Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
E-mail mij

Druk oponderstaande knop om mij te e-mailen.

Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto

Momentum

04/07/07

Beste vogelvriend …

Startdatum: om meteen de drempelvrees te verlagen stel ik voor dat iedereen een reactie ventileert over het wegblijven van een birdyreünie; het kan kort in de 'poll'-rubriek en wat uitgebreider in dit communicatievenstertje.
Het was Oswald die mij ooit voorstelde ons wat dieper in het internet te nestelen, wat nu via deze blog is gebeurd, weliswaar zonder een referendum te houden.
Bij deze nodig ik jullie uit je mening te ventileren, want de bedoeling is een handig alternatief aan te bieden.
Tot heel binnenkort …

04/07/08

Happy Birdyday …

 

Temidden van een levendige en warmhartige woonwijk, ligt een door menselijke bebouwing omzoomde biotoop … een fraaie frisgroene weelderige oase, waar de birdyfans de gevederde tuinbezoekers graag welkom heten en gul onthalen.

Die verwennende gastvrijheid in een gezellig en veilig rustoord, bekoorlijk door landelijke eenvoud en liefelijkheid, prikkelt de vertrouwenwekkende aanhang, de nesteldrang met vrolijk vogelgezang en feestelijke voortgang. We hopen volgend jaar nog meer ‘straatketten’ naar de Kille Meutel te lokken …

 

04/07/09

 

Je zoekt, vindt en kiest

een levensweg, die je deelt

met trouwe vrienden …

 

Precies vandaag bestaat ons“Kille Meutel”Forumpje 2 jaar.

Sinds de wondermooie opnames van onze huisfotografen het “Blogscherm” sieren, loopt het aantal bezoekers gevoelig op.

Een verheugende en hartverwarmende vaststelling, daar eveneens destijds de voor natuurliefhebbers en vogelbeschermers bedoelde nieuwsbrieven, geïllustreerd met tekeningen, een educatieve waarde beoogden.

Sedert kort werd de rubriek“Birdywatch”gelanceerd, initieel opgevat als verzamelbox voor (tuin)observaties van vogelspotters.

Momenteel is een gebruiksvriendelijke observatiefiche, waarin de waarnemer zijn vaststellingen optekent, nog niet beschikbaar.

Met een klik op“Vogelwaarnemingen” nodigt de rubriekenindeling de bezoeker uit een pittige anekdote,een blikvanger,een weetje of een suggestie neer te pennen.

Af en toe duikt over een verschenen artikel een leuke en spontane “Reactie” op of laat men een indruk na in het “Gastenboek”.

In de speurtocht naar kennisdeling en verwondering wekken, blijft de drijfveer“Alles kan altijd beter”…

04/07/10

 

Vandaag hebben we weer wat te vieren want de blog bestaat 3 jaar.

Onze trouwe huisfotografen Jo en Wim blijven voor merkwaardig beeldmateriaal zorgen en dan is het ook niet verwonderlijk dat het bezoekersaantal gestaag aangroeit.

Met vereende krachten hebben we met ons klein, maar niet minder enthousiast clubje vogelvrienden een mussenteltraject uitgezet om in de streek (Zaventem, Nossegem, Sterrebeek, Kraainem) op 17 verschillende telpunten onze geliefde‘straatketjes’ te tellen.

Hierdoor maken we deel uit van de mussenwerkgroep Vlaanderen die naast het jaarlijks weerkerend mussentelweekend in samenwerking met de universiteit Gent een grootschalig huismussenonderzoek coördineert.

Wij blijven uiteraard ook gefocust op de vliegbewegingen binnen onze tuinenbiotoop. Tijdens de jongste reünie gaven enkele haiku’s mooi weer hoe fel we gehecht zijn aan onze gevederde levensgezel; meteen ook een gelegenheid om de loyale vogelliefhebbers een welverdiende  huismuspin op te spelden …

Dakpan of dakgoot,

voor de huismus is een nest

in Kille Meutel – Georges

Tjilpende huismus,

nest in de Kille Meutel

welkom bij ons hier – Arlette

Kijk Kille Meutel,

veel parende huismussen,

hemel op aarde – Oswald

Kille Meutel vriend,

huismus breng ons samen en

laat het blijven zijn – Chris

Groene oase,

paradijs voor de huismus,

dé Kille Meutel – Franz

04/07/11

Drukke en woelige tijden tasten al eens vaker de drang aan om over de fascinatie voor het
vedervolkje te communiceren.Immers in de Brusselse betonnen biotoop beter bestuurlijk beleid geldt de regel: first things first and don't feel free as a bird!
Toch is het bezoekersaantal op jaarbasis weer gevoelig toegenomen dit jaar, een eerbetoon dat vooral de huisfotografen toekomt, die voor kwalitatief hoogstaande visuele impressies zorgen.In de loop van volgend jaar zal de Kille Meutel een bijdrage leveren aan de geplande acties van de mussenwerkgroep Vogelbescherming Vlaanderen.

04/07/12

Inmiddels hebben ruim 51 000 bezoekers op de blog 275 artikels en 125 vogelportretten geraadpleegd, alsook 1 100 foto's, waarvan de helft door onze huisfotografen werd aangeleverd. Uit statistieken ter beschikking gesteld door de providers kunnen we afleiden 
dat 54% Nederlanders en 41% Vlamingen geregeld de blog raadplegen en dan het vaakst gedurende de weekdagen (70%), voornamelijk tussen 13.00 en 18.00 u en 30% tijdens het weekend. Tijdens de maanden juli, augustus en september heeft de blog 'begrijpelijk' minder succes.De Kille Meuel blijft zich samen met Vogelbescherming Vlaanderen inzetten voor het behoud van de huismus.  

Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Mijn favorieten reeks 1
  • bloggen.be
  • Natuurpunt
  • National Geographic
  • Natuurfotograaf Mineur
  • Vogelbescherming Vlaanderen
  • Vogelportretten Birdpix
  • Vogelportretten Birdfocus
  • Vogelbescherming Nederland
  • Belgium Digital
  • Vogelzang
    Mijn favorieten reeks 2
  • Favoriete vogel 2014
  • Instituut voor natuur- en bosbouw
  • Mussenwerkgroep
  • Natuurfotograaf Laura Sperber
  • Vogelencyclopedie
  • Natuurfotgrafen Monique & Luc Bogaerts
  • Natuurfotograaf Pieter Cox
  • Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    TO DO - List

    Kille Meutel Meetings Overlegmomenten Vogelbescherming Vlaanderen Overlegmomenten Natuurpunt Overlegmomenten WWF Overlegmomenten Greenpeace Overlegmomenten INBO

    KILLE MEUTEL
    Vogelvrienden
    02-06-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Operatie akkervogel

     

    Geraadpleegde bron: EOS Wetenschap: Operatie akkervogel [Begijn Le Bleu]

     

    Het gaat niet goed met de akkervogel. Monitoringprojecten tonen alarmerende afnames in hun aantallen. Om de dieren te redden, rekenen natuurwerkgroepen op de goodwill van boeren.

     

    “De grauwe gors heeft zijn zwanenzang ingezet”, zo luidde de conclusie van de vrijwilligerswerkgroep ‘Grauwe Gors’ in een artikel uit 2018 van Natuur Oriolis.

     

    De vogel met zijn opvallend forse snavel en stierennek is in deze contreien aan een sterke terugval bezig. Midden de jaren ’70 telden vogelspotters meer dan 3 000 broedparen in Vlaanderen; in 2018 schieten er nog amper een 40-tal paren over.

    De soort heeft zich volledig teruggetrokken op enkele Haspengouwse leemplateaus.

    Het zijn stoere vogels met een snaveltand waarmee ze dikke zaden en zelfs maïskorrels te lijf gaan. En hun zang is formidabel; ze maken het geluid van een rammelende sleutelbos.

     

    Vele winters geleden zag Freek Verdonckt, beleidsmedewerker bij Natuurpunt en vrijwilliger bij de werkgroep de Grauwe Gors, 350 gorzen samen in een boom zitten. Als die beginnen te zingen, hoor je één grote sleutelbossymfonie. Het was de laatste groep die Freek heeft gezien.

    Als hij het vandaag heeft over de laatste grauwe gorzen in Vlaanderen gebruikt hij de term ‘living dead’. Het zijn individuen die door gebrekkig broedsucces onvoldoende nakomelingen voortbrengen. Ze slagen er niet meer in hun soort in stand te houden.

     

    Grauwe gorzen maken hun nesten op de grond. Daarvoor verkiezen ze akkers en open landbouwlandschappen. Ook voor hun voedsel – granen en zaden, alsook insecten tijdens het broedseizoen – zijn ze aangewezen op boerenland.

