Boomhut
Foto

Inhoud blog
  • Er was eens, een nieuwe blog
  • De koningen brengen voor 2015 meer mee dan goud, wierook en mirre
  • Nooit gedacht dat een les literaire creatie ooit nog als alibi zou dienen
  • Non capisco in Verona
  • Het mysterie van de lelijke panda's

    Foto

    Foto


    Foto

    Foto

    Zoeken in blog


    Woorden kunnen alles
    Wil jij deze blog graag volgen? Tik dan eenvoudig jouw mailadres in de mailinglijst (rechts). Ik hou je op de hoogte van nieuwe berichten. Zomerse groeten, Annemie.
    14-04-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Laplandavonturen, (going North) en toch hebben we warme voeten
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Maandag. We starten onze Laplandavontuur

    Het zomerde bijna in België .
    Toch ruilden ik heel graag de korte zomerjurk in voor thermisch ondergoed en vijf kledinglagen daarboven (al blijkt in de loop van de week dat we het ook met een paar lagen minder kunnen doen).

    Een stuk boven de noordpoolcirkel en net nog 300 km onder Noordkaap vinden wij een frisse plek op aarde.
    Menesjarvi om precies te zijn.
    Een dorp, zoals dat heet. maar veel meer dan een viertal huizen rond het meer vinden we niet.
    Ons hotel was vroeger de school.

    Tegen middernacht, Finse tijd, komen we toe.
    Het is onderweg helemaal donker geworden.
    Heel langzaam, de zon neemt lang de tijd om te vertrekken,
    en dan nog, echt donker is het hier nooit
    want de maan verlicht de sneeuw.
    Wij hebben na de trip meteen nog zin om naar het meer te trekken
    (bevroren uiteraard, 80 cm, maar ik zeg het er toch even bij) 

    We houden mekaar stevig vast,
    niet alleen om niet uit te glijden,
    maar ook omdat we het nog steeds niet goed kunnen geloven
    dat we hier staan, in Lapland, in  Finland.
    En nog sterker
    boven ons danst het

    Noorderlicht

    zo uniek.
    Kippevel.
    De stilte wordt alleen doorbroken
    door onze verwondering.
    De maan ziet dat het goed is
    hoe we op de kickslee over het ijs gaan
    alsof het nog dag is.
    We ademen wolken en toch
    hebben we warme voeten.

    Dinsdag : 50 tinten sneeuw

    We verkleden ons als brandweermannen, daar lijken we toch het meest op in onze thermische pakken.
    Een bijzonder voordeel van die logge kledingstukken is wel dat we er voluit mee in de sneeuw kunnen rollen.
    Vandaag testen we alle sneeuwmateriaal uit en merken hoe handig (of juist niet ) we zijn.
    Zelfs bij min 10 graden zweten we ons te pletter.
    Van de inspanning natuurlijk.
    Eerst meten we onszelf een koppel sneeuwschoenen aan.
    Vroeger leken die stappers op tennisraketten die onder de voeten werden gebonden,
    intussen zijn die hier ook futuristischer.
    Het zou vooral de bedoeling moeten zijn om niet door de sneeuw te zakken als we het bos in lopen.
    Maar weinig ervaren als we zijn, moeten we nog leren vallen en opstaan.
    Dat laatste lijkt op uit een heel lage zachte zetel klauteren.
    We verdiepen ons in sneeuwsporen volgen (vossen, sneeuwhazen, rendieren...)
    doen ons best om de slapende beren niet wakker te maken.
    Daarna klikken we ons vast in skilatten, om glijdend het meer over te steken.
    Het is al meteen duidelijk dat we nog veeeel mogen oefenen.
    Onze gids Marty (beroepshalve rendierhouder) doet het ons nochtans soepel voor.
    De tobogans liggen iedereen een pak beter.

    Ook het kubbenspel is mee op reis en goed bruikbaar in de sneeuw, zo blijkt.
    Ijskristallen versieren intussen ons haar en de diamanten in de sneeuw kleuren echt als een regenboog.
    Voor wie dacht dat sneeuw alleen wit is. Niets van. Hou je hoofd maar eens schuin.
    We ontdekken 50 tinten sneeuw.

     

    Woensdag. Petri de rendierboer en na zijn uren ook een snoeper

    We mogen bij Petri op de rendierboerderij. Hij toont ons hoe we lasso kunnen werpen en als demonstratie vangt hij eerst dochter, bij een volgende demonstratie hoopt hij nog eens dat er een vrouw is die wil doen alsof ze een rendier is, maar ineens is het vrouwelijk gezelschap zwijgzaam.

    Door Petri worden we naar de rendieren gebracht met een slee en we laten ons meteen onderdompelen in een manier van leven waar tijd niks geen rol meer speelt.
    Het kan niet anders of een rendier wordt formidabel in zijn geheel gebruikt : het vlees, de huiden en  de hoornen als kapstok vb.
    Stel je een immens uitgestrekte witte vlakte en aangrenzende bossen voor met 42.000 rendieren die alle ruimte hebben om te groeien, bloeien.

    We voederen de dieren. De dapperen komen zelfs uit de hand eten. De anderen bekijken het voorzichtig van op afstand.
    De stilte is indrukwekkend. We lijken samen met Petri alleen op deze wereld.
    Nu al zullen er sommigen uit het gezelschap moeilijk mee te krijgen zijn naar huis.
    Want Petri voelt zich gigantisch rijk. Toen hij nog jong en knap was (zo zegt hij het zelf) trok hij de wijde wereld in, zelfs tot in L.A.
    Toch heeft hij hier alles wat hij nodig heeft.
    Vooral tijd dan.
    Hij doet wat hij het liefste doet,  kan zijn rekeningen betalen en geniet van de seizoenen.
    "Zo ben je rijk, als je alles hebt wat je wil," vertelt hij. 
    Als iemand hem vraagt wat hij zoal doet in de winter als het ganse dagen donker is, antwoordt hij : "In de zomer hebben we sex en visvangst, in de winter vissen we niet zoveel."
    Alsof het niks is, verbouwt Petri de slee tot een knusse plek om te zitten op de rendiervellen. "De Japanners kopen de rendiergeweien omdat ze denken dat daar de kracht in zit voor de mannen," vertelt Petri, "maar wij weten dat de kracht in het vlees zit en dat eten wij elke dag."
    In geen tijd steekt de rendierboer een kampvuur aan.

    Op de sneeuw.

    Zo eenvoudig als wat.
    Een watermoor hangt boven het vuur, zodat we even later gezellig op de thee zitten.
    Op een rendiervel.
    Onder de blauwe hemel.
    Met rustig herkauwende rendieren rond ons.
    Meer hoeft echt niet.
    Mogen we niet gewoon blijven?

    Donderdag. We eten vis vanavond of toch niet?

    Er staan contrasten op de menu vandaag.
    Snel en traag.
    Veel lawaai en in alle rust.
    Maar die twee combineren wonderwel.
    We trekken er met de sneeuwscooter op uit en de jeugd is superenthousiast dat de meesten van hen ook zelf mogen rijden.
    Dus hebben we meer geïnteresseerden om te sturen, dan om achterop te zitten.
    Rijden is makkelijk zo blijkt, zonder verkeersregels op het meer, tegen 100km per uur. Finland is bekend om zijn uitgestrekte meren, waarop grote afstanden kunnen afgelegd worden.
    We volgen vandaag Marty die ons gelijk het ijsvissen wil leren.
    Op een uithoek van het meer boren we gaten, in de hoop dat we er ook snoek of pike kunnen bovenhalen.
    Die mogen we dan zelf roken in de rookhut.
    Het rare is, dat iedereen in begin wat onwennig en ook lacherig bij zijn (ijs)gat zit te turen.
    Maar na een tijd valt onze euro.
    Wat als je echt moet leven van wat je vangt?
    Wat als je op een plek zit waar anders niks eetbaars is?
    (een spar of Aldi ben ik hier tot nog toe niet tegengekomen)
    Dan vallen de gesprekken stil. Marty was al die tijd al zwijgzaam.
    We verwonderen ons om de verschillende kleuren ijs in de gaten.
    We hopen echt op een gigantische vis op de gril.
    We worden zelfs helemaal stil,

    Omdat de natuur dat zo wil.
    We gaan helemaal op in de plek waar we zitten.

    Maar een vis?
    Die vingen we zelf niet.
    We vonden er wel eentje in het net dat Marty in november onder het ijs had getrokken.
    Toegegeven, de Sami hier hebben vernuftige systemen om vis te vangen.
    Of hoe mensen zich zo knap aanpassen aan het ijs.


    Vrijdag : We ruiken naar hond vandaag
    Hiervoor kwamen we naar Lapland.
    Voor de huskytochten.
    De husky's en wolfshonden zien er op foto's al heel aaibaar uit.
    Eerlijk.
    In het echt zijn ze formidabel aimabel.
    Bij aankomst op de hyskyfarm heb ik nochtans een Twilight in de winter gevoel.
    De honden blaffen en huilen van contentement alsof ze op schoolreis gaan.
    Bij momenten lijkt het alsof ze tegen elkaar opzingen.
    Heel levendige dieren dus, die niets liever doen dan er met de slee op uit trekken.
    Het is zeker niet iets dat ze tegen hun goesting doen, zo verzekert ons de hondentrainster Inga. Ik geloof haar meteen.

    Zelfs Gaia zou hier geen bezwaar hebben.
    Dochter, die in het normale leven geen hond dichtbij in de buurt wil hebben, helpt nu mee om de honden in te spannen voor de slee.
    Zes husky's gaan er mee per slee. We organiseren vijf spannen.
    Dus het geblaf is indrukwekkend.
    Tussendoor probeert Inga ons een mondvol Fins te leren, zodat ze straks onze eigen span kunnen mennen.

    Ze hoopt dat toch dat we dat zullen kunnen na zo een spoedcursus.
    We leren ook nog in de rapte de namen van de honden die de span leiden.
    Dan zijn we er klaar voor, of toch zo goed als.
    De spannen volgen mekaar, glijdend over de sneeuw.
    De vlokken spatten op.
    Onder ons kraakt de sneeuw.
    Naast ons een maagdelijk sneeuwvlak. Geen vogel liet sporen na.
    Om af te koelen bijten de honden af en toe in de sneeuw.
    Het gaat hard, heel hard.
    Helemaal onwerkelijk om over de Finse vlakte met een slee door het witte landschap te snijden.
    De sterke mannen staan achterop de slee. Wij dames laten ons vervoeren op een rendierhuid bovenop de slee.

    Het gaat zalig goed tot er van alles gelijk gebeurt als we het bos intrekken en ik de boomstammen links en rechts gevaarlijk dicht zie komen.
    Ter info : Bij het begin van het onderstaande hebben we ongeveer 20 m afstand met de vorig span van zoon en dochter.
    Een van de boomstammen komt gevaarlijk dicht bij de slee.
    Om de slee ook te bestuderen zijn we echt nog te onervaren.
    Dus hopen we dat de husky's weten wat we doen.
    Niet altijd dus.
    Met een klap, ketst het hout tegen onze slee. Echtgenoot vliegt ervan af, maar dat merk ik te laat. In de verwarring roept hij nog om  verder te rijden.

    De husky's denken vast : och, dat gaat inderdaad vlot. Ze versnellen nog.

    We naderen veel te vlug de span van zoon. Ik gil het bevel om te stoppen, maar we zijn al te dicht genaderd. Dus komt zoon met zijn voet klem te zitten tussen de twee sleeën. De husky's zijn intussen wel gestopt. Dochter springt uit de slee, waardoor zoon nog meer vast komt te zitten. Ik vrees al het ergste, spring ook uit de slee. Raak een halve meter diep in de sneeuw. Sukkel mij eruit, maar kan zoon niet gaan helpen, omdat iemand op de rem van onze slee moet staan. Anders rent onze span zomaar het bos in.
    Het duurt dus even voor iedereen gered is, maar we houden er wonderwel niet al te veel ernstigs aan over. 
    Echtgenoot heeft wel recht op een massage van tijgerbalsem.

    De rest van de tocht genieten we van al het unieks dat op ons afkomt.
    Er worden meteen plannen gemaakt om deze tocht nog eens over te doen.
    De jeugd komt hier op huwelijksreis. Wie weet.
    We ruiken ook zalig naar hond.  


    Zaterdag : Going Wild

    Onze fantasie neemt met ons een loopje bij de menu van vandaag : Wildernis tocht.

    We hopen er al op om met pijl en boog een arend te leren vangen of toch een vis te vangen en te bakken boven een vuur in het bos. Bij gebrek aan vlees en vis willen we het ook met mos en zwammen doen.

    Niets van dat alles, of toch bijna niets.

    Linda neemt ons door het bos mee met de sneeuwschoenen, we zijn intussen al superervaren en stappen slepend achter onze gidse aan.

    De wildernis tocht heeft al van bij het begin de allure van een live en 4D National Geographic aflevering. Betoverend mooi dus.

    Het viel me eerder deze week al op, de Finnen willen ons echt iets leren, ze willen tonen hoe ze leven en hopen echt dat we daar iets van opsteken. Bij mij duurt het even voor mijn euro valt (zo blijkt later).

    Ook Linda laat ons proeven van de pure Finse natuur, met een uiterst zuivere lucht. Dat kunnen we zien aan de soorten zwammen die alleen hier groeien. Onze gidse zorgt ervoor dat ik absoluut klaargestoomd ben om in het wild te kunnen overleven. Ik zou het moeten kunnen, want ik weet hoe ik een stevige iglo kan bouwen om erin te slapen, hoe vallen kunnen opgezet worden, hoe de sporen gevonden worden, welke zwammen eetbaar zijn. We proefden trouwens al besjes want deze week hier is ineens de lente het land ingeslopen. Bij het begin lag het bos nog volledig wit, nu piept het eerste mos bij de voeten van de bomen al onder de sneeuw uit. Linda toont ons ook een zwam op een zilverberk (prachtige bomen zijn dat toch) waarmee thee kan gemaakt worden vol antioxidanten.

    Tegen de middag gaan we aan de slag in een houten ronde hut met open haard in het midden. Alsof we het nooit anders deden, snijden we hout in zodat het beter brandt. We braden rendierworstjes met aardappelen, een Finse versie van WAP, en bakken ook pannenkoeken boven het vuur. Dat er af en toe een sintel in de pannenkoek terecht komt, vindt niemand erg. Bij dit alles hoort natuurlijk de thee van de zwam uit het bos.

    Wist je trouwens dat elke Sami  zijn eigen tas heeft, gemaakt uit een verdikking in een zilverberk? Die tas gaat levenslang mee. Elke fin die we tegenkomen draagt ook een mes met zich mee.  

     

    Maandag : terug thuis. En nu?

    Een reis blijft altijd een hele tijd aan me kleven. Zeker ook nu.

    We kwamen de afgelopen tijd niet zoveel mensen tegen. Dat kan ook moeilijk anders in een gebied waar 2 volledige mensen wonen per km².

