Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
E-mail mij

Druk oponderstaande knop om mij te e-mailen.

Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto

Momentum

04/07/07

Beste vogelvriend …

Startdatum: om meteen de drempelvrees te verlagen stel ik voor dat iedereen een reactie ventileert over het wegblijven van een birdyreünie; het kan kort in de 'poll'-rubriek en wat uitgebreider in dit communicatievenstertje.
Het was Oswald die mij ooit voorstelde ons wat dieper in het internet te nestelen, wat nu via deze blog is gebeurd, weliswaar zonder een referendum te houden.
Bij deze nodig ik jullie uit je mening te ventileren, want de bedoeling is een handig alternatief aan te bieden.
Tot heel binnenkort …

04/07/08

Happy Birdyday …

 

Temidden van een levendige en warmhartige woonwijk, ligt een door menselijke bebouwing omzoomde biotoop … een fraaie frisgroene weelderige oase, waar de birdyfans de gevederde tuinbezoekers graag welkom heten en gul onthalen.

Die verwennende gastvrijheid in een gezellig en veilig rustoord, bekoorlijk door landelijke eenvoud en liefelijkheid, prikkelt de vertrouwenwekkende aanhang, de nesteldrang met vrolijk vogelgezang en feestelijke voortgang. We hopen volgend jaar nog meer ‘straatketten’ naar de Kille Meutel te lokken …

 

04/07/09

 

Je zoekt, vindt en kiest

een levensweg, die je deelt

met trouwe vrienden …

 

Precies vandaag bestaat ons“Kille Meutel”Forumpje 2 jaar.

Sinds de wondermooie opnames van onze huisfotografen het “Blogscherm” sieren, loopt het aantal bezoekers gevoelig op.

Een verheugende en hartverwarmende vaststelling, daar eveneens destijds de voor natuurliefhebbers en vogelbeschermers bedoelde nieuwsbrieven, geïllustreerd met tekeningen, een educatieve waarde beoogden.

Sedert kort werd de rubriek“Birdywatch”gelanceerd, initieel opgevat als verzamelbox voor (tuin)observaties van vogelspotters.

Momenteel is een gebruiksvriendelijke observatiefiche, waarin de waarnemer zijn vaststellingen optekent, nog niet beschikbaar.

Met een klik op“Vogelwaarnemingen” nodigt de rubriekenindeling de bezoeker uit een pittige anekdote,een blikvanger,een weetje of een suggestie neer te pennen.

Af en toe duikt over een verschenen artikel een leuke en spontane “Reactie” op of laat men een indruk na in het “Gastenboek”.

In de speurtocht naar kennisdeling en verwondering wekken, blijft de drijfveer“Alles kan altijd beter”…

04/07/10

 

Vandaag hebben we weer wat te vieren want de blog bestaat 3 jaar.

Onze trouwe huisfotografen Jo en Wim blijven voor merkwaardig beeldmateriaal zorgen en dan is het ook niet verwonderlijk dat het bezoekersaantal gestaag aangroeit.

Met vereende krachten hebben we met ons klein, maar niet minder enthousiast clubje vogelvrienden een mussenteltraject uitgezet om in de streek (Zaventem, Nossegem, Sterrebeek, Kraainem) op 17 verschillende telpunten onze geliefde‘straatketjes’ te tellen.

Hierdoor maken we deel uit van de mussenwerkgroep Vlaanderen die naast het jaarlijks weerkerend mussentelweekend in samenwerking met de universiteit Gent een grootschalig huismussenonderzoek coördineert.

Wij blijven uiteraard ook gefocust op de vliegbewegingen binnen onze tuinenbiotoop. Tijdens de jongste reünie gaven enkele haiku’s mooi weer hoe fel we gehecht zijn aan onze gevederde levensgezel; meteen ook een gelegenheid om de loyale vogelliefhebbers een welverdiende  huismuspin op te spelden …

Dakpan of dakgoot,

voor de huismus is een nest

in Kille Meutel – Georges

Tjilpende huismus,

nest in de Kille Meutel

welkom bij ons hier – Arlette

Kijk Kille Meutel,

veel parende huismussen,

hemel op aarde – Oswald

Kille Meutel vriend,

huismus breng ons samen en

laat het blijven zijn – Chris

Groene oase,

paradijs voor de huismus,

dé Kille Meutel – Franz

04/07/11

Drukke en woelige tijden tasten al eens vaker de drang aan om over de fascinatie voor het
vedervolkje te communiceren.Immers in de Brusselse betonnen biotoop beter bestuurlijk beleid geldt de regel: first things first and don't feel free as a bird!
Toch is het bezoekersaantal op jaarbasis weer gevoelig toegenomen dit jaar, een eerbetoon dat vooral de huisfotografen toekomt, die voor kwalitatief hoogstaande visuele impressies zorgen.In de loop van volgend jaar zal de Kille Meutel een bijdrage leveren aan de geplande acties van de mussenwerkgroep Vogelbescherming Vlaanderen.

04/07/12

Inmiddels hebben ruim 51 000 bezoekers op de blog 275 artikels en 125 vogelportretten geraadpleegd, alsook 1 100 foto's, waarvan de helft door onze huisfotografen werd aangeleverd. Uit statistieken ter beschikking gesteld door de providers kunnen we afleiden 
dat 54% Nederlanders en 41% Vlamingen geregeld de blog raadplegen en dan het vaakst gedurende de weekdagen (70%), voornamelijk tussen 13.00 en 18.00 u en 30% tijdens het weekend. Tijdens de maanden juli, augustus en september heeft de blog 'begrijpelijk' minder succes.De Kille Meuel blijft zich samen met Vogelbescherming Vlaanderen inzetten voor het behoud van de huismus.  

Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Mijn favorieten reeks 1
  • bloggen.be
  • Natuurpunt
  • National Geographic
  • Natuurfotograaf Mineur
  • Vogelbescherming Vlaanderen
  • Vogelportretten Birdpix
  • Vogelportretten Birdfocus
  • Vogelbescherming Nederland
  • Belgium Digital
  • Vogelzang
    Mijn favorieten reeks 2
  • Favoriete vogel 2014
  • Instituut voor natuur- en bosbouw
  • Mussenwerkgroep
  • Natuurfotograaf Laura Sperber
  • Vogelencyclopedie
  • Natuurfotgrafen Monique & Luc Bogaerts
  • Natuurfotograaf Pieter Cox
  • Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    TO DO - List

    Kille Meutel Meetings Overlegmomenten Vogelbescherming Vlaanderen Overlegmomenten Natuurpunt Overlegmomenten WWF Overlegmomenten Greenpeace Overlegmomenten INBO

    KILLE MEUTEL
    Vogelvrienden
    21-04-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Tekenaar Siegfried Woldhek over de edele kunst van het vogelkijken

     

    Geraadpleegde bron: Knack: Een wolk van duizenden vrouwtjes [Lander Deweer]

     

    In Nederland is Woldhek een gevierd tekenaar, bekend van zijn portretten van schrijvers, sporters en politici.

    Van opleiding is Woldhek bioloog, in de jaren ‘80 en ‘90 was hij directeur van Vogelbescherming Nederland en het Nederlandse Wereld Natuur Fonds.

    Nu brengt hij een boek uit met zijn beste vogelfoto’s.

    Van een kolibrie in Alaska over de Indische gier in India tot de sneeuwstormvogel op de Zuidpool.

    Vogels horen bij het goede leven, vindt hij zoals rode wijn en klassieke muziek.

    In de tuin van Woldhek, in het dorpje Giethoorn, rechts van het IJselmeer staat een houten paal met daarop een ooievaarsnest. In het nest bivakkeert elk voorjaar hetzelfde ouderpaar. Dank zij een fokprogramma zijn in Nederland de ooievaars helemaal terug.

    In de winter krijgt hij kolganzen op bezoek, met honderden tegelijk en verder leven hier de huismus, het roodborstje, de spreeuw, de witte kwikstaart, de fluiter, de zwartkop, de tjiftjaf, de blauwborst, de lepelaar, … en zo kan de man nog vele andere soorten opsommen.

     

    Het liefst trekt Woldhek er alleen op uit. Laatst sloot hij uitzonderlijk aan bij een groepsreis naar de Koerillen, een vogelparadijs tussen Japan en Kamtsjatka.

    Met grote ogen keek hij naar een soort guerillagroepje van 4 Engelsen, compleet met statief, lokapparatuur en camouflagepak. Van de ongeveer 10 000 vogelsoorten op de wereld hebben zij er al bijna 9 000 gezien, vertelden ze met de nodige trots. Ze gingen van boord, de schouders breed en huppakee, ze renden op de vogels af.

     

    Hij ziet het steeds vaker, de laatste jaren. De jacht op de zeldzame vogel neemt steeds groteskere proporties aan. De moderne vogelaar springt in de auto om een soort te spotten en te ‘scoren’ af te kunnen vinken. Voor Woldek is het een karikatuur van het vogelkijken.

    Vroeger was het iets voor bebrilde jongetjes die geen vriendin konden krijgen. Vandaag dreigt het iets te worden voor viriele mannen die in zeven haasten de wereld rondvliegen, telescoop en afvinkboekje in de hand.

     

    Met het dwarse vogelboek wil Woldhek op de schoonheid wijzen, op het openzetten van je zintuigen, het stellen van vragen ook al ken je de namen niet. Vogelkijken is geen quiz waarbij je de soorten moet raden. Ook zonder kennis mag je aan de overvliegende kunstwerken plezier beleven.