    Door de landbouwintensivering zien gorzen het aantal veilige broedplaatsen afnemen.

    Het landschap verandert sterk. Irrigatie maakt gronden droger, ruilverkaveling doet kanten en grachten verdwijnen en het landschap versnippert. Het wordt moeilijker voor de vogels om voedsel te bemachtigen.

    De problemen waarmee de grauwe gorzen kampen, zijn exemplarisch voor de moeilijkheden die ook andere soorten ervaren. Gorzen maken deel uit van de akkervogels , een groep waartoe onder meer veldleeuweriken, ringmussen, kwartels en enkele roofvogels behoren. De meeste van deze vogels delen dezelfde grieven als de gorzen.

     

    Niet meer thuis in eigen huis

     

    De kievit, een andere akkervogel, wordt nog in vrij grote aantallen gespot. Toch moet ook deze soort vechten om zijn voortbestaan. De relatief grote groepen die waarnemers jaarlijks in mei en juni melden, behoren tot diezelfde ‘living dead’-groep. Het zijn oudervogels die samentroepen nadat hun broedsel is mislukt.

    De kievit maakte eerder al een switch van weiland naar akkerland. Volgens het Nederlandse biologiemagazine ‘Nature today’ zijn hun aantallen gekelderd door habitatverlies en een verhoogde predatiedruk. Die twee oorzaken houden met elkaar verband: in een uitgekleed landschap krijgen rovers vaak vrij spel op de resterende broedvogels.

    De laatste jaren mag er gerust worden gesproken van een dramatische trend. Het beschermen van hun nest is één zaak, maar kievitsjongen zijn nestvlieders. Zodra ze uit het ei zijn gekropen, moeten ze voedsel kunnen zoeken in een veilige omgeving. Als die er niet is, moeten ze elders op zoek. Dat maakt hen kwetsbaar voor predatoren als vossen en roofvogels.

    Zelfs in een veilige omgeving hebben ze het niet altijd makkelijk. Soms laten boeren hun maïs en andere akkergewassen langer groeien, waardoor de jongen het noorden kwijtraken en verhongeren. Bijkomend probleem is dat de broedperiode van de kievit soms middenin de maaitijd valt. Jongen worden geregeld gedood door de maaibalk van de boer.

    In een rapport dat Natuurpunt Studie opstelde in opdracht van de provincie Vlaams-Brabant blijkt dat amper één op tien kievit-nesten succesvol is. Het is een zoveelste niet mis te verstaan signaal dat het niet goed gaat met deze vogels.

     

    Ook roofvogels verliezen terrein

     

    Overigens verliezen ook roofvogels de strijd tegen een veranderend landschap. De bruine kiekendief broedt in uitgestrekte moerassige rietvelden, maar ook in cultuurlandschappen, zoals graan- en koolzaadvelden. Door een intensieve landbouw vindt deze akkervogel steeds moelijker zijn weg naar goede nestlocaties.

    Met intensieve landbouw neemt ook het gebruik van bestrijdingsmiddelen toe. Akkervogels lijden direct en indirect onder de toenemende concentraties pesticiden. Het voornaamste probleem is dat hun voedselaanbod erdoor slinkt.

    In 2014 al schreef een groep wetenschappers in het vakblad Nature over de negatieve impact van pesticiden (vooral neonicotinoïden) op akkervogels en andere insecteneters.

    Akkervogels worstelen met torenhoge problematieken.

     

    De werkgroep Grauwe Gors schrijft adviezen voor waarmee de overheden en organisaties die kunnen aanpakken. Een maatregel die de groep al eerder voorstelde, is het uitbouwen van vogelakkers.

    Vogelakkers zijn velden met afwisselende stroken luzerneplanten en stroken grassen, granen en kruiden. Zulke velden bleken in het verleden al uitmuntend foerageergebied te zijn voor akkervogels. Kiekendieven, maar ook veldleeuweriken en allicht ook de grauwe gors komen erop af.

    De uitbouw van vogelakkers staat of valt met de medewerking van landbouwers.

    Gelukkig toont een aantal boeren zich bereid om zich te verdiepen in de teelt-technische aspecten van luzerne. Akkervogels hebben de plant nodig en ook de boer kan ervan profiteren, want luzerne kan dienen als eiwitrijk veevoeder. Stroken op akkers waar luzerne staat, bieden dus een win-winsituatie.

    Vogelakkers onderhouden vraagt nog heel wat expertise. Zo moeten boeren ze met ruime intervallen om de 60 dagen maaien. Op die manier krijgen veldleeuweriken voldoende tijd om tussen de maaibeurten in veilig een nest te maken en hun jongen groot te brengen.

    Dankzij de akkers kunnen vogels meerdere legsels per seizoen grootbrengen. Dat is noodzakelijk voor een gezonde populatieopbouw. Toch blijft constante monitoring door de werkgroep Grauwe Gors van belang.

     

    Plan Kiekendief

     

    Onder meer dankzij de werkgroep Grauwe Gors kon Plan Kiekendief, een project van Regionaal Landschap Zuid-Hageland, een vogelakker uitbouwen in Haspengouw. Het doel daar is om de grauwe kiekendief terug aan het broeden te krijgen.

    De roofvogel staat bekend om zijn halsbrekende vliegkunsten en prachtige prooioverdracht in het broedseizoen, waarbij het mannetje zijn vangst in volle vlucht aan het vrouwtje doorgeeft. Na de jaren 1970 verdween deze elegante soort als regelmatige broedvogel uit Vlaanderen.

    Een soortbeschermingsprogramma opgesteld door het Agentschap Natuur en Bos en de werkgroep Grauwe Gors moest hier verandering in brengen.

    Vrij eenvoudig gesteld komt het erop neer dat er voor de vogel nieuw leefgebied wordt gecreëerd. In 5 afgebakende kernzones, waaronder de Haspengouwse leemplateaus rondom Gingelom, Hoegaarden en Tongeren, komen nieuwe vogelakkers. In de leemstreek wil de Vlaamse overheid tegen 2020 90 ha leefgebied creëren voor 3 broedparen van grauwe kiekendieven.

    De maatregelen die de overheid, werkgroepen en boeren ondernemen, hebben al voor minstens één succesverhaal gezorgd.

     

    In Diksmuide registreerden vogelliefhebbers vorig jaar een geslaagd broedgeval van een grauwe kiekendief. Het was de eerste in West-Vlaanderen sinds 1959. Na een avontuurlijke zoektocht vonden vrijwilligers van natuurwerkgroep De Kerkuil het nest van deze stille vogel in een veld wintertarwe.

    De kiekendief is een grondbroeder, dus moesten de vrijwilligers de eigenaar van het land snel verwittigen. De boer stemde in om met hen samen te werken. Om het nest te beschermen plaatsten de vrijwilligers er een half open kooi rond. De boer kon zo’n 100 m² tarwe niet oogsten, maar werd daarvoor via een subsidie door het ANB vergoed.

    Onderzoekers van het Koninklijk instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) ringend de jongen van het kiekendiefpaar en vrijwilligers van de Stichting Grauwe Kiekendief kleur-ringden ze.

    Even werd het nog spannend voor één van de jongen. Tijdens een aantal vliegoefeningen vloog het jong uit de kooi in het veld, net toen de boer de tarwe ging oogsten. Een tijdlang was het zoek. Na een speuractie van een aantal vrijwilligers en een oplettende natuurvorser die mocht meerijden op de tractor van de boer voor een beter zicht, werd het alsnog teruggevonden.

    Als alles meezit, zijn de jongen nu in Afrika. Daar verblijven kiekendieven over het algemeen tijdens hun eerste levensjaar.

    Of het broederpaar dit jaar opnieuw zal broeden in West-Vlaanderen valt af te wachten. In elk geval blijkt dat natuurbescherming en landbouw wel degelijk hand in hand kunnen gaan en dat het de enige manier is om de akkervogel te redden.












    02-06-2019 om 18:51 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    20-05-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Cetti’s zanger in opmars

     

    De naam die het vogeltje kreeg, is een eerbetoon aan de Italiaanse onderzoeker, Francesco Cetti, die de kleine zangvogel voor het eerst beschreef in 1820.

    De Cetti’s zanger heeft een verborgen levenswijze, al is het een levendige en actieve vogel die rukkende bewegingen maakt met vleugels en staart, die hij vaak omhoog houdt.

    De kleine, donkere en moeilijk waarneembare zangvogel is wel gemakkelijk op te sporen door zijn veelvuldige, luide zanguitbarstingen.