    Toch viel het me op dat de Sami die we tegenkwamen gigantisch nederig zijn (dat is echt wel het goeie woord). Elk van hen heeft een eigen verhaal te vertellen, een bijzonder verhaal zelfs vaak, en toch blijven ze heel erg nederig. Ik begreep dat de afgelopen week niet echt, tot vandaag mijn euro viel.

    Natuurlijk. Dat is het.

    Het Finse landschap, en zeker de natuur in Lapland is zo overweldigend, zo overmeesterend, zo indrukwekkend dat een mens zich maar beter kan naar schikken. Sami hebben zich aangepast aan de natuur en maken zo goed als dat gaat ook gebruik van de ruwheid ervan. Met het grootste respect gaan ze met alles rond hen om. We zagen wat de natuur deed toen de jongens de laatste dag nog eens wilden ijsvissen. Ze mochten met de kickslee en visgerei achteraan in een tobogan op het meer.

    Ze maakten zelf ijsgaten en gingen zitten.

    Stil.

    Tot Rust gebracht door het witte landschap.  

     

    Het zou fantastisch zijn als al die schoonheid nog lang mag blijven. Ik duim alleszins.

     

    Vandaag op boodschap kon ik het niet laten. Mijn winkelkar werd een kickslee waarmee ik de parking over gleed. Volgende winter zorg ik voor sneeuwschoenen.

     

     

    Maandag. We starten onze Laplandavontuur

    Het zomerde bijna in België .
    Toch ruilden ik heel graag de korte zomerjurk in voor thermisch ondergoed en vijf kledinglagen daarboven (al blijkt in de loop van de week dat we het ook met een paar lagen minder kunnen doen).

    Een stuk boven de noordpoolcirkel en net nog 300 km onder Noordkaap vinden wij een frisse plek op aarde.
    Menesjarvi om precies te zijn.
    Een dorp, zoals dat heet. maar veel meer dan een viertal huizen rond het meer vinden we niet.
    Ons hotel was vroeger de school.

    Tegen middernacht, Finse tijd, komen we toe.
    Het is onderweg helemaal donker geworden.
    Heel langzaam, de zon neemt lang de tijd om te vertrekken,
    en dan nog, echt donker is het hier nooit
    want de maan verlicht de sneeuw.
    Wij hebben na de trip meteen nog zin om naar het meer te trekken
    (bevroren uiteraard, 80 cm, maar ik zeg het er toch even bij) 

    We houden mekaar stevig vast,
    niet alleen om niet uit te glijden,
    maar ook omdat we het nog steeds niet goed kunnen geloven
    dat we hier staan, in Lapland, in  Finland.
    En nog sterker
    boven ons danst het

    Noorderlicht

    zo uniek.
    Kippevel.
    De stilte wordt alleen doorbroken
    door onze verwondering.
    De maan ziet dat het goed is
    hoe we op de kickslee over het ijs gaan
    alsof het nog dag is.
    We ademen wolken en toch
    hebben we warme voeten.

    Dinsdag : 50 tinten sneeuw

    We verkleden ons als brandweermannen, daar lijken we toch het meest op in onze thermische pakken.
    Een bijzonder voordeel van die logge kledingstukken is wel dat we er voluit mee in de sneeuw kunnen rollen.
    Vandaag testen we alle sneeuwmateriaal uit en merken hoe handig (of juist niet ) we zijn.
    Zelfs bij min 10 graden zweten we ons te pletter.
    Van de inspanning natuurlijk.
    Eerst meten we onszelf een koppel sneeuwschoenen aan.
    Vroeger leken die stappers op tennisraketten die onder de voeten werden gebonden,
    intussen zijn die hier ook futuristischer.
    Het zou vooral de bedoeling moeten zijn om niet door de sneeuw te zakken als we het bos in lopen.
    Maar weinig ervaren als we zijn, moeten we nog leren vallen en opstaan.
    Dat laatste lijkt op uit een heel lage zachte zetel klauteren.
    We verdiepen ons in sneeuwsporen volgen (vossen, sneeuwhazen, rendieren...)
    doen ons best om de slapende beren niet wakker te maken.
    Daarna klikken we ons vast in skilatten, om glijdend het meer over te steken.
    Het is al meteen duidelijk dat we nog veeeel mogen oefenen.
    Onze gids Marty (beroepshalve rendierhouder) doet het ons nochtans soepel voor.
    De tobogans liggen iedereen een pak beter.

    Ook het kubbenspel is mee op reis en goed bruikbaar in de sneeuw, zo blijkt.
    Ijskristallen versieren intussen ons haar en de diamanten in de sneeuw kleuren echt als een regenboog.
    Voor wie dacht dat sneeuw alleen wit is. Niets van. Hou je hoofd maar eens schuin.
    We ontdekken 50 tinten sneeuw.

     

    Woensdag. Petri de rendierboer en na zijn uren ook een snoeper

    We mogen bij Petri op de rendierboerderij. Hij toont ons hoe we lasso kunnen werpen en als demonstratie vangt hij eerst dochter, bij een volgende demonstratie hoopt hij nog eens dat er een vrouw is die wil doen alsof ze een rendier is, maar ineens is het vrouwelijk gezelschap zwijgzaam.

    Door Petri worden we naar de rendieren gebracht met een slee en we laten ons meteen onderdompelen in een manier van leven waar tijd niks geen rol meer speelt.
    Het kan niet anders of een rendier wordt formidabel in zijn geheel gebruikt : het vlees, de huiden en  de hoornen als kapstok vb.
    Stel je een immens uitgestrekte witte vlakte en aangrenzende bossen voor met 42.000 rendieren die alle ruimte hebben om te groeien, bloeien.

    We voederen de dieren. De dapperen komen zelfs uit de hand eten. De anderen bekijken het voorzichtig van op afstand.
    De stilte is indrukwekkend. We lijken samen met Petri alleen op deze wereld.
    Nu al zullen er sommigen uit het gezelschap moeilijk mee te krijgen zijn naar huis.
    Want Petri voelt zich gigantisch rijk. Toen hij nog jong en knap was (zo zegt hij het zelf) trok hij de wijde wereld in, zelfs tot in L.A.
    Toch heeft hij hier alles wat hij nodig heeft.
    Vooral tijd dan.
    Hij doet wat hij het liefste doet,  kan zijn rekeningen betalen en geniet van de seizoenen.
    "Zo ben je rijk, als je alles hebt wat je wil," vertelt hij. 
    Als iemand hem vraagt wat hij zoal doet in de winter als het ganse dagen donker is, antwoordt hij : "In de zomer hebben we sex en visvangst, in de winter vissen we niet zoveel."
    Alsof het niks is, verbouwt Petri de slee tot een knusse plek om te zitten op de rendiervellen. "De Japanners kopen de rendiergeweien omdat ze denken dat daar de kracht in zit voor de mannen," vertelt Petri, "maar wij weten dat de kracht in het vlees zit en dat eten wij elke dag."
    In geen tijd steekt de rendierboer een kampvuur aan.

    Op de sneeuw.

    Zo eenvoudig als wat.
    Een watermoor hangt boven het vuur, zodat we even later gezellig op de thee zitten.
    Op een rendiervel.
    Onder de blauwe hemel.
    Met rustig herkauwende rendieren rond ons.
    Meer hoeft echt niet.
    Mogen we niet gewoon blijven?

    Donderdag. We eten vis vanavond of toch niet?

    Er staan contrasten op de menu vandaag.
    Snel en traag.
    Veel lawaai en in alle rust.
    Maar die twee combineren wonderwel.
    We trekken er met de sneeuwscooter op uit en de jeugd is superenthousiast dat de meesten van hen ook zelf mogen rijden.
    Dus hebben we meer geïnteresseerden om te sturen, dan om achterop te zitten.
    Rijden is makkelijk zo blijkt, zonder verkeersregels op het meer, tegen 100km per uur. Finland is bekend om zijn uitgestrekte meren, waarop grote afstanden kunnen afgelegd worden.
    We volgen vandaag Marty die ons gelijk het ijsvissen wil leren.
    Op een uithoek van het meer boren we gaten, in de hoop dat we er ook snoek of pike kunnen bovenhalen.
    Die mogen we dan zelf roken in de rookhut.
    Het rare is, dat iedereen in begin wat onwennig en ook lacherig bij zijn (ijs)gat zit te turen.
    Maar na een tijd valt onze euro.
    Wat als je echt moet leven van wat je vangt?
    Wat als je op een plek zit waar anders niks eetbaars is?
    (een spar of Aldi ben ik hier tot nog toe niet tegengekomen)
    Dan vallen de gesprekken stil. Marty was al die tijd al zwijgzaam.
    We verwonderen ons om de verschillende kleuren ijs in de gaten.
    We hopen echt op een gigantische vis op de gril.
    We worden zelfs helemaal stil,

    Omdat de natuur dat zo wil.
    We gaan helemaal op in de plek waar we zitten.

    Maar een vis?
    Die vingen we zelf niet.
    We vonden er wel eentje in het net dat Marty in november onder het ijs had getrokken.
    Toegegeven, de Sami hier hebben vernuftige systemen om vis te vangen.
    Of hoe mensen zich zo knap aanpassen aan het ijs.


    Vrijdag : We ruiken naar hond vandaag
    Hiervoor kwamen we naar Lapland.
    Voor de huskytochten.
    De husky's en wolfshonden zien er op foto's al heel aaibaar uit.
    Eerlijk.
    In het echt zijn ze formidabel aimabel.
    Bij aankomst op de hyskyfarm heb ik nochtans een Twilight in de winter gevoel.
    De honden blaffen en huilen van contentement alsof ze op schoolreis gaan.
    Bij momenten lijkt het alsof ze tegen elkaar opzingen.
    Heel levendige dieren dus, die niets liever doen dan er met de slee op uit trekken.
    Het is zeker niet iets dat ze tegen hun goesting doen, zo verzekert ons de hondentrainster Inga. Ik geloof haar meteen.

    Zelfs Gaia zou hier geen bezwaar hebben.
    Dochter, die in het normale leven geen hond dichtbij in de buurt wil hebben, helpt nu mee om de honden in te spannen voor de slee.
    Zes husky's gaan er mee per slee. We organiseren vijf spannen.
    Dus het geblaf is indrukwekkend.
    Tussendoor probeert Inga ons een mondvol Fins te leren, zodat ze straks onze eigen span kunnen mennen.

    Ze hoopt dat toch dat we dat zullen kunnen na zo een spoedcursus.
    We leren ook nog in de rapte de namen van de honden die de span leiden.
    Dan zijn we er klaar voor, of toch zo goed als.
    De spannen volgen mekaar, glijdend over de sneeuw.
    De vlokken spatten op.
    Onder ons kraakt de sneeuw.
    Naast ons een maagdelijk sneeuwvlak. Geen vogel liet sporen na.
    Om af te koelen bijten de honden af en toe in de sneeuw.
    Het gaat hard, heel hard.
    Helemaal onwerkelijk om over de Finse vlakte met een slee door het witte landschap te snijden.
    De sterke mannen staan achterop de slee. Wij dames laten ons vervoeren op een rendierhuid bovenop de slee.

    Het gaat zalig goed tot er van alles gelijk gebeurt als we het bos intrekken en ik de boomstammen links en rechts gevaarlijk dicht zie komen.
    Ter info : Bij het begin van het onderstaande hebben we ongeveer 20 m afstand met de vorig span van zoon en dochter.
    Een van de boomstammen komt gevaarlijk dicht bij de slee.
    Om de slee ook te bestuderen zijn we echt nog te onervaren.
    Dus hopen we dat de husky's weten wat we doen.
    Niet altijd dus.
    Met een klap, ketst het hout tegen onze slee. Echtgenoot vliegt ervan af, maar dat merk ik te laat. In de verwarring roept hij nog om  verder te rijden.

    De husky's denken vast : och, dat gaat inderdaad vlot. Ze versnellen nog.

    We naderen veel te vlug de span van zoon. Ik gil het bevel om te stoppen, maar we zijn al te dicht genaderd. Dus komt zoon met zijn voet klem te zitten tussen de twee sleeën. De husky's zijn intussen wel gestopt. Dochter springt uit de slee, waardoor zoon nog meer vast komt te zitten. Ik vrees al het ergste, spring ook uit de slee. Raak een halve meter diep in de sneeuw. Sukkel mij eruit, maar kan zoon niet gaan helpen, omdat iemand op de rem van onze slee moet staan. Anders rent onze span zomaar het bos in.
    Het duurt dus even voor iedereen gered is, maar we houden er wonderwel niet al te veel ernstigs aan over. 
    Echtgenoot heeft wel recht op een massage van tijgerbalsem.

    De rest van de tocht genieten we van al het unieks dat op ons afkomt.
    Er worden meteen plannen gemaakt om deze tocht nog eens over te doen.
    De jeugd komt hier op huwelijksreis. Wie weet.
    We ruiken ook zalig naar hond.  


    Zaterdag : Going Wild

    Onze fantasie neemt met ons een loopje bij de menu van vandaag : Wildernis tocht.

    We hopen er al op om met pijl en boog een arend te leren vangen of toch een vis te vangen en te bakken boven een vuur in het bos. Bij gebrek aan vlees en vis willen we het ook met mos en zwammen doen.

    Niets van dat alles, of toch bijna niets.

    Linda neemt ons door het bos mee met de sneeuwschoenen, we zijn intussen al superervaren en stappen slepend achter onze gidse aan.

    De wildernis tocht heeft al van bij het begin de allure van een live en 4D National Geographic aflevering. Betoverend mooi dus.

    Het viel me eerder deze week al op, de Finnen willen ons echt iets leren, ze willen tonen hoe ze leven en hopen echt dat we daar iets van opsteken. Bij mij duurt het even voor mijn euro valt (zo blijkt later).

    Ook Linda laat ons proeven van de pure Finse natuur, met een uiterst zuivere lucht. Dat kunnen we zien aan de soorten zwammen die alleen hier groeien. Onze gidse zorgt ervoor dat ik absoluut klaargestoomd ben om in het wild te kunnen overleven. Ik zou het moeten kunnen, want ik weet hoe ik een stevige iglo kan bouwen om erin te slapen, hoe vallen kunnen opgezet worden, hoe de sporen gevonden worden, welke zwammen eetbaar zijn. We proefden trouwens al besjes want deze week hier is ineens de lente het land ingeslopen. Bij het begin lag het bos nog volledig wit, nu piept het eerste mos bij de voeten van de bomen al onder de sneeuw uit. Linda toont ons ook een zwam op een zilverberk (prachtige bomen zijn dat toch) waarmee thee kan gemaakt worden vol antioxidanten.

    Tegen de middag gaan we aan de slag in een houten ronde hut met open haard in het midden. Alsof we het nooit anders deden, snijden we hout in zodat het beter brandt. We braden rendierworstjes met aardappelen, een Finse versie van WAP, en bakken ook pannenkoeken boven het vuur. Dat er af en toe een sintel in de pannenkoek terecht komt, vindt niemand erg. Bij dit alles hoort natuurlijk de thee van de zwam uit het bos.