    Naar schatting 1 400 van de om en bij 10 000 vogelsoorten zullen voor het eind van deze eeuw zijn uitgestorven. Zo goed als altijd vormt de mens de grootste bedreiging. Intensieve landbouw, recreatie, boskap, bebouwing, plastic in zee, klimaatverandering: het is een slagveld.

    De ‘Dode Lente’ waar de Amerikaanse biologe Rachel Carson het begin jaren ’60 over had, de massale vogelsterfte door het gebruik van pesticiden, is een feit. Het platteland wordt kapot gespoten en dat vertaalt zich in een doodse stilte.

    Gelukkig evolueert het beleid zachtjes mee. De bestaande natuurgebieden worden zo veel mogelijk aan elkaar gekoppeld, waardoor de natuur zich kan handhaven en soms zelfs herstellen.

     

    Van vogels kijken wordt iedereen vrolijk.

    Van de oudste rotstekeningen over de mythes van de Egyptische beschaving tot Woldheks fotoboek hebben mensen altijd en overal naar vogels gekeken. Voor Woldhek staan vogels voor het hogere, ongrijpbare, het spirituele.

    Door de lens van zijn verrekijker of zijn fototoestel ontdekt hij een wereld buiten zichzelf, een wereld waar ook van alles gebeurt, een ‘soort parallel bestaan’. Het brengt rust en zelfrelativering.

    Zelf noemt Woldhek vogels kijken de ideale manier om het jongetje in zich levend te houden, de gave van de verwondering te blijven oefenen.

    Wie naar vogels kijkt, gaat even op moreel verlof, waarbij je je geweten thuis kan laten.

    Op het moment dat een sperwer een spreeuw slaat, is er geen goed of geen kwaad geschiedt.

    Er is alleen maar een spreeuw die ferm in nood zit en waarmee je medelijden kan hebben ofwel sympathiseer je met de sperwer die eten nodig heeft en zijn prooi wist te verschalken.

     

    Net als in zijn tekeningen mikt Woldhek in zijn foto’s op het verrassingseffect, voorzien van ironisch én leerzaam commentaar. Met zijn boek wil hij de verwondering legitimeren: vogelkijken kan je leven een stuk veraangenamen.

     

    Julien Vansweefelt ken ik als een joviale kerel en diepzeeduiker die zich onder meer toelegt op onderwaterfotografie en prachtige opnames van vissen maakt. Hij kan soms ook met ‘ironisch’ gevatte opmerkingen uit de hoek komen en dat was niet anders voor deze reeks foto’s van de steenloper, die hij lukraak maakte omdat ze toevallig in zijn vizier kwamen.

    Hij kon het niet laten te melden dat onder de gefotografeerde steenlopers er één ‘steltloper’ bij was.












    21-04-2019 om 15:36 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    15-04-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De groenling of groenvink

     

    Geraadpleegde bronnen: Natuurpunt / Vogelbescherming Nederland

     

    Groenlingen doen hun naam alle eer aan: ze laten zich herkennen aan allerlei tinten groen in hun verenkleed. De groenling is oorspronkelijk een bewoner van bosranden en halfopen zoomvegetatie, een zone met hogere meerjarige kruiden. Nu deze natuurlijke habitat zeldzaam is, bewoont de groenling vooral cultuurlandschappen, als er maar genoeg dichte struiken zijn.

    Het mannetje is helder groen gekleurd met opvallende gele randen van de handpennen en gele buitenste staartpennen.

    Het vrouwtje is grijzig groen van kleur.

     

    De groenling, ongeveer even groot als een huismus, is een dikke forse zaadeter met een stierennek. Met zijn krachtige kegelvormige snavel kan de vogel gemakkelijk harde zaden kraken. Dat doet die op een bijzondere manier; de vogel trilt de zaden in de snavel terwijl hij die ronddraait. Hierdoor komt de vrucht los uit de schil. De vrucht wordt opgegeten, het omhulsel niet.

    De groenling eet voornamelijk knoppen, bloesems, zaden van kruiden, struiken en bomen; rozenbottels (van rimpelroos en hondsroos) en bessen zijn ook erg in trek.

    Tijdens de winter als het voedsel schaars is, komen de groenlingen ook in onze tuinen.

    De groenling is dan volop te zien op en rond voedertafels waar zonnebloempitten in de voedersilo’s voorradig zijn.

    Waar grote groepen groenlingen zich ophouden, zijn de aangeboden zaden in een mum van tijd opgegeten. Op de voedertafel gedragen groenlingen zich immers niet altijd even vriendelijk ten opzichte van andere vogels, zelfs niet ten aanzien van soortgenoten.

    Ze eten zelfs restjes op de grond die andere vogels hebben laten vallen. Tijdens het broedseizoen staan er wel eens insecten op het menu.

     

    Groenlingen zijn geen sterke territoriumdieren. Binnen een hectare kunnen in geschikte gebieden zoals de bebouwde kom in groene wijken, wel enkele tientallen groenlingen broeden. Het is geen echte kolonievogel, zoals de huismus, die graag dicht bij zijn soortgenoten broedt, maar zeker geen solitair.

    Groenlingen maken vaak een nest in het oude nest van een andere soort in struiken en bomen of in bebouwde omgevingen vaak in klimplanten tegen een huismuur. Vooral het vrouwtje staat in voor de nestbouw, die doorgaans 8 à 12 dagen in beslag neemt. Een legsel bestaat gemiddeld uit 4 tot 6 blauwachtig witte eieren met violet-grijze vlekjes.

    In grote delen van Europa houden groenlingen er 2 legsels per jaar op na. Het uitbroeden van de eieren duurt 12 dagen. Die taak wordt door het vrouwtje uitgevoerd. Het mannetje helpt wel bij het voederen van de jongen.

    Mannetjes groenlingen paren vaak met meerdere vrouwtjes in eenzelfde broedseizoen. Eén mannetje kan er uitzonderlijk zelfs 5 vrouwtjes tegelijk op na houden.

     

    Weetjes

     

    Vinkachtigen behoorden tot de basis-ingrediënten van de 17de eeuwse keuken. De groenling vormt hier geen uitzondering op.

    In het werk van de schilder Frans Snyders (1579 – 1657) – een tijdgenoot en persoonlijke vriend van Rubens, Van Dijck en Jan Breughel de Oude – komt de soort vaak voor.

    In de barokschilderkunst was hij de onovertroffen meester in stillevens met dieren en jachtscènes. Een aanzienlijk deel van zijn oeuvre bestaat uit voorstellingen van voorraadkamers met een weelderig aanbod aan wild en groenten.

    Op 85% van zijn doeken staan dode vinkachtigen, vaak op hoopjes of aan een snoer geregen. Groenling (15%) komt er evenwel minder frequent voor dan vink (75%), goudvink (63%), distelvink (40%) en keep (33%).

    Een vondst in een afvalput uit de 17de of 18de eeuw in de Sint-Pietersabdij bevestigt dat de groenling destijds ook in Gent op tafel kwam.

    Ten minste tot WO II werden vinken geregeld gegeten. Dit blijkt uit recepten uit het ‘Spaarzame Kookboek’, waarin tijdens de oorlogsjaren werd uitgelegd hoe men met weinig geld smakelijk eten kon bereiden. Hierin wordt een braadtijd van 18 min voor vinken en leeuweriken opgegeven.

     

    Een groenling is niet geholpen met een nestkast, want de soort maakt zelf nesten in dicht begroeide struiken en kleine bomen.

    Tuinen met dichte en doornige struiken vormen een prima (broed)biotoop voor deze vogel, terwijl ook parken met dichte bosjes, landschappen met hagen en vele andere landschapstypen met dichte struiken een prima leefomgeving bieden aan de groenling.

     

    Een leuk filmfragmentje van Kees Vanger toont de groenvink in actie


    https://www.youtube.com/watch?v=aVEvz9mPrUs











    15-04-2019 om 11:33 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    05-04-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De kuifmees

     

    De kuifmees is een bijna endemische Europeaan: de verspreiding is vrijwel beperkt tot Europa, wat niet veel voorkomt in de vogelwereld. De prachtige kuif wordt bij opwinding nog verder opgezet. Kuifmezen zijn nogal territoriale vogels die het gehele jaar in hun broedgebied verblijven.

     

    Alleen jonge vogels vormen in de winter zwervende groepjes. In het voorjaar zoeken ze alsnog een eigen territorium, waar ze de rest van hun leven blijven. De kuifmees heeft misschien wat onverwachte vijanden: spechten zijn dol op mezeneieren en schromen niet een nestje kuifmezen op te peuzelen.

     

    De kuifmees is even groot als de pimpelmees. De bovendelen zijn grijsbruin, de onderdelen zijn vuilwit met lichtbruine flanken, maar markant is de zwart-witte koptekening, de grote zwarte bef, de dunne zwarte oogstreep en het zwart halsbandje, alsook de opvallende spitse driehoekige kuif.

     

    De kuifmees broedt in naaldbossen, vaak in oudere met korst- en baardmossen begroeide sparren en dennen. Toch zoekt het vrouwtje vooral naar dode berkenbomen , om een nestholte uit te hakken; daarvoor moet het vermolmde hout immers wel zacht genoeg zijn.

    In tegenstelling tot spechten heeft de kuifmees geen ingebouwde schokdempers in de kop die de hakschokken kunnen opvangen.

    Het nest bestaat uit mos en korstmos en de binnenbekleding wordt afgewerkt met haren, wol en soms ook veertjes en spinrag.