     

    Ze zingen vanaf lage verborgen zitposten met een plotselinge, luide explosie. Hetzelfde zangpatroon met metalig klinkende en galmende klanken met een karakteristiek ritme wordt om de paar minuten herhaald, maar de vogel verplaatst zich voortdurend na elke zangbeurt.

    Eerst weerklinken 1 tot 4 aarzelende noten, meestal met nadruk op de laatste, dan een korte pauze, gevolgd door een snelle reeks van identieke noten, soms aan het einde wegstervend.

    Dus de volgende opmerkelijke uitbarsting van voluit geroepen tonen komt meestal van een stuk verder aan de sloot, rivier of het moeras, altijd een stap vooruit.

     

    Tijdens een periode van noordwaartse uitbreiding van het verspreidingsgebied vestigde de Cetti’s zanger zich ook in onze streken, al blijft hij een schaars voorkomende standvogel. Afhankelijk van de strengheid van de winters schommelen de populaties sterk in aantal.

    Je kan het winters weer op verschillende manieren typeren. Een sneeuwrijke winter is wat anders dan een vorst-winter en een lange periode vorst is weer wat anders dan een kwakkelwinter met enkele vorstgolfjes. Toch is het iedere winter weer afwachten wat er in het voorjaar overblijft van de Cetti-populatie. Mogelijk speelt sneeuwbedekking de belangrijkste factor voor de zangertjes, daar zij de meeste insecten, spinnen en ander klein grut vooral in de strooisellaag vinden.

    Zijn broedgebied strekt zich uit over Zuid-Europa en het Middellands Zeegebied, Spanje, Portugal, Frankrijk en zeldzaam in de Lage Landen, liefst op vochtig terrein bij rivieren, sloten, rietvelden, natte heesters en vaak bij uitgestrekte moerassen.

     

    Doorgaans houdt de vogel zich verscholen in vegetatie en hipt vaak over de grond of laag in de begroeiing.

    Het is een middelgrote, vrij compacte zanger, met een korte hals, een kleine spitse snavel, een brede staart en korte sterk afgeronde vleugels. Het verenkleed wordt gekenmerkt door de donker roodbruine bovenzijde, het grijze gezicht, het enigszins puntig kopprofiel en de smalle lichte wenkbrauwstreep boven het oog, geaccentueerd door de donkere teugel (veertjes rond de ogen) en een donkere oogstreep. De vuil grijswitte onderzijde vertoont een rosse tint op flanken en buik. De donkere roodbruine en ronde staart vertoont lichte strepen.

    De Cetti’s zanger kan gemakkelijk worden verward met de kleine karekiet of snor al heeft hij een compacter lichaam en is hij meer rossig warmbruin dan de geelbruine look-a-likes.

     

    De lichaamslengte wisselt tussen 13 en 14cm; de spanwijdte varieert tussen de 15 en 19cm en het lichaamsgewicht schommelt tussen 12 en 18g.

    Hij maakt korte snelle vluchten tussen heesters, met reeksen vlugge vleugelslagen en de staart uitgewaaierd.

    De Cetti’s zanger zoekt in dicht struikgewas of dicht bij de grond op modderige oevers naar insecten, spinnen, slakken en waterdiertjes diep in de dichte vegetatie boven en rond zoet water; heel af en toe eet hij ook wat zaden. Hij komt zelden hoog in een stuik of een boom.

     

    Dit moerasvogeltje broedt in dichte, vrij hoge en vaak duidelijk begrensde vegetatie, bij voorkeur nabij maar niet in water, bv. in droog hoog riet met verspreid staande struiken, papyrusvelden, wilgen, bamboe, dicht struikgewas, …  Soms in de nabijheid van bebouwing, in dicht begroeide parken, aan vijvers en kanalen. 

    Het nest is verborgen in het riet of in een struik met verwarde stengels. De 4 tot 5 eieren komen na 16 tot 17 dagen uit.

    De beste tijd om Cetti’s te inventariseren is van begin maart tot eind juli. Het is een lastig karwei die de nodige aandacht vereist om exacte aantallen vast te stellen. Vaak worden alleen de zingende mannetjes opgemerkt (door hun verborgen leefwijze zijn paartjes moeilijk waar te nemen) en deze kunnen zich onverwacht snel over honderden meters verplaatsen. Hun territorium kan enkele 10-tallen hectares beslaan.

     

    In onderstaand filmfragmentje wordt de karakteristieke zang vaak genoeg herhaald, waardoor je hem in de toekomst zeker zal kunnen determineren wanneer je op ‘vogels-spotten-pad’ trekt.

     

    https://www.youtube.com/watch?v=T36XSOBO6no

     












    20-05-2019 om 18:46 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    06-05-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het roodborstje

    Geraadpleegde bron: Natuurpunt: 5 weetjes over een gekende tuinvogel [Christine Machiels]

     

    Dat roodborstjes je in de gaten houden bij het werken in de tuin of je een tijdje volgen langs een wandelpad, heb je wellicht al eens opgemerkt. Dat ze dan niet al te schuw zijn, ervaar je meteen. Maar is je gevederde tuinvriend wel zo lief als hij er uit ziet?

     

    Tikken tegen het raam

     

    Roodborsten tikken inderdaad soms tegen de ruiten. Niet uit voedselgebrek of koude.

    Wél uit agressie tegen de soortgenoot binnen hun territorium. Roodborsten herkennen hun eigen reflectie in het venster niet. Zij denken een indringer te zien en vallen dus keer op keer hun eigen spiegelbeeld aan, wat dikwijls tot verwondingen of totale uitputting leidt.

    Heb jij zo’n opgewonden roodborstje dat aan je venster tikt?

    Voorkom dan de weerspiegeling door bv. tijdelijk iets op de ruit te kleven.

     

    Ten aanval

     

    Je hebt het vast al eens gezien: een rode flits, gevolgd door een tweede. Twee roodborsten verwikkeld in een territoriale strijd. Soms op leven en dood. Want in tegenstelling tot zijn vertederende uiterlijk is de roodborst een agressief vechtersbaasje. Hij gebruikt zijn oranjerode borst om indringers af te schrikken en aarzelt niet om fel uit te pakken. In alle seizoenen krijgt de roodborst onmiddellijk een rode waas voor de ogen bij het zien of horen van een soortgenoot. Deze indringer verjaagt hij onmiddellijk. Je zal dan ook zelden twee roodborsten samen op je voedertafel aantreffen.

     

    Thuisblijver of toerist

     

    Onder de roodborsten heb je stand- en trekvogels. Mannetjes zijn eerder standvastig en blijven meestal ‘thuis’ in eigen land. Ze markeren met hun luide zang een voedselgebied, waar ze de hele winter verblijven.

    Vrouwtjes en jonge vogels trekken in het najaar naar het zuiden (Frankrijk, Spanje, Portugal). De roodborsten op je voedertafel in de winter zijn echter vaak toeristen. Het zijn noordelijke Scandinavische wintergasten. Zij zoeken hun toevlucht in tuinen omdat vele geschikte (bos-) territoria reeds bezet zijn door inheemse roodborsten. Doorgaans is de roodborst in je wintertuin niet dezelfde vogel als je zomerse vogelvriend. Naar het voorjaar toe wordt er weer verhuisd en barst de strijd om een nieuw territorium opnieuw los.

     

    Uniseks zangtalent

     

    Bij zangvogels geldt dat meestal enkel de mannetjes zingen. Roodborsten vormen hierop een uitzondering. Roodborst-vrouwtjes zingen ook, vooral in de herfst. Luidkeels laten beide seksen hun parelende zang, afgewisseld met hoge tonen, de lucht in schallen.

    Je kan hen horen van vroeg in de ochtend tot laat in de avond, zelfs als het (nog) donker is.

    Ze gebruiken hun zangtalent om hun biotoop af te bakenen. Mannetjes en vrouwtjes zijn qua uiterlijk hetzelfde. Zo gebeurt het dat – tijdens de broedtijd – een vrouwtje meestal eerst wordt aangevallen door het dominant mannetje als ze in zijn territorium een lied komt zingen. Daarbij reageert zij minder agressief dan in de rest van het jaar. Eenmaal hij daardoor zijn vergissing heeft ingezien, maakt hij haar attent het hof en beantwoordt haar bedelgedrag met lekkere hapjes.

