Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
E-mail mij

Druk oponderstaande knop om mij te e-mailen.

Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto

Momentum

04/07/07

Beste vogelvriend …

Startdatum: om meteen de drempelvrees te verlagen stel ik voor dat iedereen een reactie ventileert over het wegblijven van een birdyreünie; het kan kort in de 'poll'-rubriek en wat uitgebreider in dit communicatievenstertje.
Het was Oswald die mij ooit voorstelde ons wat dieper in het internet te nestelen, wat nu via deze blog is gebeurd, weliswaar zonder een referendum te houden.
Bij deze nodig ik jullie uit je mening te ventileren, want de bedoeling is een handig alternatief aan te bieden.
Tot heel binnenkort …

04/07/08

Happy Birdyday …

 

Temidden van een levendige en warmhartige woonwijk, ligt een door menselijke bebouwing omzoomde biotoop … een fraaie frisgroene weelderige oase, waar de birdyfans de gevederde tuinbezoekers graag welkom heten en gul onthalen.

Die verwennende gastvrijheid in een gezellig en veilig rustoord, bekoorlijk door landelijke eenvoud en liefelijkheid, prikkelt de vertrouwenwekkende aanhang, de nesteldrang met vrolijk vogelgezang en feestelijke voortgang. We hopen volgend jaar nog meer ‘straatketten’ naar de Kille Meutel te lokken …

 

04/07/09

 

Je zoekt, vindt en kiest

een levensweg, die je deelt

met trouwe vrienden …

 

Precies vandaag bestaat ons“Kille Meutel”Forumpje 2 jaar.

Sinds de wondermooie opnames van onze huisfotografen het “Blogscherm” sieren, loopt het aantal bezoekers gevoelig op.

Een verheugende en hartverwarmende vaststelling, daar eveneens destijds de voor natuurliefhebbers en vogelbeschermers bedoelde nieuwsbrieven, geïllustreerd met tekeningen, een educatieve waarde beoogden.

Sedert kort werd de rubriek“Birdywatch”gelanceerd, initieel opgevat als verzamelbox voor (tuin)observaties van vogelspotters.

Momenteel is een gebruiksvriendelijke observatiefiche, waarin de waarnemer zijn vaststellingen optekent, nog niet beschikbaar.

Met een klik op“Vogelwaarnemingen” nodigt de rubriekenindeling de bezoeker uit een pittige anekdote,een blikvanger,een weetje of een suggestie neer te pennen.

Af en toe duikt over een verschenen artikel een leuke en spontane “Reactie” op of laat men een indruk na in het “Gastenboek”.

In de speurtocht naar kennisdeling en verwondering wekken, blijft de drijfveer“Alles kan altijd beter”…

04/07/10

 

Vandaag hebben we weer wat te vieren want de blog bestaat 3 jaar.

Onze trouwe huisfotografen Jo en Wim blijven voor merkwaardig beeldmateriaal zorgen en dan is het ook niet verwonderlijk dat het bezoekersaantal gestaag aangroeit.

Met vereende krachten hebben we met ons klein, maar niet minder enthousiast clubje vogelvrienden een mussenteltraject uitgezet om in de streek (Zaventem, Nossegem, Sterrebeek, Kraainem) op 17 verschillende telpunten onze geliefde‘straatketjes’ te tellen.

Hierdoor maken we deel uit van de mussenwerkgroep Vlaanderen die naast het jaarlijks weerkerend mussentelweekend in samenwerking met de universiteit Gent een grootschalig huismussenonderzoek coördineert.

Wij blijven uiteraard ook gefocust op de vliegbewegingen binnen onze tuinenbiotoop. Tijdens de jongste reünie gaven enkele haiku’s mooi weer hoe fel we gehecht zijn aan onze gevederde levensgezel; meteen ook een gelegenheid om de loyale vogelliefhebbers een welverdiende  huismuspin op te spelden …

Dakpan of dakgoot,

voor de huismus is een nest

in Kille Meutel – Georges

Tjilpende huismus,

nest in de Kille Meutel

welkom bij ons hier – Arlette

Kijk Kille Meutel,

veel parende huismussen,

hemel op aarde – Oswald

Kille Meutel vriend,

huismus breng ons samen en

laat het blijven zijn – Chris

Groene oase,

paradijs voor de huismus,

dé Kille Meutel – Franz

04/07/11

Drukke en woelige tijden tasten al eens vaker de drang aan om over de fascinatie voor het
vedervolkje te communiceren.Immers in de Brusselse betonnen biotoop beter bestuurlijk beleid geldt de regel: first things first and don't feel free as a bird!
Toch is het bezoekersaantal op jaarbasis weer gevoelig toegenomen dit jaar, een eerbetoon dat vooral de huisfotografen toekomt, die voor kwalitatief hoogstaande visuele impressies zorgen.In de loop van volgend jaar zal de Kille Meutel een bijdrage leveren aan de geplande acties van de mussenwerkgroep Vogelbescherming Vlaanderen.

04/07/12

Inmiddels hebben ruim 51 000 bezoekers op de blog 275 artikels en 125 vogelportretten geraadpleegd, alsook 1 100 foto's, waarvan de helft door onze huisfotografen werd aangeleverd. Uit statistieken ter beschikking gesteld door de providers kunnen we afleiden 
dat 54% Nederlanders en 41% Vlamingen geregeld de blog raadplegen en dan het vaakst gedurende de weekdagen (70%), voornamelijk tussen 13.00 en 18.00 u en 30% tijdens het weekend. Tijdens de maanden juli, augustus en september heeft de blog 'begrijpelijk' minder succes.De Kille Meuel blijft zich samen met Vogelbescherming Vlaanderen inzetten voor het behoud van de huismus.  

Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Mijn favorieten reeks 1
  • bloggen.be
  • Natuurpunt
  • National Geographic
  • Natuurfotograaf Mineur
  • Vogelbescherming Vlaanderen
  • Vogelportretten Birdpix
  • Vogelportretten Birdfocus
  • Vogelbescherming Nederland
  • Belgium Digital
  • Vogelzang
    Mijn favorieten reeks 2
  • Favoriete vogel 2014
  • Instituut voor natuur- en bosbouw
  • Mussenwerkgroep
  • Natuurfotograaf Laura Sperber
  • Vogelencyclopedie
  • Natuurfotgrafen Monique & Luc Bogaerts
  • Natuurfotograaf Pieter Cox
  • Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    TO DO - List

    Kille Meutel Meetings Overlegmomenten Vogelbescherming Vlaanderen Overlegmomenten Natuurpunt Overlegmomenten WWF Overlegmomenten Greenpeace Overlegmomenten INBO

    KILLE MEUTEL
    Vogelvrienden
    20-07-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.In de kijker: de huiszwaluw en de boerenzwaluw in de luchthavengemeente


    Geraadpleegde bronnen: Vogelbescherming Nederland [vogel-ecoloog Theunis Piersma] / Zwaluwen: zwierige acrobaten in de lucht – een praktische gids samengesteld door de 5 Vlaams-Brabantse regionale landschappen / Biodiversiteit in jouw gemeente: technische fiche huiszwaluw / De huiszwaluw, vriend aan huis / Natuurpunt / Vogelbescherming Vlaanderen

     

    Als we het over de lente hebben, denken we automatisch aan de komst van de eerste zwaluwen. De vroegste zwaluwen arriveren reeds in maart, maar de meeste mensen zien de eerste zwaluw niet voor half of eind april. 
    Redelijk snel na hun aankomst begeven ze zich trouw naar hun nestplaats van de vorige jaren, maar meer en meer zwaluwen stellen vast dat die nestplaats plots verdwenen is. 

     

    In het Besluit van de Vlaamse Regering met betrekking tot soortenbescherming en soortenbeheer staat in artikel 14 §1 dat het verboden is om nesten van beschermde vogelsoorten opzettelijk te vernielen, te beschadigen of weg te nemen. Onder nesten wordt begrepen de bewoonde nesten, de nesten die in aanbouw zijn als voorbereiding op het komende broedseizoen, alsook de nesten die in de regel jaar na jaar tijdens het broedseizoen worden hergebruikt. Op basis van dit Soortenbesluit kan enkel een afwijking worden verleend in strikt omschreven gevallen, waaronder bv. de veiligheid van het luchtverkeer.


    Een lente zonder zwaluw is echter ondenkbaar en het is de hoogste tijd dat we de overblijvende zwaluwenpopulaties beschermen.

    Zo denken de Kille Meutel Vogelvrienden in de luchthavengemeente er trouwens ook over en samen met hen de Milieudienst van Zaventem en de environment manager van Brussels Airport Company, een mooi voorbeeld van co-creatief partnerschap.

     

    Omdat zwaluwen, net als de huismus, rechtstreeks van de mens afhankelijk zijn geworden, spelen vogelliefhebbers een belangrijke rol in hun voortbestaan en dat kan zonder zware financiële of fysieke inspanningen.

     

    Hun voortbestaan is afhankelijk van de mens

     

    Huis- en boerenzwaluwen bouwden hun nesten oorspronkelijk aan rotswanden en grotingangen. Met de komst van de menselijke bewoning werden ze cultuurvolgers en gingen ze almaar meer gebruik maken van gebouwen. Zwaluwen zijn immers heel plaatstrouw.

    Het nest bestaat hoofdzakelijk uit modder. Goed klevende leem en klei leveren de meest solide bouwsels. De vogels kleven de modderballetjes stapsgewijs aan een muur en plafond, die voldoende ruw moeten zijn, zodat die vocht absorberen (onbeschilderde baksteen met een wat slordige voeg, ruwe beton, onbewerkt hout), zo niet blijft de modder er niet aan kleven. Plastieken dak-oversteken worden zelden gebruikt tenzij er op een korte afstand een bevestigingspunt te vinden is (bv. een elektriciteitskabel, een TV-doosje, …). Vaak gebruiken zwaluwen een steun als vertrekpunt voor hun nestbouw: 

    een spijker of haak, een richel, een kabel, een lamp, …

    Je kan natuurlijk zelf een steunpunt voorzien door een fijn latje 10 cm onder de dak-oversteek aan te brengen.

    Zwaluwen bouwen het nest zo hoog mogelijk zodat het onbereikbaar is voor indringers of rovers. Ze verkiezen een dak-oversteek die bleker is dan de donkerdere muur. Met een voldoende diepe dak-oversteek zijn gevels, gericht op het noorden, zuidwesten, zuiden, zuidoosten, geschikt.

    Huiszwaluwen zijn niet schuw en verkiezen zelfs drukke straten waar geregeld mensen passeren, maar ze hebben het minder begrepen op druk wegverkeer.

    Dit is een belangrijk criterium waarmee dient rekening gehouden als je zwaluwen naar een nieuw aanpalend broedgebied wil laten opschuiven. 

    Voor de Zaventemse huiszwaluwenpopulatie dient de E40 gekruist om de in aanmerking komende doelgebieden, zowel in de richting Sint-Stevens-Woluwe als in de richting Nossegem, te bereiken.

     

    De boerenzwaluw

     

    Boerenzwaluwen nestelen het liefst in boerderijen op beschutte, vaak wat donkere plekjes in stallen en schuren, het liefst nog in bakstenen stallingen, waar melk- of vleesvee verblijft en veel insecten voorkomen. Afgesloten stallen zijn voor de boerenzwaluwen geen goede zaak.

    De toegenomen bedrijfshygiëne in de landbouw (mestvaalten verdwijnen en met hen de insecten op het boerenerf) en de sterk toegenomen aandacht voor veiligheid en hygiëne in de voedselproductie maakt dat de boerenzwaluwen ook niet meer zo welkom zijn.

    Vaak vind je meer dan één broedkoppel in de boerderij, maar dan in verschillende hoeken van een stal of verspreid over meerdere stallingen, want boerenzwaluwen zijn geen koloniebroeders. Het nest metselen ze van kluitjes modder of klei, die ze aan elkaar plakken en verstevigen met sprietjes hooi.