     

    Vanaf april tot juli worden 1 à 2 legsels bebroed met 4 tot 8 witte eieren met roodachtige vlekjes. Na 13 tot 18 dagen komen de eieren uit; 16 tot 22 dagen later zijn de jongen vliegvlug en worden daarna nog 23 tot 25 dagen door de ouders gevoed.

     

    De kuifmees voedt zich voornamelijk met insecten en spinnetjes en andere ongewervelden, maar schakelt in de winter over op zaden van naaldbomen en eventueel van loofbomen (els, berk, wilg, populier) en bessen van meidoorn en lijsterbes. Kuifmezen zoeken vaak voedsel op boomstammen op de manier waarop boomkruipers (spiraalsgewijs omhoog) dat doen.

    Het dunne snaveltje is geschikt om insecten tussen de dennennaalden en de schors op te pikken.

    Het vogeltje foerageert vaak rusteloos hoog in de bomen, vliegend van boomtop tot boomtop.

    Het zwaartepunt van het verspreidingsgebied ligt in de Kempen. De soort is bijzonder honkvast en onderneemt nauwelijks zwerftochten (verplaatsingen van minder dan 10 km). Kuifmezen verraden hun aanwezigheid meestal door hun aangenaam karakteristiek rollend roepje ‘tjuurrrrr’, wat vaak wordt vooraf gegaan door een fijn ‘tsiet’

     

    Het gaat goed met de kuifmees in Vlaanderen. Zowel wat aantallen als wat het verspreidingsgebied betreft., gaat de soort er flink op vooruit. Het ouder (en geschikter) worden van de naaldbossen zou deze positieve trend kunnen verklaren.

     

    Het kort filmfragmentje van Kees Vanger toont in een notendop de handel en wandel van het vinnig en kwiek kuifmeesje

     

    https://www.youtube.com/watch?v=XLLAygXKgPA

     












    05-04-2019 om 18:42 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    24-03-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het nut van een lang termijnonderzoek naar huismussenpopulaties

    Geraadpleegde bron: Vogelbescherming Vlaanderen: Mens & Vogel nr.2 2019 [Inge Buntinx – Jenny De Laet]

     

    Vogelbescherming Vlaanderen roept iedereen in Vlaanderen op om tijdens het weekend van 6 en 7 april opnieuw huismussenmannetjes te tellen. Dit is slechts één maand na het ‘Grote Vogeltelweekend’ van Natuurpunt, waarbij de huismus de 3de plaats van de meest getelde vogels innam.

     

    Waarom dan toch een extra telling?

     

    Door de huismussen specifiek tijdens het broedseizoen te tellen, komen we immers veel meer te weten over de verschillen tussen lokale kolonies.

     

    Het huismussentelweekend werd reeds in 2002 in het leven geroepen, enerzijds om na te gaan hoe het met de huismus in Vlaanderen is gesteld. Anderzijds om na te gaan hoe de soort hier bij ons evolueert.

    Onderzoek in andere Europese landen had immers de achteruitgang van deze ooit zo algemene vogelsoort aangetoond.

    Sindsdien wordt de Vlaamse bevolking door Vogelbescherming Vlaanderen elk jaar gemobiliseerd om gedurende een weekeind in april het aantal tsjilpende huismusmannetjes te tellen.

    Op die manier helpt ze mee de toestand van de huismus in Vlaanderen in kaart te brengen.

     

    Na 10 jaar huismussen tellen, bleek de achteruitgang van deze gezellige straatbengel ook in Vlaanderen een feit is. Daar waar er in 2002 per locatie gemiddeld 6 tot 10 huismussenmannetjes werden geteld, waren dit er in 2011 nog maar 1 tot 5.

    Verschillende factoren liggen mogelijk aan de basis van deze daling.

    In de eerste plaats komen er minder huismussen voor in meer verstedelijkt gebied.

    Dit hangt samen met het feit dat er zich in verstedelijkt gebied minder akkers en graslanden bevinden, in de wijde omgeving rond de tellocaties.

    Tenslotte worden er ook minder huismussen waargenomen op plekken waar er zich meer predators (katten, roofvogels) ophouden.

    Deze studie suggereert dat de achteruitgang van de huismus in Vlaanderen vooral te wijten is aan de alsmaar verder oprukkende verstedelijking en de vermindering van de hoeveelheid (natuurlijk) groen in Vlaanderen.

     

    Huismussen zijn uiterlijk sedentaire stadsvogels die gebonden zijn aan een bepaalde ‘home range’ rond hun nestplaats. Tijdens het broedseizoen verplaatsen ze zich amper 100 m van hun nestplaats, buiten het broedseizoen niet verder dan 500 m.

    Jonge, onafhankelijke huismussen hebben een aaneenschakeling van functioneel groen nodig om zich te kunnen verplaatsen naar andere locaties. Op die manier kunnen we de genetische diversiteit van de huismusgroepen optimaliseren en nieuwe groepen een kans geven.

     

    Mensen vragen zich soms af waarom ze elk jaar opnieuw huismussen ‘moeten’ tellen.

     

    Een lang termijnonderzoek biedt de kans met de medewerking van burgerwetenschappers (in dit geval huismussenspotters) een evolutie te schetsen en maatregelen te treffen om een negatieve trend te helpen ombuigen.

    Geregeld deelnemen aan de laagdrempelige telling bezorgt Vogelbescherming Vlaanderen waardevolle gegevens en helpt de tellers te beseffen dat er wel degelijk meer groen in de woonkernen moet komen.

    Vooral huismussen hebben functioneel groen nodig zoals kruidige planten, hagen, dichte struiken. In een stedelijke omgeving kan ook muurgroen (klimop / wilde wingerd) een belangrijke rol spelen, dit uiteraard in combinatie met voldoende nestgelegenheid.

     

    Spaans onderzoek

     

    Stedelijke huismussen hebben in de regel meer last van stress dan soortgenoten die in meer rurale streken vertoeven.

    Wetenschapper Amparo Herrera-Duenas en haar collega’s bestudeerden Spaanse huismussen in de stad en op het platteland en namen een klein beetje bloed af bij elke vogel. In het bloedstaal werd onder meer gezocht naar sporen van oxidatieve stress (een stofwisselingstoestand, waarbij er meer reactieve zuurstofverbindingen vrij komen dan gebruikelijk). Aan de hand daarvan kan namelijk weer worden bepaald in hoeverre stressfactoren in de omgeving – bv. lawaai- of luchtvervuiling – het afweersysteem van de vogel verzwakken.

    Bij blootstelling aan luchtvervuiling of een ongezond dieet ontstaan in het lichaam zogenoemde vrije radicalen (zij vallen moleculen en genen aan en veranderen deze van structuur, waardoor allerlei aandoeningen kunnen ontstaan).

    Omdat deze moleculen bijproducten zijn van een normaal werkend lichaam, worden ze door het afweersysteem bestreden. Maar onder veeleisende omstandigheden kan de productie van vrije radicalen de natuurlijke afweermechanismen overweldigen, wat oxidatieve stress veroorzaakt. Wanneer dat gebeurt, kunnen vrije radicalen de veroudering van cellen versnellen. Vandaar dat het broedsucces in stedelijke omgevingen eerder gering is en de kans op gezonde nakomelingen matig, waardoor kleine geïsoleerde huismussenpopulaties gedoemd zijn te verdwijnen.

    Het onderzoek laat volgens de wetenschappers zien dat het hoogtijd is om stedelijke omgevingen qua luchtkwaliteit met groene rustplaatsen te verbeteren.












    24-03-2019 om 18:42 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    17-03-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wanneer de winter extreem toeslaat met bijtende kou en sneeuw dan herschudt die de vogelkaarten


    Geraadpleegde bron: Watervogels in Vlaanderen tijdens het winterhalfjaar 1996 – 1997

     

    Zo stelt men vast dat tijdens een winterprik, zoals in 2012, heel wat vogels, die afhankelijk zijn van open water, afzakten naar onze contreien vooral wanneer de Oostzee en het IJsselmeer dichtvriezen.

    Grote aantallen van de grote zaagbek en het nonnetje (kleinste zaagbeksoort) zien we aldus  vooral in strenge winters.

    De grote zaagbek schuwt normaal het zoute milieu, maar toen werden ze geregeld ook op zee waargenomen.

    Naast Rusland en Scandinavië treft men in zijn verspreidingsgebied relatief recente groeiende populaties in de Alpen, Schotland, Engeland en een stabiele populatie in Noordoost-Duitsland.

    In Vlaanderen en de aan Nederland grenzende Duitse deelstaten broedt de soort niet.

     

    Uit een watervogelrapport, waarin de resultaten van gecoördineerde watervogeltellingen worden besproken, komt men veel te weten over de toenmalige spreiding.

    Voor de organisatie van de watervogeltellingen wordt gewerkt via een regionale structuur. Vlaanderen werd ingedeeld in 23 regio’s waar telkens een regionale coördinator verantwoordelijk is voor de organisatie van het project.

    Voor het veldwerk wordt hoofdzakelijk beroep gedaan op amateur-veldornithologen die op vrijwillige basis meewerken.

    De winter van 1996 – 1997 kende een lange en zeer strenge vorstperiode van eind november tot midden januari. In tegenstelling tot de vorige winter bleef het winterweer echter beperkt tot één aanhoudende koudegolf en waren de maanden februari en maart zelfs opmerkelijk zacht.