    Wist je trouwens dat elke Sami  zijn eigen tas heeft, gemaakt uit een verdikking in een zilverberk? Die tas gaat levenslang mee. Elke fin die we tegenkomen draagt ook een mes met zich mee.  

     

    Maandag : terug thuis. En nu?

    Een reis blijft altijd een hele tijd aan me kleven. Zeker ook nu.

    We kwamen de afgelopen tijd niet zoveel mensen tegen. Dat kan ook moeilijk anders in een gebied waar 2 volledige mensen wonen per km².

    Toch viel het me op dat de Sami die we tegenkwamen gigantisch nederig zijn (dat is echt wel het goeie woord). Elk van hen heeft een eigen verhaal te vertellen, een bijzonder verhaal zelfs vaak, en toch blijven ze heel erg nederig. Ik begreep dat de afgelopen week niet echt, tot vandaag mijn euro viel.

    Natuurlijk. Dat is het.

    Het Finse landschap, en zeker de natuur in Lapland is zo overweldigend, zo overmeesterend, zo indrukwekkend dat een mens zich maar beter kan naar schikken. Sami hebben zich aangepast aan de natuur en maken zo goed als dat gaat ook gebruik van de ruwheid ervan. Met het grootste respect gaan ze met alles rond hen om. We zagen wat de natuur deed toen de jongens de laatste dag nog eens wilden ijsvissen. Ze mochten met de kickslee en visgerei achteraan in een tobogan op het meer.

    Ze maakten zelf ijsgaten en gingen zitten.

    Stil.

    Tot Rust gebracht door het witte landschap.  

     

    Het zou fantastisch zijn als al die schoonheid nog lang mag blijven. Ik duim alleszins.

     

    Vandaag op boodschap kon ik het niet laten. Mijn winkelkar werd een kickslee waarmee ik de parking over gleed. Volgende winter zorg ik voor sneeuwschoenen.

     

     


    14-04-2014, 18:10 geschreven door Annemie Dufromont  

    Reageer (1)

    08-04-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.En toch hebben we warme voeten (eerste versie)

    Dit reisverslag zit niet helemaal chronologisch. Het daagt jullie uit om de dagen juist naeen te zetten.
    Maar eigenlijk hoeft dat zelfs niet.
    Het probleem is, dat ik kopie/paste niet zo gemakkelijk vertaal vanuit het Fins. Voorlopig toch.

    Vrijdag : We ruiken naar hond vandaag

    Hiervoor kwamen we naar Lapland.
    Voor de huskytochten.
    De husky's en wolfshonden zien er op foto's al heel aaibaar uit.
    Eerlijk.
    In het echt zijn ze formidabel aimabel.
    Bij aankomst op de hyskyfarm heb ik nochtans een twilight in de winter gevoel.
    De honden blaffen en huilen van contentement alsof ze op schoolreis gaan.
    Bij momenten lijkt het alsof ze tegen elkaar opzingen.
    Heel levendige dieren dus, die niets liever doen dan er met de slee op uit trekken.
    Het is zeker niet iets dat ze tegen hun goesting doen, zo verzekert ons de hondentrainster Inga. Ik geloof haar meteen.
    Dochter, die in het normale leven geen hond dichtbij in de buurt wil hebben, helpt nu mee om de honden in te spannen voor de slee.
    Zes husky's gaan er mee per slee. We organiseren vijf slee's.
    Dus het geblaf is indrukwekkend.
    Tussendoor probeert Inga ons een mondvol Fins te leren, zodat ze straks onze eigen span kunnen mennen.
    We leren ook nog in de rapte de namen van de honden die de span leiden.
    Dan zijn we er klaar voor, of toch zo goed als.
    De spannen volgen mekaar, glijdend over de sneeuw.
    De vlokken spatten op.
    Onder ons kraakt de sneeuw.
    Naast ons een maagdelijk sneeuwvlak. Geen vogel liet sporen na.
    Om af te koelen bijten de honden af en toe in de sneeuw.
    Het gaat hard, heel hard.
    Helemaal onwerkelijk om over de Finse vlakte met een slee door het witte landschap te snijden.
    De sterke mannen staan achterop de slee. Wij dames laten ons vervoeren op een rendierhuid bovenop de slee.

    Het gaat zalig goed tot er vanalles gelijk gebeurt als we het bos intrekken en ik de boomstammen links en rechts gevaarlijk dicht zie komen.
    Ter info : Bij het begin van het onderstaande hebben we ongeveer 20 m afstand met de vorig span van zoon en dochter.
    Een van de boomstammen komt gevaarlijk dicht bij de slee.
    Om de slee ook te bestuderen zijn ze nog te onervaren.
    Dus hopen we dat de husky's weten wat we doen.
    Niet altijd dus.
    Met een klap, ketst het hout tegen onze slee. Echtgenoot vliegt ervan af, maar dat merk ik te laat. In de verwarring roept hij nog om  verder te rijden. De husky's denken vast : och, dat gaat inderdaad vlot. Ze versnellen nog. We naderen veel te vlug de span van zoon. Ik gil het bevel om te stoppen, maar we zijn al te dicht genaderd. Dus komt zoon met zijn voet klem te zitten tussen de twee slee's in. De husky's zijn intussen wel gestopt. Dochter springt uit de slee, waardoor zoon nog meer vast komt te zitten. Ik vrees al het ergste, spring ook uit mijn slee. Raak een halve meter diep in de sneeuw. Sukkel mij eruit, maar kan zoon niet gaan helpen, omdat iemand op de rem van onze slee moet staan. Aners rent onze span zomaar het bos in.
    Het duurt dus even voor iedereen gered is, maar we houden er wonderwel niet al te veel ernstigs aan over. 
    Echtgenoot heeft wel recht op een massage van tijgerbalsem.

    De rest van de tocht genieten we van al het unieks dat op ons afkomt.
    Er worden meteen plannen gemaakt om deze tocht nog eens over te doen.
    De jeugd komt hier op huwelijksreis. Wie weet.
    We ruiken ook zalig naar hond.  


    Woensdag. Petri de rendierboer en na zijn uren ook een snoeper

    Het kan niet anders of een rendier wordt formidabel in zijn geheel gebruikt . het vleesm de huidenm de hoornen als kapstok vb.
    We mogen bij Petri op de rendierboerderij.
    Stel je een immens uitgestrekte witte vlakte voor met 42.000 rendieren die alle ruimte hebben om te groeien, bloeien.
    We worden er door Petri heengebracht met een slee en laten ons meteen onderdompelen in een manier van leven waar tijd niks geen rol meer speelt.
    We voederen de dieren. De dappere komen zelfs uit de hand eten. De anderen bekijken het voorzichtig vanop afstand.
    De stilte is indrukwekkend. We lijken samen met Petri even alleen op deze wereld.
    Nu al zullen er sommigen uit het gezelschap moeilijk mee te krijgen zijn naar huis.
    Want Petri voelt zich gigantisch rijk en is dat ook. Toen hij nog jong en knap was (zo zegt hij het zelf) trok hij de wijde wereld in, zelfs tot in L.A.
    Toch heeft hij hier alles wat hij nodig heeft.
    Vooral tijd dan.
    Hij doet wat hij het liefste doet,  kan zijn rekeningen betalen en geniet van de seizoenen.
    "Zo ben je rijk, als je alles hebt wat je wil," vertelt Petri. 
    Als iemand hem vraagt wat hij zoal doet in de winter als het ganse dagen donker is, antwoordt hij : "In de zomer hebben we sex en visvangst, in de winter vissen we niet zoveel."
    Alsof het niks is, verbouwt Petri de slee tot een knusse plek om te zitten op de rendiervellen. "De Japanners kopen de rendiergeweien omdat ze denken dat daar de kracht in zit voor de mannen," vertelt Petri, "maar wij weten dat de kracht in het vlees zit en dat eten wij elke dag."
    In geen tijd steekt Petri een kampvuur aan. Op de sneeuw. Zo eenvoudig als wat.
    Een watermoor hangt boven het vuur, zodat we even later gezellig op de thee zitten.
    Op een rendiervel.
    Onder de blauwe hemel.
    Met rustig herkauwende rendieren rond ons.
    Meer hoeft echt niet.
    Mogen we niet gewoon blijven?

    Donderdag. We eten vis vanavond of toch niet?

    Er staan contrasten op de menu vandaag.
    Snel en traag.
    Veel lawaai en in alle rust.
    Maar die twee combineren wonderwel.
    We trekken er met de sneeuwscooter op uit en de jeugd is superblij dat de meesten van hen ook zelf mogen rijden.
    Dus hebben we meer geïnteresseerden om te rijden dan om achterop te zitten.
    Rijden is makkelijk zo blijkt, zonder verkeersregels op het meer, tegen 100km per uur. Finland is bekend om zijn meren.
    We volgen vandaag Marty die ons gelijk het ijsvissen wil leren.
    Op een uithoek van het meer boren we gaten, in de hoop dat we er ook snoek of pike kunnen bovenhalen.
    Die mogen we dan zelf roken in de rookhut.
    Het rare is, dat iedereen in begin wat onwennig en ook lacherig bij zijn (ijs)gat zit te turen.
    Maar na een tijd valt onze euro.
    Wat als je echt moet leven van wat je vangt?
    Wat als je op een plek zit waar anders niks eetbaars is?
    (een spar of Aldi ben ik hier tot nog toe niet tegengekomen)
    Dan vallen de gesprekken stil. Marty was al die tijd al zwijgzaam.
    We verwonderen ons om de verschillende kleuren ijs in de gaten.
    We hopen echt op een gigantische vis op de gril.
    We worden zelfs helemaal Zen.
    We gaan helemaal op in de plek waar we zitten.

    Maar een vis?
    Die vingen we zelf niet.
    Och, hoe jammer.
    We vonden er wel eentje in het net dat Marty in november onder het ijs had getrokken.
    Toegegeven, de lappen hier hebben vernuftige systhemen om vis te vangen.
    Of hoe mensen zich zo knap aanpassen aan het ijs.


    Maandag. We starten onze laplandavonturen

    Het zomerde bijna in België .
    Toch ruilden ik heel graag de korte zomerjurk in voor thermisch ondergoed en nog vijf lagen daarboven (al blijkt in de loop van de week dat we het ook met een paar lagen minder kunnen doen.)

     Een stuk boven de kerstman en de noordpoolcirkel en net nog 300 km onder Noordkaap. Een frisse plek op aarde dus.
    Menesjarvi om precies te zijn.
    Een dorp, zoals dat heet. maar veel meer dan een viertal huizen rond het meerm vinden we niet.
    Ons hotel was vroeger de school.

    Tegen middernacht, Finse tijd, komen we toe.
    Het is onderweg helemaal donker geworden.
    Heel langzaam, de zon neemt lang de tijd om te vertrekken,
    en dan nog, echt donker is het hier nooit
    want de maan verlicht de sneeuw.
    Wij hebben na de trip meteen nog zin om naar het meer te trekken
    (bevroren uiteraard, 80 cm, maar ik zeg het er toch even bij) 

    We houden mekaar stevig vast,
    niet alleen om niet uit te glijden,
    maar ook omdat we het nog steeds niet goed kunnen geloven
    dat we hier staan, in Lapland, in  Finland.
    En nog sterker
    boven ons danst het

    Noorderlicht

    zo uniek.
    Kippevel.
    De stilte wordt alleen doorbroken
    door onze verwondering.
    De maan ziet dat het goed is
    hoe we op de slee over het ijs gaan
    alsof het nog dag is.
    We ademen wolken en toch
    hebben we warme voeten.

    Dinsdag : 50 tinten sneeuw

    We verkleden ons als brandweermannen, daar lijken we toch het meest op in onze thermische pakken.
    Een bijzonder voordeel van die logge kledingstukken is wel dat we er voluit mee in de sneeuw kunnen rollen.
    Vandaag testen we alle sneeuwmateriaal uit en merken hoe handig (of juist niet ) we zijn.
    Zelfs bij min 10 graden zweten we ons te pletter.
    Van de inspanning natuurlijk.
    Eerst meten we onszelf een koppel sneeuwschoenen aan.
    Vroeger leken die stappers op tennisraketten die onder de voeten werden gebonden,
    intussen zijn die hier ook futuristischer.
    Het zou vooral de bedoeling moeten zijn om niet door de sneeuw te zakken als we het bos in lopen.
    Maar weinig ervaren als we zijn, leren we vallen en opstaan.
    Dat laatste lijkt op uit een heel diepe zetel klauteren.
    We verdiepen ons in sneeuwsporen volgen (vossen, sneeuwkonijnen, rendieren...)
    doen ons best om de slapende beren niet wakker te maken.
    Daarna klikken we ons vast in skilatten, om glijdend het meer over te steken.
    Het is al meteen duidelijk dat we nog veeeel mogen oefenen.
    Onze gids Marty doet het ons nochtans soepel voor.
    De tobogans liggen iedereen een pak beter.

    Ook het kubbenspel is mee op reis en goed bruikbaar in de sneeuw, blijkt.
    Ijskristallen versieren intussen ons haar en de diamanten in de sneeuw kleuren echt als een regenboog.
    Voor wie dacht dat sneeuw alleen wit is. Niets van.
    We ontdekken 50 tinten sneeuw.

    08-04-2014, 00:00 geschreven door Annemie Dufromont  

    Reageer (1)

    14-02-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Samen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen






    Geniet gulzig van

    Liever leven samen

    Vol graag zien

    Elkaar bewandelen, ontdekken

    Jaar na jaar groeien

    Open bloeien, herontdekken

    14-02-2014, 16:21 geschreven door Annemie Dufromont  

    Reageer (0)

    30-08-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Go west dag 21 - 23 augustus : waarom Thor niet de vriendelijkheid zelf is

    Op de laatste dag in het wilde westen, blijft de Ranch nog aan ons kleven. Het kampvuur is gedoofd, maar zelfs nu nog ziet de plek er zeer gezellig uit door de kleurige tapijten die op de stenen liggen. Mijn gedachten hangen nog bij gisteren.

    Op de terugweg vanuit de skywalk naar de rach kwamen we ineens Thor tegen. We wisten toen nog niet dat we ’s avonds de rest van zijn familie zouden tegenkomen. Net zoals we op dat moment niet wisten dat hij Thor heette.

    Maar instinctief bleven we in de auto zitten om foto’s van hem te maken.

    Bij valavond verzamelden we in de ranch met zeven mensen plus twee cowboys die de ganse ploeg op het juiste paardenpad moesten helpen. Iedereen mocht en kon mee. Alleen kleuters en overdreven obese ‘would-be’ cowboys, bleven liever achter. Stiekem had ik gehoopt dat ik op de sportieve manier op het paard mocht klimmen. Ik ben niet de lenigheid zelve maar even moeite moeten doen, zou het geheel nog echter maken. Er stond al een opstapje klaar. Het leek of we een trektocht maakten naar een naburig indianendorp. We beseften natuurlijk wel dat we de stempel ‘Ruiter eerste klas’ niet op onze arm mochten zetten, toch leek het of ikzelf mijn paard in goeie banen leidde. De paardenhoeven die klapten tegen de stenen, het klimmen over de heuvel, de op en neer bewegingen van de paardenhoofden. Alles droeg een rust met zich mee. Naast ons vouwde zich weeral een nieuw landschap open. Joshua tree’s zover we konden kijken over de heuvel. Van ver lijken deze bomen op cactussen uit de westernfilms. Dichterbij blijken ze een kruising tussen een cactus en een palmboom met korte scherpe bladeren.