    Boerenzwaluwen broeden van mei tot juli maar kennen vaak nog een 2de legsel.

    Gemiddeld worden 5 eitjes gelegd, waaruit na 2 weken broeden de jongen komen.

    Ze blijven 3 weken op het nest terwijl beide oudervogels tienduizenden insecten (zo’n 9 000 insecten per dag) vangen.

    Boerenzwaluwen jagen niet al te ver van hun nest, veelal niet verder dan 300m.

    Omdat ze amper vetreserves hebben, zijn ze niet opgewassen tegen langdurig slecht weer.

    Hun leefgebied moet voldoende voedselbronnen bieden. Precies daarom hebben ze zo’n voorkeur voor stallen met vee.

    Dank zij ringonderzoek weten we onder meer dat de meeste boerenzwaluwen overwinteren in het gebied van Ivoorkust tot de Democratische Republiek Congo. Een aantal trekt nog verder door en vliegt wellicht mee met de Engelse boerenzwaluwen, die grotendeels overwinteren in Zuid-Afrika; ze leggen daarbij 4 000 tot 6 000 km af.

    In het voorjaar overbruggen ze die afstand opnieuw, maar dan in omgekeerde richting.

    Eind maart zijn in ons land de eerste boerenzwaluwen al op het appél, na alweer een vliegreis van zo’n 2 maanden.

    Eind juli al vertrekken de eerste boerenzwaluwen zuidwaarts, de laatste zien we rond half oktober.

    Zwaluwen zijn insecteneters en meer dan de helft van hun menu bestaat uit allerlei soorten vliegen en muggen. Vliegend en zwenkend vangen ze hun prooi want het zijn uitermate behendige vliegers. Ze halen met gemak 30km/u.

    Drinken doen zwaluwen door laag over het water te scheren en met de ondersnavel in het wateroppervlak te scheppen. 

     

    De huiszwaluw

     

    In Vlaanderen komen nog zo’n 8 à 10 000 broedkoppels voor. In vergelijking met de jaren ’70 is dit een terugval van maar liefst 70%.

    De soort werd in 2004 zelfs op de rode lijst geplaatst in de categorie ‘kwetsbaar’.

    De huiszwaluw is meer een stadsvogel dan de boerenzwaluw. Een groot deel keert jaarlijks terug naar dezelfde buurt én zelfs naar hetzelfde nest.

    Het plotse verlies van de nesten bij het slopen van gebouwen of renovatiewerken en de grote ‘nieuwvrees’ zorgen ervoor dat ze slechts zelden terugkeren.

    Huiszwaluwen broeden aan de buitenzijde van gebouwen (woonhuizen, hoeves, scholen, kerken, bedrijven, …) en steeds vaker onder bruggen. 

    Vanwege de beschutting voor regen én zon verkiezen huiszwaluwen diepe dak-oversteken (een uitstekende kroonlijst of dakgoot), liefst wit geschilderd aan een hoge, donkere gevel.

    Huiszwaluwen zijn echte koloniebroeders met 5 tot 20 nesten aan de gevel van één gebouw.

    Er zijn topkolonies met meer dan 50 nesten en dat is het geval in het luchthavendomein op Zaventems grondgebied.

    Er zou ook een aanzienlijke populatie huiszwaluwen nestelen aan de oude brandweerkazerne op het luchthaventerrein langs de Haachtsesteenweg ter hoogte van Melsbroek. In andere gebieden loopt het niet zo’n vaart en vind je maar enkele nesten (of zelfs maar eentje) per gebouw.

    Huiszwaluwen maken gesloten bolvormige nesten die haast uitsluitend uit modder zijn opgetrokken. Wel liggen er grassprieten, pluisjes en donsveertjes aan de binnenkant.

    De opening is net groot genoeg om de vogels in en uit te laten, al wordt die in de loop van het broedseizoen nog aangepast. Een huiszwaluw brengt per seizoen 2 à 3 broedsels groot, met een 4-tal glanzend witte eitjes per legsel. De jongen komen na 20 dagen uit het ei en worden 3 weken op het nest gevoerd. Grote jongen zitten vaak al met de bekjes open in de nestopening te wachten op eten. Jongen uit het eerste nest helpen vaak mee met het grootbrengen van de volgende broedsels.

    Huiszwaluwen jagen vaker in groep en op grotere afstand van de kolonie – makkelijk enkele km ver – als daar meer insecten te vangen zijn. 

    Het merendeel van hun leven brengen ze in de lucht door.

    In onze streken komen ze aan rond april – mei en blijven te gast tot augustus – oktober.

     

    Spectaculaire achteruitgang

     

    De zwaluwtrek piekt in de eerste 3 weken van september. Om de Middellandse Zee en vooral de Sahara te kunnen oversteken, leggen de zwaluwen vooraf extra vetreserves aan.

    Tijdens de trek moeten ze tal van gevaren overwinnen. Vele vallen onderweg ten prooi van roofvogels, maar ook aan mensen: rond de Middellandse Zee is jagen op zangvogels een favoriet tijdverdrijf.

    Toch zijn het de weersomstandigheden die de grootste tol lijken te eisen. Tal van zwaluwen worden door slecht weer uit koers gedreven of verdwalen. 

    Ook de Sahara blijkt ieder jaar ongenadig: massa’s vogels overleven de oversteek van zo’n 2 000 km woestijn – met temperaturen tot ver boven de 40°C – niet. De oases en voedselrijke moerassen aan de rand van de Sahara zijn dan ook van levensbelang. Maar de woestijn rukt steeds weer verder op. Moerassen worden drooggelegd, bomen en struiken gekapt als brandhout, zodat zwaluwen het steeds moeilijker krijgen om de trek te overleven. 

    Naar schatting keert slechts ongeveer 1/3 van de zwaluwen die naar Afrika trokken, het jaar nadien terug.

     

    Hoogleraar trekvogelecologie, Theunis Piersma vermoedt dat de directe oorzaak de insecten-schaarste is.

    Volgens een voorzichtige schatting is de laatste decennia het aantal insecten in ons land met 60% afgenomen. Huiszwaluwen zijn uitgesproken insecteneters. Als de insectenwereld instort, kan het dus niet anders of de huiszwaluwen kelderen mee.

    In de dierenwereld – en dat geldt zéker voor vogels – is voedsel de belangrijkste voorwaarde voor levensbehoud.

    Recente waarnemingen in de kuststreek bevestigen dat boerenzwaluwen massaal verkassen van de boerderijen naar manèges, waar nog insecten in overvloed te vinden zijn. 

    De uitbaters dragen dan ook de boerenzwaluwen op handen omdat ze de stallen vliegen- en muggenvrij houden. De al fel uitgedunde aantallen hebben dan nog eens af te rekenen met predatie door kraaien en sperwers.

    Vergeleken met vorig jaar zijn er 26% minder trekvogels die in tropisch Afrika overwinteren, zoals de koekoek, de wielewaal en de nachtegaal.

    Op hun reistraject naar Europa strijken zwaluwen neer op zogenaamde ‘tankplaatsen’; natuurgebieden en wetlands waar de vogels op krachten kunnen komen. Nogal wat van die gebieden zijn omgezet in landbouwzones, waar eveneens massaal pesticides worden gebruikt.

    Opmerkelijk is dat in 93% van de bloedstalen, genomen van dode zwaluwen, nog steeds DDT wordt aangetroffen, dat sinds de jaren ’70 van de vorige eeuw een verboden bestrijdingsmiddel is, maar in Afrika om malaria tegen te gaan nog altijd wordt aangewend.

    Ook in de overwintergebieden zelf lijdt de habitat van de zwaluw onder kwaliteitsverlies; daar zie je eveneens de opkomst van grootschalige landbouw.

    Verstoring van nesten door mensen en huisdieren en de omstandigheden tijdens de trek en in hun Afrikaanse overwinteringsgebieden bepalen uiteraard mee de populatieaantallen.

     

    Nieuwe bouwprojecten of renovatiewerken kunnen kansen bieden om ideale nestgelegenheden te voorzien, wanneer populaties door afbraak verplicht worden elders naar logeerplekken te zoeken.

     

    Handen uit de mouwen

     

    Je kunt zwaluwparen natuurlijk niet dwingen bij jou te komen broeden; stimuleren kan wel!

    Nesten van beschermde vogels vernielen is verboden! Zelfs naar verlaten oude nesten kunnen zwaluwen plots terugkeren.

    De dak-oversteek moet minimaal op 4 m of hoger zitten en voldoende diep zijn (30-50cm).

    Bij het verlaten van het nest zal de zwaluw zich immers even laten ‘vallen’ vooraleer hij zijn vleugels strekt en kan vliegen.

    Om deze reden is een vrije aan- en afvliegroute zo belangrijk; bomen en struiken vlakbij het huis verkleinen de kans dat de zwaluw zijn intrek zal nemen onder jouw dakgoot.

    Voorzie ook geen hoge muurbeplanting die de gevel gaat insluiten. Huiszwaluwen weten immers dat via klimplanten ratten en katten hun nest kunnen bedreigen.

    Huiszwaluwen elders aantrekken zal altijd wel moeilijk zijn, maar met een kunstnest lukt het mogelijk toch.

     

    Voorwaarden om ze aan te trekken zijn: een voldoende ruwe muur, ruig plafond of een steun, zoals een kabel, een spijker een latje waarop het nest kan worden gebouwd.

    Als de stal een openstaand raam (30 op 30cm is voldoende) of een andere blijvende opening heeft, kunnen boerenzwaluwen van maart tot september vlot af en aanvliegen.

    Belangrijk ook is een vrij constante temperatuur in de stal (schommelende temperaturen benadelen het broedsucces) en in de buurt een makkelijk bereikbare modderpoel (enkele m² op 100 à 200m is ideaal) voor het bouwmateriaal.

    In droge periodes zoals nu in juni en juli kan je best geregeld de modderplek vochtig houden door er enkele emmers putwater op te gieten.

     

    Breng onder natuurlijke of kunstnesten van huiszwaluwen mestplankjes aan om de uitwerpselen op te vangen. Het plankje mag niet te groot zijn en vooral niet te dicht onder het nest worden aangebracht. Immers zwaluwen willen in glijvlucht het nest kunnen bereiken.

    Een afstand van minstens 50 cm tussen het mestplankje en het nest is ideaal.

    Besef wel dat als je overweegt kunstnesten te hangen het een paar jaar kan duren vooraleer de zwaluwen er hun intrek in nemen. Bovendien gebeurt het wel eens dat ze het kunstnest zelf niet gebruiken, maar er vlakbij een eigen nest beginnen te bouwen.

    Waterrijke gebieden, bloemrijke graslanden, kruidenrijke stroken of een open mestopslag geven nog meer mogelijkheden om insecten te vinden. 

    Ook rond kleine landschapselementen zoals hagen, heggen en houtkanten vliegen heel wat beestjes.

     

    In het geval van grote kolonies kan je minstens één broedseizoen en liefst meerdere vóór de renovatiewerken voldoende kunstnesten voorzien. 

    Bij voorkeur in de onmiddellijke buurt waar de kolonie momenteel gehuisvest is om te zorgen dat de hele populatie het volgende voorjaar kan blijven voortbestaan.

    Op die manier doorbreek je de ‘nieuwvrees’ voor kunstnesten en bevorder je de gewenning aan de nieuwe biotoop.

    Om de natuurlijke nestbouw aan te moedigen, kan je ervoor zorgen dat je in de buurt van de kolonie op een verloren hoekje een ondiepe plas met modder aanlegt. Neem daarvoor een paar emmers klei en leem en gooi deze op een stuk landbouwplastic en houd dat nat van half april tot eind juni. 

    Leg die modderpoel aan op een open plek met ruime aanvliegmogelijkheden en zonder dichte vegetatie in de buurt.