     

    Modern huishouden

     

    Vormt het mannetje een paar met het vrouwtje dan gaan ze – zoals een modern koppel – eerst even samenwonen. Het territorium wordt tussen beiden verdeeld want samen voedsel zoeken, is uitgesloten. Pas later wordt er aan een nageslacht gedacht. Hun nest bevindt zich op of laag bij de grond. En hoewel het nest eerder een slordig samenraapsel is van grassen, bladeren en andere zachte materialen, wordt het opmerkelijk goed proper gehouden. Uitwerpselen van de jongen worden door de ouders zorgvuldig weggedragen. Om geen agressie op te wekken, hebben de jongen van de roodborst een volledig bruin gevlekt verenkleed, zonder oranjerode borst. Zo vallen ze ook minder op voor eventuele vijanden. De rode borst krijgen ze in het najaar van hun eerste levensjaar. Nog voor de winter aanvangt, gaan ze op zoek naar een eigen leef- en woongebied.

     

    Vroege vogels – zingende roodborst

     

    https://www.youtube.com/watch?v=Pkp_xZQ1W28












    06-05-2019 om 18:43 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    26-04-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het vrolijke winterkoninkje

     

    Het winterkoninkje is een opgewekte en blijmoedige zangvogel.

    Het is erg vitaal, behendig en snel. Bij gevaar verliest het zijn stoutmoedigheid, al keert die snel terug. Het winterkoninkje verliest zelden zijn vrolijke stemming en zelfs in volle winter zingt het alsof het lente is.

     

    Het winterkoninkje broedt vooral in de dichte ondergroei van bossen en tuinen.

    Het houdt van rommelhoekjes, kreupelhout, ruige en dichte vegetatie (hagen), houtkanten (takkenhoop), een braamstruweel of brandnetelruigte vormen omdat die goede nest- en schuilplekken bieden.

    Het winterkoninkje kan zijn nest op de gekste plaatsen maken; in een zak van een vogelverschrikker, in een oude hoed of pet in een drukke werkplaats, in de vouwen van een kerkgordijn.

    Het nestje van het winterkoninkje heeft de vorm van een ei dat rechtop staat. De ingang zit aan de zijkant; aan de buitenkant is het bekleed met mos, binnenin bedekt vooral met veertjes en haartjes.

     

    Het mannetje bouwt in het vroege voorjaar een 6-tal nesten die door het vrouwtje aan een nauwkeurige inspectie worden onderworpen. Ze kiest er dan één uit om in te broeden.

    De helft van de mannetjes houdt er per broedseizoen één vrouwtje op na (monogaam), de andere helft paart met 2, 3 tot 4 vrouwtjes (polygaam).

     

    Het winterkoninkje is in Vlaanderen één van de meest algemene broedvogels. Het valt vooral op door zijn zeer luide, explosieve zang die meestal eindigt op een trillend wekkertje.

     

    Bij koud weer zoeken – doorgaans minder dan 10 – winterkoninkjes elkaar op om dicht tegen elkaar aan te schuilen en te slapen. Immers bij streng winterweer sterven veel winterkoninkjes. Dat is ook niet zo verwonderlijk. Vogels verteren bij strenge vorst snel hun vetreserves om hun hoge lichaamstemperatuur van zo’n 40°C te behouden. Door langdurig vriesweer en bijgevolg gebrek aan voedsel kan er een massale sterfte optreden. Daardoor kan tijdens sommige winters het aantal broedparen afnemen met 40 tot 50%.

    Gelukkig kan de stand zich ook weer behoorlijk snel herstellen. Dat komt doordat winterkoninkjes, die normaal gemiddeld 7 eieren in hun nest leggen, onder gunstige omstandigheden wel tot 16 eieren kunnen leggen. Verder kunnen ze wel 2 à 3 maal per seizoen een legsel voortbrengen. Zo kan het vogeltje na zo’n sterke afname in 2 tot 3 jaar weer helemaal terug hetzelfde gemiddeld aantal halen.

    Soms bouwen winterkoninkjes dubbele nesten, waarbij de eieren in een groter bovennest worden gelegd en het ondernest als slaapplaats dienst doet.

     

    Winterkoninkjes zijn doorgaans het heel jaar op en nabij de broedplaats te vinden.

    Volwassen winterkoninkjes zijn standvogel;  jongen zwerven soms wat rond. Bij streng winterweer doen zich verplaatsingen voor over vermoedelijk korte afstanden.

    Minder optimale biotopen, waaronder grootschalig cultuurland maar ook productiebos, worden dan verruild voor voedselrijke terreinen.

     

    Het filmfragment van Kees Vanger brengt je middenin de biotoop van de kleine koning

     

    https://www.youtube.com/watch?v=TOiWb229BMk












    26-04-2019 om 12:15 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    21-04-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Tekenaar Siegfried Woldhek over de edele kunst van het vogelkijken

     

    Geraadpleegde bron: Knack: Een wolk van duizenden vrouwtjes [Lander Deweer]

     

    In Nederland is Woldhek een gevierd tekenaar, bekend van zijn portretten van schrijvers, sporters en politici.

    Van opleiding is Woldhek bioloog, in de jaren ‘80 en ‘90 was hij directeur van Vogelbescherming Nederland en het Nederlandse Wereld Natuur Fonds.

    Nu brengt hij een boek uit met zijn beste vogelfoto’s.

    Van een kolibrie in Alaska over de Indische gier in India tot de sneeuwstormvogel op de Zuidpool.

    Vogels horen bij het goede leven, vindt hij zoals rode wijn en klassieke muziek.

    In de tuin van Woldhek, in het dorpje Giethoorn, rechts van het IJselmeer staat een houten paal met daarop een ooievaarsnest. In het nest bivakkeert elk voorjaar hetzelfde ouderpaar. Dank zij een fokprogramma zijn in Nederland de ooievaars helemaal terug.

    In de winter krijgt hij kolganzen op bezoek, met honderden tegelijk en verder leven hier de huismus, het roodborstje, de spreeuw, de witte kwikstaart, de fluiter, de zwartkop, de tjiftjaf, de blauwborst, de lepelaar, … en zo kan de man nog vele andere soorten opsommen.

     

    Het liefst trekt Woldhek er alleen op uit. Laatst sloot hij uitzonderlijk aan bij een groepsreis naar de Koerillen, een vogelparadijs tussen Japan en Kamtsjatka.

    Met grote ogen keek hij naar een soort guerillagroepje van 4 Engelsen, compleet met statief, lokapparatuur en camouflagepak. Van de ongeveer 10 000 vogelsoorten op de wereld hebben zij er al bijna 9 000 gezien, vertelden ze met de nodige trots. Ze gingen van boord, de schouders breed en huppakee, ze renden op de vogels af.

     

    Hij ziet het steeds vaker, de laatste jaren. De jacht op de zeldzame vogel neemt steeds groteskere proporties aan. De moderne vogelaar springt in de auto om een soort te spotten en te ‘scoren’ af te kunnen vinken. Voor Woldek is het een karikatuur van het vogelkijken.

    Vroeger was het iets voor bebrilde jongetjes die geen vriendin konden krijgen. Vandaag dreigt het iets te worden voor viriele mannen die in zeven haasten de wereld rondvliegen, telescoop en afvinkboekje in de hand.

     

    Met het dwarse vogelboek wil Woldhek op de schoonheid wijzen, op het openzetten van je zintuigen, het stellen van vragen ook al ken je de namen niet. Vogelkijken is geen quiz waarbij je de soorten moet raden. Ook zonder kennis mag je aan de overvliegende kunstwerken plezier beleven.

    Naar schatting 1 400 van de om en bij 10 000 vogelsoorten zullen voor het eind van deze eeuw zijn uitgestorven. Zo goed als altijd vormt de mens de grootste bedreiging. Intensieve landbouw, recreatie, boskap, bebouwing, plastic in zee, klimaatverandering: het is een slagveld.

    De ‘Dode Lente’ waar de Amerikaanse biologe Rachel Carson het begin jaren ’60 over had, de massale vogelsterfte door het gebruik van pesticiden, is een feit. Het platteland wordt kapot gespoten en dat vertaalt zich in een doodse stilte.

    Gelukkig evolueert het beleid zachtjes mee. De bestaande natuurgebieden worden zo veel mogelijk aan elkaar gekoppeld, waardoor de natuur zich kan handhaven en soms zelfs herstellen.

     

    Van vogels kijken wordt iedereen vrolijk.

    Van de oudste rotstekeningen over de mythes van de Egyptische beschaving tot Woldheks fotoboek hebben mensen altijd en overal naar vogels gekeken. Voor Woldhek staan vogels voor het hogere, ongrijpbare, het spirituele.

    Door de lens van zijn verrekijker of zijn fototoestel ontdekt hij een wereld buiten zichzelf, een wereld waar ook van alles gebeurt, een ‘soort parallel bestaan’. Het brengt rust en zelfrelativering.

    Zelf noemt Woldhek vogels kijken de ideale manier om het jongetje in zich levend te houden, de gave van de verwondering te blijven oefenen.