    Terwijl we stapten, kleurde de lucht van helderblauw naar zalmroze. De bergen achter ons lichtten rood op. De zon zoende de bergrand en liet voor ons een kleurenpallet achter. De cowboy kwam naast me rijden. Hij vertelde over de namen die de Indianen aan de bergen gaven en hoeveel vuurwater ze nodig hadden om die verbeelding te hebben. Zijn stem klonk rond en vol als in westernfilms.

    De natuur, de weg die we aflegden, het zachte geschommel van het paard. Al mijn zintuigen raakten daarmee al vol, zodat er geen plaats meer bleef voor extra verhalen. Alleen borrelde de zin op om een deuntje te zingen, maar dat deed ik niet want er loopt niemand hoog op met mijn zangtalenten. Dus neuriede ik maar wat voor me uit. Heel stil.

    Net als de zon de kleuren rondom liet overvloeien van zalmroze naar warmoranje, kwamen we op een open plek. Een verteller cowboy trakteerde ons op het verhaal over de bizons die achter hem in een kraal zaten. Bij mijn ouders stond vroeger een grijs stenen beeldje, klein genoeg om te kunnen oppakken en lans alle kanten om te draaien. Altijd al was ik gefascineerd door de vreemde koevorm: dikke poten, een brede gebulte rug, de harige kop waarin de ogen bijna niet meer zichtbaar zijn. Ze stonden daar in kudde te grazen en leken een kopie-paste uit een vervlogen Westernfilm.

    In niets was te merken dat deze dieren hoeftrappelend in stofmakende kudde het Westen liet opschrikken, tot de mannen met vuurwapens kwamen om hun aantal zeer sterk uit te dunnen.

    Dat verhaal bracht de cowboy, naast nog meer nuttigs over hoe de huiden werden gebruikt. Verhalen die verteld werden van overgrootvader naar achterkleinkind. Gemengde cowboy en Indianen verhalen.

    Terwijl we onder een bijna rode hemel die langzaam naar paars neigde, naar beneden stapten, bleef me vooral Thor fascineren. We kwamen hem zomaar tegen, op een boogscheut stond hij bij ons vandaan. Hij is niet de vriendelijkheid zelve, zei de cowboy. Hij durft wel eens aanvallen.

    We kunnen het hem niet kwalijk nemen. Grote kans dat zijn overgrootvader ook verhalen vertelde over de witte mannen die de bizonkoppen over de velden zaaiden. Dat blijft zelfs voor een bizon in zijn kleren zitten.

     





    30-08-2013, 00:00 geschreven door Annemie Dufromont  

    Reageer (0)

    Categorie:Go west - rondreis USA 2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Go west dag 20 - 22 augustus : Grand Canyon West

    's Morgens zitten we aan het ontbijt zoals bij pain quotidien, met verschillende gezinnen aan een kloeke houten tafel, de stoelen krijgen we haast niet verplaatst.

    De tocht vandaag loopt naar de west rim, dit is een stuk van de canyon die maar matig omschreven wordt in de boekjes, we hopen dat dit komt omdat het nog maar niet zo lang opengesteld is voor publiek. We zitten namelijk op grondgebied van de hualapai en die baten dit deel van de rim uit.

    Al gauw merken we dat het uitbaten als uitbuiten mag omschreven worden. Hier geraak je  nergens zonder ervoor te betalen. De bus brengt ons tegen betaling naar verschillende uitkijkpunten, de wegen die kunnen gebruikt worden, staan gewoon niet op de kaart. de skywalk waar we voor kwamen, blijkt eigenlijk ook een watje te zijn, zeker geen aanrader, behalve als je tijd en ander over hebt.

    We kunnen gelukkig toch even onze eigen gang gaan en ontsnappen uit de drukte om verderop langs de rand te lopen, zover het veilig blijft om er te zijn. Er is ook nog een dorp nagebouwd met indianenwoningen. Maar daar hebben we intussen niet zoveel boodschap aan. We sliepen al in een tipi en deden de moeite om de huizen van de hopi’s en de navayo’s. Terug te vinden, daar deden we wandel moeite voor en dat loonde. Deze plek is vast wel ideaal voor de vele Japanners die hier aanspoelen per bus vanuit Vegas en die in een mim van tijd de westkant in verkorte versie willen ontdekken.

    Wij keren terug naar de ranch. Onderweg ontdekt Marjolein Thor.
    Tussen een kudde koeien staat hij, een stevige mannetjes bizon die steeds weer uitbreekt van zijn kudde en niet zo vriendelijk van aard is, dat horen we later pas. Instinctief blijven we deze keer wel zitten in de atuo om foto's te nemen.

    Dan hebben we ineens een halve namiddag over, dat is voor het eerst sinds al die tijd. Ewout en Ik vullen die uren uiterst nuttig op, met een middagdutje en de eerste bladijden uit 'broere' van Bart Moeyaert.

    Op de ranch zijn ze intussen begonnen aan het lasso werpen. Dat kunnen ze wel, drie grote paarden tegen een aantal kalfjes. Ik weet nog niet zeker of ik dit allemaal wel tof vind maar het levert absoluut een uniek tafereel op.

    Tegen valavond mogen we gaan paardrijden tussen de joshua trees, de heuvels op, alleen het geluid van de hoeven tegen de stenen horen we en de cowboys die vertellen en zingen onderweg. Even voel ik zelf ook een liedje opborrelen maar ik hou het wijselijk bij wat geneurie.

    Voor het dinner zitten we met Londenaars rond de tafel. Cowboy Dave gaat onder het eten met zijn gitaar bij al de gasten langs om ons te leren kennen. En omdat Marjolein weet dat haar naam zo goed als onmogelijk is om uit te spreken voor Amerikanen, stelt ze zichzelf voor als Madelin, de naam die ook op haar beker van starbucks stond. Prompt zet de cowboy voor haar een liedje in 'sweet Madelin'.

    Aan een andere tafel worden twee kaarsjes aangestoken. Er zijn geen jarigen maar wel twee mensen die zich hier verloofd hebben, wij mogen met hun meevieren onder de tonen van 'love me tender'.

    We zagen het wel vaker in de verschillende parken, soms vielen jonge mensen mekaar zomaar in de armen van pure emotie bij het zien van het panorama. Reizen doet wat met mensen.

    Als we ’s avonds met z'n allen rond het kanpvuur zitten, weet ik het wel zeker, dit is het meest mooie moment van de ganse reis. zelfs ons jonge volkje die voor de reis zo verlangde om vegas te zien, durft nu al toegeven dat dit stuk vast het mooiste is. Overweldigd worden, door een kampvuur, een cowboy of twee die met gitaar en mondharmonica zingen, de geur van het hout, dat van de paarden verderop, een hond die blaft en mensen van verschillende plekken ter wereld die meezingen met liedjes die we allemaal blijken te kennen

    'The ring of fire…'

     

    30-08-2013, 00:00 geschreven door Annemie Dufromont  

    Reageer (0)

    Categorie:Go west - rondreis USA 2013
    21-08-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Go west :Dag 18 – 20 augustus : De hopi indianen en een hert met paparazzi
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    voor diegenen die zich nog zouden afvragen wanneer ik de blog schrijf. We leggen nogal wat mijlen af per dag, dus ergens onderweg met de laptop op mijn schoot pen ik alles al neer. Ook de foto's worden dan alvast overgeladen en gesorteerd. Helemaal handig is het meestal niet omdat ter hoogte van mijn voeten ook nog drank en beleg liggen heb die door de airco koel moeten blijven, maar het lukt. Net.

    Terwijl ik schrijf vandaag staat er aan mijn voeten ook nog een potje pietie of piekie (ik weet het niet helemaal goed meer) en nog een presentje van een heel bijzondere plek, in de handschoenenkast. Dat komt door een aantal ontmoetingen.

    We zijn de dag begonnen met ochtendgymnastiek in Chinle bij de Canyon de Chelly. Via een route die driehonderd meter daalt in de canyon gaat we naar ons einddoel. Het witte huis; Ongeveer 400 jaar geleden dreef een leger van Amerikanen de indianen op die zich in de vallei probeerden schuil te houden. Mij doet de vallei met de rechte zwart en rood gekleurde wanden alleszins denken aan de open ruimte in een versterkt fort, maar dan vele malen groter. Het witte huis is een van de oude overblijfselen van de indianen die hier woonden. En we kunnen deze toch van relatief dichtbij bekijken.

    De weg is warm (I know, ik val in herhaling) maar mooi doordat er kleine glinsters in de rode steen zitten, wat onze weg iets keizerlijks geeft. Het loont zeker de moeite om hier langs te komen omdat er een zekere rust hangt, een soort geborgenheid. De roofvogels vliegen in cirkels boven ons en maken schaduwen op de muren.  Bovendien staan enkele Navajo indianen hier nog met enkele verkoopstalletjes.  

    Daarna gaat onze tocht verder naar het gebied van de Hopi Indianen. We beseffen nog niet hoe intens we kunnen kennismaken met de Hopi’s die leven in een relatief klein stuk land te midden Navajo gebied. In het verleden toonden de Navajo’s zich overheersender tegenover de Hopi’s. Ze stolen hun paarden en dreven de Hopi’s naar een kleiner gebied. De plek waar ze wonen is zelfs zo klein dat we moeten opletten om niet voorbij te rijden aan de dorpen.

    De afslag naar het bezoekerscentrum hebben we nog net gezien. We ontdekken er nog maar eens dat ons beeld van indianen (met de pluimen, vlechten en de tipi’s) niet echt klopt. De vrouwen dragen een soort haarwielen aan de oren (ze nomen het zelf vlinders) en de mannen zijn heel eenvoudig gekleed.

    Zo gauw we buitenkomen spreekt een Hopivrouw ons aan. Of we haar niet wat verderop willen naar haar dorp brengen. Dat het echt niet ver is en dat we toch die kant op gaan naar Tuba City. Onderweg babbelt ze rustig verder. Ze verklaart haar naam, maar wij begrijpen die niet helemaal goed. Haar echtgenoot komt uit El Salvador, hij is Christen maar zij gelooft nog in de traditionele religie. Als we aankomen bij haar dorp lijkt het op niet meer dan een aantal snel gebouwde ruwstenen huizen, losweg bij elkaar. Heel veel woningen zijn er niet en ergens zal iedereen wel familie zijn van elkaar.

    De vrouw nodigt ons uit om toch eens te komen kijken hoe je pietie moet maken. Dit Hopi gerecht blijkt gemaakt te zijn met blauwe mais (maar ziet er toch groen uit) en heel plat gebakken op een zwarte hete steen. Bijna krijgen we een kookdemonstratie toe, maar daar is het te warm voor.

    Het is ons niet helemaal duidelijk of het hele gebeuren opgezet is om ons van hun mandjes te laten kopen (dat zou kunnen natuurlijk), maar wij vrezen in elk geval dat deze aankopen van mandjes of aardenpotjes de valies niet zullen overleven. En eigenlijk weten we ook niet goed hoe we met deze cultuur moeten omgaan. Hoe dan ook, daardoor zit ik dus met een potje platte pannenkoek tussen mijn voeten. De pietie smaakt een beetje naar tortilla chips maar zonder zout.

    Net buiten het dorp van de Hopi mevrouw, ligt een van de oudste nog steeds bewoonde dorpen van Noord-Amerika. Op zich is dat niet zo heel erg moeilijk om het oudste  dorp te wezen, want het nieuwe deel van USA bestaat nog niet zo lang. Toch intrigeert het ons.

    Ook aan dit dorp rijden we bijna voorbij en net als bij het voorgaande staan heel erg eenvoudige huizen met één verdieping losweg bij elkaar. Het valt niet altijd op of de huizen nog bewoond zijn of als ruine achterblijven. Ineens verklapt een bord ons dat er in een bepaald huis Hopi kunst verkocht wordt. En ze zijn open. Het was belangrijk dat dat op het bord stond, want echt duidelijk open zagen we de plek niet. We moeten 2 deuren door om binnen te raken. Maar ineens staan we in een echte winkel waar we zelfs met Visa kunnen betalen.

    Ons oog valt op een miniatuurbeeldje dat bijzonder mooi uitgesneden is (de figuur van de zon) maar zo gigantisch duur is dat we het netjes laten staan. We nemen wel een ander mee. Ach, we zijn al helemaal emo door de plek waar we zitten. De oma staat in de winkel achter haar glazen toonbank met zilverwerk en houten beelden, terwijl de mama in dezelfde ruimte, die meteen ook woonkamer is, haar baby ververst en troost. Het kindje, met zijn haartjes recht omhoog, kijkt ons met grote ogen aan. We mogen nergens foto’s van trekken, wat wel jammer is natuurlijk.

    Bij het buitengaan roept nog een andere vrouw naar ons. We begrijpen haar niet helemaal goed, maar het klinkt als ‘kom je nog eens mee binnen bij mij, ik heb ook nog mooie dingen staan, een mandje misschien.’ Toch zwaaien we vriendelijk en gaan er vandoor omdat we wel zeker zijn dat iedereen (in de 15 huizen die er staan) wel iets heeft om te verkopen.

    De Hopi’s zijn dus specialist in houten religieuze beelden snijden, manden vlechten en aarden potten boetseren.

    Net bij het binnenrijden van het Grand Canyon natuurpark, ontmoeten we nog een impressionant wild dier. Ik had er in elk geval nog nooit zo eentje gezien. Een hert met een gewei om U tegen te zeggen, rustig bezig met knabbelen en bladeren loskraken met zijn gewei (we horen de takken kraken). In geen tijd stond iedereen stil om foto's en filmkes te maken. Het dier bleef rustig dooreten langs de kant van de weg. In de euforie was blijkbaar niemand er zich van bewust dat als dit dier ineens begon te lopen in de richting van het verkeer, hij meteen een aantal mensen op zijn gewei kon spiesen.

    Dus deze avond overnachten we al aan de Grand Canyon. De volgende twee dagen logeren we in een Tipi en/of een cowboycabin. Dan zitten we midden de Hualapai indianen. Zeer benieuwd wat dat wordt.

    zonnige USA groeten
    Annemie

     

     

     

    21-08-2013, 00:00 geschreven door Annemie Dufromont  

    Reageer (0)

    20-08-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Go West Dag 17 - 19 augustus ; door naar Monument Valley (Arizona)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    We blijven vandaag nog even hangen in Page voor twee haltes. Eerst strekken we onze benen onder een hete Arizonazon om een stuk van de canyon te bewonderen in de vorm van een hoefijzer. Wie hier op een clif komt zitten heeft een zicht op de Coloradorivier (we komen hem nog tegen in Grand Canyon) 300 meter lager, in verschillende tinten glasgroen helder water tegen een bijna rode rots achtergrond.