     

    Bij veel soorten werden de aanwezige aantallen in Vlaanderen sterk beïnvloed door de weersomstandigheden. Zo was dat ook het geval met de duikeenden en de grote zaagbekken.

    Het midwintertotaal van 1460 exemplaren was het hoogste getelde aantal sinds de start van de watervogeltellingen in 1967.

    Van zodra de dooi weer inzette en het ijs van onze wateren verdween, trokken de meeste vogels opnieuw noordwaarts. Midden maart was de soort nagenoeg verdwenen uit Vlaanderen.

    Het verspreidingspatroon van grote zaagbekken in Vlaanderen varieert sterk van winter tot winter.

    Tijdens de winter van 1996 – 1997 bleken vooral in het centrum van Vlaanderen veel grote zaagbekken voor te komen en werden slechts relatief kleine aantallen genoteerd in gebieden die in vorige winters soms opmerkelijke concentraties herbergden.

    In regio Lier werden midden januari in totaal 313 grote zaagbekken geteld. Iets zuidelijker, op het Zeekanaal tussen Brussel en Wintam, werden circa 250 exemplaren opgetekend.

    Aan de Oostkust werden er opvallend weinig grote zaagbekken gesignaleerd in vergelijking met de Midden- en Westkust.

    In de havengeul van Nieuwpoort pleisterden tijdens de januaritelling 149 exemplaren.

    Begin februari werden in de IJzervallei zelfs 310 vogels geteld.

    Midden januari zaten 101 grote zaagbekken in het havengebied van Oostende, 61 exemplaren op het Zwaaidok in Oudenburg en nog eens 50 in het Krekengebied.

    In de omgeving van Zeebrugge telde men slechts een dozijn grote zaagbekken.

    In de oostelijke helft van Vlaanderen werden doorgaans minder grote zaagbekken geteld dan tijdens de winter voorheen. De wintermaxima in onder andere de Molse zandputten, de Dijlevallei en de Maasvallei waren slechts half zo groot als in 1995 – 1996.

    Tijdens de vorstperiode pleisterden vooral veel zaagbekken op het Albertkanaal tussen Hasselt en Vroenhoven (81 exemplaren).












    17-03-2019 om 20:04 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Burgerwetenschappen in de lift


    Geraadpleegde bron: Meer dan 30 miljoen dieren en planten op waarnemingen.be [De Standaard – Tom Ysebaert]

     

    Tienduizenden Vlamingen registreren hun natuurobservaties op Waarnemingen.be. Burgerwetenschap op zijn best, al 10 jaar lang.

     

    Natuurminnend Vlaanderen is als een blok gevallen voor Waar­nemingen.be.

    Iedereen die een plant, een dier, een amfibie of wat dan ook spot in de natuur, kan dat op de website invoeren.

    In 10 jaar tijd brachten 28.000 deelnemers uit heel België liefst 31 miljoen waarnemingen van 21.400 soorten bij elkaar. Ze voegden daar 4,8 miljoen foto’s bij. Elke maand komen er 300.000 waarnemingen bij.

     

    Men had nooit verwacht dat de website zo’n vlucht zou nemen, zegt Wouter Vanreusel van Natuurpunt, die de website beheert voor Vlaanderen en Brussel.

    De meeste meldingen betreffen vogels, maar de verbreding zet door. Zo zijn er steeds meer mensen die zich toespitsen op nachtvlinders of bijen.

    Gemiddelde leeftijd v/d spotters is 48 jaar. Het gros is man; zowat 30 % vrouw.

     

    De digitalisering gaf de website een serieuze boost.

    Vroeger werden vogelobservaties gemeld via de telefoon en opgenomen op een bandje.

    Zo konden ze ook worden beluisterd. Wie geen enkele speciale melding wou missen, liep met een beeper rond.

    Vandaag gooi je een waarneming via een app meteen online.

     

    Het duizelingwekkend hoge aantal waarnemingen is voor een stuk te danken aan ‘allesmelders’, die ook de banaalste vogel signaleren. Dat mag gek lijken maar toch is dat interessant. Door de meldingen zo nauwgezet te volgen, kon men bv de achteruitgang v/d merel documenteren.

    Overigens worden de waarnemingen door steeds meer onderzoeksinstellingen en overheden gebruikt. Voor wetenschappelijke ­research, beschermingsprojecten, natuurtoetsen bij infrastructuurwerken, de opmaak van lijsten met bedreigde soorten enz.

    De kwaliteitscontrole gebeurt door 120 experts – zelf ook vrijwilligers – die de meldingen van bepaalde soortengroepen in de gaten houden. Foto’s geven vaak de doorslag bij twijfel over de juistheid v/d melding.

    Aanvankelijk bestond er scepsis over de betrouwbaarheid v/d waarnemingen.

    Maar vergelijkingen met wetenschappelijke studies tonen dat de site zeer geloofwaardig is. Bovendien werkt dit registratiesysteem sneller dan officiële publicaties, die jaren in beslag nemen.

    Zo kun je op de site meteen zien hoe de dagpauwoog zich dit jaar heeft gedragen.

    Normaal heeft zo’n vlinder een piek van waarnemingen in het najaar. Dit jaar blijft die uit.

    Dat is wellicht aan de droge, hete zomer te wijten. Veel planten waarop de vlinder en zijn rups voedsel zoeken, raakten verdord.

     

    Op de site zijn trends over de jaren heen te visualiseren. De opgang v/d uitheemse buxusmot, waarvan de rups lelijk huisgehouden heeft in de Vlaamse tuinen, is mooi af te lezen v/d kaarten. Je ziet de ‘vlek’ zich uitspreiden v/d 2 haarden in Oost-Vlaanderen en Antwerpen naar de rest van Vlaanderen.

     

    De waarnemingen maken ook de klimaatverandering zichtbaar.

    Er worden steeds meer Zuid-Europese libellen en sprinkhanen gespot, de braamparelmoervlinder schuift noordwaarts op, de van oorsprong mediterrane bijeneter broedt nu ook bij ons.

    Waarnemingen.be kan zo een v/d meest succesvolle vb. van citizen science in ons land worden genoemd. Dat zijn burgeronderzoeken die steunen op gegevens van inwoners, zoals CurieuzeNeuzen, die de luchtkwaliteit in kaart bracht.

    Waarnemingen.be wordt overigens nog gebruiksvriendelijker, kondigt Vanreusel aan.

    De volgende versie zal meer vanuit foto’s werken. De software zal je de naam v/e soort suggereren en er de graad van waarschijnlijkheid bijzetten.












    17-03-2019 om 20:01 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    05-03-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Willen we alleen Hallerbossen in Vlaanderen?

     

    Geraadpleegde bron:

     

    Er moet meer toegankelijk groen komen in de buurt van onze woonkernen, schrijft Steven Vanonckelen, bestuurder bij BOS+, zodat we niet langer de auto hoeven te nemen om te gaan recreëren in kwetsbaar natuurgebied.

     

    De krokusvakantie en het wielerseizoen zijn begonnen; tijd om de fiets van stal te halen en met de hond te gaan wandelen in het groen. De natuur biedt daarbij een moment van rust, een gezonde dosis beweging en een gevoel van vrijheid. Dat vrijheidsgevoel draagt bij aan een perceptie dat in de natuur alles mag en alles van iedereen is.

     

    Maar verstoren al die vormen van recreatie het broze evenwicht in onze natuur niet?

     

    De natuur en het bos in Vlaanderen staan onder druk.

    Volgens het recentste rapport (uit 2013) verkeert het grootste deel van de diersoorten in een ongunstige tot zeer ongunstige staat van instandhouding.

    De grote, aaneengesloten natuurgebieden in Vlaanderen zijn beperkt tot de Kalmthoutse Heide, het Zoniënwoud, het Nationaal Park Hoge Kempen en Bosland in Limburg.

    De reden daarvoor is eenvoudig: Vlaanderen kent een erg hoge bevolkingsdichtheid en de hoogste graad van landschapsversnippering in Europa.

     

    Recreatieve activiteiten

     

    De hoge bevolkingsdichtheid heeft er mee toe geleid dat onze ­natuur- en bosgebieden een dicht netwerk aan wandel-, paarden-, fiets- en mountainbikeroutes bevatten.

    Daarnaast snijden een hoog aantal autowegen dwars door die gebieden heen en is er een stijgend aanbod aan recreatieve activiteiten in het groen.

    Sinds juni 2018 is de wetgeving ‘omgekeerde toegankelijkheid’ van kracht in bossen en natuurgebieden die eigendom zijn van de Vlaamse overheid en waarvoor geen toegankelijkheidsreglement werd opgesteld.

    Dit houdt in dat wandelaars en lopers de paden mogen verlaten in deze gebieden.

    Wandelaars met een hond, fietsers, mountainbikers en andere recreanten moeten daaren­tegen op de paden blijven die voor hen voorzien zijn.

    In privébossen en in bossen en natuurgebieden van de overheid waarvoor wel een toegankelijkheidsreglement werd opgesteld, gelden dan weer andere regels. Ingewikkeld en er wordt sterk vanuit een menselijk standpunt geredeneerd.

     

    Misschien redeneren we te weinig vanuit het standpunt van de natuur

     

    Het ene bos is het andere niet: sommige bostypes zijn robuust genoeg om geregeld bezoek van ravottende kinderen aan te kunnen, andere bestaan uit kwetsbare biotopen die dat absoluut niet verdragen. Bovendien gaat dit alleen over de draagkracht van de vegetatie, terwijl fauna veel gevoeliger is voor verstoring.