     

    Volledige kunstnesten zijn kant-en-klaar en de vogels dienen er zelf niet meer aan te bouwen; er is dus geen modder in de buurt nodig en de vogels kunnen er bij aankomst in het voorjaar onmiddellijk intrekken.

    Toch zijn onvolledige nesten, waar de vogels nog een stuk moeten bij metselen, maar waar ze dan zelf wel gedeeltelijk de vorm, de grootte en design van de invliegopening bepalen, soms meer in trek. Omdat zwaluwen houden van elkaars gezelschap hang je kunstnesten best per 2 op.

     

    De essentiële beschermingsmaatregelen in een notendop

     

    Er zijn 3 belangrijke factoren die een hoofdrol spelen:

     

    ·         genoeg voedsel (voldoende insecten);

    ·         weersomstandigheden hebben ook een sterke invloed op de hoeveelheid beschikbaar voedsel: warme zonnige periodes met matige neerslag – zoals we dat momenteel meemaken – zorgen er wél voor dat er veel insecten voor het grijpen zijn;

    ·         veilige nestplaatsen en voldoende modder om hun nest te bouwen of te herstellen.

     

    In eerder verschenen artikels, die je via de zoekmachine in het archief kan opvissen, lees je meer over de identiteitskaarten van de hier meest voorkomende zwaluwensoorten en de gierzwaluwen, die niet tot de familie ‘zwaluwen’ behoren, maar tot de familie ‘gierzwaluwen’, waartoe ook de kolibries behoren.












    20-07-2018 om 11:02 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    04-07-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vandaag bestaat het blog 11 jaar

     

    Al vaker beklemtoonde ik op de jaarlijkse feestdag van de ‘Birdyfans’ dat de sterke fotografische boodschap, de kracht van het beeld, de lezer prikkelt om het artikel te lezen.

    Een kijkje in de bezoekerscijfers leert ons dat de populariteit van dit educatieve blog jaarlijks toeneemt. Dat we dan in de rangschikking van de 6213 bestaande educatieve blogs op bloggen.be al geruime tijd de top 10 halen, is een leuke bekroning.

     

    Inmiddels ga ik – sinds ik op rust ben gesteld – weer vaker op verkenning, op ‘padvinderspad’ in de natuur. Met vele andere gedreven en gepassioneerde idealisten stel je vast dat je – nu je daar meer tijd voor hebt – het al te vaak verstoorde evenwicht tussen economische prestatiedrang en ecologisch welbevinden een beetje kan bijstellen. Met de fiets (E-bike) of al wandelend met verrekijker, veldgids en notitieboekje (smartphone) de heerlijke plekjes voor rust en natuurschoon ontdekken, is een ontspannend en deugddoend tijdverdrijf.

     

    Mooie natuurplekjes ontdekken, betekent ook oog hebben voor de natuurelementen die deze oases van rust inkleuren, deze ongerepte landschappen in leven houden.

    En dan denken de Kille Meutel Vogelvrienden in eerste instantie aan het behoud van de laatste groene eilandjes in ons ‘verkavelingsvlaanderen’ waar gevleugelde koestersoorten alle moeite hebben om hun populatie in stand te houden.

    Het progressief verdwijnen van de open ruimte en groenbeleid in het algemeen, maar vooral van bosareaal blijkt innig gerelateerd aan de snelle achteruitgang van de biodiversiteit van onze fauna en flora. En samen met diverse lokale partners – de milieudienst, de jeugddienst, de scholen, wandelclub de Parkvrienden, Natuurpunt Zaventem, Sterrebeek 2000 en binnenkort de environment manager op de luchthaven nemen we initiatieven om concrete actieplannen vorm te geven.

     

    De huismus is ons totemdier en verdient naast de huiszwaluw, de geelgors en de braamsluiper alle aandacht om alle kansen te krijgen om zich in stand te kunnen houden.

     

    Hierbij verwijs ik graag naar de eerder verschenen bijdrage op 20 02 2018: Film- & voordrachtavond in de cultuurhoeve van het Mariadalkasteel [raadpleeg archief via zoekrobot]

     

    De mens moet erin slagen binnen deze snel metamorfoserende luchthavengemeente zijn oorspronkelijke gevederde bewoners te verzorgen, te koesteren.

    Met deze educatieve blog en via de sociale mediakanalen Facebook en Twitter wens ik een aangroeiend publiek te bereiken en te sensibiliseren voor een actief natuur- en milieubeleid, toegespitst op onze gevederde tuin- en akkerbezoekers. Gedragsverandering bij de bevolking kan worden gestimuleerd via informatie, educatie en sensibilisatie.

    Ik wens daarom op deze verjaardag de trouwe bezoekers en lezers te bedanken voor hun waardering en het verder verspreiden van de wekelijkse bijdragen via de voornoemde sociale mediakanalen.

    Onderstaande reeks foto’s van de groene specht zijn gemaakt door mijn goede vriend en alom geprezen natuurfotograaf, Wim Dekelver












    04-07-2018 om 18:22 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    27-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kiekendief kan zonder boeren niet overleven

     

    Geraadpleegde bron: de Standaard [Inge Ghijs]

     

    Het kiekendief-project maakt deel uit van de ontwikkeling van Grenspark Groot-Saeftinghe, een grensoverschrijdend project van Vlaamse en Nederlandse partners rond het Verdronken Land van Saeftinghe.

    De bedoeling is om één groot natuurgebied te ontwikkelen met de Hedwigepolder, de Prosperpolder, Doelpolder en Nieuwe Arenbergpolder. Aan het kiekendief-project nemen ook Nederlandse boeren deel.

     

    40 jaar boerde Guido Van Mieghem aan de rand van de Antwerpse haven en in de schaduw van de kerncentrale: een gemengd bedrijf van varkens, vleesvee en akkerbouw. Tot hij enkele jaren geleden werd onteigend voor de uitbreiding van de haven en met zijn twee zonen in Zottegem opnieuw begon. Met een melkveebedrijf deze keer. Maar vandaag verbouwt hij op zijn onteigende akkers in Doel luzerne en haver met een bijzonder plan: de bruine kiekendief helpen die met uitsterven is bedreigd.

     

    In het kader van de vogel- en habitatrichtlijn besliste Europa dat in de nieuwe natuurgebieden rond de Antwerpse haven inspanningen moesten worden geleverd om het voortbestaan van de roofvogel te garanderen. Snel bleek het natuurgebied qua oppervlakte ontoereikend om de populatie van de kiekendieven in stand te houden daar de vogels ook in de landbouwgebieden naar voedsel zoeken.

     

    Daarom kregen de lokale landbouwers 2 jaar geleden de vraag om de landbouwgronden, die intussen al in handen zijn van de Vlaamse overheid, te gebruiken als een soort laboratorium om er nieuwe, kiekendief-vriendelijke gewassen te telen: graangewassen (spelt, haver) en vlinderbloemige gewassen (luzern, klaver).

    Die teelten leiden ertoe dat de populatie muizen, konijnen en hazen groeit waardoor de kiekendief opnieuw voedsel vindt.

    Nu, 2 jaar later, worden de eerste resultaten voorgesteld en die zijn positief.

    De muizenholletjes waren na die 2 jaar al vertienvoudigd. De vlinderbloemige gewassen trekken erg veel bijen en vlinders aan als ze in bloei staan.

    Ook de boeren hebben er baat bij, want de gronden en het zaaigoed zijn gratis en de opbrengst mogen ze zelf verkopen of gebruiken.

    Je spaart geld uit wanneer je luzerne in plaats van soja als veevoeder gebruikt voor de koeien, want luzerne is ook een eiwithoudend gewas en omdat het stikstof uit de lucht haalt, moet je nauwelijks bemesten, licht Van Mieghem toe.

    Belangrijk argument voor het welslagen van het project is dat de teelten ook economisch rendabel moeten zijn. Het was in het begin zeker niet evident om de landbouwers te overtuigen ook aan natuurbeheer te doen. Nederlandse boeren die ook aan het project meedoen en die al meer vertrouwd zijn met natuurinclusieve landbouw, hebben hen mee over de streep getrokken.

     

    Van Mieghem geeft toe dat hij er vooral uit nostalgie aan begonnen is. De gebouwen van zijn boerderij staan nog overeind en hij kan zijn eigen gronden bewerken. Hij staat intussen wel open voor natuurvriendelijke landbouw, want dat is de toekomst.
    Keerzijde van het verhaal is dat de landbouwgronden die nu als lab dienst doen op termijn zullen verdwijnen voor de uitbreiding van de haven.

     

    Toch hoopt de coördinator van dit project, Mischa Indeherberg, dat deze ervaring een keerpunt zal inluiden en boeren geneigd zullen zijn nieuwe teelten op hun eigen gronden te verbouwen.

    Van Mieghem is dat alvast van plan. Hij wil die luzerne als voeder voor zijn dieren op zijn eigen boerderij telen. Dank zij de overheid kan je nu leren hoe je dit gewas teelt, hoe vaak je het best maait en wanneer. Het is een proces van vallen en opstaan, maar de begeleiding is prima. Op zijn eigen akkers zou hij zelf er met al die risico’s nooit aan begonnen zijn.












    27-06-2018 om 10:19 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    18-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Koekoekentrek ontrafeld

     

    Geraadpleegde bron: Vogelbescherming Vlaanderen: Mens & Vogel 2017-2 [Vogelonderzoeker Lyndon Kearsley]

     

    De koekoek kondigt met zijn karakteristieke roep de lente aan.

    Bij het grote publiek is hij vooral bekend als ‘broedparasiet’, een vogel die zijn eieren in nesten van andere vogels legt en ze ook door hen laat uitbroeden. In Europa is hij als broedvogel maar korte tijd te gast. Hij komt hier pas aan als er voldoende zachte rupsen te vinden zijn. Het mannetje verlaat ons land al vroeg. De reeds bevruchte vrouwtjes blijven uiteraard langer en leggen hun eieren in de nesten van zangvogels. In elk nest één ei. Elk vrouwtje heeft haar eigen waardsoort. In Vlaanderen worden vooral heggenmus, kleine karekiet en roodborst als waardvogel gekozen. De relatief kleine eieren zien eruit als die van het gastgezin. Het aantal koekoeken gaat echter sterk achteruit, zelfs als de aantallen van de gastsoorten het goed doen.

     

    Moeten we de oorzaak van de achteruitgang misschien zoeken bij de trek of de overwintering?

     

    De soort kent een ruime verspreiding en broedt tot in Siberië en Japan.

    In Europa is al veel onderzoek verricht naar trek- en overwinteringsstrategieën van de koekoek met behulp van satellietzenders. Over de ondersoorten die in Centraal en Oost-Azië broeden, is nog maar weinig bekend. Hoog tijd om ook daar op onderzoek te trekken.

     

    In mei krioelt het in Beijing van de doortrekkende vogels, allemaal getooid in prachtkleed. In de bomen langs de drukke straten en in de parken zingen vogels gaande van de kleine Pallas’ boszanger tot de grote lawaaimakers als de Indische koekoek. Het viel op dat daar ook de roep van de Europese koekoek te horen was. In China leven 3 ondersoorten behorend tot de ‘canorus’-koekoeken.

    Na een jaar van voorbereiding ging in mei 2016 het ‘Beijing Koekoek Project’ van start. Een ploeg van onderzoekers en wetenschappelijke vogelringers tekende present.

    In totaal ving het team 16 koekoeken waarvan er 5 (2 vrouwtjes en 3 mannetjes) werden uitgerust met een 4.5g wegend satellietzendertje.  De 2 ‘canorus’-vrouwtjes bleken op dat ogenblik nog op trek te zijn. De dagen en weken daaropvolgend werd dit dank zij de zendertjes ook bevestigd.

    Beide vrouwtjes trokken verder over bergen, staken de Gobiwoestijn en de Mongoolse steppen over tot aan de noordelijke bossen.