    Daarna wil ik in Page nog iets opmerkelijks op de fotolens te krijgen. Een kerkenstraat. Stel je daar absoluut geen Kerkstraat  bij voor met een kerk en plein, wat beplanting errond.

    Hier vind ik in één en dezelfde straat : Een Lutherse kerk, naast een kerk voor Maria, eentje van de getuigen van Jehova, een katholieke kerk, een kerk voor de gemeenschap van David

    en….
    Er zijn 12 verschillende kerken in één enkele straat. En alles ligt broederlijk naast elkaar, een heel uitzonderlijk zicht vond ik toch.

    We laten Page achter ons om in de richting van Monument Valley eerstvolgend halt te houden bij Betatakin. Dit is een Navajo nationaal monument waar we te voet tot bij vroegere huizen van de indianen kunnen stappen. In het bezoekerscentrum zitten drie Navajo vrouwen te weven, de specialiteit van dit volk. Maar het voelt raar om hen daar bezig te zien. Mooi enerzijds maar het lijkt ook een beetje op begluren. Ik bewonder wel de tapijten die ze maken.

    Onderweg naar de rots inham waar de Indianen huizen nog zichtbaar zijn, komen we het groen tegen dat pas betekenis krijgt als we de bordjes erbij lezen. Sommige planten waren bedoeld om zalf of zeep mee te maken, anderen om pijl en boog mee te vervaardigen, of wiegjes je maken. Van de yucca aten ze de vruchten, de cactussen werden gedroogd gegeten. Steeds weer worden stukken van deze cultuur duidelijker. Als we bij de rots inham komen en de huizen daarbinnen vanuit de verte kunnen zien, wordt het stil. We weten dat we op onze reis niet in Mesa verde (met bekende Indianen woningen) zullen geraken, maar dit bezoek laat ons al wel zien hoe de Navajo’s en hun voorouders hebben geleefd.

    Daarna gaat onze reis verder naar Monument Valley. Onderweg stoppen we om wat extra fruit te kopen. Geen plaats is beter dan een supermarkt om de cultuur te ontdekken. Zodra we binnenkomen hebben we zin om nog vlug het fototoestel erbij te halen, maar dat zou een raar zicht geweest zijn, vrees ik.

    Een greep uit wat we tegenkomen.

    Taartjes in alle mogelijke felle kleuren, soms worden ook alle kleuren tegelijk gebruikt, alsof het gebak tegen een regenboog is opgelopen.

    Een muur van blikken, niet in een rek maar gewoon van de grond af naar boven gestapeld

    Een zak boter, ik schat met een kilo of twintig per zak (zoals bij ons de patatten dus)

    Marshmallows in alle kleuren en maten, kleintjes voor de warme chocomelk en maxi versies voor de BBQ

    Pindakaas gemengd met aardbei- of druivengelei, zoals bij ons de duochoco

    Als ik bij het rek van de kruiden kom (daar kan ik niet voorbij zonder iets typisch mee te nemen), word ik ineens aangesproken.

    De man stelt zichzelf voor als Native (hiergeboren/oorspronkelijke bevolking), Navajo en inwoner van USA.

    Waar ik vandaan kom? Vraagt hij. Mijn antwoord lijkt hem niet zoveel wijzer te maken. Belgie, dichtbij Frankrijk, Europa. De kennismaking verloopt ietwat stroef en gaat helemaal de verkeerde kant uit als hij opmerkt dat mijn haar al wat grijs is. Hoe oud ik dan wel ben? En of ik veel heb moeten nadenken? En of het misschien toch niet beter was om mijn haar niet te kleuren.

    Nou ja, de indianen hebben natuurlijk het voordeel van hun zwarte haar te houden tot ze pakweg zeventig zijn, schat ik. Zo zag ik in elk geval een grijze overgrootmoeder met nog één enkele tand in haar mond.

    Dus gooi ik het gesprek een andere kant op en vraag hem raad over welke kruiden ik zou meenemen. Ik ben zeer benieuwd naar wat het zal smaken, want de tekst op de verpakking maakt me niks wijzer.

    In elk geval, we blijven langer hangen dan nodig om alleen wat fruit te kopen.

    Volgend op onze tocht staat Monument Valley, oftewel het decor van de western films en van sommige reclameclipjes. Om erdoorheen te rijden volgen we een Dakar route die beter te nemen is met een 4x4, maar met onze huurwagen lukt het ook. De naam van dit Nationaal park, ook van de Navajo’s, kan niet beter gekozen zijn. Monumenten zijn het, de rotsformaties die we tegenkomen. Er is een rots die volgens ons de vorm heeft van een theepot. Dus wordt het liedje gezongen : 'ik ben een theepot met een ronde buik, hier is mijn oor en daar is mijn tuit'. (de ganse weg lang).

    We ontdekken een totem en Filiep, Marjolein en Ewout gaan zelf aan de slag om ook te poseren als totem.  (zie foto) Er hangt zelfs een regenboog in de lucht bij de rotsen. Speciaal. Ik had het niet verwacht, maar ontdek dat hier ook mensen wonen. Hier en daar is een privé weg. Kinderen hollen voor ons uit met honden of hobbelen op hun kleine fietsen vooruit. Uiteraard zijn ook hier de mooie zilverjuwelen te vinden, gecombineerd met halfedelstenen. De verjaardagen en feestdagen zullen redelijk indiaans getint zijn.

    We blijven ’s avonds eten met zicht op Monument Valley. Het zicht ontroert ons terwijl we onze Navajo gerechten veroberen. We kunnen niet mooier afronden. 

    Deze nacht ligt onze slaapstek in Chinle, nog een twee uur rijden verder. De dag is nog maar eens volledig volgeboekt omdat er altijd meer te zien is dan we tijd hebben. Ik vraag me af waarom ik in hemelsnaam boeken heb meegebracht. Er is nog geen vrij moment geweest om die open te slaan.
    Zelfs de blog schrijf ik vaak onderweg al in de auto.
    Formidabel veel warme groeten.
    Have a good day
    LIefs
    Annemie

    20-08-2013, 00:00 geschreven door Annemie Dufromont  

    Reageer (0)

    19-08-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Go West, Dag 15 - 17 augustus : Avontuur in Bryce Canyon
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

     

    We spelen een spel vandaag J

    En we hebben nodig : een nationaal natuurpark, een fototoestel en een koppel goeie ogen.

    Check. Het natuurpark is vandaag Bryce Canyon, fototoestel en een koppel lenzen zijn in de aanslag (Marjolein is vaak de fotograaf van ons gezelschap) en de ogen hebben we ook niet in onze zakken.

    Ik geef de opdracht om minstens zeven wilde dieren te vinden. Dat moet haalbaar zijn, want er zitten arenden, prairiehonden en een soort leeuwen in dit park. En iedereen bijt zicht vast in de uitdaging. Terwijl Bryce Canyon zelf natuurlijk ook een bijou is. Maar er hangt onweer in de lucht en we weten nog niet welk stuk we uiteindelijk zullen kunnen zien.

    We trekken eerst een stuk met de auto tot op het einde van de Canyon en bezoeken onderweg de mooie zichten van ver. Bij de natuurlijke boog, gilt iedereen spontaan ‘wow’. De volledige Canyon is van bovenuit al indrukwekkend. De terracotta kleuren gaan over van donker oranje, naar zalmroze, over lichtgeel en wit. De gesteenten zijn uitgesleten in lagen en wat overblijft zijn kunstwerken die alleen moeder natuur kan bouwen (merk je het dat ik al een beetje onder invloed ben van de indianengemeenschap waarin we terecht zijn gekomen?)

    Er hangt nog steeds onweer in de lucht die ineens begint los te barsten. Regen, hagel, bliksem, donder. Het is echt te gevaarlijk om nog op een hoog punt de canyon te bewonderen. Dus nemen we eerst onze picnic en hopen dat de zon weer zal stralen daarna. Maar dat is niet zo.

    Toch kunnen we het mooie van de canyon echt niet laten liggen, dus trekken we trui en regenjas aan (even een zoektocht in de valiezen) en kiezen we even later toch voor een tocht naar beneden in de Canyon. We gaan zelfs voor de Navajoloop die omschreven staat als ‘toch-iets-lastiger’. De doortocht fascineert ons zodanig dat we er even niet aan willen denken dat er ook nog een klim volgt. De foto’s volgen elkaar op in hetzelfde tempo als de wisselende beelden die we tegenkomen. Op onze weg valt meteen op hoe broos de gesteenten zijn. Zelfs met de hand kunnen stukken afbrokkelen. Het lijkt een beetje op klei die bijna droog is. Terwijl we blijven dalen en kronkelen door de canyon, blijft het regenen, donderen en bliksemen. Als extra animatie kan dat wel tellen. We moeten zelfs heel even schuilen als er teveel water naar beneden komt.

    De regent veranderd ook het pad, merken we ineens aan de wandelaars die uit de andere richting komen. Een aantal mannen hebben met de kleigrond, die nu zacht is geworden, oranje indianen tekeningen op hun gezicht gemaakt. Hun voeten hebben een modderig oranje rand.

    Het duurt niet echt lang eer onze voeten er net zo modderig uitzien. Het pad gaat intussen terug naar boven en we stapglijden onze weg verder. Een sportieve uitdaging die we allemaal heel erg tof vonden. Bryce Canyon krijgt van ons allemaal een sterretje.

    En de opdracht begint ook te slagen. We hebben op dit moment :
    een Woestijnvos : uit death Valley
    een roodneusbij : volgens Ewout is dat ook een wild dier
    een bruine beer : een levende in Yosemite, een koddig pluche uit Bryce Canyon
    een kudde eekhoorns : die zitten echt overal en kunnen best gevaarlijk zijn
    een koppel herten
    salamanders in allerlei kleuren
    een heel vreemde grote groene rups
    en ik vergeet er hier ter plekke nog wel een aantal
    maar de dierenzoektocht gaat gewoon verder

    ’s Avonds gaan we eten bij een Mexicaan (tja, waarom ook niet) in het stadje Kanab. Een verassend Hollywoodstadje waar het thema cowboy en Indiaan breed uitgesmeerd wordt.

    Onze eindbestemming ligt in Page, waar we ontdekken dat de supermarkt hier dag en nacht open is. Om iets van alcohol te mogen kopen moest iedereen onder de leeftijd van 40 jaar zijn paspoort tonen. Filiep hoopt alleszins nog dat de kassière  zijn paspoort zal vragen. Ze twijfelt wel even , maar doet het niet ;-).

    19-08-2013, 07:12 geschreven door Annemie Dufromont  

    Reageer (0)

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Go west dag 16 - 18 augustus : Page en oranje in Arizona
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Vandaag weten we zelfs niet goed hoe onze dag eruit zal zien. We zijn toegekomen in een stad die pas in 1956 is opgericht toen ze een dam bouwden bij de Colorado rivier en de canyon onder  water liep. Mijn plan was om de antelope Canyon te bezoeken en als het even kon ook de rainbowbridge. Anders dan de gelijknamige brug bij Canada is dit een natuurlijke boog, de grootste zelfs.

    Even leek het erop dat we de canyon moeten laten vallen. Omdat deze alleen te bezoeken is met een gids, moet er gereserveerd worden en dat was ons nog niet gelukt (we deden wel de moeite om dagen vooraf een plek te bemachtigen). Iedereen die de canyon zag, was heel erg lyrisch over wat ze zagen. Het zonlicht komt op het middaguur de smalle kloof in en kleurt de wanden van de canyon in verschillende tinten, wat een magisch schouwspel oplevert.

    Dus dat wilden we toch wel eens zien en we hadden er zelf enige tijd en moeite voor over. Zonder reservatie zijn we in de rij gaan staan. Deze plek behoort toe aan de Navajo indianen en het is eigenlijk de eerste keer dat we op hun domein komen. De rij om een ticket te bemachtigen is lang en omdat het geen zin heeft om met z’n vieren aan te schuiven, gaat de rest naar de supermarkt (dat is op zich al een avontuur om al die verschillende producten te zien staan).

    En yes, als ik tegen 12u dan toch een ticket kan bemachtigen voor een geleidde toer, voelt het alsof ik het gouden ticket gewonnen heb om naar de chocoladefabriek van Willie Wonka te gaan. Yes, yes, zo kan het dus ook.

    We rijden (hobbelen, hotsen, botsen) eerst een stukje met onze gids mee achterin een open truck. Al de gidsbeurten worden gegeven door Navajo indianen. De onze is een formidabele fotograaf die tussen zijn uitleg door steeds weer ons fototoestel overneemt om bijzondere plaatjes te maken. Hoe hij het doet weet ik niet, maar wat hij fotografeert, ziet er altijd uit alsof het uit een boekje komt. Met de inval van het licht, maakt hij een foto van Marjolein als vlinder. Hij haalt de vormen uit de door de natuur gevormde stenen (een kleine olifant, de gezichten van dieren, mensen…)

    Ik weet niet waarom maar er is een dame in het gezelschap die steeds weer de regendans begint te zingen en onze gids doet naarstig mee. J We zijn heel content dat we dit stukje toch nog hebben kunnen bekijken.

    De dag is nog lang niet om als we verder ook Glen Canyon gaan bezoeken en de hangende tuinen met orchideeën. De bloemen bloeien niet meer maar de plek is zo ‘zen’. Rondom ons, in een straal van tien kilometer of zo (de afstanden zijn heel moeilijk in te schatten hier) is niets te zien dat aan mens doet denken. Alleen de terracotta rotsen, de oranje platteau’s van plakken steen, de cactussen en ander groen. Hier kom ik echt tot rust. En hier zou ik best wel kunnen blijven zitten tot de avond valt en er vast weer andere dieren uit hun holen komen gekropen.  

    19-08-2013, 00:00 geschreven door Annemie Dufromont  

    Reageer (0)

    18-08-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Go West dag 15 - 17 augustus : spannend in Bryce Canyon

    Dag 15, 17 augustus : Avontuur in Bryce Canyon

    We spelen een spel vandaag J

    En we hebben nodig : een nationaal natuurpark, een fototoestel en een koppel goeie ogen

    Check, het natuurpark is vandaag Bryce Canyon, fototoestel en een koppel lenzen zijn in de aanslag (Marjolein is vaak de fotograaf van ons gezelschap) en de ogen hebben we ook niet in onze zakken.

    Ik geef de opdracht om minstens zeven wilde dieren te vinden. Dat moet haalbaar zijn, want er zitten Arenden, Prairiehonden en bergleeuwen in dit park. Iedereen bijt zicht vast in de uitdaging. Terwijl Bryce Canyon zelf natuurlijk ook een bijou is. Maar er hangt onweer in de lucht en we hopen dat we toch nog een stuk in de Canyon kunnen zien.