    Een bekend vb. van een plek waar men een evenwicht probeert te zoeken tussen recreatie en bescherming van het natuurlijk erfgoed is het Hallerbos.

    Enerzijds hebben de duizenden toeristen, die het bos jaarlijks bezoeken, een grote impact op de fauna en flora.

    Anderzijds worden zware inspanningen gedaan om te vermijden dat de wilde hyacinten platgelopen worden en profiteert de lokale horeca mee door in te spelen op deze massa.

    Het Nationaal Park Hoge Kempen in Limburg ontwikkelde een inter­nationaal gelauwerd model om de draagkracht van de natuur te bewaren én mensen welkom te heten.

    Alle toegangspoorten van het nationaal park werden doelbewust buiten het nationaal park gelokaliseerd en zijn een natuurattractie op zich. Men voegt er de facto een extra natuur­belevingsruimte aan toe om het nationaal park te bufferen. Het kan soms eenvoudig: meer ruimte en een goede zonering kunnen de druk op de natuur verlagen en de natuurbeleving verhogen.

     

    Menselijke verstoring indijken

     

    Het Vlaamse biodiversiteitsbeleid richt zich in hoge mate, sommigen zouden zeggen bijna exclusief, op ­Europees bedreigd natuur- en bos­gebied. 

    Daar wordt veel energie en geld aan besteed. De vraag rijst of er niet meer middelen moeten gaan naar natuur- en bosgebied dat níét door Europa wordt beschermd. Ook in die gebieden is menselijke verstoring bijna permanent aanwezig vanwege de beperkte oppervlakte, sterke versnippering door allerlei wegen en hoge recreatiedruk.

    Zo valt de impact van loslopende honden op wilde dieren niet te onderschatten.

    En wat met de recente evoluties van draagbare luidsprekers en zoemende drones die je overal hoort?

    Studies tonen aan dat zelfs een wandelpad door een bos tot lagere broedaantallen leidt.

    Het is dan ook geen toeval dat de Vlaamse wolven zich terugtrekken in de militaire domeinen. ­Afgezien van tactische oefeningen in bepaalde zones zijn dat nog relatief onverstoorde gebieden. Dat er al één wolf werd doodgereden en er heel wat commotie bestaat over de dieren, bewijst dat we opnieuw moeten leren omgaan met deze nieuwe – of oude – wilde natuur.

     

    Betonstop

     

    Er is een groot tekort aan toegankelijk en veilig bereikbaar groen in Vlaanderen en er zijn veel parallellen met de discussie over onze ruimtelijke planning.

    Er mag geen bijkomend beslag meer worden gelegd op onze open ruimte. Elke slecht gelegen kavel die in de komende jaren wordt bebouwd, hypothekeert de kansen voor de biodiversiteit in Vlaanderen.

    Net daarom moeten we meer toegankelijk groen inrichten dicht bij onze steden en dorpskernen, snel bereikbaar voor scholen en jeugd­verenigingen.

    En voor de toegankelijkheid van bossen en natuurgebieden is er ook nog zoiets als gezond verstand: soms wel opengesteld en soms beter niet. 

    Daarin moeten keuzes worden gemaakt, zodat onze meest kwetsbare gebieden zich in de toekomst kunnen herstellen.

    Het is duidelijk dat meer mensen van de natuur willen genieten. Dat betekent niet dat we meer mensen moeten toelaten in de al beperkte ­natuurruimte, we moeten net ­natuurruimte bijmaken. Bovendien zijn bossen en andere natuur een efficiënte en duurzame oplossing voor de gevolgen van de klimaatverandering. Natuur moet weer een inherent en belangrijk onderdeel worden van ons landschap, onze steden en gemeenten, zodat we niet langer de auto moeten nemen op zoek naar wat groen om ons gezond en gelukkig te voelen. De boswachters, bosbrossers én hyacinten van het Hallerbos zullen ons eeuwig dankbaar zijn.












    05-03-2019 om 18:32 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    19-02-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Carolina eend


    Geraadpleegde bron: Aviornis

     

    De Carolina eend was in het begin van de 20ste eeuw bijna uitgestorven doordat er teveel op werd gejaagd. Gelukkig is de populatie weer aangegroeid in het oorspronkelijk leefgebied, zuidelijk Canada en Noord-Amerika (oostelijke helft van de VS tot en met Cuba / vanaf British Columbia tot zuidelijk California).

    De Carolina eend treft men maar heel zelden aan in West-Europa doordat hij allicht is ontsnapt uit watervogelcollecties.

    Vogelbescherming pleit voor een goede monitoring van alle exoten om te kunnen beoordelen of er geen negatieve effecten optreden voor inheemse soorten.

    Exoten zijn vogels die buiten het gebied voorkomen waar ze van nature zich voordoen en daar niet zouden worden aangetroffen zonder directe of indirecte introductie door de mens.

    Vogelbescherming is geen voorstander van het houden van sierwatervogels in gevangenschap.

     

    De Carolina eend is een nauwe verwant familielid van de Aziatische Mandarijneend, die ook een heel kleurig verenpak heeft en ook vaak in gevangenschap wordt gehouden.

    Desondanks kunnen ze onderling geen nakomelingen krijgen. Dit komt omdat de Mandarijneend een van de weinige watervogels is met een afwijkend aantal chromosomenparen.

    Eventuele bevruchte eieren van gemengde paren zullen zich nooit ontwikkelen en sterven in een vroeg stadium in het ei al af.

    Het zijn beide roestende of pronkeenden die vaak in bomen rusten (roesten) op de grote takken van oude loofbomen; het zijn dus echte bosbewoners.

     

    De Carolina eend vertoeft graag in de schaduw bij rustige poelen, meren en rivieren. Af en toe ziet men de eenden in brak water zoals aan riviermondingen, maar nooit in zout water.

    De voorkeur gaat naar ondiep water in loofbossen.

    Vandaar dat hij in de VS ‘boseend’ (Wood duck) wordt genoemd. Carolina-eenden zitten graag hoog in bomen, meestal in paren of kleine groepjes. Zij kunnen behendig tussen de bomen door vliegen.

     

    De woerd in broedkleed is zeer contrastrijk van kleur.

    Opvallend zijn de helmvormige kop met een lange kuif in de nek. De kleuren zijn een mengeling van metaalglanzend groen, blauw en violet.

    Een witte streep loopt vanaf de witte keel en splitst in een witte streep omhoog naar de zijkant van de wang en onder langs de kaak naar de nek.

    Een andere witte streep loopt vanachter het oog door langs de zijkant van de kuif naar de nek. Het bovenste deel van de borst is purperkleurig tot kastanjebruin; de onderkant van de borst en buik zijn wit.

    De flanken zijn geelbruin. De vleugels zijn metaalkleurig blauw, groen tot zwart. De stuit is violet. De staart is zwart met een metaalkleurige weerschijn.

    De snavel begint scharlaken rood met een geel bandje aan de snavelbasis, gaat vervolgens over van geel naar wit en weer naar geel met een zwarte snaveltip. De poten zijn helder okergeel.

    Tijdens de ruiperiode in de zomer draagt het mannetje een eclipskleed, waarbij zijn helm en kuifveren op de kop verdwijnen.

    Hij lijkt dan wat op het vrouwtje, maar vooral de witte wang- en kaakstreep en licht getinte kop en rozerode snavel blijven onderscheidend.

     

    Het vrouwtje is overwegend grijs met tinten van olijfgroen tot bronskleurig. De borst is licht gestreept en de zijden zijn licht gevlekt op een grijs tot bruine ondergrond. Een witte ring rond de ogen loopt in een lijntje iets naar achter uit, maar het lijntje is veel korter en de witte oogring wat dikker dan bij het vrouwtje van de Mandarijneend.

    De snavel is grijsachtig met een zwarte snaveltip en een wit lijntje aan de snavelbasis. De poten zijn gelig van kleur.

     

    In hun natuurlijke omgeving gaan de Carolina eenden in de wintermaanden op eendentrek.

    Ze overwinteren vaak in het zuidelijke deel van Noord-Amerika en in Mexico.

    In Europa komen ze amper voor in het wild, maar gaan ze ook niet op eendentrek.

    Carolina eenden zijn winterhard en kunnen goed tegen de kou in Europese gebieden.

    Tijdens het zwemmen beweegt de kop met rukkende bewegingen voor- en achterwaarts.

    Het mannetje heeft een fluitende, in toonhoogte stijgende roep; het vrouwtje roept bij verstoring ‘whoe-iek’.

     

    De soort foerageert op water en op land en benut insecten, zaden (eikels, beukennootjes) en groene delen van water- en landplanten (eendenkroos); de kleine waterdiertjes die hierin leven, vormen een belangrijke eiwitbron.

     

    De lichaamslengte varieert tussen 43 en 51 cm; de spanwijdte wissel tussen 65 en 75 cm; het lichaamsgewicht schommelt tussen 540 en 680 g.

     

    Na de rui in het najaar zullen de Carolina eenden paren vormen om samen de jonge eenden groot te brengen. Carolina eenden zijn holenbroeders en leggen dan ook hun eieren in een beschutte plek zoals een boomholte (verlaten holen van spechten) maar ook in een nestkastje, zowel dicht bij het water als verder weg.

    Soms nestelen de Carolina eenden zich ook in een ingegraven ton met toegangsbuis.

    De eileg start begin april tot half juni.

    Het legsel bestaat uit 9 tot 15 roomkleurige eieren. De broedtijd duurt 28 tot 32 dagen, waarin alleen het vrouwtje op de eieren zit.