    De hele zomer verbleef één vrouwtje in het ‘Onon-Balj Basin National Park’ in Noord-Mongolië, waar trouwens ook het geboortedorp van Dzjengis Khan ligt. Het andere vrouwtje vloog verder noordwaarts tot Romanovka aan de Vitimrivier ten oosten van het Baikalmeer, 1450 km ten noordoosten van Beijing.

    De 3 mannetjes daarentegen bleven de hele zomer in de reservaten waar ze hun zendertje kregen. De 1ste wetenschappelijke ontdekking – namelijk hun zomerterritoria – was binnen.

     

    Om het opvolgingsproject nog meer animo te bezorgen, werd Chinese schoolkinderen gevraagd de koekoeken een naam te geven. Dit idee bleek een schot in de roos te zijn. De originele naamgeving trok wereldwijd heel wat aandacht en er ontstond een geweldige empathie voor deze magnifieke vogels. De Chinese jeugd is gek op smartphones en dus kon men haar massaal bereiken via Twitter, Facebook, WhatsApp en diverse blogs.

    Tijdens hun herfsttrek hebben deze vogels meer dan 20 landsgrenzen overgestoken en het was zeer prettig om artikels te zien verschijnen in de meer traditionele media (kranten, tijdschriften, lokale nieuwbrieven, …). Leerkrachten maakten opportuun gebruik van het moment om les te geven over ecologie en gebruikten hiervoor online materiaal in de klas. Via kinderen bereik je hele families en precies die kinderen zijn de volwassenen van morgen.

     

    Er werd steeds aangenomen dat oostelijke ‘gewone’ koekoeken in Zuidoost-Azië overwinterden en de vogels die ’s winters werden gezien in India afkomstig waren van Centraal Azië.

    In het verleden was er maar weinig aandacht voor koekoeken tijdens de trek. Deze vogels blijven immers makkelijk onopgemerkt. Tegenwoordig stromen de observaties binnen, veel zelfs gedocumenteerd met foto’s.

    Zo kon de hypothese dat ook de Chinese koekoeken in Afrika overwinteren, worden bevestigd.

    Twee van de vijf koekoeken hadden 16 965 en 14 627 km op de teller staan. Immers zij kozen niet voor dezelfde route, noch voor dezelfde bestemming.

    De ene landde dichtbij de grens van Zimbabwe; de andere aan de Save-rivier in Zuid-Mozambique. Dit blijkt hét overwinteringsgebied te zijn. Het regenseizoen zorgt er voor insecten en rupsen.












    18-06-2018 om 12:21 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    12-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Code oranje voor de meeuw

     

    Geraadpleegde bron INBO: Populatie van meest gehate vogel in Vlaanderen slinkt alarmerend / Vogelbescherming Vlaanderen: Mens & Vogel 2007

     

    Meeuwen en de zee: ze lijken onlosmakelijk met elkaar verbonden. Iedereen kent deze grote en statige vogels wel. De kans is groot dat je ze ooit etensresten hebt toegeworpen en vol bewondering hebt gestaan voor de acrobatische zwenkingen en duikvluchten die ze hierbij uitvoeren.

    Ze vinden in de kuststreek hun natuurlijk voedsel, dat vooral uit zeevis en bodemdieren bestaat. Toch kunnen ze ook ver landinwaarts worden gezien. De grote meeuwen kunnen zich zelfs tot meer dan 100 km landinwaarts verplaatsen op zoek naar voedsel.

    Alle meeuwen zullen wel water opzoeken om de nacht door te brengen. De zee, rivieren, spaarbekkens, plassen of havens, alle bieden ze een veilige slaapplaats.

    De meest voorkomende meeuwensoorten aan onze kust zijn de zilvermeeuw, de kokmeeuw, de kleine mantelmeeuw, de stormmeeuw en de grote mantelmeeuw.

    Met wat geluk kan je ook de dwergmeeuw of de visdief zien, evenals de zwartkopmeeuw, de geelpootmeeuw en de drieteenmeeuw.

     

    Dit spontaan positieve beeld dat mensen hebben van meeuwen komt soms wel eens onder druk te staan. Veelal zijn het lokale problemen die bij een beperkte groep mensen aanleiding geven tot negatieve beeldvorming. Bij het opduiken van dergelijke ‘overlastverhalen’ valt op hoe weinig het grote publiek en de media over deze meeuwen weet en hoezeer dit leidt tot ondoordachte uitspraken en acties.

     

    Misschien wel de meest voorkomende klacht komt van gemeentebesturen en betreft meeuwen die vuilniszakken kapot pikken. Vroeger, toen gesloten metalen of kunststoffen vuilnisbakken nog standaard waren, konden meeuwen niet bij de lekkere hapjes.

    Meeuwen produceren uitwerpselen die gebouwen, kunstwerken, geparkeerde wagens of toevallige passanten kunnen treffen. Niet leuk, maar eens gereinigd ook veelal zonder verder gevolg.

    Wanneer auto’s langere tijd in grote aantallen onbeschermd in de openlucht geparkeerd staan in gebieden waar veel meeuwen voorkomen, kunnen uitwerpselen, krabsporen en voedselresten schade aan de laklaag teweegbrengen. Deze situatie doet zich bv. voor op de uitgestrekte parkings in de Zeebrugse achterhaven, een belangrijke Europese overslaghaven voor auto’s.

    Bij meeuwen die op daken broeden, dient er op gelet dat het aangevoerde nestmateriaal niet leidt tot verstoppingen van de waterafvoer, anders zou het dak van het gebouw wen eens kunnen instorten onder het toegenomen gewicht.

    Andere economische schade kan zich voordoen als meeuwen zich tegoed doen aan jonge mosselen die op mosselbanken werden geplant.

     

    Ze worden verjaagd met drones, nepeieren en anticonceptiepillen, omdat de meeuwen ons overspoelen.

    Rond de appartementen aan de kust komt een drone rond hun kop vliegen. In hun nesten komt een brandweerman hun eieren kapot prikken. Er zijn experimenten om hen verplicht aan de conceptiepil te zetten. En als ze zich eens op een boerenakker wagen, vreet een vos hen op.

     

    Het zijn harde tijden voor de meeuw, de meest gehate vogel in Vlaanderen [de ‘rat’ van de Noordzee’, zoals de Knokse burgemeester Leopold Lippens haar noemt].

     

    Dat blijkt uit recente cijfers van het Instituut voor Natuur- & Bosonderzoek [INBO].

    Vorig jaar waren er 4 915 grote meeuwen in Vlaanderen. De tellingen voor dit jaar zijn nog niet afgerond, maar het aantal zal hoe dan ook lager liggen.

    In 2012 hadden we nog 7 827 meeuwen.

    Zo slecht zijn de resultaten dat de meeuw stilaan naar ‘bedreigde diersoort’ evolueert. In de jongste Rode Lijst van Vlaanderen met de overlevingsstatus van alle vogels, krijgen de kleine mantelmeeuw en de zilvermeeuw het predicaat ‘bijna in gevaar’.

     

    Hoe kan dat?

     

    Vroeger konden meeuwen op hun gemak broeden op braakliggend terrein in de havens, maar daar zijn ze inmiddels verjaagd.

    Dan zijn ze op de daken van bedrijfsgebouwen aan de kust gaan broeden, maar daar zijn ze evenmin welkom.

    En er zitten nu veel meer vossen dan vroeger in Vlaanderen; meeuwen die zich op een weide wagen, worden aldus vaak gedood.

    De meeuwen die overblijven zitten verspreid over heel Vlaanderen tot in Antwerpen.

    De stoutmoedigsten overleven het of de ‘ambetanteriken’ die hele buurten wakker houden met hun gekrijs of zonder verpinken je ijsje uit je hand pikken op de dijk.

     

    Verder uitroeien dan maar?

     

    Dat mag niet, daar de meeuw een Europees beschermde diersoort is.

    Willen of niet, men is wettelijk verplicht de populatie te helpen in stand houden. Dat moeten we doen door een ‘meeuwenzone’ te voorzien waar de vogels rust kunnen vinden om te broeden. Op een eiland voor de kust, werd al vaak geopperd, maar dat blijkt een kostelijke zaak.

    Een oplossing dient gezocht in de nieuwe beheerregeling die Vlaams minister van Natuur, Joke Schauvliege zal aanreiken. Dat dossier om een juiste broedlocatie te vinden, sleept al jaren aan en aan een exacte timing waagt ze zich niet.

    Het advies van onderzoeker Eric Stienen ligt op tafel en bevat de meest recente gegevens betreffende hun broedpopulaties en schetst een mogelijke evolutie in de toekomst.

    Tevens worden aanbevelingen gegeven inzake de inrichting van broedplekken, zowel op daken als op de grond.

     

    Op termijn lijkt de oplossing voor mogelijke meeuwenoverlast te schuilen in een driesporenbeleid:

     

    ·         het wegwerken van een onnatuurlijk voedselaanbod voor meeuwen;

     

    https://www.youtube.com/watch?v=dAFvwualXrs

     

    ·         het weghouden van meeuwen als broedvogel op plekken waar échte lokale overlast kan worden vermoed;

    ·         het toelaten – zelfs faciliteren – van broedende meeuwen op plaatsen waar geen overlast bestaat.

     

    Onderstaande foto’s zijn van de Nederlandse natuurfotograaf Ben van den Broek en illustreren respectievelijk de volgende meeuwen:

     

    ·         de dwergmeeuw

    ·         de drieteenmeeuw

    ·         de geelpootmeeuw

    ·         de kleine mantelmeeuw

    ·         de zilvermeeuw












    12-06-2018 om 19:01 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    08-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zwartkop, de nachtegaal van het noorden


    Geraadpleegde bron: Vogelbescherming Vlaanderen: Mens & Vogel 2001_4

     

    De zwartkop is de meest algemene van onze grasmussen, die zowel in bossen als in de grote stadsparken de lente inluidt, nog vóór de zwaluwen dat doen. Hij wordt wel eens ‘Nachtegaal van het noorden’ genoemd, omwille van zijn snelle heldere zang. Het is een vogel die goed de koude doorstaat en tijdens de trek vrij grote afstanden aflegt. De laatste jaren komt het steeds vaker voor dat zwartkoppen bij ons overwinteren.

     

    De zwartkop is een muisgrijze zangvogel, net zo groot als een koolmees, met een gitzwart ‘petje’, grijs gezicht en keel. Vrouwtjes hebben een roestbruin petje op. De rug is bruingrijs en de onderzijde bleek grijs. Poten en snavel zijn ook grijs.

    De lichaamslengte is 13cm; de spanwijdte varieert tussen 20 en 23cm en het lichaamsgewicht schommelt tussen 14 en 20g.

    Kenmerkend voor de vlucht zijn de korte, moeizaam fladderende bewegingen met reeksen snelle schokkerige vleugelslagen.

     

    De zwartkop is de soort die het meest aan bomen en bossen is gebonden. Hij maakt deel uit van een groep van 4 die in onze streken tot broeden komen: de grasmus, de tuinfluiter en de braamsluiper.

    Hij leeft in biotopen met grote struiken en kleine bomen, maar vooral in dichte vegetatie met bramen en klimplanten. Hij komt ook voor in oude parken, langs bosranden, in massieven van duindoorn en vlier in de duinen, in dichte hagen van meidoorn of sleedoorn waar de kruidenlaag afwisselt met brandnetelpercelen.

     

    Van alle grasmussoorten is de zwartkop de eerste die in de lente naar onze streken terugkeert, de mannetjes voorop, later gevolgd door de vrouwtjes.

    In het vooruitzicht van hun aankomst, zoekt het mannetje een territorium waarin hij actief zingt en met verbetenheid zijn concurrenten verdrijft.

    Hij bouwt enkele ‘speelnesten’, waarvan er één door het vrouwtje wordt uitverkoren; zij zal het binnen-nest verder bouwen en het interieur afwerken.  