    We trekken eerst een stuk met de auto tot op het einde van de Canyon en blijven onderweg hangen voor de verzichten. Bij de natuurlijke boog, gilt iedereen spontaan ‘wow’. De volledige Canyon is van bovenuit indrukwekkend. De terracotta kleuren gaan over van donker oranje, naar zalmroze, over lichtgeel en wit. De gesteenten zijn uitgesleten in lagen en wat overblijft zijn kunstwerken die alleen moeder natuur kan bouwen (merk je het dat ik al een beetje onder invloed ben van de indianengemeenschap waarin we terecht zijn gekomen?);
    Het valt ook op dat haast iedereen beroert wordt door wat ze zien. Jonge koppels vallen mekaar van pure emotie spontaan in de armen en beginnen te zoenen. Dat zag ik ook al in Death Valley gebeuren. Of hoe een brok onversneden natuur een mens zo van zijn sokken kan blazen.

    Er hangt nog steeds onweer in de lucht. Die begint ineens los te barsten. Regen, hagel, bliksem, donder. Het is echt te gevaarlijk om nog op een hoog punt de canyon te bewonderen. Dus nemen we eerst onze picnic (min of meer beschut) en hopen dat de zon weer zal stralen daarna. Maar dat is niet zo.

    Het mooie van de canyon kunnen we echt niet laten liggen, dus trekken we trui en regenjas aan (even een zoektocht in de valiezen) en kiezen we even later toch voor een tocht naar beneden in de Canyon. We gaan zelfs voor de Navajoloop die omschreven staat als ‘toch-iets-lastiger’. De doortocht fascineert ons zodanig dat we er even niet aan willen denken dat er ook nog een klim volgt. De foto’s volgen elkaar op in hetzelfde tempo als de wisselende beelden die we tegenkomen. Op onze weg valt meteen op hoe broos de gesteenten wel zijn. Zelfs met de hand kunnen we stukken afbrokkelen. Het lijkt een beetje op klei die bijna droog is. Terwijl we blijven dalen en kronkelen door de canyon, blijft het regenen, donderen en bliksemen. Als extra animatie kan dat wel tellen. We moeten zelfs heel even schuilen als er teveel water naar beneden komt.

    De regen verandert ook het pad, merken we ineens aan de wandelaars die uit de andere richting komen. Een aantal mannen hebben met de kleigrond, die nu zacht is geworden, oranje strepen op hun gezicht gezet, als Indianen. Hun voeten hebben een modderig oranje rand.

    Het duurt niet echt lang eer onze voeten er net zo modderig uitzien. Het pad gaat intussen terug naar boven en we stapglijden onze weg kleverig verder. Een sportieve uitdaging die we allemaal heel erg tof vonden. Bryce Canyon krijgt van ons allemaal een sterretje.

    ’s Avonds gaan we eten bij een Mexicaan (tja, waarom ook niet) in het stadje Kanab. Een verassend Hollywoodstadje waar het thema cowboy en Indiaan breed uitgesmeerd wordt.

    Onze eindbestemming ligt in Page, waar we ontdekken dat de supermarkt hier dag en nacht open is. Om iets van alcohol te mogen kopen moest iedereen onder de leeftijd van 40 jaar zijn paspoort tonen. Filiep hoopt alleszins nog dat de kassière  zijn paspoort zal vragen. Ze twijfelt wel even , maar doet het niet ;-).

     


    18-08-2013, 00:00 geschreven door Annemie Dufromont  

    Reageer (2)

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Go west : dag 14, 16 augustus : byby Nevada, Hello Arizona en Utah
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Ik had het Marjolein en Ewout beloofd.
    Heel simpel hoor.
    Gewoon eens op tijd op onze slaapstek aan te komen
    om rustig van alles te genieten
    en ook tijd te hebben om te eten.
    Gisteren was het net even anders,
    Het was al heel laat tegen de tijd dat we er konden over nadenken om aan tafel te gaan
    We hebben natuurlijk al wel lekker getafeld, van Koreaans, naar Italiaans.....
    lekkere dinges allemaal.
    Gisterenavond stond er, wegens gebrek aan iets anders (echt waar), burger op de menu 
    voor mij alleszins een once-in-a-life-time-experience.

    Dus vertrokken we vanuit het hotel met de allure van Vegas.
    Een vreemde slaapstek echt waar, we gingen ontbijten en moesten door de goktent tot bij het restaurant.
    Er zaten al (of nog?) mensen aan de toestellen, helemaal gehypnotiseerd.
    Na het ontbijt zaten ze nog net identiek zo in dezelfde houding.
    Alleen een wijsvinger bewoog op de knoppen.
    We waren het er allemaal over eens,
    dit is een soort moderne vorm van bejaardentehuis, toch op deze plek.

    In Vegas haalden we onze lunch en konden alvast al eens proeven van wat de voorstad aan 'must-have-dingen' heeft te bieden (zie ook foto).

    Na Vegas (ook al eens leuk om al een eerste blik te werpen op de strip)
    mocht ik Nevada uitrijden en Arizona en Utah binnenrijden, met steeds weer wisselende decors, van woestijn naar groene stukken en verder rood/oranje bergen. We zullen in deze staten nog mogen voelen dat het uur heel erg wisselend is. In principe komen we nu in een andere tijdzone terecht, een uur dichter bij Europa, dus tellen we vanavond een uur bij. Maar in de indianen reservaten houden ze dan weer het uur van Californië omdat ze het zomeruur niet gebruiken. Dus is het niet zozeer de vraag 'Hoe laat is het nu?', maar 'zitten we bij de Indianen of niet?' 

    Tijdens de verdere rit naar Bryce Canyon (als ik niet meer aan het stuur zit uiteraard) specialiseer ik me nog in het 'uit de auto fotograferen van vrachtwagens'.
    Heel erg boeiend allemaal.

    En we konden eindelijk eens rustig toekomen in onze kamer.

    Het was een doorreisdag dus naar Bryce Canyon en we lieten Zion park vallen
    Maar iedereen was supercontent

    liefs 

    18-08-2013, 00:00 geschreven door Annemie Dufromont  

    Reageer (0)

    16-08-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Go West dag 13, 15 augustus : van Mono Lake naar Death Valley

    Vandaag starten we de dag met een ontbijtje op ons terras met zicht op Mono Lake. Qua eten hebben we al veel gehad maar dit nog niet. De variatie is nooit ver weg hier op reis.

    We zijn van plan om toch het meer eens van dichtbij te gaan bekijken en we kunnen het onszelf gemakkelijk maken door de auto te parkeren dichtbij en zo een minuut of zo naar het meer te stappen om daar de wonderlijke witte constructies uit een soort kalksteen te bewonderen. Maar we gaan voor een avontuurlijker tocht (een uur of meer, ik heb geen benul van tijd zonder uurwerk) door vanuit het bezoekerscentrum helemaal naar beneden te lopen, door de droge bolvormige struiken. Er loopt geen pad naar toe, dus mag Ewout voor spoorzoeker spelen.

    Maar we geraken er, weliswaar redelijk dorstig allemaal (de zond gloeit). We ontdekten intussen ook heel mooie flora, al is die in de hete zomerzon niet zo uitbundig aanwezig. En door die extra moeite die we deden, is het een beloning om aan het meer te geraken. De meeuwen en andere watervogels zoeken er hun lunch de witte bouwsels die in en uit het water staan geven het geheel iets feeëriek. Die Tupa's stonden vroeger in het water, maar in nog geen eeuw tijd is dat waterpeil van het meer met twaalf meter gedaald, zodat ze daardoor nu boven water uitkomen of zelfs op de oever staan. In het water waden met blote voeten is er trouwens niet bij, want er stijgt een  bijzondere geur uit het water op. Bovendien hebben we de zwermen kleine vliegjes aan de oever, liever niet aan onze voeten hangen.

    Daarna gaat onze tocht verder naar Death Valley. Dé plek waar goudzoekers vroeger en zelfs recent nog een koppel Nederlanders, doodvielen van de warmte. Zeg nu zelf, wie wil hiernaar afzakken? Naar de plek waar de heetste temperatuur op aarde is gemeten (57)C)

    Ik durf bekennen, voor de reis had ik niet veel trek om in deze plek door te trekken, maar de vallei ligt toevallig wel op de route die we nemen en andere reizigers waren vol lof.

    We hadden het plan om net voor Death Valley nog even te picniccen aan een groot meer. Een goed idee toch? Onder een boom, bij een bankje aan het water. Onze voeten intussen wassen, want die slaan wit uit van mono lake.

    Het dorp bij het meer ziet er heel erg verlaten uit als we toekomen, een beetje creepy zelfs. Een kruising tussen een verlaten camping met Caravans en een stort voor wagens. Een meer is zelfs niet meer te vinden. Alleen een opgehangen surfbord waarop de letters bijna zijn weggesleten, doet vermoeden dat hier vroeger inderdaad een prachtige plas water moet hebben gelegen.   Toch heeft ook deze verroeste plek, die verlaten lijkt, zijn charme. Alle verlaten wagens, huizen, stukken straat hebben hun verhaal te vertellen, waar wij alleen maar kunnen naar raden.

    Het begint intussen al aardig op te warmen, we halen 40°C. En het zal nog warmer worden.

    Als we Death Valley binnenrijden, bedenken we nog dat een kenner deze vallei omschreef als ‘een hele hoop niets’. Toch doen we er een knappe vijf uur over om 180 km door de vallei te rijden. Deze plek is meer dan 7000 km² groot, dus we doorkruisen alleen van west naar oost (het korte stuk) Er is dus wel een heleboel te zien en we stappen vaak uit de auto. Intussen loopt de temperatuur nog op. Toch houden we voor onszelf een tijdje vol dat het allemaal wel meevalt, er is zelf een beetje (warme) wind.

    Op een piekmoment halen we 50°C en dan heeft uitstappen inderdaad iets van een sauna binnenstappen.

    Toch blijft deze plek heel erg wonderlijk doordat je op de bergen rondom de verschillende kleuren van aardlagen kan zien. Ook het dal verandert steeds van uitzicht tijdens onze route. We zien zandstormen in de verte en tussen de droge bolvormige struiken staan creaties die van ver op grote cactussen lijken maar toch een soort van palmboom blijken te zijn. We verwachten elk moment een gier te zien overvliegen.
    Tegen de avond bereiken we Badwater. Vertaal dat woord maar letterlijk ‘slecht water’. De paarden van de goudzoekers die hier kwamen drinken, lang geleden, vielen meteen dood. Deze witte vlakte, 80 m onder het zeeniveau, krijgt nog iets extra speciaals doordat de zon de bergen begint te raken. Onze schaduwen worden superlang. Hier ligt verwonderlijk nog wel een plasje water. Hier en daar graven toeristen zelfs naar het grondwater. 

    Even later komen we aan Zabriskie’s point als de zon zijn ondergang achter de bergen echt is begonnen. Het is intussen al laat geworden, maar we kunnen niet anders dan hier ook te stoppen om te bewonderen, omdat per minuut de kleuren rondom veranderen door de zonsondergang. De bergen kleuren van geel, naar oranje, naar rood en donkerpaars. Bij het vallen van de avond ontmoeten we de kleine woestijnvos die nu bij het koeler worden, zijn hol uitkomt. Ik durf bekennen dat ik hier graag nog eens terug zou komen, misschien in een ander seizoen en ook om andere stukken te ontdekken.

     


    16-08-2013, 00:00 geschreven door Annemie Dufromont  

    Reageer (0)

    15-08-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Go West dag 12, 14 augustus. Een brok Yosemite en een ontdekking van Bodie
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Het is echt heel tof om nog wat langer in Yosemite rond te kunnen hangen. De vallei laten we beneden liggen. We nemen de tijd om naar Glacier point te gaan, het zuidelijke hoge deel van Yosemite. Langs de route hebben we steeds wisselende zichten van de vallei en de rotsen voor ons. We kennen de Franse Alpen al wel, maar deze plek is toch anders en op zijn eigen manier groots door de meters en meters hoge sequoia's. In Mariposa grove staan er zelfs die 3000 jaar oud zijn, maar deze oude mannen en vrouwen kunnen we geen bezoekje brengen.  

    Net bij het verlaten van Glacier point, hangt er voor ons ineens een jongen uit zijn raam, enthousiast wijzend naar iets tussen de bomen. En yes, we spotten hem. Een kleine beer die rustig naar ons toekomt. De fototoestellen doen overuren.

    Dan zetten we koers naar de Tioga pas, de route die het meest noordelijk in de hoogte ligt en niet open is in de wintermaanden door de sneeuw. Ook hier krijgen we bij elke nieuwe bocht een ander zicht, andere tinten van geel naar oker, bruin en oranje. We vreten kilometers, maar dat blijkt nog steeds helemaal niet erg te zijn, want de eindeloze zichten van bergen afgewisseld met grasland en meren zijn zalig om te bewonderen. Ik trek onderweg foto's en Filiep filmt af en toe het landschap. We willen hier niet riskeren om sneller te rijden dan toegelaten zodat we op dit rustige tempo ruim de tijd hebben om rond te kijken. 
    Af en toe heb ik zelfs een jurasic park gevoel (dat stuk uit de film wanneer de gasten met een auto door de natuur rijden en de dino's tegen komen). We zien geen prehistorische dieren, maar het kon wel in dit kader.

    Daarna rijden we verder noordwaarts richting Bodie. Dit is volgens heel goeie bronnen echt het mooiste spookdorp in het Westen. De weg ernaartoe is lang en we rijden ook vijf kilometer over een rotsachtige weg. Maar het is meer dan de moeite. Zoals in alle spooksteden in het wilde Westen zochten ook hier goudzoekers naar al wat blonk. Deze plek bloeide en werd een middelgrote gemeente tot in 1930 een brand uitbrak. Wat nu overblijft is zo indrukwekkend om te zien (ik weet het, ik val in herhaling) omdat zoveel is nagelaten van hoe de mensen vroeger leefden. Net of plots iedereen bij een belteken het dorp verliet.
    We komen een kerk tegen inclusief het meubilair,
    een saloon met de flesjes nog op de toog, ik zie er zo mijnwerkers zich te pletter drinken aan de likeur en daarna de vuist op gaan,
    een school en banken met boeken, de liniaal om de kinderen stil te krijgen
    een gevangenis met die dikke tralies aan de deur,
    van de bank is de voorkant en de deur naar de kluis over,
    de huizen hebben bedden, kasten, spiegels, het behang begint los te komen, er liggen nog kleren
    de winkel heeft een weegschaal staan met gewichten, de blikken koffie staan in het rek en de pillendoosjes met aspirine liggen klaar
    en .....
    We kunnen hier een foto album bijeen samenstellen, dat wordt lastig straks om te selecteren.

