St Idesbaldus, patroon van de zeelieden, van koorst en reuma.
Het project ‘Ik kruip van onder ’t zand’ ter valorisato van de historische abijsite O.L.V. Ten Duinen te Kokzijde is strak verbonden met de geschiedenis van hele Westkust en in het bijzonder met de hoogbloei van de duinenabdij.
In de streek zijn verschillende toeristische bezienswaardigheden zoals het Ambachtenmuseum ’t Krekelhof aanpalend aan het befaamde Gastro-Relax Hotel Sollcress op de Koninklijke baan waar je na de rondleiding een lekker biertje met de naam St Idesbald wordt aangeboden.
Het bier, een zachte doordrinker, werd in het verleden gebrouwen door Brouwerij Dambert (Damy) te Olsene maar heden komt het uit de ketels van brouwerij Huyghe (Melle).
Wie of wat is nu die Sint -Idesbald?
Idesbald Van der Gracht, was er de derde cisterciënserabt van 1155 tot 1167. Op 13 november 1623 ontdekten monniken onder de puinen van de kapittelzaal van de inmiddels verwoeste abdij een loden kist met daarin het ongeschonden lichaam van Idesbald.
De kist werd eerst in de abdijhoeve Ten Bogaerde verborgen (Aartshertogin Isabella kwam zijn stoffelijk overschot begroeten) om tenslotte, na de vlucht van de Duinheren uit Koksijde via Nieuwpoort, in 1627 naar Brugge te worden overgebracht.
Uiteraard betekende deze ontdekking het begin van een diepe verering voor abt Idesbaldus in het vrome kustgebied. Het is niet geweten wanneer het eerste kruis (en de eventueel opeenvolgende) op de plaats van de gewijde vondst werd geplant. In elk geval werd "een" kruis in de nakoortsen van de Franse Revolutie op 11 juni 1798 "uit de duinen" verwijderd en verbrand. (In 1819 bouwden de vijf laatste religieuzen van Ter Duinen een kapelletje op de vindplaats van de loden kist.)
Het zou evenwel 185 jaar duren eer er een nieuw "Baaldjes Kruus" kwam. Dat gebeurde pas op 23 april 1983, op initiatief van de heemkundige kring Bachten de Kupe. Verweerd door de tijd (alhoewel amper 13 jaar) werd dat kruis in september '95 weggenomen en op 22 april 1996 door alweer een nieuw kruis (gemaakt door de gemeentelijke technische diensten) vervangen.
Over zijn leven bestaan verschillende hypothesen (vervormd door de overleving…)
Volgens de ‘herenboer-hypothese’ van J. De Cuyper zou ‘Idesbald van der Gracht’ geboren zijn omstreeks 1090 te Eggewaartskapelle op het Klokhof, gelegen tegenover de kerk. Het dorp in Veurne-Ambacht ontleende zijn naam aan de adellijke herenboer Eggewaart, die er een kapel had opgericht. Als lid van de kleine landadel en belangrijke notabele van de streek was Idesbaldus raadsman van de graven van Vlaanderen.
In 1146 trad hij voor de laatste keer op als getuige in een akte van graaf Diederik van de Elzas in verband met o.m. een schenking van grond aan de Sint-Niklaasabdij van Veurne.
Met Idesbaldus was ook Bernardus van Clairvaux getuige, die op hem een grote indruk moet hebben gemaakt. Na de dood van zijn echtgenote en enkele van zijn kinderen, trad hij omstreeks 1150 binnen in de cisterciënzerabdij O.-L.-Vrouw-ten-Duinen.
Meer historisch verantwoord lijkt de hypothese van Dom Thomas – Eric Schockaert o.s.b., dat Idesbaldus, vooraleer hij binnentrad in de Duinenabdij, kanunnik was van het kapittel van de Sint-Walburgakerk te Veurne, of hofkapelaan van de graaf.
Idesbald Van der Gracht begon in de Cisteriënabdij te werken als portier. Na een periode voorzanger te zijn geweest kreeg hij de job van bibliothikcaris en archivaris en werd in 1155 tot vader abt bevorderd. Hij was de derde in het rijtje en zijn aanstelling werd ingezegend door Milo I, bisschop van Terwaan. Na een bestuur van ongeveer twaalf jaar, uitnemend op elk gebied, legde Idesbaldus het ambt van abt neer in 1167.Hij maakte forure door schepen te laten bouwen om de wol te importeren voor de lakennijverheid vanuit Engeland.
Hij overleed op 18 april 1175. Zijn medebroeders en het volk vereerden hem vlug als hun heilige. Paus Leo XIII bevestigde op 10 juli 1894 zijn zaligheid en verering in het bisdom Brugge.
Idesbaldus rust sedert 6 april 1831 definitief in de kerk van OLV ter Potterie te Brugge waar de kist met zijn stoffelijke resten al aanwezig was sinds 1627. Hij wordt aangeroepen als de beschermheilige van de zeelieden en tegen de koorts en reuma, een plaag van allen die in een vochtig klimaat leven. Feestdag: 18 april wordt herdacht met een bezoek aan het kapelleke en kruis op de vindplaats in de duinen.
Naast het krekelhof staat het moderne standbeeld van Idesbaldus (1997) van Erik Dupont.
De abt, die door de abdij een grote economische bedrijvigheid in de streek bestuurde, staat er boven een elektriciteitscabine als behoeder van onze hedendaagse welvaart.
|