    Het nest, bestemd voor het 1ste broedsel wordt ergens goed verborgen gebouwd in klimop, palmboompjes, laurier of naaldbomen.

    Later in het seizoen, wanneer planten, struiken en bomen volledig in blad staan, heeft het vrouwtje een grotere keuze om een nieuw nest te maken voor het 2de broedsel.

    Het nest wordt gebouwd op een hoogte tussen een ½ en 2 m van de grond; het bestaat uit een ‘doorzichtig’ buitennest, gemaakt van droge stengels, dunne takjes en plantenpluis.

    Het binnen-nest, dat een stuk steviger is, bestaat uit fijn hooi, worteldraden en paardenharen. Daarin worden 5 eieren gelegd die overdag afwisselend door beide geslachten worden bebroed, maar ’s nachts alleen door het vrouwtje.

    Na 2 weken worden de jongen geboren die een 10-tal dagen in het nest verblijven.

    Na het uitvliegen, zullen ze zich in de onmiddellijke omgeving van het nest verspreiden, onder de hoede van hun ouders, die hen begeleiden tot ze zelfstandig genoeg zijn.

     

    Het geluid dat die voortbrengt is een kenmerkend kort ‘tjek’, maar uit een struik langs een bosrand in het vroege voorjaar komt een warme, riedelende zang: een snelle, schorre voorstelling, aanvankelijk onderdrukt maar later versnellend tot een luide finale. Dit is één van de beste zangers onder de Europese vogels.

     

    https://www.youtube.com/watch?v=jimZ8Jps-S4

     

    De soort komt in ons land nagenoeg overal voor. In de poldergebieden is haar aanwezigheid vrij schaars, maar elders is ze talrijk, vooral in Hoog-België met grote dichtheden in westelijk Henegouwen, het Hageland, de Dijle-vallei, de Famenne, de Condroz en Lotharingen.

    De meeste zwartkoppen zijn zomergasten; in april komen ze aan en in oktober zijn ze weer weg.

    Het zijn dus trekvogels. Ze overwinteren in het Middellandse Zeegebied, Afrika en sinds kort ook in het Verenigd Koninkrijk

    Zwartkoppen die broeden in West-Europa overwinteren in het algemeen in de savanne ten zuiden van de Sahara, maar de populaties van Zwitserland, Frankrijk en België vliegen niet zo ver en verkiezen de winter door te brengen in het zuiden van Spanje en Noord-Afrika (van Tunesië tot Marokko).

    De vogels uit Scandinavië (Noorwegen en Zweden) en de oostelijke populaties vliegen eerder naar het zuidoosten, o.a. naar Libanon en Egypte en doen dat via Cyprus waar ze fel worden bejaagd en gevangen voor consumptie.

    Maar in streken met in de winter een zacht klimaat (zoals Corsica en Zuid-Frankrijk), blijft een gedeelte van de broedpopulatie ter plaatse overwinteren.

    Zwartkoppen zijn nachttrekkers en de afgelegde afstand bedraagt gemiddeld 45km per nacht. De maximale afstand tussen Zweden en Soedan is ongeveer 6 000km. De resultaten van het ringwerk bevestigen in het algemeen dat zwartkoppen trouw zijn aan hun overwinterings- en broedgebieden.

     

    De zwartkop is een insecteneter die grote hoeveelheden larven en imago’s van insecten wegplukt van de bladeren van bomen en struiken: kevers, rupsen, bladluizen, tweevleugelige insecten, spanrupsen en mieren, maar ook regenwormen en kleine slakjes. Maar dat dierlijk voedsel is onvoldoende, rekening houdend met de seizoenen en de grote trekafstanden. De soort is dus vruchten en bessen beginnen te eten en doet dat op vrij grote schaal ten koste van zo’n 60 plantensoorten: vlier, kamperfoelie, braambes, lijsterbes, zoete kers, maretak, …

    Van zodra ze rijp genoeg zijn, staan ook gecultiveerde vruchten op het menu: kersen, frambozen, stekelbessen, aardbeien, abrikozen, vijgen en druiven.

    Ook vroeg in de lente, wanneer de eerste zwartkoppen in onze streken terugkeren (soms vanaf begin maart) kan men kleine groepjes mannetjes waarnemen, die in de klimop op zoek zijn naar bessen. Je ziet ze hetzelfde doen op de grond waar ze de resten oppikken van appelen en peren die onder de winterse voedertafels zijn blijven liggen.












    08-06-2018 om 18:51 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    27-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De groene vallei, een groen hart, kwaliteitsmerk voor de streek

    Geraadpleegde bron: Natuur & Landschap van Natuurpunt Oost-Brabant

     

    Volgende week zondag is de ‘Walk for Nature’ te gast in de ‘Groene Vallei’.

    Vanuit het bezoekerscentrum Groene Vallei in Erps-Kwerps kan je op de Walk for Nature met heel je gezin, vrienden en kennissen genieten van een uniek gebied met nog ongerepte landschappen, moerassen, bossen en soortenrijke graslanden vol bloeiende orchideeën.

    Je kan kennismaken met het project Groene Vallei waar Natuurpunt samen met een reeks partners een robuust valleicomplex uitbouwt, als open ruimte in de verstedelijkte omgeving van de zogenaamde ‘Vlaamse Ruit’.

    In dit projectgebied van 1 500 ha zijn 516 ha in beheer bij Natuurpunt.

     

    Het netwerk van door Natuurpunt beheerde natuurreservaten omvat:

     

    ·         Rotte Gaten in Kortenberg;

    ·         Silsombos in Kortenberg en Kampenhout;

    ·         Torfbroek;

    ·         Hellebos-Steentjesbos-Rotbos en Weisetterbos in Kampenhout;

    ·         Molenbeekvallei en Kastanjebos in Herent;

    ·         Floordambos op de grens van Steenokkerzeel, Vilvoorde en Machelen,

     

    elk op zich eldorado’s van biodiversiteit met een grote uitstraling.

     

    Je kan die dag ook kennismaken met een enthousiast team van vrijwilligers dat bezig is een versnipperd lappendeken van natuurgebiedjes aan elkaar te breien tot een samenhangend complex van robuuste en biodiverse natuur, verweven met een boeiend open landbouwlandschap. Een project gericht op samenwerking met de actoren.

     

    De Groene Vallei vormt een groen oase met nog ongerepte landschappen in het drukbevolkte gebied tussen Leuven, Brussel en Mechelen.

    Moerassen, bossen, graslanden, struwelen wisselen af met landbouwlandschappen en weidse vergezichten. Water is de verbindende factor in de vallei: beken zoals de Weesbeek, Molenbeek en de Trawool lopen als een rode draad door de regio. De Weesbeek ontspringt in Erps-Kwerps. Op diverse historische kaarten is duidelijk te zien dat Erps-Kwerps zich heeft ontwikkeld in de vallei van de Weesbeek.

    Bij het buiten komen van het Silsombos stroomt de Weesbeek onder de Stenen Goot (een aquaduct van de Molenbeek). Meer naar het noorden vloeit de Weesbeek samen met de Molenbeek.

     

    Het is een uitdagend verhaal: biodiversiteit, streekidentiteit en beleving, landbouw en economische ontwikkeling in één zin te gebruiken.

    Even uitdagend is het de beleidsmakers daarvan te overtuigen.

    Met het project Groene Vallei gaat men ervoor deze brug te blijven maken om tot een robuuste vallei te komen met een samenhangend netwerk van natuurgebieden afgewisseld met een aantrekkelijk open landbouwlandschap dat vele kansen biedt voor (natuur)beleving en ondersteuning van de streekidentiteit.

    Natuurontwikkeling, natuur-inclusieve landbouw, gezonde waterhuishouding en klimaatbuffering en vooral ook landschapsbeleving, recreatie en toerisme kunnen hier hand in hand gaan en zorgen voor een meerwaarde in de streek. Men wil het gebied leefbaarder en zichtbaarder maken.

    Inmiddels is er 516 ha topnatuur in de Groene Vallei in beheer bij Natuurpunt.

    In 1977 werd de uitdaging aangegaan met de uitbouw van een eerste natuurreservaat in de regio: het Torfbroek.

    De erkenning van de eerste percelen gebeurde al in 1981. Zo werd het Torfbroek het eerste erkende natuurreservaat in Vlaanderen.

    De Groene Vallei heeft te maken met een historische versnippering van het gebied en het is werkelijk kwestie van het aan elkaar breien van een lappendeken om te komen tot een meer robuuste natuur. Er is niet alleen weinig speelruimte, maar er zijn ook constante bedreigingen zoals een mogelijke verlenging van de landingsbaan van Brussels Airport die dan tot vlak tegen het Silsombos en het Torfbroek zou komen te liggen.

    Zowel Torfbroek als Silsombos zijn kwelgebieden. Typerend voor de Groene Vallei is het kalkrijk grondwater. Dank zij grote hoeveelheden kalkrijke kwel die er aan het oppervlak komt, komen er zeer zeldzame moeras-, vijver- en graslandbiotopen voor.

    Het gebied vormt zo een belangrijk leefgebied voor wel 14 Europees beschermde soorten.

     

    Het Groot Veld dat Brussels Airport nu wil inpalmen is een infiltratiegebied van het Silsombos en het Torfbroek. Als die plannen doorgaan, zou dit een bedreiging betekenen voor de door Europa prioritair beschermde habitats en soorten aldaar.

    Enkele van die habitats zijn op Europese schaal uitzonderlijk, zoals de galigaanvegetaties (ruigtevegetaties van natte kalkmoerassen of oevers met kalkhoudende bodem, die quasi ondoordringbare uitgestrekte begroeiingen vormen, die zeer lang standhouden) en kalktufbronnen (het bronwater is oververzadigd met kalk zodat zich kalkkorsten vormen, zogenaamde klaktufsteen waarop zeldzame bladmossen voorkomen).

    Maar ook habitats zoals kranswiervegetaties (pioniersvegetatie in pas gegraven sloten, duinpannen of uitgebaggerde vijvers), voedselarme verlandingsvegetaties (vegetatietype dat voorkomt op de overgang van water naar land in stilstaand of traagstromend water) en kalkmoerassen zijn essentieel.

    Door de eeuwen heen hebben deze grondwaterafhankelijke habitats zich hier ontwikkeld.

     

    In 2018 zijn er opnieuw lokale en provinciale verkiezingen.

    Het is aan de beleidsmakers in de ruime regio van de Groene Vallei om biodiversiteit bovenaan op de agenda te zetten en dit te zien als een unieke kans.

    De Groene Vallei is het groene hart van een dichtbevolkt gebied met een sterk verspreide bebouwing. Verstedelijkingsprocessen hebben landbouw-, natuur- en bosgebieden sterk versnipperd. Daardoor is de open ruimte er erg gefragmenteerd en staat ze constant onder druk. Ze moet kost wat kost behouden blijven.

    Het project Groene Vallei vormt het groen tegengewicht voor de verdere verstedelijking en versnippering in deze driehoek. Het is een antwoord op de nog steeds oprukkende verkavelingen en aansnijdingen van de schaarse open ruimten.

    Het project wil met alle actoren verder samenwerken om te komen tot een samenhangend robuust open ruimtegebied met grootse natuurgebieden als klimaatbuffers en dragers van biodiversiteit en daarnaast de landbouwgebieden.

     

    Voor meer info kan je even de weblink www.walkfornature.be raadplegen.

     












    27-05-2018 om 20:33 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    21-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De bekroonde merel bedreigd?

     

    Geraadpleegde bron: Vogelbescherming Vlaanderen – Mens & Vogel 2018 – 2 [Jan Rodts]

     

    Dat deze bekende tuinvogel nog steeds erg geliefd is bij het grote publiek mocht blijken uit de ruime stemmenwinst die hij behaalde tijdens de verkiezing van de Vogel van het Jaar 2018.