    Bij de ondergaande zon keren we terug zuidwaarts naar Mono lake, een meer waar het zout in vreemdsoortige bergen in het water ligt. Het lijkt een beetje op het natte zand dat we vroeger door onze vuist lieten lopen om er figuren mee te maken, maar dan groter. 
    Het is mooi geweest vandaag
    We sturen je van hieruit veel liefs
    Annemie

    15-08-2013, 00:00 geschreven door Annemie Dufromont  

    Reageer (0)

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Go West dag 11 - 13 augustus, Yes, we zitten in Yosemite (California)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Als toerist ontdekken we steeds weer nieuwe dingen. Een gewoon ontbijt is al een ontdekking op zich. Het duurde even voor ik snapte dat het apparaat waar ik kon kiezen tussen twee smaken, eigenlijk deeg liet lopen voor de wafels (bijna had ik ervan gedronken). Dus vandaag stonden op de menu paarse wafels met blauwe bessen erin, probeer dat thuis ook maar eens.

    En dan, Yes, we zijn er geraakt. Yosemite is het eerste nationale natuurpark op onze menu. De vraag is vooral ‘Komen we hier een beer tegen?’ De toegangskaart die we aanschaffen voor de natuurparken in het Westen is een jaar geldig. Dus diegenen die van plan zijn deze kant uit te komen voor 13 augustus 2014 mogen hem verder opgebruiken. Wie het eerste vraagt, krijgt hem. (niet inclusief het vliegtuigticket tot hier, of wat dacht je )

    Maar dus, Yosemite. We stoppen meteen al bij de ingang om ons helemaal alleen te voelen te midden deze vallei. We picniccen op een platte rots in de rivier en gelukkig heeft Ewout een goeie reden om het water in te plonsen. Hij mag de fles water redden die naar beneden rolde. Al gauw zitten we allemaal half of helemaal in het water.

    In de vallei nemen we de route naar ‘mirror lake’ het meer tot bij de half Dome. Deze afgebolde rots is bijna een km hoog en verloor een kwart van zijn volume aan gletsjers die stukken rots meesleurden. In het meer spiegelt de rots als er water genoeg staat, maar dat is nu niet het geval. We wandelen over de bodem van het meer, tot bij een restje water en blijven genieten van deze rustige brok natuur. Overal waar we lopen geurt het naar hars. Op de terugweg houden we nog even halt bij El Capitan, deze kapitein is met zijn 7569 voet (reken maar uit naar meter) uniek omdat hij een van de grootste vrijstaande rotsen is ter wereld. ’s Avonds zien we het zachte licht op de rotsen vallen. Zoals wel vaker bij toffe vergezichten laat ook dit park zich heel moeilijk in een foto vangen.

    We verlaten het park langs de vele tenten tussen de bomen en laten het park weer aan de beren. Her en der staan de boxen die alleen door mensen kunnen geopend worden als bescherming tegen deze dieren. Wij zagen nog geen beer en zijn van plan Amerika niet te verlaten voor we er eentje tegen komen.

     

     

     

    15-08-2013, 00:00 geschreven door Annemie Dufromont  

    Reageer (0)

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Go West: Dag 10 - 12 Augustus : Monterey, Blauw, Blauw, Blauw
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Mag ik eerst nog heel even over Santa Cruz hebben van gisteren? We bleven er eigenlijk hangen omdat daar nog een stuk van de Spaanse overheersing overgebleven is. Zo’n twee eeuwen geleden vielen hier allerlei culturen binnen en ze lieten allemaal hun sporen na. De Italianen waren de pioniers voor de sardienen industrie. De Spanjaarden lieten ook hun cultuur achter en dat merkten we aan de latin dansers op het strand. Ook de flower power bloeit hier nog een beetje, mannen gaan ‘slagerij van Kampen’ achterna door slagwerk te brengen op plastic emmers en potten en pannen (rond de buik gebonden). De kledij van de mensen is nog een beetje 'laat maar waaien' maar dit mooie wordt door de allesoverheersende boardwalk een beetje weggedrukt. 

    Vandaag proeven we van Montery en het is spannend omdat we deze keer nog niet weten waar we ’s avonds gaan slapen. Zullen we wel kunnen slapen? Of moeten we in de auto kamperen?

    Langs de baai van Montery roepen de zeeleeuwen ons dichterbij (het lijkt eerder op een stevig potje balken van een ezel). Hoe groot die kollossen ook mogen zijn, ze blijven schattig, met die grote ogen waarmee ze af en toe eens naar ons gluren. Hoe langer ik blijf kijken naar hoe ze over de rotsen naar boven klimmen met hun grote vinpoten en handachtige achterpoten (als een staart), hoe boeiender ik hen vind. Ze krabben over hun kin en achter hun kleine oorschelpen met hun achterpoten. Met hun vinpoten wrijven ze zich over hun rug of omarmen ze mekaar. Enige nadeel, die beesten stinken ferm uit hun bek.

    De meer dan handgrote zeesterren in het water zijn ook machtig om te ontdekken tussen het wier. Ze zijn niet alleen rood of oranje maar ook helderblauw-groen. Zoveel moois ligt te rapen in de Pacific Oceaan die alle tinten van blauw draagt met hier en daar een vleug blauw-groen erdoor. Ook in deze stad werden vroeger blikjes vis dichtgelast. De oude gebouwen (alle vis is op, dus die industrie is platgevallen) zijn ook hier heel tof heringevuld, o.a. met restaurantjes. Een uitgehold brood met soep gevuld is de specialiteit. Het brood daarvoor wordt gebakken in ‘Boudin’, de bakkerij die we in San Francisco zagen.

    De mannen zijn ook al in hun nopjes want we arriveren net te vroeg om het jaarlijkse en heel bekende oldtimer concours mee te maken. (gelukkig, denk ik dan). Dus zijn we net op tijd om al die oude wagens te zien uitladen. Op de Highway 1 kwamen we de afgelopen dagen al meer Mustangs tegen dan er totaal In België rondrijden. Dus nu kunnen Filiep en Ewout zich verlekkeren.

    Dan is het echt tijd om het land in te trekken. En meteen heb ik een ‘Thelma en Louise-gevoel’. Terwijl we langs de golvende velden passeren die alle tinten van geel en lichtbruin kleuren (het regen hier voor het moment niet meer de komende maanden, dus ligt alles dor) heb ik zin om met de voeten op het dashboard en het raam open luid mee te zingen op ‘Paradise by de dashboard light’. We hebben onze jukebox mee, die Marjolein en Ewout onderweg mogen bedienen. De gele tinten worden afgewisseld met zwarte koeien die op de onmetelijke vlakte staan te grazen, hier en daar een kudde witte paarden, wijngaarden en olijvenbomen. Nooit had ik durven hopen dat cruisen door het binnenland zo tof kon zijn. De weg voor en achter ons is haast leeg, het is een cliché maar je kan hier  inderdaad eindeloos lang rechtdoor blijven rijden.

    We komen onderweg een opgelapte mobilhome tegen (een oude lichtbruine bus) waar ik heel graag een plaatje van had gemaakt. Er hangt een jongeman met hoofd en schouders naar buiten, uitbundig te zwaaien. Op zijn kroezelharen zit een zonnebril. Door het raam zwaait hij naar ons en roept ‘waar gaan jullie naar toe?’ (onze auto draagt de nummerplaat van Illinois, dus niemand ziet waar we vandaan komen). Als groet stuurt hij ons nog een ‘peace’.

    Vanaf dat moment hou ik het fototoestel startklaar om vb. onderweg de brievenbussen te trekken die in groepjes staan bij het begin van elke weg, of een kiekje te nemen bij de plaats waar ze auto’s verkopen. De garage is volledig versierd met glinsterende slingers (Ik dacht echt dat in films dat overdreven werd, maar het is dus echt zo kitcherig).  We komen ook hier en daar een ranch tegen en we verbazen ons over de vele Amerikaanse vlaggen die overal gehangen worden aan bijna elke beschikbare palen of huizen. Mochten we dus een second of zo vergeten zijn dat we in Amerika zitten, dan worden we daar gauw genoeg aan herinnerd. Zouden wij een Belgisch vlagje ophangen aan onze auto?

    Ons plan was om in Mariposa een motel te zoeken, die plek ligt maar een klein uur van Yosemite Nationaal park af. We weten zowiezo zeker dat alles daarachter vol zal zitten, maar merken algauw dat ook in Mariposa alle motels volledig vol zitten. Een dame aan de receptie is zo vriendelijk om ons verder te helpen. We mogen zelfs haar gsm gebruiken want al onze toestellen weigeren hier dienst (We hadden ons nochtans goed voorzien en zelfs in New york nog een toestel gekocht).

    Dus keren we in de piepedonker een stuk terug op onze weg, met de maan die ons gezelschap houdt (ziet die er nu anders uit dan thuis? Jawel) en een sterrenhemel om U tegen te zeggen want hier is geen lichtvervuiling.
    Och my god de dagen zijn hier ferm gevuld
    Groetjes
    Annemie en C°

    15-08-2013, 00:00 geschreven door Annemie Dufromont  

    Reageer (0)

    12-08-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Go west : Dag 9 - 11 augustus, eerste echte tocht door het, niet meer zo, wilde Westen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Vandaag voor het eerst neemt de wagen het werk over van onze voeten en daar hebben we echt niets op tegen.

    Als je er sfeer met geluid bij wil, zet dan ‘born to be wild’ op terwijl je leest, want ze rijden vandaag over highway 1. Europeanen kunnen deze snelweg kennen, omdat ze hier testen doen met electrische auto’s (California is één van de voorbeeldstaten qua mileubewustzijn). Tijdens Top Gear worden daarom ook vaak beelden gebruikt uit deze streek.

     We ontbijten eerst met Amerikaanse pannenkoeken die ik nu eens vers zie klaarmaken door Caroline. Carl holt nog snel om Mapple sirop (esdoorn siroop) die overbekend is hier, maar eigenlijk vanuit Canada komt. Ach ja, alles ligt niet zo ver uiteen.  

    We geven Caroline en Carl bij vertrek zowel een Amerikaanse hug als een Europese zoen. Het zal weer tot december duren eer we mekaar ontmoeten, maar de menu blijkt nu al vastgelegd voor de volgende date.

    Santa Rosa (waar we logeerden) ligt even ten Noorden boven San Francisco, dus we nemen de weg van gisteren terug om verder door te trekken naar Monterey dat zuidelijker ligt. Maar eerst houden we halt voor een picnic ter hoogte van de golden Gate Bridge. We merken constant dat het weer per aantal km heel fel verandert, afhankelijk van het vocht dat van over zee komt. Dus nu trekken we een trui aan (muts en sjaal waren ook welkom geweest) om met zicht op de Pacific een hap te eten.

    Ewout zorgt voor animatie als hij zijn beroemde eetsamenstellingen aan de man brengt. Hij maakt een kuiltje over de volledige lengte van zijn banaan, vult dat op met nutella en geniet zo van een banana split zonder ijs (iets fris hebben we echt niet nodig). Voorbijgangers wijzen naar hem en zo leren ze ook alweer een goeie combinatie kennen.

    Bij de baai van Santa Cruz (net voor Monterey) is het dan weer gezellig warm, we gooien een hoop lagen af en vergapen ons aan de Board Walk, dat niet meer maar ook niets minder blijkt te zijn dan een pretpark aan de kust over de lengte van het strand. Een aantal attracties krijgen een sterretje, de Carrousel die in 1920 in de staat New York is gebouwd en nog steeds rondjes draait en de ‘Giant Dipper’ een houten roetsbaan die origineel gebouwd is in 1894.

    Daarna trekken we verder naar Montery, nog een uurtje zuidelijker, maar ineens is de mist daar weer en hebben we opnieuw een trui nodig. We gaan eten op een plek dat me nog het meest doet denken aan de interieurs van de sprookjesverhalen van de Efteling. Het zou me helemaal niet verbazen als ineens de wolf van de 7 geitjes kwam opdagen.

    Vaak heb ik het gevoel een figurant te zijn in een film die zich hier toevallig afspeelt, een mooi verhaal trouwens, en we kunnen absoluut nog heel veel leren van de mensen hier. We krijgen intussen het gevoel dat we al een maand of zo van thuis weg zijn. Toch hebben we nog een hele tijd in het westen tegeoed. Gegroet en machtig veel zomerse groeten

    God bless ye,  

     Annemie

     

     

     

    12-08-2013, 00:00 geschreven door Annemie Dufromont  

    Reageer (0)

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Go west : Dag 8 - 10 augustus, stokoude generaals onderweg
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Vandaag laten we San Francisco achter ons omdat we in Mill Valley een afspraak hebben. Eindelijk ontmoeten we familie die ons heel wat tips gaf voor deze Amerika reis. Maar we vertrekken niet zonder een picnictas te laten vullen bij ‘Boudin’. In deze bakkerij zie je de bakkers aan de etalages bezig de broodfiguren te vormen van o.a. trams en schildpadden. Tip voor wie deze kant uitkomt, boek een hotel zonder ontbijt en kom de eerste maaltijd van de dag her samenstellen. Het is gewoon te lekker om deze bakkerij links te laten liggen.

    De mist is weer opgetrokken als we de Golden Gate bridge overrijden. En buiten de stad doet het decor nog veel meer aan Amerika denken : de Amerikaanse vlaggen die aan gebouwen als waaiers zijn gevouwen, de houten huizen met veranda’s voor de deur, het dorre gras. Omdat het hier maar een aantal maanden per jaar regent liggen de heuvels er het grootste deel van het jaar goudgeel bij.

    In Mill Valley ontmoeten we Caroline en Carl, en we kunnen meteen samen met hen de picnic verorberen, een heerlijk rustig en bijpraat moment. Voor het bijpraten hebben we trouwens de hele verdere dag de tijd, want we trekken een stukje verder naar het noorden om er de stille oceaan (the Pacific Ociaan)  te zien kletsen tegen de zwarte rotsen die met hun voeten in het water staan. Het beeld lijkt heel erg op dat van Big Sur, dat verder naar het zuiden ligt onder Monterey. Filiep heeft ontzettend veel trek om zijn tenen in het water krijgen. Het hete zand waar we onze voeten in woelen en het helderblauwe water die het zand opgerolt lijkt nog meer Amerikaans door de surfers die zich hier op de golven wagen.

    Carl merkt op dat waar ook ter wereld er formidabele gelijkenissen zijn. Overal op het strand bouwen kinderen zandkastelen en animeren de papa’s en de mama’s hun kroost ongeveer op dezelfde manier. Wat wel anders is, is dat er hier heel veel Aziatische mensen rondlopen, die naar hier gekomen zijn als gastarbeiders voor het bouwen van de houten huizen. En. Het water is diepblauw, de wind is van de partij zodat er allerlei vliegers in de lucht hangen.  

    In het groene park achter het strand ontdekken we de zo typische Amerikaanse Barbecue die door verschillende mensen warm wordt gehouden. De feestjes zitten eraan te komen.