    Wie naar vogels kijkt, gaat even op moreel verlof, waarbij je je geweten thuis kan laten.

    Op het moment dat een sperwer een spreeuw slaat, is er geen goed of geen kwaad geschiedt.

    Er is alleen maar een spreeuw die ferm in nood zit en waarmee je medelijden kan hebben ofwel sympathiseer je met de sperwer die eten nodig heeft en zijn prooi wist te verschalken.

     

    Net als in zijn tekeningen mikt Woldhek in zijn foto’s op het verrassingseffect, voorzien van ironisch én leerzaam commentaar. Met zijn boek wil hij de verwondering legitimeren: vogelkijken kan je leven een stuk veraangenamen.

     

    Julien Vansweefelt ken ik als een joviale kerel en diepzeeduiker die zich onder meer toelegt op onderwaterfotografie en prachtige opnames van vissen maakt. Hij kan soms ook met ‘ironisch’ gevatte opmerkingen uit de hoek komen en dat was niet anders voor deze reeks foto’s van de steenloper, die hij lukraak maakte omdat ze toevallig in zijn vizier kwamen.

    Hij kon het niet laten te melden dat onder de gefotografeerde steenlopers er één ‘steltloper’ bij was.












    21-04-2019 om 15:36 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    15-04-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De groenling of groenvink

     

    Geraadpleegde bronnen: Natuurpunt / Vogelbescherming Nederland

     

    Groenlingen doen hun naam alle eer aan: ze laten zich herkennen aan allerlei tinten groen in hun verenkleed. De groenling is oorspronkelijk een bewoner van bosranden en halfopen zoomvegetatie, een zone met hogere meerjarige kruiden. Nu deze natuurlijke habitat zeldzaam is, bewoont de groenling vooral cultuurlandschappen, als er maar genoeg dichte struiken zijn.

    Het mannetje is helder groen gekleurd met opvallende gele randen van de handpennen en gele buitenste staartpennen.

    Het vrouwtje is grijzig groen van kleur.

     

    De groenling, ongeveer even groot als een huismus, is een dikke forse zaadeter met een stierennek. Met zijn krachtige kegelvormige snavel kan de vogel gemakkelijk harde zaden kraken. Dat doet die op een bijzondere manier; de vogel trilt de zaden in de snavel terwijl hij die ronddraait. Hierdoor komt de vrucht los uit de schil. De vrucht wordt opgegeten, het omhulsel niet.

    De groenling eet voornamelijk knoppen, bloesems, zaden van kruiden, struiken en bomen; rozenbottels (van rimpelroos en hondsroos) en bessen zijn ook erg in trek.

    Tijdens de winter als het voedsel schaars is, komen de groenlingen ook in onze tuinen.

    De groenling is dan volop te zien op en rond voedertafels waar zonnebloempitten in de voedersilo’s voorradig zijn.

    Waar grote groepen groenlingen zich ophouden, zijn de aangeboden zaden in een mum van tijd opgegeten. Op de voedertafel gedragen groenlingen zich immers niet altijd even vriendelijk ten opzichte van andere vogels, zelfs niet ten aanzien van soortgenoten.

    Ze eten zelfs restjes op de grond die andere vogels hebben laten vallen. Tijdens het broedseizoen staan er wel eens insecten op het menu.

     

    Groenlingen zijn geen sterke territoriumdieren. Binnen een hectare kunnen in geschikte gebieden zoals de bebouwde kom in groene wijken, wel enkele tientallen groenlingen broeden. Het is geen echte kolonievogel, zoals de huismus, die graag dicht bij zijn soortgenoten broedt, maar zeker geen solitair.

    Groenlingen maken vaak een nest in het oude nest van een andere soort in struiken en bomen of in bebouwde omgevingen vaak in klimplanten tegen een huismuur. Vooral het vrouwtje staat in voor de nestbouw, die doorgaans 8 à 12 dagen in beslag neemt. Een legsel bestaat gemiddeld uit 4 tot 6 blauwachtig witte eieren met violet-grijze vlekjes.

    In grote delen van Europa houden groenlingen er 2 legsels per jaar op na. Het uitbroeden van de eieren duurt 12 dagen. Die taak wordt door het vrouwtje uitgevoerd. Het mannetje helpt wel bij het voederen van de jongen.

    Mannetjes groenlingen paren vaak met meerdere vrouwtjes in eenzelfde broedseizoen. Eén mannetje kan er uitzonderlijk zelfs 5 vrouwtjes tegelijk op na houden.

     

    Weetjes

     

    Vinkachtigen behoorden tot de basis-ingrediënten van de 17de eeuwse keuken. De groenling vormt hier geen uitzondering op.

    In het werk van de schilder Frans Snyders (1579 – 1657) – een tijdgenoot en persoonlijke vriend van Rubens, Van Dijck en Jan Breughel de Oude – komt de soort vaak voor.

    In de barokschilderkunst was hij de onovertroffen meester in stillevens met dieren en jachtscènes. Een aanzienlijk deel van zijn oeuvre bestaat uit voorstellingen van voorraadkamers met een weelderig aanbod aan wild en groenten.

    Op 85% van zijn doeken staan dode vinkachtigen, vaak op hoopjes of aan een snoer geregen. Groenling (15%) komt er evenwel minder frequent voor dan vink (75%), goudvink (63%), distelvink (40%) en keep (33%).

    Een vondst in een afvalput uit de 17de of 18de eeuw in de Sint-Pietersabdij bevestigt dat de groenling destijds ook in Gent op tafel kwam.

    Ten minste tot WO II werden vinken geregeld gegeten. Dit blijkt uit recepten uit het ‘Spaarzame Kookboek’, waarin tijdens de oorlogsjaren werd uitgelegd hoe men met weinig geld smakelijk eten kon bereiden. Hierin wordt een braadtijd van 18 min voor vinken en leeuweriken opgegeven.

     

    Een groenling is niet geholpen met een nestkast, want de soort maakt zelf nesten in dicht begroeide struiken en kleine bomen.

    Tuinen met dichte en doornige struiken vormen een prima (broed)biotoop voor deze vogel, terwijl ook parken met dichte bosjes, landschappen met hagen en vele andere landschapstypen met dichte struiken een prima leefomgeving bieden aan de groenling.

     

    Een leuk filmfragmentje van Kees Vanger toont de groenvink in actie


    https://www.youtube.com/watch?v=aVEvz9mPrUs











    15-04-2019 om 11:33 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    05-04-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De kuifmees

     

    De kuifmees is een bijna endemische Europeaan: de verspreiding is vrijwel beperkt tot Europa, wat niet veel voorkomt in de vogelwereld. De prachtige kuif wordt bij opwinding nog verder opgezet. Kuifmezen zijn nogal territoriale vogels die het gehele jaar in hun broedgebied verblijven.

     

    Alleen jonge vogels vormen in de winter zwervende groepjes. In het voorjaar zoeken ze alsnog een eigen territorium, waar ze de rest van hun leven blijven. De kuifmees heeft misschien wat onverwachte vijanden: spechten zijn dol op mezeneieren en schromen niet een nestje kuifmezen op te peuzelen.

     

    De kuifmees is even groot als de pimpelmees. De bovendelen zijn grijsbruin, de onderdelen zijn vuilwit met lichtbruine flanken, maar markant is de zwart-witte koptekening, de grote zwarte bef, de dunne zwarte oogstreep en het zwart halsbandje, alsook de opvallende spitse driehoekige kuif.

     

    De kuifmees broedt in naaldbossen, vaak in oudere met korst- en baardmossen begroeide sparren en dennen. Toch zoekt het vrouwtje vooral naar dode berkenbomen , om een nestholte uit te hakken; daarvoor moet het vermolmde hout immers wel zacht genoeg zijn.

    In tegenstelling tot spechten heeft de kuifmees geen ingebouwde schokdempers in de kop die de hakschokken kunnen opvangen.

    Het nest bestaat uit mos en korstmos en de binnenbekleding wordt afgewerkt met haren, wol en soms ook veertjes en spinrag.

     

    Vanaf april tot juli worden 1 à 2 legsels bebroed met 4 tot 8 witte eieren met roodachtige vlekjes. Na 13 tot 18 dagen komen de eieren uit; 16 tot 22 dagen later zijn de jongen vliegvlug en worden daarna nog 23 tot 25 dagen door de ouders gevoed.

     

    De kuifmees voedt zich voornamelijk met insecten en spinnetjes en andere ongewervelden, maar schakelt in de winter over op zaden van naaldbomen en eventueel van loofbomen (els, berk, wilg, populier) en bessen van meidoorn en lijsterbes. Kuifmezen zoeken vaak voedsel op boomstammen op de manier waarop boomkruipers (spiraalsgewijs omhoog) dat doen.