     

    Los van het feit dat merels half januari al schuchtere pogingen ondernamen om hun lied ten gehore te brengen – vooral dan in de stadscentra – is het niet duidelijk of we ons al dan niet ernstige zorgen moeten maken over hun voortbestaan.

     

    Welke impact heeft het Usutu-virus op de populaties in ons land?

    Het virus vindt zijn oorsprong in Afrika en wordt overgebracht door steekmuggen. Vermoedelijk is het virus via trekvogels in Europa ingevoerd, waar het in 2001 voor het eerst opdook in Oostenrijk. Van daaruit verspreidde het zich over heel Europa, met in 2012 een massale slachting in Duitsland tot gevolg. Meer dan 300 000 vogels stierven. In sommige Duitse steden was de sterfte zo massaal dat de merels praktisch verdwenen waren uit tuinen en parken.

     

    In 2016 vond de eerste introductie van het virus in België plaats. Bij een eerste virusplaag is de sterfte altijd hoog. Het is onbekend hoe lang het duurt voor de populatie voldoende weerstand heeft opgebouwd en de sterfte door dit virus zal afnemen. Het is niet te voorspellen hoelang het virus in de vogelpopulatie zal aanwezig blijven en wat het effect op de merelpopulatie zal zijn. Dit zal de komende jaren duidelijk moeten worden.

     

    Dat de merel de voorbije 2 jaar – zowel in Vlaanderen als in Nederland – rake klappen heeft gekregen, bleek op 29/01/2018 al meteen uit de eerste resultaten van ‘Het Grote Vogeltelweekend’ van Natuurpunt en de ‘Nationale Tuinvogeltelling’ van Vogelbescherming Nederland en Sovon Vogelonderzoek.

    Tijdens deze telling tuimelde de merel in Vlaanderen van de 2de naar de 8ste en in Nederland van de 3de naar de 5de plaats.

     

    De merel is een van de meest voorkomende en talrijkste broedvogels van ons land.

    Laten we er dus van uitgaan dat de soort voldoende veerkracht bezit om dit virus het hoofd te bieden. Fijn is dat we de merel toch zo’n beetje overal kunnen aantreffen.

    We vinden hem in allerlei habitats waar bomen en struiken staan, zoals tuinen, parken, bossen, houtwallen, veldbosjes, holle wegen, hagen, duinstruweel en heidevelden. 

    Vochtige bossen waren zijn oorspronkelijke habitat, maar tegenwoordig bereiken de dichtheden in meer open landschappen – en dan vooral tuinen en parken – het veelvoud van die gesloten bosgebieden.

    In zeer open landbouwgebieden met weinig bomen en struiken, zoals onze polders en op open schrale heidevelden is de merel eerder schaars.

    Merels foerageren het liefst op de grond, bij voorkeur op vochtige bodems, op kort gemaaide grasperken, en tussen gevallen bladeren waar ze op zoek gaan naar hun belangrijkste voedselbron: regenwormen.

     

    Het voedsel van de merel is echter gevarieerder dan dat. Hij foerageert meestal hippend op de grond en hakt met zijn snavel in de bodem. Daarbij werpt hij mos en bladeren op, een techniek waar het bos zelf ook van profiteert, want zo wordt de bodem verlucht.

    Als de vogels op zoek zijn naar regenwormen houden ze hun kop scheef, waarschijnlijk om de wormen te zien met de ogen die aan de zijkant van de kop zitten. Merels zijn immers ‘oogjagers’ die hun prooien zoeken door de grond af te speuren.

    In de nazomer eten ze ook bessen en vlezige, zoete vruchten en dat wordt hen wel eens kwalijk genomen door professionele fruittelers.

    Aangerichte schade wordt evenwel gecompenseerd door de opruiming die de merels houden onder schadelijke ongewervelde dieren. Ze maken ook veel gebruik van het voedselaanbod op voedertafels en eten verspreid liggend, overrijp fruit.

    In de winter foerageren merels soms in groepen, samen met andere lijsterachtigen zoals kramsvogels en koperwieken. Vooral gevallen fruit en bessen zijn dan bijzonder in trek.

    Buiten de koude periode leeft de merel vrijwel nooit in groepsverband en is het elk voor zich.

    Merels stoten na het eten soms braakballetjes uit met daarin onverteerbare zaden. Zaden van gegeten bessen kunnen kilometers verderop worden gedeponeerd. De vogel heeft zo een aandeel in de verspreiding van planten.

     

    Wat kunnen wij zelf voor de merel doen?

     

    Met nestkasten op te hangen zal je de merel niet meteen helpen aangezien de soort maar sporadisch gebruik maakt van kunstmatige broedgelegenheid.

    Wat je wél kan doen, is je tuin op een meer natuurlijke manier inrichten. Daarmee help je trouwens niet enkel de merel, maar ook alle andere in het wild levende dieren.

     

    Je zou bv. een bosje met heesters kunnen aanplanten, die bessen of andere vruchten dragen.

    Enkele vb. zijn: rode kornoelje, kardinaalmuts, gewone vlier, zuurbes, sporkehout, lijsterbes en hulst. Een dichte haag of heg is dan weer een uitstekende broedplek waarin ze hun nest kunnen verstoppen. Een gemengde haag met bv. meidoorn, haagbeuk, braam, hondsroos, sleedoorn en vuurdoorn is ideaal.

     

    Breng mee de slachtoffers in kaart

     

    We willen kunnen opvolgen waar de meeste slachtoffers vallen en hoe snel het virus zich verspreidt. Om zoveel mogelijk gegevens te verzamelen, roept Natuurpunt waarnemers of vinders van slachtoffers op om hun vaststellingen (na een eenvoudige registratie) in te voeren op www.waarnemingen.be.

    Voer de exacte locatie in en kies in het venster ‘Gedrag’ voor ‘ziek/gewond’ of ‘vondst (dood)’ en gebruik het vak ‘Opmerkingen’ om duidelijk te maken dat het vermoedelijk/mogelijk om het Usutu-virus gaat. Voeg hier eventueel een omschrijving van de waargenomen symptomen toe.











    21-05-2018 om 18:40 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    14-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De fuut, een kenner van paringsrituelen

     

    Geraadpleegde bron: Vogelbescherming Vlaanderen – Mens & Vogel 2015-2

     

    De fuut is een meester in het verleiden. Van alle inheemse vogels is de paringsceremonie van de fuut wellicht de meest opwindende. Ze bestaat uit allerlei rituelen zoals het tegenover elkaar ‘kopschudden’, het samen opzwemmen, rechtop in het water ‘staan’ en elkaar besluipen in de zogenaamde ‘kathouding’, waarbij het mannetje of vrouwtje de ander zijn of haar witte vleugelpartijen laat zien.

    Deze balts schijnt echter weinig met de eigenlijke paring te maken te hebben en zou eerder onverwachts gebeuren.

     

    Vele uren per dag besteden futen aan het ‘kopschudden’. Telkens wanneer de vogels elkaar tegenkomen, begroeten ze elkaar uitbundig alsof het een verheugd weerzien is sinds de vorige zomer.

    Een ander spelletje dat de familieband verstevigt, is het samen duiken. Recht vooruit en met een flinke vaart, vlak onder het wateroppervlak. Als de nervositeit hoog oploopt, doen de vogels de ‘pinguïndans’. Eerst en vooral duiken ze allebei een modderige sliert waterplanten op en met gestrekte hals zwemmen ze vervolgens naar elkaar toe. Vlakbij elkaar zwaaien ze de slierten heen en weer en al watertrappelend staan ze recht op het water met hun lichamen tegen elkaar. Na zoveel spektakel lijken ze meer dan rijp voor de paring.

     

    Maar vaak gebeurt er, zelfs na de vurigste balts, helemaal niets. Beide vogels gaan gewoon verder met verenpoetsen of oplettend dobberen. En dan ineens komt één van beide later op de dag op het idee om het dan maar eens te doen. Hij of zij nodigt zijn of haar partner uit door met gebogen kop op het nest of op een dicht tapijt van waterplanten te gaan staan.

    Als dit de gewenste uitwerking op de ander heeft, leidt het vrouwtje de paring in door in horizontale houding, gestrekt op het nest of plantentapijt, plaats te nemen.

    Na enig aarzelen, bespringt het mannetje haar staande. De paring zelf duurt maar even. Onmiddellijk daarna verlaat hij haasje-over zijn partner en begint hij uitvoerig de veren te poetsen.

     

    Na veelvuldig paren, slaat zowel het mannetje als het vrouwtje driftig aan het bouwen.

    Met vereende krachten wordt gezocht naar stengels en half verrotte plantendelen, die meestal tussen een rietkraag tot een nest worden vervlochten.

    Opnieuw is er sprake van een uitgebreide ceremonie waarbij de futen met een spriet naar elkaar toe zwemmen, de kop schudden en vervolgens de rietstengel een aantal keren laten vallen.

    Het grootste deel van het nestmateriaal wordt vergaard onder water. Terwijl de een het haastig opstapelt en pas later zorgvuldig schikt, is de ander alweer weggezwommen op zoek naar een nieuwe lading.

    Meestal worden de stengels aangesmeerd met modder. Futen in de stad smukken hun nesten ook dikwijls op met eigentijds afval zoals zilverpapier, plastic en karton.

    Omdat futen watervogels zijn, bouwen ze hun nest buiten de oever tegen een in het water uitlopende rietkraag aan. Daar zijn ze veilig voor eierenrovers op het land. Het grootste deel van het nest ligt echter onder water. Het nest blijft drijven dank zij de lucht in de rietstengels, maar ook omdat futen de plantendelen zo stevig en dicht in elkaar hebben gevlochten, dat gassen die bij rotting vrijkomen niet kunnen ontsnappen. Futen zijn in staat om al binnen één tot twee dagen een nest te bouwen.

     

    De eieren worden gelegd op een platform van drijvend plantenmateriaal. Ze liggen daar erg kwetsbaar en als ze eenmaal zijn uitgebroed, worden ook de jongen belaagd door tal van predators. Dus moeten zowel de eieren als de jongen goed worden bewaakt.

    Ook het vangen van voldoende vis om alle snavels te vullen, is een zware taak. Bovendien is vis vangen niet makkelijk. Zolang de jongen dit niet ‘onder de knie’ hebben, blijven ze afhankelijk van hun ouders.

    Maar futen zijn goede vaders en moeders: alle taken van de opvoeding, inclusief het bebroeden van de eieren en het verzorgen van de jongen worden eerlijk verdeeld tussen man en vrouw. Als de jongen groot genoeg zijn, neemt elk van de ouders een deel van de jongen onder zijn of haar hoede om de opvoeding te voltooien.

     

    Voor hun reproductief succes zijn beide partners dus afhankelijk van de inzet en kunde van de ander. Beide geslachten hebben er dus belang bij om een goede partner te vinden. Kieskeurigheid is hier voor beide seksen op zijn plaats omdat de liefde – anders dan bij bv. kemphanen en korhoenders – langer duurt dan de copulatie. Eeuwige liefde is het echter niet: net als bij heel wat andere soorten, waarvan zowel man als vrouw opvallend getooid zijn, loert al snel echtscheiding om de hoek.

    Immers futen blijven vaak maar één seizoen bij elkaar en kiezen ieder jaar een nieuwe partner. In de meeste gevallen kennen de potentiële partners elkaar niet; dus moeten ze op de een of andere manier aan de ander duidelijk zien te maken dat zij voor dat jaar de beste optie zijn. Mogelijk ligt hierin de verklaring waarom beide geslachten zo kleurrijk zijn uitgedost: waarschijnlijk etaleren ze ook hiermee, net als met hun bedrevenheid in de balts, hun kwaliteiten als ouder en opvoeder.

     

    De fuut broedt in bijna geheel Europa: tot in het oosten van Polen en noordwaarts tot in het zuiden van Zweden. Het leven van deze vogel speelt zich volledig af op en in het water, wat een doorgedreven aanpassing vergt.

