak ik aan de praat met Lina. Ze vertelt me over haar relatie met Kevin – ze zijn niet getrouwd en zij zal dat ook nooit meer doen: na twee gestrande huwelijken heeft ze haar les geleerd  – en over haar kinderen, met name over haar oudste dochter die op 39-jarige leeftijd is overleden aan kanker.

     

    02 april

    Nadat we door Lina en Kevin zijn meegenomen op een kleine 'gator-tour' (we hebben overigens geen alligators gezien) nemen we afscheid. Op de valreep laat Lina me een oud rooduitgeslagen fotootje zien van een mooi meisje. “Look,  my new friend”, zegt ze, “this was my oldest.”

     

    Op ons gemakje rijden we naar Hammond, waar ons tweede, en naar later blijken zal ook ons derde optreden zal plaatshebben. Onderweg kijk ik m'n ogen uit: bomen in het water, hele stukken weg die op palen over moerasland voeren, schildpadden, Amerikaanse auto's (veel pickups!) en hun inzittenden... veel herken ik uit films, maar in het echt ziet het er toch anders uit. 

    Ons tweede optreden is buiten op een goed geoutilleerd podium, vlak (echt, vijf meter of zo) voor de spoorbaan. Op hetzelfde parkeerterreintje worden hotrods, oldtimers en andere extreme auto's tentoongesteld. De bedoeling van dit evenementje is dat de mensen op vrijdagavond in Hammond City blijven hangen.

    Het podiumgeluid is erg goed. Halverwege onze show komt er een goederentrein voorbij. En een goederentrein in Amerika is, net als veel andere dingen hier, groot. En lang. En luid. Omdat André een gebroken snaar aan het vervangen is, heeft Mattanja een liedje ingezet op haar akoestische gitaar, maar dat wordt volledig overstemd door de trein. Dan is André klaar en zet Mattanja 'Folsom Prison Blues' in – het nummer begint met 'I hear the train coming', vandaar. Het optreden verloopt, in tegenstelling tot dat van gisteren, bijzonder soepel. Niet alleen krijgen we na afloop complimenten over ons improvisatietalent tijdens het passeren van de trein, ook worden we gevraagd om later die avond nog een uurtje te spelen in Cate Street Pub, een café dat tegenover het parkeerterreintje ligt. Ons derde optreden! M'n drumstel hoef ik daar niet op te zetten, omdat ik mag spelen op de Rogers uit 1963 van de andere band die er die avond zal spelen: de driemanscoverband Detective Fish. Het optreden gaat goed, en na afloop is me één ding duidelijk: ik wil ook een Rogers uit 1963!

     

    08-04-2010 om 03:25 geschreven door bradleyscircus  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    29-03-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.André & Mattanja LIVE on WWOZ New Orleans Radiostation
    Mattanja en Andre waren vorige week live te gast bij Radio WWOZ in New Orleans

    Bijlagen:
    WWOZ break away.mp3 (4.5 MB)   
    WWOZ singing to the lord.mp3 (4.8 MB)   
    WWOZ wash me mama.mp3 (4.9 MB)   

    29-03-2010 om 19:57 geschreven door bradleyscircus  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)

    Foto

    Gastenboek
  • doorluchtige hoogheid (ouwe gek)N
  • Re: Olie
  • Genietzaam
  • Hallelujah
  • wow!!!

    Hoe leuk zou het zijn als je een berichtje achterlaat in ons gastenboek!


    Blog als favoriet !

    E-mail sturen?

    Bradley's Circus een e-mail sturen? Dat kan!


    Rondvraag / Poll
    Moet deze blog een poll bevatten?
    Ja joh, da's toch leuk?
    Natuurlijk! Een blog zonder poll is als een bunny zonder shotgun.
    Beslist. Als multinationals het doen, dan zal het wel goed zijn.
    Nee joh, dat hebben jullie toch niet nodig?
    Nooit! Of hebben jullie ook een webshop?
    Ontoelaatbaar. Een poll houdt enkel de illusie in stand dat ieders mening telt.
    Ik bunny voor, ik bunny tegen.
    Het hangt er een beetje van af, vind ik. Het kán natuurlijk leuk zijn.
    Weet je, jullie doen maar.
    ...
    Bekijk resultaat



    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op http://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!