    Het dunne snaveltje is geschikt om insecten tussen de dennennaalden en de schors op te pikken.

    Het vogeltje foerageert vaak rusteloos hoog in de bomen, vliegend van boomtop tot boomtop.

    Het zwaartepunt van het verspreidingsgebied ligt in de Kempen. De soort is bijzonder honkvast en onderneemt nauwelijks zwerftochten (verplaatsingen van minder dan 10 km). Kuifmezen verraden hun aanwezigheid meestal door hun aangenaam karakteristiek rollend roepje ‘tjuurrrrr’, wat vaak wordt vooraf gegaan door een fijn ‘tsiet’

     

    Het gaat goed met de kuifmees in Vlaanderen. Zowel wat aantallen als wat het verspreidingsgebied betreft., gaat de soort er flink op vooruit. Het ouder (en geschikter) worden van de naaldbossen zou deze positieve trend kunnen verklaren.

     

    Het kort filmfragmentje van Kees Vanger toont in een notendop de handel en wandel van het vinnig en kwiek kuifmeesje

     

    https://www.youtube.com/watch?v=XLLAygXKgPA

     












    05-04-2019 om 18:42 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    24-03-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het nut van een lang termijnonderzoek naar huismussenpopulaties

    Geraadpleegde bron: Vogelbescherming Vlaanderen: Mens & Vogel nr.2 2019 [Inge Buntinx – Jenny De Laet]

     

    Vogelbescherming Vlaanderen roept iedereen in Vlaanderen op om tijdens het weekend van 6 en 7 april opnieuw huismussenmannetjes te tellen. Dit is slechts één maand na het ‘Grote Vogeltelweekend’ van Natuurpunt, waarbij de huismus de 3de plaats van de meest getelde vogels innam.

     

    Waarom dan toch een extra telling?

     

    Door de huismussen specifiek tijdens het broedseizoen te tellen, komen we immers veel meer te weten over de verschillen tussen lokale kolonies.

     

    Het huismussentelweekend werd reeds in 2002 in het leven geroepen, enerzijds om na te gaan hoe het met de huismus in Vlaanderen is gesteld. Anderzijds om na te gaan hoe de soort hier bij ons evolueert.

    Onderzoek in andere Europese landen had immers de achteruitgang van deze ooit zo algemene vogelsoort aangetoond.

    Sindsdien wordt de Vlaamse bevolking door Vogelbescherming Vlaanderen elk jaar gemobiliseerd om gedurende een weekeind in april het aantal tsjilpende huismusmannetjes te tellen.

    Op die manier helpt ze mee de toestand van de huismus in Vlaanderen in kaart te brengen.

     

    Na 10 jaar huismussen tellen, bleek de achteruitgang van deze gezellige straatbengel ook in Vlaanderen een feit is. Daar waar er in 2002 per locatie gemiddeld 6 tot 10 huismussenmannetjes werden geteld, waren dit er in 2011 nog maar 1 tot 5.

    Verschillende factoren liggen mogelijk aan de basis van deze daling.

    In de eerste plaats komen er minder huismussen voor in meer verstedelijkt gebied.

    Dit hangt samen met het feit dat er zich in verstedelijkt gebied minder akkers en graslanden bevinden, in de wijde omgeving rond de tellocaties.

    Tenslotte worden er ook minder huismussen waargenomen op plekken waar er zich meer predators (katten, roofvogels) ophouden.

    Deze studie suggereert dat de achteruitgang van de huismus in Vlaanderen vooral te wijten is aan de alsmaar verder oprukkende verstedelijking en de vermindering van de hoeveelheid (natuurlijk) groen in Vlaanderen.

     

    Huismussen zijn uiterlijk sedentaire stadsvogels die gebonden zijn aan een bepaalde ‘home range’ rond hun nestplaats. Tijdens het broedseizoen verplaatsen ze zich amper 100 m van hun nestplaats, buiten het broedseizoen niet verder dan 500 m.

    Jonge, onafhankelijke huismussen hebben een aaneenschakeling van functioneel groen nodig om zich te kunnen verplaatsen naar andere locaties. Op die manier kunnen we de genetische diversiteit van de huismusgroepen optimaliseren en nieuwe groepen een kans geven.

     

    Mensen vragen zich soms af waarom ze elk jaar opnieuw huismussen ‘moeten’ tellen.

     

    Een lang termijnonderzoek biedt de kans met de medewerking van burgerwetenschappers (in dit geval huismussenspotters) een evolutie te schetsen en maatregelen te treffen om een negatieve trend te helpen ombuigen.

    Geregeld deelnemen aan de laagdrempelige telling bezorgt Vogelbescherming Vlaanderen waardevolle gegevens en helpt de tellers te beseffen dat er wel degelijk meer groen in de woonkernen moet komen.

    Vooral huismussen hebben functioneel groen nodig zoals kruidige planten, hagen, dichte struiken. In een stedelijke omgeving kan ook muurgroen (klimop / wilde wingerd) een belangrijke rol spelen, dit uiteraard in combinatie met voldoende nestgelegenheid.

     

    Spaans onderzoek

     

    Stedelijke huismussen hebben in de regel meer last van stress dan soortgenoten die in meer rurale streken vertoeven.

    Wetenschapper Amparo Herrera-Duenas en haar collega’s bestudeerden Spaanse huismussen in de stad en op het platteland en namen een klein beetje bloed af bij elke vogel. In het bloedstaal werd onder meer gezocht naar sporen van oxidatieve stress (een stofwisselingstoestand, waarbij er meer reactieve zuurstofverbindingen vrij komen dan gebruikelijk). Aan de hand daarvan kan namelijk weer worden bepaald in hoeverre stressfactoren in de omgeving – bv. lawaai- of luchtvervuiling – het afweersysteem van de vogel verzwakken.

    Bij blootstelling aan luchtvervuiling of een ongezond dieet ontstaan in het lichaam zogenoemde vrije radicalen (zij vallen moleculen en genen aan en veranderen deze van structuur, waardoor allerlei aandoeningen kunnen ontstaan).

    Omdat deze moleculen bijproducten zijn van een normaal werkend lichaam, worden ze door het afweersysteem bestreden. Maar onder veeleisende omstandigheden kan de productie van vrije radicalen de natuurlijke afweermechanismen overweldigen, wat oxidatieve stress veroorzaakt. Wanneer dat gebeurt, kunnen vrije radicalen de veroudering van cellen versnellen. Vandaar dat het broedsucces in stedelijke omgevingen eerder gering is en de kans op gezonde nakomelingen matig, waardoor kleine geïsoleerde huismussenpopulaties gedoemd zijn te verdwijnen.

    Het onderzoek laat volgens de wetenschappers zien dat het hoogtijd is om stedelijke omgevingen qua luchtkwaliteit met groene rustplaatsen te verbeteren.












    24-03-2019 om 18:42 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    17-03-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wanneer de winter extreem toeslaat met bijtende kou en sneeuw dan herschudt die de vogelkaarten


    Geraadpleegde bron: Watervogels in Vlaanderen tijdens het winterhalfjaar 1996 – 1997

     

    Zo stelt men vast dat tijdens een winterprik, zoals in 2012, heel wat vogels, die afhankelijk zijn van open water, afzakten naar onze contreien vooral wanneer de Oostzee en het IJsselmeer dichtvriezen.

    Grote aantallen van de grote zaagbek en het nonnetje (kleinste zaagbeksoort) zien we aldus  vooral in strenge winters.

    De grote zaagbek schuwt normaal het zoute milieu, maar toen werden ze geregeld ook op zee waargenomen.

    Naast Rusland en Scandinavië treft men in zijn verspreidingsgebied relatief recente groeiende populaties in de Alpen, Schotland, Engeland en een stabiele populatie in Noordoost-Duitsland.

    In Vlaanderen en de aan Nederland grenzende Duitse deelstaten broedt de soort niet.

     

    Uit een watervogelrapport, waarin de resultaten van gecoördineerde watervogeltellingen worden besproken, komt men veel te weten over de toenmalige spreiding.

    Voor de organisatie van de watervogeltellingen wordt gewerkt via een regionale structuur. Vlaanderen werd ingedeeld in 23 regio’s waar telkens een regionale coördinator verantwoordelijk is voor de organisatie van het project.

    Voor het veldwerk wordt hoofdzakelijk beroep gedaan op amateur-veldornithologen die op vrijwillige basis meewerken.