    Na 32 dagen komen de jongen uit. Deze zijn vaak donkerbruin van kleur met witte / gele aftekeningen op de buik.

    In het wild springen de kuikens zonder vrees uit het nest (bomen van 12 tot 15 m hoog) zonder zich te bezeren en komen dan ook niet meer teug naar het nest; ze kunnen namelijk nog niet vliegen. Na ongeveer 60 tot 70 dagen kunnen ze pas vliegen en kunnen ze zich zonder hulp van hun ouders behelpen.

     

    In de onderstaande fotoreeks van Wim Dekelver zie je een vrouwtje naast de mannelijke Carolina eend stoeien. Dit is niet zijn partner, maar wel die van de Mandarijneend die op een bepaald moment agressief wordt verjaagd. Al kunnen ze geen nakomelingen hebben, toch kunnen de Carolina mannetjeseend en het Mandarijn-vrouwtje een boontje hebben voor elkaar …












    19-02-2019 om 20:45 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    14-02-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wat bepaalt het succes van huiszwaluwentillen?

     

    Geraadpleegde bron: De levende natuur – Nederlandse huiszwaluwtillen Monitoring, hoe is de stand?

     

    Om in Nederland huiszwaluwen aan extra nestgelegenheid te helpen worden er al zo’n 10 jaar huiszwaluwentillen geplaatst. De eerste til werd in 2008 in Biddinghuizen (dorp in oostelijk Flevoland) geplaatst en was het jaar daarop al bezet.

    In 2015 stonden er 141 tillen verspreid in Nederland.

     

    Maar in welke mate worden deze tillen door de huiszwaluw gebruikt?

     

    Ten opzichte van 1970 is het aantal broedparen van de huiszwaluw met ruim 80% afgenomen. De achteruitgang vond vooral plaats vóór de jaren ’80. In de periode van forse afname werden de steden grotendeels verlaten en werd de huiszwaluw vooral een soort van het buitengebied (grond buiten de bebouwde kommen van steden en dorpen).

    Immers, in stedelijk gebied geraken huiszwaluwen nog nauwelijks aan modderklompjes (nestmateriaal).

    Maar daarnaast spelen verminderde beschikbaarheid van nestmateriaal door erfverharding, aanbrengen van beschoeiing (constructies die een oever of waterkant tegen afkalven door golfkrachten of stromingen beschermt), dempen van sloten, verlaging van het waterpeil en nestgelegenheid (renovatie, beter geïsoleerde bouwwijze) een rol.

    Naast verminderde beschikbaarheid van nestgelegenheid worden huiszwaluwnesten vanwege overlast door uitwerpselen geregeld afgestoken of wordt de nestbouw op allerlei manieren verhinderd (aanbrengen van gaas of een glad oppervlak op de gevel waardoor de modder niet kan hechten).

    De landelijke afname werd echter waarschijnlijk vooral veroorzaakt door afnemend voedselaanbod (vliegende insecten) als gevolg van landbouwintensivering (pesticidengebruik, ontwatering).

     

    Massale insectensterfte

     

    Heel wat recente onderzoeken hebben aangetoond dat er een dramatische afname is van insecten. En dat is erg, want het is een grote aanslag op de kringloop van het leven.

    Insecten zorgen voor een gezonde bodem, zodat planten kunnen groeien, bestuiven bloemen, bomen en gewassen en zijn onmisbaar als voedsel voor vogels en andere dieren.

    Uit Duits onderzoek blijkt dat zo’n 75 % van de insecten in de afgelopen 27 jaar is verdwenen. In Frankrijk zijn vogelsoorten die insecten eten sinds 2000 met 33 % afgenomen.

    De landbouw is een van de belangrijkste beheerders van ons buitengebied en de onderzoeken tonen aan dat de neergang van het aantal insecten het grootst is in gebieden waar  de landbouw het sterkst intensiveerde (mechanisering en ongeremd gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen en bestrijdingsmiddelen) en dat de insectengroep met de grootste afname die van de zwarte vliegen is. Naast muggen en bladluizen vormen deze het belangrijkste onderdeel van het dieet van de huiszwaluw. 

    Nederlandse onderzoekers toonden aan dat op plaatsen met een hoge concentratie van ‘imidacloprid’ – de meest gebruikte insecticide ter wereld behorend tot de schadelijke neonicotinoïden die de massale bijensterfte veroorzaakt – vogelpopulaties aanzienlijk uitdunnen.

     

    Huiszwaluwtil

     

    Een standaard zeskantige huiszwaluwtil gemonteerd op een paal bestaat uit een soort dak-oversteek die 2 tot 3 verdiepingen telt, waar kunstnesten op geplaatst zijn,. Daarnaast is er ruimte op de tillen voor de huiszwaluwen om nog zelf nesten bij te metselen.

    De kost verbonden aan professioneel gebouwde tillen schommelt tussen de 4 500 en 6 000 euro. Het kan goedkoper als handige zwaluwliefhebbers aan de hand van een eigen bouwtekening met medewerking van technische scholen de handen uit de mouwen steken (2 500 euro).

    Van belang is dat een til goed vrij staat en voldoende aanvliegmogelijkheden heeft.

    Het idee komt oorspronkelijk uit Duitsland, waar deze manier van extra nestgelegenheid creëren succesvol is gebleken (bezettingspercentage tussen 20 – 30%).

    De meeste tillen in Nederland zijn geplaatst op initiatief van lokale IVN- (Instituut voor natuureducatie en duurzaamheid), vogel- en natuurwerkgroepen, vaak financieel ondersteund door gemeenten.

    Ook Vogelbescherming Nederland blijft het plaatsen van huiszwaluwtillen aanmoedigen.

     

    Effect van lokgeluid niet duidelijk

     

    Waarom laten huiszwaluwen zich verleiden een til te betrekken?

    Zwaluwtillen wijken namelijk nogal af van de gebruikelijke nestplaatsen aan woningen, boerderijen en andere bouwsels. Wellicht zijn het vooral de kunstnesten en de geschikte oversteken die de aandacht trekken. Vlak in de buurt van verscheidene tillen wordt vaak ook met modderpoelen geprobeerd het aantrekkelijk te maken voor de huiszwaluwen.

    Het gebruik van lokgeluid lijkt ook een logische manier om de aandacht te trekken.

    Rond een huiszwaluwkolonie is er altijd wel het nodige gekwetter dat passerende zwaluwen zullen herkennen en nieuwsgierig maken.

    Toch lijkt uit talrijke proefopstellingen het geluid geen of weinig invloed te hebben op de aantrekkingskracht. Lokgeluid bij kunstnesten die verder dan bestaande kolonies af liggen, zou vooral kans maken van juli tot half september. De jonge vogels vliegen dan rond en kunnen zo verder weg gelegen nestplaatsen opmerken om daar dan volgend jaar te broeden.

     

    Monitoring van huiszwaluwtillen

     

    Deze bijdrage beschrijft de resultaten van een analyse van de bezetting van huiszwaluwtillen in Nederland tijdens de periode 2009 – 2015. Men verkent hierbij in hoeverre de bezetting te verklaren is door omgevingsvariabelen en andere factoren, zoals de nabijheid van kolonies van huiszwaluwen.

     

    Van 139 tillen werden de coördinaten van de locatie van de til gecentraliseerd.

    Met een GIS-analyse en topografische ondergronden zijn de omgevingsvariabelen binnen een actieradius van 500 m van elke til berekend, de afstand waarbinnen huiszwaluwen doorgaans vanaf de nestplek foerageren. Bovendien werd de drassige vegetatie binnen een straal van 2 km meegenomen.

    Met name tijdens slecht weer zijn boven poelen en plassen nog voldoende insecten te vinden en vliegen huiszwaluwen grotere afstanden om deze plekken te bereiken.

    Naast de omgevingsvariabelen speelde ook een achterliggende reden een rol: namelijk of deze zwaluwtil als ‘extra’ nestgelegenheid werd geplaatst of als ‘compensatie’.

     

    In het geval van compensatie (13 %) is in de directe nabijheid van de til een nestlocatie verdwenen en diende de til als vervangende nestgelegenheid.

    In 47 % van de gevallen betrof het verschaffing van extra nestgelegenheid bedoeld als steun in de rug (hier ging geen nestgelegenheid verloren in de buurt).

    Voor het resterend deel van de tillen (40 %) kon de reden van plaatsing niet worden achterhaald.

    De onderzoekers verwachtten dat de aanwezigheid van broedparen van huiszwaluwen in de nabije omgeving een positieve invloed zou genereren op de bezetting van een til.

    Daartoe werd per til ook het aantal huiszwaluwnesten binnen een straal van 2 km secuur geïnventariseerd. Tenslotte werd ook de leeftijd van de til (het aantal jaren na de plaatsing) meegenomen als mogelijke verklarende variabele.

     

    Het aantal huiszwaluwtillen in Nederland is sinds de eerste geplaatste til in 2008 toegenomen naar 79 in 2012 tot 141 in 2015. In 2015 waren ze redelijk gelijkmatig over het land verdeeld.

    Het totaal aantal bezette nesten op tillen is van 8 jaar in 2009 (op een totaal van 11 tillen) toegenomen naar 188 in 2015 (met 141 tillen).

    Naarmate een til langer staat, neemt het bezettingspercentage toe als die bewoond is.