    Nog dichter bij Santa Rosa en iets minder bekend bij toeristen (velen gaan naar Muir woods, vast ook mooi ook maar druk) ligt Redwoods National park. Ik had al foto’s gezien van die hoge naaldbomen (sequoia bomen), maar het is overweldigend (weeral) om ze hier in het echt te zien. Niet alleen omdat ze zo hoog zijn, maar vooral omdat ze al zo lang in dit woud staan. We komen onder andere Generaal Armstrong tegen die 1400 levensjaren telt. Dat mag al eens gevierd worden. Het idee dat een boom er al stond in het jaar 600, die heeft toch al eens iets te vertellen, mocht dat eens kunnen. Sommige bomen hebben inderdaad gaten waarin een groep volwassenen kunnen staan. Misschien heb je de foto al wel gezien van een volkswagenbusje die door een gat in de stam rijdt van een sequoia. Daarover gaat het dus.

    Omdat we, in tegenstelling met alle vorige dagen, hier ongeveer alleen kuieren, horen we ook de raven roepen. Het is er dus rustig en we kikken even af van het stadsgeweld van de afgelopen dagen.

    ’s Avonds zijn we te gast bij Caroline en Carl thuis. Er ligt vers gedraaide pasta klaar en eigen gekweekte groenten. De zelf gevangen zalm gaat op de BBQ terwijl wij nippen van een glas ook zelf gebrouwen cider.

    Een heerlijke avond, een mooie ontmoeting en dat is net wat vakantie is, niet-moeten, ont-moeten.

     

    12-08-2013, 00:00 geschreven door Annemie Dufromont  

    Reageer (0)

    10-08-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Go west dag 7 - 9 augustus : When you are going to San Francisco, draag dan bloemen in je haar
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Ik ben alvast in tenue met bloemen op mijn schoenen en in mijn haar.

    Meteen na het ontbijt springen we de fiets op. New York heeft ons geleerd dat we niet alles te voet hoeven te doen en op de fiets komen we ook de stad bovengronds tegen. Het lijkt ons een goed idee zo, we zijn zeker niet de enigste toeristen die zo de stad bezoeken. Op het eerste stuk van onze tocht beseffen we nog niet welke krachttoer het tweede deel zal kosten.

    We rijden eerst Chinatowm in via de gate. Deze Oosterse poort brengen ons al in de juiste sfeer samen met de lampionnen die in slingers over de straten hangen, de eetstalletjes en winkels met draken.

    De Fisherman’s Warf is een van de meest gegeerde stukken uit de stad. Pier 39 trekt heel wat toeristen o.a. omwille van de restaurants met krab.

    Maar ik vind Cannery row mooier. De oude rode fabrieksgebouwen, waar vroeger vis werd ingeblikt, worden nu opnieuw nuttig en leuk ingevuld. Via  Hyde street Pier komen we bij driemasters en andere zeilschepen waarmee vroeger op Alaska werd gevaren. De tijd wordt hier even teruggedraaid naar 1860 toen het Balchuda schip de zee trotseerde. Het kost me geen moeite om de stoere zeebonken de vis te zien vervoeren naar de Cannery Row.

    We fietsen verder langs de baai van San Francisco. De stad doet me qua vorm denken aan een omgekeerde komma, waar bij het smalle deel de baai aan de ene kant en de Stille Oceaan aan de andere kant ligt. Ter hoogte van Ford Maçon kijken, in zachte tinten geschilderde huizen uit op de inham van de baai en haven. De Victoriaanse stijl van de woningen valt met geen andere te vergelijken.

    Voor ons overheerst de Golden Gate Bridge als een statige dame, met een aandachtige blik over de stad. Net onder de brug, worden we in het fort nog eens terugkatapulteerd naar 1866 via buskruit en kogels, ik verwacht haast een leger blauwbloezen maar in plaats daarvan repeteren er acteurs voor Mac Beth.

    Na de Golden Gate Bridge raken we af en toe het spoor bijster qua fietsrichting, ondanks een aantal verschillende plannen en een Iphone. We voelen al gauw onze benen gloeien als we onderweg zijn naar het golden gate park, nochtans probeer ik op gewone dagen te werken aan mijn conditie, maar met niet overdreven veel effect, zo blijkt. Het fietsen op de steile hellingen in de stad is echt niet te onderschatten.

    Op een bepaald moment beslissen de dame’s (Marjolein en ik) om alvast een stukje vooruit te stappen met de fiets aan de hand (dat is een stuk haalbaarder) de mannen bekijken intussen de kaart (van vrouwen is geweten dat ze niet kunnen kaartlezen, al doe ik soms wel verwoede pogingen). Een dame achter ons spreekt heel erg bezorgd de mannen aan, met de boodschap dat ze er toch vooral moeten voor zorgen dat er af en toe gerust werd en dat we ook af en toe stopten om te eten, want volgens haar zagen we er niet echt gelukkig uit. Die bezorgdheid om mekaar, zo mooi.

    Het was behoorlijk lastig maar het uitzicht op de Victoriaanse huizen was meer dan de moeite. De ‘Painted ladies’, een groepje gelijke huizen die verschillend geschilderd zijn, blijken heel bekend, maar in de wijken waar wij in de loop van de dag door fietsten zagen we heel wat pareltjes van woningen. Marjolein blijft de fotograaf van dienst die al dat moois vastlegt en ik val in herhaling, ook hier zou Ewout graag wonen.

    We komen heel bijzondere mensen tegen. Ineens werd alle verkeer tegengehouden door een aantal politiemannen op de motor. Ze escorteerden een geblindeerde wagen waarin volgens iedereen van ons gezelschap Elton John zat.

    We liepen ook Jean-Claude Van Damme tegen, maar we geloofden de man die dat beweerde niet echt. Hij zag eruit als een zwarte rapper, op fluoschoenen. Bij de trappen aan de bloemrijke paviljoenen in het Golden Gate park, begon hij te schreeuwen. Eerst dachten we nog dat hij in zijn eentje aan de Lion King wou beginnen, maar hij bleek vooral te willen praten met voor ons onzichtbare mensen. Vreemde dialogen gaf dat. Er waren wel meer mensen die vanuit het niets tegen niemand aan het babbelen en roepen waren. Iemand op een voetpad schreeuwde naar ons dat hij in een volgend leven terugkeert als meisjesfiets. Wat ze gegeten , gesnoven of gedronken hadden, weet ik niet zo goed, maar het levert wel aardige taferelen op. In elk geval, deze plek is ook gekend om zijn flower power in bepaalde stukken in de stad. Hier en daar valt dat inderdaad op.     

    We sloten de dag af met zeehonden die languit uitrusten aan de pier om daarna nog Lombard street te vinden. Een stuk weg die zo stijl is dat ze de rijbaan zigzag gelegd hebben tussen de huizen. De overgebleven driehoeken tussenin zijn mooi bebloemd, wat deze straat een van de meest bijzondere maakt. We wandelen Lombard street naar boven, puffend.

    Bij het terugbrengen van onze fiets, vroeg de man van waar we kwamen en of we Nederlands of Frans of Duits spraken. Ik vondhet behoorlijk sterk, dat hij België zelfs op deze manier kende.

    San Francisco is echt de meest golvende stad die ik ken. De wegen stijgen en dalen hier zo sterk dat we zelfs te voet onze spieren voelen. De film mss Doubtfire is hier opgenomen en in die film vallen die hoogteverschillen heel fel op.

    IK kan alleen maar mateloze bewondering hebben voor Richard Hammond die hier voor ‘Top Gear’ rondreed met een fiets waarop een bierton was gemonteerd.

    Slaap zacht als je daar aan toe bent, Groeten van de enigsten Kortrijkzaan die nu nog wakker is.

    Morgen mogen we familie ontmoeten.

     

     

    10-08-2013, 00:00 geschreven door Annemie Dufromont  

    Reageer (0)

    09-08-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Go West, dag 6 - 8augustus: te voet van Canada naar Amerika
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    De laatste ochtend in Ontario, we genieten lang genoeg van het bijzondere ontbijt, haute cuisine  vroeg op de dag en er is ook chocomelk met marsmellows. Onze gastheer bakt elke dag verse muffins, telkens met een andere smaak. We hebben intussen al geleerd dat de ontbijten hier zwaar zijn en nemen het gebakje mee voor onderweg.

    Ons plan is om alle valiezen eerst te voet tot aan de bushalte te sleuren, daarna naar de rainbowbridge te rijden en daarna terug te voet de grens over te steken.

    Onderweg stopt er plots een dame in de auto. Op een toon die de hoogte ingaat alsof ze ons wil tegenhouden om de Niagara rivier over te zwemmen, gilt ze :

    ‘Oh My God, you guys! Ik zag jullie lopen met die bagage, Oh My God! Ik dacht, die mensen moet ik meteen gaan helpen, OMG moeten jullie nog te voet tot aan het bushokje? OMG, die valiezen zullen echt wel heel zwaar zijn, OMG ik wil jullie graag helpen hoor, als jullie een lift nodig hebben. OMG!'

    Dit bovenste is zo goed als letterlijk geciteerd en werd een aantal keer herhaald. Het duurde echt even voor we haar gerust konden stellen dat het allemaal wel meeviel, en we verder konden naar de Rainbowbridge. Die brug en de rivier vormen ook de grens tussen de twee staten. De grens overwandelen is een gekke bedoening, maar we hebben vanop de brug een prachtig beeld van de watervallen, iets wat we vanuit de taxi bij het doorgaan moesten missen.

    Om terug aan de USA kant te raken kostte het ons bloed (de valiezen rijden wel eens over iemands teen), zweet (onze reusachtige valiezen de trappen op en af sleuren) en tranen. Vandaag kregen we het intrieste nieuws dat onze vriend en buurman de keuze maakte om uit het leven te stappen. Een bericht die ons allemaal heel erg raakt en ons laat voelen dat we zorg mogen dragen voor elkaar.

    Jullie krijgen daarom allemaal een valies vol genegenheid, en liefs. We denken echt aan jullie en proberen onze indrukken mee te geven en mee te nemen voor thuis.

    Annemie en C°

    09-08-2013, 00:00 geschreven door Annemie Dufromont  

    Reageer (0)

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Go west, dag 5 - 7 augustus De Niagara Falls
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Ach, zalig om wakker te worden in Cuba….dat dacht Ewout deze morgen toen hij wakker werd. Nog maar net onderweg en toch al een beetje gedesoriënteerd.

    Vandaag komt het water van alle kanten merken we. De Niagara falls hebben alles om je er een tijdje zoet mee te houden. We werden gewaarschuwd dat het er zeer druk zou zijn, zeker aan de Canadese kant, maar wij vonden het best meevallen voor het grootste deel van de dag. (het drukke kermisdeel mijden we).

    Bij elk stuk van het programma krijgen we een plastic regenjas, we spelen dus afwisselend voor blauwe PMD zak en gele kledij-ophaalzak. Die kledij is verder absoluut nuttig. Niet zozeer bij de Niagara fury, een 4D film waarin we op een vochtige manier konden ontdekken hoe de watervallen ontstonden, maar zeker wel bij de wandeling achter de watervallen. Via tunnels worden we achter het watergordijn geloodst en ontdekken we wat de kracht van water is bij de voet van de waterval. Meteen krijgen we een douche cadeau (dju shampoo vergeten). Op de Niagara rivier vaart ook ‘the maid of mist’ of zoals de naam het zegt, vaart deze tot zo dicht mogelijk bij de watervallen, waardoor de passagiers in een mist van water komen te zitten. Het water valt ongeveer 100 meter naar beneden maar boven de watervallen is constant een wolk van water te zien. Wie in de buurt een wandeling maakt, voelt steeds de waterdruppels. Daarom veranderen we ons plan om ook met de boot mee te gaan, we zijn ervan overtuigd dat het zicht bij de voet van de waterval het mooiste punt is om de waterwereld te bekijken.

    De watervallen slijten nu nog steeds uit (30 cm per 10 jaar) en per dag valt 1 miljard badkuipen (niet de kuipen, wel het water) naar beneden. PER DAG, 1 MILJARD BADKUIPEN ! ’s Nachts wordt een deel van deze waterkracht gebruikt voor elektriciteit.

    De mensen zijn hier niet alleen vriendelijk, maar ook geïnteresseerd.

    'Hi guys, how are you doing? Where are you from?'

    Heel snel raak je in gesprek en altijd is er iemand die het ziet als je hulp nodig hebt.

    Vanaf valavond verzamelen de kijkers zich weer massaal rond het water. De watervallen worden in zachte tinten verlicht tot een feeëriek spektakel. Een heel sterke ervaring en een once-in-a-lifetime experience.  

    Voor morgen hebben we een plan, we maken het onszelf eens lastiger dan nodig.

     

    09-08-2013, 00:00 geschreven door Annemie Dufromont  

    Reageer (0)

    Foto

    Mailinglijst

    Geef je e-mail adres op en klik op onderstaande knop om je in te schrijven voor de mailinglist.



    Foto

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Foto

    Laatste commentaren
  • tesco pharmacy selling viagra (MoisesBon)
        op Les Vosges 6 juli
  • viagra ejaculation premature (MoisesBon)
        op Les Vosges 6 juli
  • Mooi (Jan)
        op De koningen brengen voor 2015 meer mee dan goud, wierook en mirre
  • Fantastisch (tine)
        op Laplandavonturen, (going North) en toch hebben we warme voeten
  • Mooi (Lieve)
        op En toch hebben we warme voeten (eerste versie)
  • vakantie (Marijke Devisch)
        op Go West dag 15 - 17 augustus : spannend in Bryce Canyon
  • vakantie (Marijke Devisch)
        op Go West dag 15 - 17 augustus : spannend in Bryce Canyon
  • fijn om jullie blog te volgen (helga)
        op Go west : Dag 3 - 5 augustus : downtown New York
  • Prettig verlof (Chifa)
        op Go west 3 : Nog thuis....Anna bakt koekjes voor...
  • Maan (Claude Delrue)
        op Maan

  • E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Categorieën
  • Go west - rondreis USA 2013 (5)

  • Archief per week
  • 13/07-19/07 2015
  • 05/01-11/01 2015
  • 17/11-23/11 2014
  • 21/07-27/07 2014
  • 14/07-20/07 2014
  • 07/07-13/07 2014
  • 30/06-06/07 2014
  • 14/04-20/04 2014
  • 07/04-13/04 2014
  • 10/02-16/02 2014
  • 26/08-01/09 2013
  • 19/08-25/08 2013
  • 12/08-18/08 2013
  • 05/08-11/08 2013
  • 29/07-04/08 2013
  • 13/05-19/05 2013
  • 06/05-12/05 2013
  • 18/03-24/03 2013
  • 11/02-17/02 2013
  • 21/01-27/01 2013
  • 03/12-09/12 2012
  • 26/11-02/12 2012
  • 19/11-25/11 2012
  • 15/10-21/10 2012
  • 24/09-30/09 2012
  • 10/09-16/09 2012
  • 27/08-02/09 2012
  • 30/07-05/08 2012
  • 16/07-22/07 2012
  • 09/07-15/07 2012
  • 02/07-08/07 2012
  • 25/06-01/07 2012
  • 18/06-24/06 2012
  • 11/06-17/06 2012
  • 04/06-10/06 2012
  • 28/05-03/06 2012
  • 21/05-27/05 2012
  • 14/05-20/05 2012
  • 07/05-13/05 2012
  • 30/04-06/05 2012


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!