    De winter van 1996 – 1997 kende een lange en zeer strenge vorstperiode van eind november tot midden januari. In tegenstelling tot de vorige winter bleef het winterweer echter beperkt tot één aanhoudende koudegolf en waren de maanden februari en maart zelfs opmerkelijk zacht.

     

    Bij veel soorten werden de aanwezige aantallen in Vlaanderen sterk beïnvloed door de weersomstandigheden. Zo was dat ook het geval met de duikeenden en de grote zaagbekken.

    Het midwintertotaal van 1460 exemplaren was het hoogste getelde aantal sinds de start van de watervogeltellingen in 1967.

    Van zodra de dooi weer inzette en het ijs van onze wateren verdween, trokken de meeste vogels opnieuw noordwaarts. Midden maart was de soort nagenoeg verdwenen uit Vlaanderen.

    Het verspreidingspatroon van grote zaagbekken in Vlaanderen varieert sterk van winter tot winter.

    Tijdens de winter van 1996 – 1997 bleken vooral in het centrum van Vlaanderen veel grote zaagbekken voor te komen en werden slechts relatief kleine aantallen genoteerd in gebieden die in vorige winters soms opmerkelijke concentraties herbergden.

    In regio Lier werden midden januari in totaal 313 grote zaagbekken geteld. Iets zuidelijker, op het Zeekanaal tussen Brussel en Wintam, werden circa 250 exemplaren opgetekend.

    Aan de Oostkust werden er opvallend weinig grote zaagbekken gesignaleerd in vergelijking met de Midden- en Westkust.

    In de havengeul van Nieuwpoort pleisterden tijdens de januaritelling 149 exemplaren.

    Begin februari werden in de IJzervallei zelfs 310 vogels geteld.

    Midden januari zaten 101 grote zaagbekken in het havengebied van Oostende, 61 exemplaren op het Zwaaidok in Oudenburg en nog eens 50 in het Krekengebied.

    In de omgeving van Zeebrugge telde men slechts een dozijn grote zaagbekken.

    In de oostelijke helft van Vlaanderen werden doorgaans minder grote zaagbekken geteld dan tijdens de winter voorheen. De wintermaxima in onder andere de Molse zandputten, de Dijlevallei en de Maasvallei waren slechts half zo groot als in 1995 – 1996.

    Tijdens de vorstperiode pleisterden vooral veel zaagbekken op het Albertkanaal tussen Hasselt en Vroenhoven (81 exemplaren).












    17-03-2019 om 20:04 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Burgerwetenschappen in de lift


    Geraadpleegde bron: Meer dan 30 miljoen dieren en planten op waarnemingen.be [De Standaard – Tom Ysebaert]

     

    Tienduizenden Vlamingen registreren hun natuurobservaties op Waarnemingen.be. Burgerwetenschap op zijn best, al 10 jaar lang.

     

    Natuurminnend Vlaanderen is als een blok gevallen voor Waar­nemingen.be.

    Iedereen die een plant, een dier, een amfibie of wat dan ook spot in de natuur, kan dat op de website invoeren.

    In 10 jaar tijd brachten 28.000 deelnemers uit heel België liefst 31 miljoen waarnemingen van 21.400 soorten bij elkaar. Ze voegden daar 4,8 miljoen foto’s bij. Elke maand komen er 300.000 waarnemingen bij.

     

    Men had nooit verwacht dat de website zo’n vlucht zou nemen, zegt Wouter Vanreusel van Natuurpunt, die de website beheert voor Vlaanderen en Brussel.

    De meeste meldingen betreffen vogels, maar de verbreding zet door. Zo zijn er steeds meer mensen die zich toespitsen op nachtvlinders of bijen.

    Gemiddelde leeftijd v/d spotters is 48 jaar. Het gros is man; zowat 30 % vrouw.

     

    De digitalisering gaf de website een serieuze boost.

    Vroeger werden vogelobservaties gemeld via de telefoon en opgenomen op een bandje.

    Zo konden ze ook worden beluisterd. Wie geen enkele speciale melding wou missen, liep met een beeper rond.

    Vandaag gooi je een waarneming via een app meteen online.

     

    Het duizelingwekkend hoge aantal waarnemingen is voor een stuk te danken aan ‘allesmelders’, die ook de banaalste vogel signaleren. Dat mag gek lijken maar toch is dat interessant. Door de meldingen zo nauwgezet te volgen, kon men bv de achteruitgang v/d merel documenteren.

    Overigens worden de waarnemingen door steeds meer onderzoeksinstellingen en overheden gebruikt. Voor wetenschappelijke ­research, beschermingsprojecten, natuurtoetsen bij infrastructuurwerken, de opmaak van lijsten met bedreigde soorten enz.

    De kwaliteitscontrole gebeurt door 120 experts – zelf ook vrijwilligers – die de meldingen van bepaalde soortengroepen in de gaten houden. Foto’s geven vaak de doorslag bij twijfel over de juistheid v/d melding.

    Aanvankelijk bestond er scepsis over de betrouwbaarheid v/d waarnemingen.

    Maar vergelijkingen met wetenschappelijke studies tonen dat de site zeer geloofwaardig is. Bovendien werkt dit registratiesysteem sneller dan officiële publicaties, die jaren in beslag nemen.

    Zo kun je op de site meteen zien hoe de dagpauwoog zich dit jaar heeft gedragen.

    Normaal heeft zo’n vlinder een piek van waarnemingen in het najaar. Dit jaar blijft die uit.

    Dat is wellicht aan de droge, hete zomer te wijten. Veel planten waarop de vlinder en zijn rups voedsel zoeken, raakten verdord.

     

    Op de site zijn trends over de jaren heen te visualiseren. De opgang v/d uitheemse buxusmot, waarvan de rups lelijk huisgehouden heeft in de Vlaamse tuinen, is mooi af te lezen v/d kaarten. Je ziet de ‘vlek’ zich uitspreiden v/d 2 haarden in Oost-Vlaanderen en Antwerpen naar de rest van Vlaanderen.

     

    De waarnemingen maken ook de klimaatverandering zichtbaar.

    Er worden steeds meer Zuid-Europese libellen en sprinkhanen gespot, de braamparelmoervlinder schuift noordwaarts op, de van oorsprong mediterrane bijeneter broedt nu ook bij ons.

    Waarnemingen.be kan zo een v/d meest succesvolle vb. van citizen science in ons land worden genoemd. Dat zijn burgeronderzoeken die steunen op gegevens van inwoners, zoals CurieuzeNeuzen, die de luchtkwaliteit in kaart bracht.

    Waarnemingen.be wordt overigens nog gebruiksvriendelijker, kondigt Vanreusel aan.

    De volgende versie zal meer vanuit foto’s werken. De software zal je de naam v/e soort suggereren en er de graad van waarschijnlijkheid bijzetten.












    17-03-2019 om 20:01 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)


    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Laatste commentaren
  • School of digital marketing (Parul)
        op Vogels en renners: één strijd
  • Corbett Dhikala (corbett dhikala)
        op Vogels en renners: één strijd
  • moncler coat (caijuan83)
        op De biodiversiteit in het Zwin bevorderen
  • check now (john)
        op Vogels en renners: één strijd
  • Fyne lente' (Louisette)
        op Vogels en renners: één strijd
  • Startpagina !

    Zoeken in blog


    Gastenboek
  • Goedemiddag blogmaatje
  • Voorbeeld???
  • Ben is op bezoek geweest. (I like it)
  • Mevr
  • fijne zondag

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    ZO 09/06/2019 Kernmeeting Kille Meutel Vogelvrienden in 't Hof Van Hamme om 10u00

    Archief per jaar
  • 2019
  • 2018
  • 2017
  • 2016
  • 2015
  • 2014
  • 2013
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008
  • 2007

    Foto

    Foto

    Over mijzelf
    Ik ben Franz Pieters
    Ik ben een man en woon in Zaventem (België) en mijn beroep is 25 jaar lkr, 2 jaar kabinetsadviseur, 2 jaar adviseur DVO, 2 jaar TOS21-projectmedew..
    Ik ben geboren op 08/05/1954 en ben nu dus 65 jaar jong.
    Mijn hobby's zijn: onderwijs - wetenschap & techniek - geschiedenis - natuur - muziek - lectuur - gastronomie - sport.
    2 jaar TOS21-coördinator, 3 jaar projectcoördinator ESF-projecten KOMMA, WERK PRO-OPER, momenteel LINK
    Foto

    Foto

    Een interessant adres?