    Het gemiddelde jaarlijkse bezettingspercentage landelijk is tussen 2009 en 2015 toegenomen van 3 % naar 15 %

    Er blijken 2 variabelen die het grootste deel van de variatie in het aantal bezette nesten per til verklaren.

    De reden voor de plaatsing en de grondsoort.

    Bij compensatie – wat betekent dat de oorspronkelijke nestlocatie is verdwenen of onbereikbaar is gemaakt – geeft dat een aantal bezette nesten per til dat ruim 2 keer groter is dan bij de andere gevallen.

    Bij tillen geplaatst op zandgrond is het aantal bezette nesten per til ruim anderhalve keer groter dan op kleigrond en heeft een grotere slootlengte een negatief effect op de bezetting.

     

    Het nut afwegen

     

    De afweging om al dan niet een huiszwaluwtil te plaatsen, hangt grotendeels af van het aantal bezette nesten op de til. Een onbewoonde huiszwaluwtil ervaart iedereen als een afknapper.

    Dat heeft mogelijk te maken met de hoge mate van de plaats-trouw (honkvastheid) bij huiszwaluwen.

    Bij zowel volwassen als eerstejaars vogels is de kans groot dat zij in opeenvolgende jaren terugkeren naar dezelfde nestlocatie of nabije omgeving.

    Wanneer de vogels na terugkomst uit de overwinteringsgebieden in Afrika worden geconfronteerd met een nestgelegenheid die verdwenen is en een alternatief moeten zoeken dan aanvaarden zij blijkbaar sneller tillen in de buurt van hun oude broedplek.

    Van de onderzochte omgevingsfactoren had de grondsoort het sterkste verklarende effect op het aantal bezette nesten op een til.

    Dat tillen op zandgronden een betere bezetting hebben ten opzichte van kleigrond zou te maken kunnen hebben met het gebrek aan geschikt nestmateriaal.

    Een groter oppervlak grasland binnen de 500 m van de til bleek wel een positieve invloed op de bezetting van de til te hebben. Huiszwaluwen vertonen een duidelijke voorkeur voor het foerageren boven open grond, zoals graslanden, waarschijnlijk omdat hier gemiddeld meer geschikte prooien aan vliegende insecten te vinden zijn.

     

    Dat de hoeveelheid slootlengte in de omgeving van een til een nadelige invloed lijkt te hebben op de bezettingskans, valt minder goed te verklaren. Het tegengestelde zou eerder worden verwacht: sloten leveren immers vliegende insecten op en daarmee foerageermogelijkheden die zeker in periodes van slechte weersomstandigheden door zwaluwen worden benut.

     

    Uit de opgedane ervaringen met huiszwaluwtillen in Nederland in de periode 2009 – 2015 blijkt dat het plaatsen van een til vooral succesvol is, indien het als een vervangende nestgelegenheid wordt ingezet. Als zodanig kunnen tillen dus als compensatiemaatregel dienen, mits ze aan een aantal plaatsingsvoorwaarden voldoen. Uiteraard moet de til, na het verdwijnen van de nestgelegenheid, al voor het daaropvolgende voorjaar beschikbaar zijn.

    Uit 14 jaar ervaring met tillen in Duitsland blijkt dat het ontwerp en de grootte van de til geen bepalende factoren zijn.

     

    Ondanks de stijging in bezettingspercentage in de loop der jaren is de kans op succes met gemiddeld 15 % nog steeds laag, zeker in vergelijking met het buitenland. 

    De analyse in dit onderzoek biedt dus maar beperkte aanknopingspunten voor het verhogen van de bezettingskans op grond van omgevingsfactoren.

    Ondanks alle positieve aandacht voor de huiszwaluw die de plaatsing van een til met zich mee brengt, kan het demotiverend werken als hij na vele jaren nog steeds leeg staat.

    In Duitsland geldt daarom het advies om na 6 jaar leegstand de til te verplaatsen, omdat dan klaarblijkelijk de gekozen plek ongeschikt is.

     

    Met de 188 paar die zich in 2015 op tillen vestigden is de effectieve bijdrage van huiszwaluwtillen aan het creëren van nestgelegenheid verwaarloosbaar. Deze aantallen vallen in het niet bij de naar schatting 70 000 – 100 000 huiszwaluwparen in Nederland tijdens de periode 2013 – 2015.

     

    In hoeverre moet men blijven inzetten op huiszwaluwtillen?

     

    Alvorens wordt ingezet op een huiszwaluwtil is het daarom aan te bevelen eerst na te gaan of op de betreffende locatie geen alternatieven voorhanden zijn om de huiszwaluwen te helpen.

    Een effectieve en goedkopere manier om huiszwaluwen te beschermen is het geven van voorlichting om de aanvaarding van bestaande zwaluwnesten te bevorderen, inclusief het aandragen van mogelijkheden om overlast zoveel mogelijk te voorkomen.

    Daarnaast kunnen maatregelen worden genomen die de beschikbaarheid van ‘natuurlijk’ nestmateriaal en -gelegenheid bevorderen.

    Ook het bijplaatsen van kunstnesten blijkt op sommige locaties een effectieve methode om een kolonie te ondersteunen.

    Uiteraard kunnen huiszwaluwen alleen overleven als er voldoende voedselaanbod is.

    Net als voor andere insecteneters zullen daarom alle maatregelen die insecten ten goede komen, zoals het terugdringen van grootschalig gebruik van landbouwbestrijdingsmiddelen of het opkrikken van de insectenbiodiversiteit in het landelijk gebied, positief uitpakken voor deze soort.

     

    De aanwezigheid van bewoonde huiszwaluwennesten en goede foerageergelegenheid binnen enkele honderden meters is van het grootste belang voor het bezet raken van een til.

    Toch lukt dat in totaal identieke omstandigheden niet overal. Dit laat zien hoe huiszwaluwen hardnekkig vasthouden aan de nestplaatsen die ze zelf kiezen en moeilijk te verlokken zijn een nieuwe woonplaats te betrekken, die men – alle goede bedoelingen ten spijt – aanbiedt.

    Wanneer een til wordt geplaatst in de nabijheid van nestelende huiszwaluwen dan is de omgeving per definitie geschikt. De huiszwaluwen zitten daar immers omdat de factoren als foerageermogelijkheden en aanwezigheid van modder prima in orde zijn.

     

    In Amel, in Duitstalig België staat sinds 2006 het grootste zwaluwhuis ter wereld (352 kunstnesten, waarvan er 17 waren bezet in 2012).

     












    14-02-2019 om 20:40 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    05-02-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wie gelooft Joke nog?

    Geraadpleegde bron: Persbericht Vogelbescherming Vlaanderen

     

    Het stond al op een zeer laag pitje, maar nu is Vogelbescherming Vlaanderen het vertrouwen in haar minister voor Natuur zo goed als helemaal kwijt.

    Een minister van de Vlaamse regering die in haar speech op een bijeenkomst van het Algemeen Boerensyndicaat de 10 000 klimaatbetogers en de vele natuurverenigingen met dun duizenden vrijwillige medewerkers schoffeert in de hoop er electoraal voordeel uit te halen, is de naam ‘minister’ niet waardig.

     

    En blijkbaar draait mevrouw Schauvliege er haar hand niet voor om flagrante leugens over de Staatsveiligheid de wereld in te sturen. Het interview met de minister in het Radio 1-programma ‘De Ochtend’ van vandaag was om te wenen. Elke vraag van de wakkere interviewer ontweek ze als een duivel in een wijwatervat. Bijzonder beschamend!

     

    https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2019/02/04/joke-schauvliege-cd-v-ik-weet-wie-achter-de-zondagse-betogin/?utm_source=newsletter&utm_medium=email&utm_campaign=wie_gelooft_joke_nog&utm_term=2019-02-05

     

    Naast het schabouwelijk beleid dat de minister voert op het vlak van soortenbescherming – ze werd op 10 januari jongstleden nog door de Raad van State teruggefloten in verband met haar beleid rond de bestrijding van bepaalde beschermde vogelsoorten omdat haar maatregelen in strijd zijn met de Europese regelgeving inzake vogelbescherming – gooit ze haar geloofwaardigheid met haar polariserende uitspraken volledig te grabbel. Onvergeeflijk voor een minister!

     

    Vogelbescherming Vlaanderen hoopt enerzijds dat alle generaties blijven opkomen voor een beter en sociaal klimaatbeleid en anderzijds dat een volgende minister gemeend op zoek gaat naar een duurzame samenwerking tussen landbouw en natuur.












    05-02-2019 om 18:00 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)


    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Laatste commentaren
  • Corbett Dhikala (corbett dhikala)
        op Vogels en renners: één strijd
  • moncler coat (caijuan83)
        op De biodiversiteit in het Zwin bevorderen
  • check now (john)
        op Vogels en renners: één strijd
  • Fyne lente' (Louisette)
        op Vogels en renners: één strijd
  • copyright (Ho-Merris)
        op De biodiversiteit in het Zwin bevorderen
  • Startpagina !