    De positie van de poten is sprekend in dit opzicht: ze staan helemaal achteraan het spoelvormig lichaam, net zoals een schroef aan de achtersteven van een motorboot. De fel afgeplatte poten doorklieven het water met de minste weerstand. Beide zijden van de tenen zijn voorzien van brede lobben die niet minder efficiënt zijn dan de volledige zwemvliezen waarmee de tenen van eenden zijn uitgerust.

     

    De voorwaartse stuwing gebeurt uitsluitend met de kracht van de poten, want de vleugels komen niet uit het beschermende dons van de flanken. Deze dichte donslaag lijkt op een waterdichte regenjas, goed onderhouden en minutieus ingevet.

    Hoe voordelig ook voor een leven op het water, de positie van de poten laat de fuut niet toe zich op het land voort te bewegen of zich rechtop te houden. Vandaar dat een fuut zich niet graag voortbeweegt op het land waar zijn min of meer onhandige plompheid hem blootstelt aan vele gevaren.

     

    De fuut broedt in onze contreien op allerlei soorten plassen met stilstaand water, op voorwaarde dat ze visrijk en helder zijn. In Vlaanderen is de soort de laatste decennia sterk toegenomen, zowel in aantal als in verspreiding. Door de talrijke ontginningen voor wegen- en andere infrastructuurwerken werden vele plassen gecreëerd, die zich later ontwikkelden tot geschikte biotopen voor de fuut.

    Een ander belangrijke factor die heeft meegespeeld in de toename van futenpopulaties is de verhoogde productiviteit van vele waterpartijen door de toenemende eutrofiëring.

    Algen kunnen sneller groeien wanneer er veel voedingsstoffen, zoals bv. nitraten en fosfaten aanwezig zijn in het water. Een kleine toename in biomassa van de algen heeft geen negatief effect op het ecosysteem en kan zelfs leiden tot een toename van bepaalde vispopulaties: prooien als brasem, blankvoorn en baars worden hierdoor talrijker en zijn erg in trek bij futen.











    14-05-2018 om 16:15 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    09-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Slimme vogels

     

    Geraadpleegde bron: National Geographic maandblad februari 2018 [Virginia Morell]

     

    Vogels zijn veel intelligenter dan men vroeger aannam, maar ze zijn niet allemaal even slim. Papegaaien en de vogels uit de familie van de kraaiachtigen horen tot de slimmere soorten.

    Dat hebben ze te danken aan hun relatief grote voorhersenen. Ze behoren ook tot de meer sociale diersoorten. Ze tonen interactief gedrag zoals je dat van een primaat zou verwachten.

     

    Kraaiachtigen zijn de vogels die het beste zijn in het toepassen van nieuw gedrag om een probleem op te lossen.

     

    Brengen vogels werkelijk cadeaus mee voor een vriend die aardig is geweest voor hen?

    Is een kraai – of welke vogel dan ook – écht in staat om dit soort besluiten te nemen?

    Onderzoekers die zich bezighouden met kraaiachtigen (de familie van zangvogels waartoe onder meer gaaien, roeken en eksters worden gerekend), zeggen van wel.

    De overeenkomsten tussen mensen, andere primaten en vogels zijn fascinerend.

    Vogels hebben een andere evolutieweg gevolgd dan zoogdieren, maar zijn kennelijk op vergelijkbare cognitieve oplossingen uitgekomen.

    Daardoor bieden ze ons een unieke kans om te begrijpen welke evolutionaire druk tot welke geestelijke vaardigheden kan leiden.

    Dat neemt niet weg dat tot aan de 21ste eeuw de meeste wetenschappers bepaald niet openstonden voor het idee dat een kraai keuzes kan maken en gul kan zijn, omdat de wetenschap ervan uitging dat vogels en ook de meeste zoogdieren niet zelfstandig kunnen denken.

    Hun hersenen werden al als ‘erwtenbrein’ weggezet, nog voordat de geleerde Ludwig Edinger rond 1900 – verkeerde – conclusies had getrokken over de structuur ervan.

    Hij meende namelijk dat vogels niet beschikken over een neocortex, het hersengebied waar bij zoogdieren veel van de hogere cognitieve functies zijn gelokaliseerd.

    Ook al had de wetenschap geen hoge pet op van de verstandelijke vermogens van vogels, toch werden ze veel gebruikt om het denkvermogen van dieren te bestuderen.

    Vooral duiven die hersens hebben van het formaat van een pinda, maar ook kanaries en zebravinken, die nog kleinere hersens hebben.

    Onderzoekers ontdekten dat duiven een indrukwekkend sterk geheugen hebben en dat ze griezelig goed menselijke gezichten en gelaatsuitdrukkingen kunnen onderscheiden.

    Andere onderzoekers brachten aan het licht hoe goed het geheugen is van grijze notenkrakers. Deze vogels verstoppen elk najaar meer dan 30 000 zaden uit de dennenappels op duizenden verschillende bergplaatsen en weten ze in de winter terug te vinden.

     

    Alex, een grijze roodstaartpapegaai

     

    In de jaren ’50 van de vorige eeuw onderzochten wetenschappers voor het eerst hoe zangvogels hun liedjes leren. Ze ontdekten dat er treffende overeenkomsten bestaan tussen het gezang van vogels en de menselijke spraak.

     

    En dan was er Alex, een grijze roodstaartpapegaai die van psycholoog Irene Pepperberg had geleerd de klanken van het Engels te imiteren. Toen de vogel in 2007 op 31-jarige leeftijd kwam te overlijden, had hij ongeveer 100 Engelse woorden voor kleuren, voorwerpen, getallen en vormen geleerd. 

    Hij kon duidelijk woorden uitspreken als ‘groen’, ‘geel’, ‘wol’, ‘hout’, ‘walnoot’ en ‘banaan’ en hij kon die klanken inzetten om met mensen te communiceren. Hij begreep ‘hetzelfde’ en ‘anders’, kon tot 8 tellen en begreep ook het abstracte concept ‘niets’.

    Alex kon uiting geven aan zijn verlangen naar huis door ‘terug’ te zeggen, toen hij een keer ziek was en bij de dierenarts moest blijven. En elke avond wenste hij Pepperberg met dezelfde woorden welterusten: ‘Lief zijn. Tot morgen. Ik hou van je’

    De vaardigheid van Alex om te ‘communiceren’ – en kennelijk ook om Engelse woorden in de juiste context te gebruiken – hebben geleid tot meer onderzoek bij papegaaien om erachter te komen wat aan de basis ligt van ‘vocaal leren’, het vermogen om betekenisvolle geluiden te imiteren. Dat is een vaardigheid die papegaaien gemeen hebben met zangvogels, kolibries, mensen, walvisachtigen en enkele andere diersoorten.

    Die ontdekkingen hebben er uiteindelijk toe geleid dat een internationaal team het lang gehandhaafde model van Edinger van de hersenanatomie van vogels opnieuw is gaan onderzoeken.

    In 2005 kwamen ze naar buiten met een nieuwe visie. Ze hadden ontdekt dat de hersenen van vogels wel degelijk beschikken over een hersenstructuur die gelijkenis vertoont met de neocortex van zoogdieren en met andere hersengebieden die in verband worden gebracht met intelligent denkwerk.

     

    Kortgeleden ontdekten andere onderzoekers dat de neutrale netwerken die aan de basis liggen van het langetermijngeheugen en van het nemen van beslissingen in de hersenen van vogels en zoogdieren erg veel gelijkenis vertonen.

    Sindsdien is er een hele reeks onderzoeken gedaan, zowel in laboratoria als in de natuur, waaruit blijkt hoe slim vogels zijn.

     

    Japanse koolmezen hebben niet alleen hun vaste hoge alarmkreet ‘pi-pi’, waarmee ze hun soortgenoten waarschuwen voor roofdieren, maar ze hanteren ook een soort grammatica. Kennelijk hebben ze regels voor het combineren van ‘pi’ met een andere toon ‘die-die-die’, waarmee ze de groep mezen bij elkaar roepen om gezamenlijk een roofdier weg te jagen.

     

    Groene muspapegaaien in Zuid-Amerika hebben verschillende kreten. Ze geven daarmee al hun jongen een eigen naam.

     

    Mannelijke zwarte kaketoes in Nieuw-Guinea maken hun vrouwtjes het hof met hun roep en bovendien gebruiken ze takjes en zaaddozen als trommelstokjes, waarmee ze ritmische solo’s kunnen drummen op holle bomen.

     

    Voor zover bekend is dit de enige diersoort die muziekinstrumenten maakt.

    Goffin kaketoes, witte Indonesische papegaaien, gebruiken in gevangenschap gereedschappen, maar voor zover bekend doen ze dat niet in het wild. Ze zijn dol op nieuwe spullen die ze kunnen manipuleren en als kleine ingenieurs verwerken tot handige gereedschappen. Eenvoudige commando’s als ‘kom’, ‘ga’ en ‘blijf’ kan je net zo makkelijk aanleren als aan honden.

     

    Zo is er een proef met een kistje met een raampje waardoor je er een cashewnoot in ziet liggen. 

    Om de noot te bereiken moet de vogel 5 handelingen verrichten. De puzzelkist heeft verschillende sloten die allemaal op een ander manier werken: een pen, een schroef, een grendel, een wieltje en een balkje. Bovendien moeten al deze sloten in een specifieke volgorde worden geopend.

    Soms werd een slot in de serie weggelaten om te onderzoeken of de vogels het probleem als een robot oplossen of echt bekijken hoe de sloten werken.

    Vrij snel bleek uit de diverse proefopstellingen dat de kaketoes wel degelijk de aanpak onthouden om elk slot open te krijgen, in welke volgorde ook. Dat bewees meteen dat hun geest voldoende flexibel is om een nieuwe situatie correct in te schatten en de juiste handelingen te stellen om aan de beloning te geraken.

    Volgens de onderzoekers hebben kraaiachtigen en mensapen opmerkelijk vergelijkbare complexe verstandelijke vermogens ontwikkeld, ook al zijn de 2 groepen al meer dan 300 miljoen jaar geleden uit elkaar gegroeid. Dat komt volgens hen doordat ze vergelijkbare sociale druk ondervonden.

    Voor allebei geldt dat ze in groepen leven. In zo’n setting is het nodig dat je de motieven en de verlangens van anderen begrijpt. Verder hebben primaten en kraaiachtigen gemeen dat ze leven van een mix aan soorten voedsel. Sommige levensmiddelen krijg je alleen naar binnen met behulp van een werktuig. Chimpansees, orang-oetans en één vogelsoort, de wipsnavelkraai, maken in het wild hun eigen werktuigen.

    Wipsnavelkraaien komen alleen voor op de eilanden Grande Terre en Maré in het zuidwesten van de Grote Oceaan, in Nieuw-Caledonië.  

    Het werktuig is ongeveer 15 cm lang, aan het ene uiteinde breed en aan het andere uiteinde in taps toelopend, met twee kartels, zoals de tanden van een zaag.

    Het gereedschap is gemaakt uit het vezelige blad van een pandanus-struik. Als het werktuig klaar is, neemt de kraai het in zijn snavel en vliegt hij ermee naar een boom om tussen het gebladerte te zoeken naar kakkerlakken, spinnen en andere prooien. De kraaien gebruiken ook rechte stokken om daarmee in omgevallen, rottende holle bomen te wroeten op zoek naar larven.

     

    Er bestaan maar weinig diersoorten die hun eigen werktuigen maken en nog minder die bepaalde vaste ontwerpen gebruiken voor bepaalde taken.

    Tot het moment dat Jane Goodall ontdekte dat chimpansees gereedschap maken, meenden wetenschappers dat de mens de enige diersoort is die hiertoe in staat is. Er bestonden theorieën dat de menselijke intelligentie juist door het gebruik van werktuigen zo hoog ontwikkeld is geraakt.