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Inhoud blog
  • Operatie akkervogel
  • Cetti’s zanger in opmars
  • Het roodborstje
  • Het vrolijke winterkoninkje
  • Tekenaar Siegfried Woldhek over de edele kunst van het vogelkijken
  • De groenling of groenvink
  • De kuifmees
  • Het nut van een lang termijnonderzoek naar huismussenpopulaties
  • Wanneer de winter extreem toeslaat met bijtende kou en sneeuw dan herschudt die de vogelkaarten
  • Burgerwetenschappen in de lift
  • Willen we alleen Hallerbossen in Vlaanderen?
  • De Carolina eend
  • Wat bepaalt het succes van huiszwaluwentillen?
  • Wie gelooft Joke nog?
  • Nachtzwaluwen in Limburg: graslandfanaten en langeafstandtrekkers
  • Raad van State fluit Schauvlieghe terug
  • De grasparkiet
  • Kolibrie versiert vrouwtjes in een oogwenk
  • Eerbetoon aan 'onze' natuurfotograaf
  • De grote zaagbek in actie
  • Waarnemingen.be, mesthoop of schatkist?
  • De ruigpootbuizerd
  • Onze natuur stikt
  • De nagelwitte sierlijke zilverreiger
  • De zwarte roodstaart
  • Vogels observeren is een leuke bezigheid
  • Heersers van de lucht
  • Fascinerende spreeuwenzwermen
  • De kwartel
  • Luchtacrobatie en het betere bochtenwerk
  • Een bizarre reuzenvogel met uitroeiing bedreigd
  • Neststudie tijdens het jaar van de huiszwaluw
  • Voorbij de grens
  • Een ramp voltrekt zich in alle stilte bij de zeevogels
  • Huiszwaluwen en huismussenkolonies in Zaventem
  • In de kijker: de huiszwaluw en de boerenzwaluw in de luchthavengemeente
  • Vandaag bestaat het blog 11 jaar
  • Kiekendief kan zonder boeren niet overleven
  • Koekoekentrek ontrafeld
  • Code oranje voor de meeuw
  • De zwartkop, de nachtegaal van het noorden
  • De groene vallei, een groen hart, kwaliteitsmerk voor de streek
  • De bekroonde merel bedreigd?
  • De fuut, een kenner van paringsrituelen
  • Slimme vogels
  • De vogeltrek, langzamerhand een opgehelderd mysterie
  • Op veel plekken in Vlaanderen zie je geen huismussen meer
  • Waarom fluiten vogels voornamelijk bij ’t ochtendgloren?
  • Beschermde slechtvalk neergeschoten en verminkt

    Nieuws VRT NWS
  • Muizenmannetjes zingen 'liefdesliedjes' voor de vrouwtjes, onderzoekers kunnen die nu in de hersenen aan en af zetten
  • Zeilboot in nood binnengeleid in Oostendse haven: twee Albanezen aangehouden op verdenking van mensensmokkel
  • Nostalgie troef in de Retro Ronde van Vlaanderen
  • Verdachte opgepakt voor betrokkenheid bij moord op Duitse CDU-politicus
  • Jongste politiek gevangene ooit in Saudi-Arabië zou toch ontsnappen aan de doodstraf
  • Herbeleef de maanlanding in realtime met tienduizenden uren aan ongezien en ongehoord materiaal
  • De zevende dag
  • Nieuwe behandeling zeldzame bindweefselkanker is veelbelovend
  • Trots op Bilzen van Johan Sauwens aan de leiding volgens eerste resultaten lokale verkiezingen Bilzen
  • PVDA-PTB weigert in te gaan op nieuwe uitnodiging van PS voor vorming Waalse regering

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Dropbox

    Druk op onderstaande knop om je bestand naar mij te verzenden.


    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Willekeurig Bloggen.be Blogs
    heiligerita
    www.bloggen.be/heilige
    Privacyverklaring van de Kille Meutel Vogelvrienden

    Algemene privacyverklaring van onze vereniging: de Kille Meutel Vogelvrienden De Kille Meutel Vogelvrienden hechten veel waarde aan de bescherming van uw persoonsgegevens. In deze privacyverklaring willen we heldere en transparante informatie geven over welke gegevens we verzamelen en hoe wij omgaan met persoonsgegevens. Wij doen er alles aan om uw privacy te waarborgen en gaan daarom zorgvuldig om met persoonsgegevens. Onze vereniging houdt zich in alle gevallen aan de toepasselijke wet- en regelgeving, waaronder de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Dit brengt met zich mee dat wij in ieder geval: • uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met het doel waarvoor deze zijn verstrekt, deze doelen en type persoonsgegevens zijn beschreven in deze Privacy verklaring; • verwerking van uw persoonsgegevens beperkt is tot enkel die gegevens welke minimaal nodig zijn voor de doeleinden waarvoor ze worden verwerkt; • vragen om uw uitdrukkelijke toestemming als wij deze nodig hebben voor de verwerking van uw persoonsgegevens; • passende technische en organisatorische maatregelen hebben genomen zodat de beveiliging van uw persoonsgegevens gewaarborgd is; • geen persoonsgegevens doorgeven aan andere partijen, tenzij dit nodig is voor uitvoering van de doeleinden waarvoor zij zijn verstrekt; • op de hoogte zijn van uw rechten omtrent uw persoonsgegevens, u hierop willen wijzen en deze respecteren. Als Kille Meutel Vogelvrienden zijn wij verantwoordelijk voor de verwerking van uw persoonsgegevens. Indien u na het doornemen van onze privacy verklaring, of in algemenere zin, vragen heeft hierover of contact met ons wenst op te nemen kan dit via onderstaande contactgegevens: Kille Meutel Vogelvrienden Watertorenlaan 59 1930 Zaventem franz.pieters@telenet.be Mobiel: 0478 55 34 59 Waarom verwerken wij persoonsgegevens? Uw persoonsgegevens worden door onze vereniging verwerkt ten behoeve van de volgende doeleinden en rechtsgronden: • om te kunnen deelnemen aan de activiteiten van de Kille Meutel Vogelvrienden; • om de uitnodigingen, verslagen, nieuwsmeldingen, … te versturen (met toestemming van de betrokken sympathisanten); • om een brede en vlotte communicatie te verzorgen binnen het netwerk van de diverse partners; • om de jaarlijkse subsidiëring door de overheid te bekomen (wettelijke verplichting); Voor de bovenstaande doelstellingen houden we volgende gegevens bij: naam, voornaam, adres, telefoon/gsm-nummer (indien beschikbaar), e-mail (indien aan ons doorgegeven) We gebruiken de verzamelde gegevens alleen voor de doeleinden waarvoor we de gegevens hebben verkregen. Verstrekking aan derden Wij geven nooit persoonsgegevens door aan andere partijen waarmee we geen verwerkersovereenkomst hebben afgesloten, tenzij we hiertoe wettelijk worden verplicht (bv. politioneel onderzoek) Bewaartermijn De Kille Meutel Vogelvrienden bewaren persoonsgegevens niet langer dan 5 jaar op hun informaticasystemen. Beveiliging van de gegevens Wij hebben passende technische en organisatorische maatregelen genomen om persoonsgegevens van u te beschermen tegen onrechtmatige verwerking, zo hebben we bv. de volgende maatregelen genomen: • we hanteren een gebruikersnaam en wachtwoordbeleid op al onze systemen en cloud-toegangen; • de toegang tot de persoonsgegevens is beperkt tot de bestuursleden; • wij maken back-ups van de persoonsgegevens om deze te kunnen herstellen bij fysieke of technische incidenten; • onze bestuursleden zijn geïnformeerd over het belang van de bescherming van persoonsgegevens. Uw rechten omtrent uw gegevens U heeft recht op inzage en recht op correctie of verwijdering van de persoonsgegeven welke wij van u ontvangen hebben. Bovenaan dit privacy statement staat hoe je contact met ons kan opnemen. Tevens kunt u verzet aantekenen tegen de verwerking van uw persoonsgegevens (of een deel hiervan) door ons of door één van onze verwerkers. Klachten Mocht u een klacht hebben over de verwerking van uw persoonsgegevens dan vragen wij u hierover direct met ons contact op te nemen. U heeft altijd het recht een klacht in te dienen bij de Privacy Commissie, dit is de toezichthoudende autoriteit op het gebied van privacy bescherming. Wijziging privacy statement Onze vereniging de ‘Kille Meutel Vogelvrienden’ kan zijn privacy statement wijzigen. Van deze wijziging zullen we een aankondiging doen op onze website. De laatste wijziging gebeurde op 22 mei 2018. Oudere versies van ons privacy statement zullen in ons archief worden opgeslagen. Stuur ons een e-mail als u deze wilt raadplegen.


    Laatste commentaren
  • School of digital marketing (Parul)
        op Vogels en renners: één strijd

  • Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!