    Zoeken in blog


    Gastenboek
  • Goedemiddag blogmaatje
  • Voorbeeld???
  • Ben is op bezoek geweest. (I like it)
  • Mevr
  • fijne zondag

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Z0 21/04/19 Wandeling langs de Weg van Gorzen 09u00 Afspraak Kerkdries

    Archief per jaar
  • 2019
  • 2018
  • 2017
  • 2016
  • 2015
  • 2014
  • 2013
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008
  • 2007

    Foto

    Foto

    Over mijzelf
    Ik ben Franz Pieters
    Ik ben een man en woon in Zaventem (België) en mijn beroep is 25 jaar lkr, 2 jaar kabinetsadviseur, 2 jaar adviseur DVO, 2 jaar TOS21-projectmedew..
    Ik ben geboren op 08/05/1954 en ben nu dus 64 jaar jong.
    Mijn hobby's zijn: onderwijs - wetenschap & techniek - geschiedenis - natuur - muziek - lectuur - gastronomie - sport.
    2 jaar TOS21-coördinator, 3 jaar projectcoördinator ESF-projecten KOMMA, WERK PRO-OPER, momenteel LINK
    Foto

    Foto

    Een interessant adres?

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Inhoud blog
  • Tekenaar Siegfried Woldhek over de edele kunst van het vogelkijken
  • De groenling of groenvink
  • De kuifmees
  • Het nut van een lang termijnonderzoek naar huismussenpopulaties
  • Wanneer de winter extreem toeslaat met bijtende kou en sneeuw dan herschudt die de vogelkaarten
  • Burgerwetenschappen in de lift
  • Willen we alleen Hallerbossen in Vlaanderen?
  • De Carolina eend
  • Wat bepaalt het succes van huiszwaluwentillen?
  • Wie gelooft Joke nog?
  • Nachtzwaluwen in Limburg: graslandfanaten en langeafstandtrekkers
  • Raad van State fluit Schauvlieghe terug
  • De grasparkiet
  • Kolibrie versiert vrouwtjes in een oogwenk
  • Eerbetoon aan 'onze' natuurfotograaf
  • De grote zaagbek in actie
  • Waarnemingen.be, mesthoop of schatkist?
  • De ruigpootbuizerd
  • Onze natuur stikt
  • De nagelwitte sierlijke zilverreiger
  • De zwarte roodstaart
  • Vogels observeren is een leuke bezigheid
  • Heersers van de lucht
  • Fascinerende spreeuwenzwermen
  • De kwartel
  • Luchtacrobatie en het betere bochtenwerk
  • Een bizarre reuzenvogel met uitroeiing bedreigd
  • Neststudie tijdens het jaar van de huiszwaluw
  • Voorbij de grens
  • Een ramp voltrekt zich in alle stilte bij de zeevogels
  • Huiszwaluwen en huismussenkolonies in Zaventem
  • In de kijker: de huiszwaluw en de boerenzwaluw in de luchthavengemeente
  • Vandaag bestaat het blog 11 jaar
  • Kiekendief kan zonder boeren niet overleven
  • Koekoekentrek ontrafeld
  • Code oranje voor de meeuw
  • De zwartkop, de nachtegaal van het noorden
  • De groene vallei, een groen hart, kwaliteitsmerk voor de streek
  • De bekroonde merel bedreigd?
  • De fuut, een kenner van paringsrituelen
  • Slimme vogels
  • De vogeltrek, langzamerhand een opgehelderd mysterie
  • Op veel plekken in Vlaanderen zie je geen huismussen meer
  • Waarom fluiten vogels voornamelijk bij ’t ochtendgloren?
  • Beschermde slechtvalk neergeschoten en verminkt
  • De pijlstaart, een niet alledaagse verschijning meer
  • De bruine kiekendief, één van onze grootste roofvogels
  • Koester de vogels
  • De Jan-van-Gent, een mooie en merkwaardige zeevogel

    Nieuws VRT NWS
  • Deze twee Duitse meisjes banden wegwerplastiek uit hun leven: “In het begin vroeg ik me af waar ik nog eten zou vinden”
  • "Anomalie" tijdens motortest voor SpaceX-ruimtecapsule
  • Drukke dag voor de paashazen in het park van Oostende
  • Sri Lanka, veel meer dan stranden, olifanten en thee: portret van een eiland met een rijk verleden
  • Paus spreekt paaszegen uit en leeft mee met slachtoffers van geweld
  • 100 jaar geleden: de Belgische oud-strijders eisen hun plaats op
  • LIVE: Paus Franciscus spreekt de paaszegen "Urbi et orbi" uit in Rome
  • De 3 oorzaken van de malaise bij voetbalclub Anderlecht 
  • Vlaamse ontsnapt nipt aan aanslagen in Sri Lanka: "Was net door een van die hotels gewandeld"
  • De vijf boeken die het leven van Christina De Witte (Chrostin) hebben veranderd

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Dropbox

    Druk op onderstaande knop om je bestand naar mij te verzenden.


    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Willekeurig Bloggen.be Blogs
    deinze
    www.bloggen.be/deinze
    Privacyverklaring van de Kille Meutel Vogelvrienden

    Algemene privacyverklaring van onze vereniging: de Kille Meutel Vogelvrienden De Kille Meutel Vogelvrienden hechten veel waarde aan de bescherming van uw persoonsgegevens. In deze privacyverklaring willen we heldere en transparante informatie geven over welke gegevens we verzamelen en hoe wij omgaan met persoonsgegevens. Wij doen er alles aan om uw privacy te waarborgen en gaan daarom zorgvuldig om met persoonsgegevens. Onze vereniging houdt zich in alle gevallen aan de toepasselijke wet- en regelgeving, waaronder de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Dit brengt met zich mee dat wij in ieder geval: • uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met het doel waarvoor deze zijn verstrekt, deze doelen en type persoonsgegevens zijn beschreven in deze Privacy verklaring; • verwerking van uw persoonsgegevens beperkt is tot enkel die gegevens welke minimaal nodig zijn voor de doeleinden waarvoor ze worden verwerkt; • vragen om uw uitdrukkelijke toestemming als wij deze nodig hebben voor de verwerking van uw persoonsgegevens; • passende technische en organisatorische maatregelen hebben genomen zodat de beveiliging van uw persoonsgegevens gewaarborgd is; • geen persoonsgegevens doorgeven aan andere partijen, tenzij dit nodig is voor uitvoering van de doeleinden waarvoor zij zijn verstrekt; • op de hoogte zijn van uw rechten omtrent uw persoonsgegevens, u hierop willen wijzen en deze respecteren. Als Kille Meutel Vogelvrienden zijn wij verantwoordelijk voor de verwerking van uw persoonsgegevens. Indien u na het doornemen van onze privacy verklaring, of in algemenere zin, vragen heeft hierover of contact met ons wenst op te nemen kan dit via onderstaande contactgegevens: Kille Meutel Vogelvrienden Watertorenlaan 59 1930 Zaventem franz.pieters@telenet.be Mobiel: 0478 55 34 59 Waarom verwerken wij persoonsgegevens? Uw persoonsgegevens worden door onze vereniging verwerkt ten behoeve van de volgende doeleinden en rechtsgronden: • om te kunnen deelnemen aan de activiteiten van de Kille Meutel Vogelvrienden; • om de uitnodigingen, verslagen, nieuwsmeldingen, … te versturen (met toestemming van de betrokken sympathisanten); • om een brede en vlotte communicatie te verzorgen binnen het netwerk van de diverse partners; • om de jaarlijkse subsidiëring door de overheid te bekomen (wettelijke verplichting); Voor de bovenstaande doelstellingen houden we volgende gegevens bij: naam, voornaam, adres, telefoon/gsm-nummer (indien beschikbaar), e-mail (indien aan ons doorgegeven) We gebruiken de verzamelde gegevens alleen voor de doeleinden waarvoor we de gegevens hebben verkregen. Verstrekking aan derden Wij geven nooit persoonsgegevens door aan andere partijen waarmee we geen verwerkersovereenkomst hebben afgesloten, tenzij we hiertoe wettelijk worden verplicht (bv. politioneel onderzoek) Bewaartermijn De Kille Meutel Vogelvrienden bewaren persoonsgegevens niet langer dan 5 jaar op hun informaticasystemen. Beveiliging van de gegevens Wij hebben passende technische en organisatorische maatregelen genomen om persoonsgegevens van u te beschermen tegen onrechtmatige verwerking, zo hebben we bv. de volgende maatregelen genomen: • we hanteren een gebruikersnaam en wachtwoordbeleid op al onze systemen en cloud-toegangen; • de toegang tot de persoonsgegevens is beperkt tot de bestuursleden; • wij maken back-ups van de persoonsgegevens om deze te kunnen herstellen bij fysieke of technische incidenten; • onze bestuursleden zijn geïnformeerd over het belang van de bescherming van persoonsgegevens. Uw rechten omtrent uw gegevens U heeft recht op inzage en recht op correctie of verwijdering van de persoonsgegeven welke wij van u ontvangen hebben. Bovenaan dit privacy statement staat hoe je contact met ons kan opnemen. Tevens kunt u verzet aantekenen tegen de verwerking van uw persoonsgegevens (of een deel hiervan) door ons of door één van onze verwerkers. Klachten Mocht u een klacht hebben over de verwerking van uw persoonsgegevens dan vragen wij u hierover direct met ons contact op te nemen. U heeft altijd het recht een klacht in te dienen bij de Privacy Commissie, dit is de toezichthoudende autoriteit op het gebied van privacy bescherming. Wijziging privacy statement Onze vereniging de ‘Kille Meutel Vogelvrienden’ kan zijn privacy statement wijzigen. Van deze wijziging zullen we een aankondiging doen op onze website. De laatste wijziging gebeurde op 22 mei 2018. Oudere versies van ons privacy statement zullen in ons archief worden opgeslagen. Stuur ons een e-mail als u deze wilt raadplegen.


    Laatste commentaren
  • Corbett Dhikala (corbett dhikala)
        op Vogels en renners: één strijd

  • Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!