    De ontdekking dat wipsnavelkraaien dit ook doen en dat ze de cultuur hebben van instrumenten te maken, toont aan dat dit talent in elk geval 2 keer en in heel verschillende soorten hersenen tot ontwikkeling is gekomen.

     

    Kraaiachtigen hebben nog een andere overeenkomst met primaten, waaronder ook de mens. Hun hersenen zijn relatief groot in verhouding tot de afmeting van hun lichaam.

    Een mens van 70 kg heeft hersenen van 1.36 kg. Oftewel 2 % van het totale lichaamsgewicht.

    De hersenen van een raaf wegen maar 15 g , maar dat is wel 1.3 % van het totale lichaamsgewicht.

    Vogels moeten wel een klein lichaam hebben, anders kunnen ze niet vliegen.

    Ook al zijn hun hersenen absoluut gezien niet groter dan een noot, ze maken er wel goed gebruik van, doordat de hersenen vol zitten met zenuwcellen.

     

    Veel onderzoekers denken dat, net als in het geval van de primaten, het veelzijdige verstand bij vogels tot ontwikkeling kwam doordat er een complexe samenleving bestond.

    De samenleving van vogels verschilt fundamenteel van die van mensen.

    Bij zoogdieren is de belangrijkste band die tussen moeder en jong, terwijl bij vogels de band binnen het paartje het sterkste is. Die band ontwikkelt zich door een leerproces.

     

    Raven beginnen zulke sociale verbanden al te ontwikkelen als ze nog maar 6 maanden oud zijn, nog vóór ze geslachtsrijp zijn. De meeste volwassen koppels zijn heteroseksueel en de 2 volwassen vogels werken samen om hun territorium te verdedigen om daar te kunnen broeden en hun jongen groot te brengen.

    Volwassen dieren sluiten ook bondgenootschappen met vogels die niet hun partner zijn om op die manier sociale netwerken uit te bouwen. Raven leren over de andere door elkaar te observeren. Ze zien hoe een andere vogel voorraden verstopt,  voedsel uitdeelt of de voorraad van een ander plundert. Andere raven houden scherp in de gaten welke relaties zich ontwikkelen tussen hun soortgenoten. Zodra de vogels een sociaal verbond hebben gesloten met een ander, stijgen ze op  de dominantieladder. Raven met veel sociale verbanden hebben de meeste kans op voedsel en nestplekken.

    Raven moeten leren hoe ze sociale verbanden leggen en hoe ze die connecties kunnen gebruiken om zelf ook succesvol tot voortplanting te komen.

     











    09-05-2018 om 18:38 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)


    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Laatste commentaren
  • check now (john)
        op Vogels en renners: één strijd
  • Fyne lente' (Louisette)
        op Vogels en renners: één strijd
  • copyright (Ho-Merris)
        op De biodiversiteit in het Zwin bevorderen
  • Kauw (Henriëtte)
        op De kauw
  • Goedemorgen,mooie blog.Wens jullie nog een fijne dinsdag toe. (Mieke)
        op M-day, een mix, magische momentopnames
  • Startpagina !

    Zoeken in blog


    Gastenboek
  • Ben is op bezoek geweest. (I like it)
  • Mevr
  • fijne zondag
  • Hr.
  • publicatie

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Z0 26/08/18 Kernmeeting Kille Meutel Vogelvrienden 10u00 in 't Hof Van Hamme

    Archief per jaar
  • 2018
  • 2017
  • 2016
  • 2015
  • 2014
  • 2013
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008
  • 2007

    Foto

    Foto

    Over mijzelf
    Ik ben Franz Pieters
    Ik ben een man en woon in Zaventem (België) en mijn beroep is 25 jaar lkr, 2 jaar kabinetsadviseur, 2 jaar adviseur DVO, 2 jaar TOS21-projectmedew..
    Ik ben geboren op 08/05/1954 en ben nu dus 64 jaar jong.
    Mijn hobby's zijn: onderwijs - wetenschap & techniek - geschiedenis - natuur - muziek - lectuur - gastronomie - sport.
    2 jaar TOS21-coördinator, 3 jaar projectcoördinator ESF-projecten KOMMA, WERK PRO-OPER, momenteel LINK
    Foto

    Foto

    Een interessant adres?

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Inhoud blog
  • In de kijker: de huiszwaluw en de boerenzwaluw in de luchthavengemeente
  • Vandaag bestaat het blog 11 jaar
  • Kiekendief kan zonder boeren niet overleven
  • Koekoekentrek ontrafeld
  • Code oranje voor de meeuw
  • De zwartkop, de nachtegaal van het noorden
  • De groene vallei, een groen hart, kwaliteitsmerk voor de streek
  • De bekroonde merel bedreigd?
  • De fuut, een kenner van paringsrituelen
  • Slimme vogels
  • De vogeltrek, langzamerhand een opgehelderd mysterie
  • Op veel plekken in Vlaanderen zie je geen huismussen meer
  • Waarom fluiten vogels voornamelijk bij ’t ochtendgloren?
  • Beschermde slechtvalk neergeschoten en verminkt
  • De pijlstaart, een niet alledaagse verschijning meer
  • De bruine kiekendief, één van onze grootste roofvogels
  • Koester de vogels
  • De Jan-van-Gent, een mooie en merkwaardige zeevogel
  • Film- & voordrachtavond 15/02/2018 – cultuurhoeve Mariadalkasteel
  • Vrijwilligers van het Wildlife Taxi Team zorgen voor dierenwelzijn
  • Tel mee tijdens het Grote Vogelweekend!
  • Ons geluid maakt vogels onwennig  
  • De kunst van fotograferen – deel 2
  • De kunst van het fotograferen
  • De kunst van het vliegen
  • De groene specht
  • De visarend in actie – Deel_5
  • De visarend in actie – Deel_4
  • De visarend in actie – Deel_3
  • De visarend in actie – Deel_2
  • De visarend in actie – Deel_1
  • Stroperij nekt trek- en roofvogels
  • De krooneend, exoot of inheemse broedvogel?
  • Vogels voeren
  • Evolutie is nog steeds aan de gang  
  • De kneu
  • De zanglijster
  • De boomkruiper, een onopvallende boombewoner  
  • De boomklever, ook wel ‘blauwspecht’ genoemd
  • Duivenkot van 1 miljoen
  • Het waterhoentje, een schuw watervogeltje
  • De ijsvogel vanuit de fotohut
  • De boerenzwaluwentrek  
  • De zwarte mees, klein maar dapper  
  • Vlinders geregeld waarnemen en registreren  
  • Vlindersoorten redden
  • Ken de vlinders in je tuin
  • Tel de vlinders in je tuin!
  • Big brother is watching de gekleurmerkte bruine kiekendieven (vervolg art. 22/07)
  • De bruine kiekendief blijft het zorgenkind van het Linker-Schelde-oevergebied

    Nieuws DeRedactie

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Dropbox

    Druk op onderstaande knop om je bestand naar mij te verzenden.


    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Willekeurig Bloggen.be Blogs
    yippens
    www.bloggen.be/yippens
    Privacyverklaring van de Kille Meutel Vogelvrienden

    Algemene privacyverklaring van onze vereniging: de Kille Meutel Vogelvrienden De Kille Meutel Vogelvrienden hechten veel waarde aan de bescherming van uw persoonsgegevens. In deze privacyverklaring willen we heldere en transparante informatie geven over welke gegevens we verzamelen en hoe wij omgaan met persoonsgegevens. Wij doen er alles aan om uw privacy te waarborgen en gaan daarom zorgvuldig om met persoonsgegevens. Onze vereniging houdt zich in alle gevallen aan de toepasselijke wet- en regelgeving, waaronder de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Dit brengt met zich mee dat wij in ieder geval: • uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met het doel waarvoor deze zijn verstrekt, deze doelen en type persoonsgegevens zijn beschreven in deze Privacy verklaring; • verwerking van uw persoonsgegevens beperkt is tot enkel die gegevens welke minimaal nodig zijn voor de doeleinden waarvoor ze worden verwerkt; • vragen om uw uitdrukkelijke toestemming als wij deze nodig hebben voor de verwerking van uw persoonsgegevens; • passende technische en organisatorische maatregelen hebben genomen zodat de beveiliging van uw persoonsgegevens gewaarborgd is; • geen persoonsgegevens doorgeven aan andere partijen, tenzij dit nodig is voor uitvoering van de doeleinden waarvoor zij zijn verstrekt; • op de hoogte zijn van uw rechten omtrent uw persoonsgegevens, u hierop willen wijzen en deze respecteren. Als Kille Meutel Vogelvrienden zijn wij verantwoordelijk voor de verwerking van uw persoonsgegevens. Indien u na het doornemen van onze privacy verklaring, of in algemenere zin, vragen heeft hierover of contact met ons wenst op te nemen kan dit via onderstaande contactgegevens: Kille Meutel Vogelvrienden Watertorenlaan 59 1930 Zaventem franz.pieters@telenet.be Mobiel: 0478 55 34 59 Waarom verwerken wij persoonsgegevens? Uw persoonsgegevens worden door onze vereniging verwerkt ten behoeve van de volgende doeleinden en rechtsgronden: • om te kunnen deelnemen aan de activiteiten van de Kille Meutel Vogelvrienden; • om de uitnodigingen, verslagen, nieuwsmeldingen, … te versturen (met toestemming van de betrokken sympathisanten); • om een brede en vlotte communicatie te verzorgen binnen het netwerk van de diverse partners; • om de jaarlijkse subsidiëring door de overheid te bekomen (wettelijke verplichting); Voor de bovenstaande doelstellingen houden we volgende gegevens bij: naam, voornaam, adres, telefoon/gsm-nummer (indien beschikbaar), e-mail (indien aan ons doorgegeven) We gebruiken de verzamelde gegevens alleen voor de doeleinden waarvoor we de gegevens hebben verkregen. Verstrekking aan derden Wij geven nooit persoonsgegevens door aan andere partijen waarmee we geen verwerkersovereenkomst hebben afgesloten, tenzij we hiertoe wettelijk worden verplicht (bv. politioneel onderzoek) Bewaartermijn De Kille Meutel Vogelvrienden bewaren persoonsgegevens niet langer dan 5 jaar op hun informaticasystemen. Beveiliging van de gegevens Wij hebben passende technische en organisatorische maatregelen genomen om persoonsgegevens van u te beschermen tegen onrechtmatige verwerking, zo hebben we bv. de volgende maatregelen genomen: • we hanteren een gebruikersnaam en wachtwoordbeleid op al onze systemen en cloud-toegangen; • de toegang tot de persoonsgegevens is beperkt tot de bestuursleden; • wij maken back-ups van de persoonsgegevens om deze te kunnen herstellen bij fysieke of technische incidenten; • onze bestuursleden zijn geïnformeerd over het belang van de bescherming van persoonsgegevens. Uw rechten omtrent uw gegevens U heeft recht op inzage en recht op correctie of verwijdering van de persoonsgegeven welke wij van u ontvangen hebben. Bovenaan dit privacy statement staat hoe je contact met ons kan opnemen. Tevens kunt u verzet aantekenen tegen de verwerking van uw persoonsgegevens (of een deel hiervan) door ons of door één van onze verwerkers. Klachten Mocht u een klacht hebben over de verwerking van uw persoonsgegevens dan vragen wij u hierover direct met ons contact op te nemen. U heeft altijd het recht een klacht in te dienen bij de Privacy Commissie, dit is de toezichthoudende autoriteit op het gebied van privacy bescherming. Wijziging privacy statement Onze vereniging de ‘Kille Meutel Vogelvrienden’ kan zijn privacy statement wijzigen. Van deze wijziging zullen we een aankondiging doen op onze website. De laatste wijziging gebeurde op 22 mei 2018. Oudere versies van ons privacy statement zullen in ons archief worden opgeslagen. Stuur ons een e-mail als u deze wilt raadplegen.


    Laatste commentaren
  • check now (john)
        op Vogels en renners: één strijd

  • Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!