Run to colour your life, orienteer to make it shine even brighter
16-05-2012
EOC, na de kwalificaties
De kwalificaties zitten erop
Nu de eerste ronden, de kwalificaties, erop zitten, is het
tijd voor een klein verslagje, een terublik.
Een internationaal kampioenschap begint uiteraard niet op de
dag van het kampioenschap, maar al lang voordien, met de voorbereidingen. In
mijn geval werden die voorbereidingen verstoord door een aanslepende achillespeesblessure
die geregeld de kop opstak. Het begon in het najaar van 2011, waar de
basisuithouding niet kon getraind worden naar believen. Vanaf eind december kon
ik zorgeloos lopen en de voorbereiding kon beginnen, weliswaar met een
achterstand. Na enkele weken volgde
immers al de fysieke test, en dus moest ik al wat intervaltraining doen zonder
een degelijke basis, om probleemloos de fysieke test te halen. Dat lukte, maar
in de komende weken merkte ik dat de conditie niet was zoals andere jaren. Dan
sta je voor een probleem, je moet sneller gaan lopen (tempo + weerstand), maar
je basisconditie is er nog niet (meer uithouding, lang en traag). Daarenboven
komen er wedstrijden aan zoals de selecties voor het WK die je zowaar dwingen
om wat aan intensiever werk te doen. Het gevaar loert dan om de hoek, want een
onvoldoende basisconditie wil zeggen, een lichaam dat niet genoeg getraind is
voor het zwaardere werk. Blessuregevaar dus. Eind maart begon de achillespees
weer op te spelen. Doorgedreven trainen is dan vaak onmogelijk, al wil je toch
niet bij de pakken blijven zitten. Je zoekt manieren om je conditie op peil te
houden, wat kracht te trainen, wat interval in te voegen, en dat alles zonder
die pees al te veel te belasten. Rustdagen, bijvoorbeeld… maar ja, dan doe je
weer geen kilometers.
Daar kwam dan nog bij kijken, door wat troubles@work, dat ik
2x per week op en af naar Arlon kon gaan per trein met de nodige overuren en
vele uren op de trein. Opstaan om 4.40 was eerder regel dan uitzondering,
slaaptekort was mijn deel, net wat je kan missen als kiespijn tijdens een
trainingsperiode mét blessure.
De week voor de EOC, tijdens de opwarming van de Tiomila,
stak de pees weer de kop op. Daar sta je dan, in Zweden, met een Finse club die
je vlucht heeft betaald opdat je voor hen zou lopen, in een ploeg van 10 man.
Voor mezelf zou ik die Tiomila niet gelopen hebben,… sparen voor EOC. Helaas,
met een afgereisd team van 10 man denk je anders. Ik liep de wedstrijd, voelde
de hele tijd die pees (1hr50’ lang) en de laatste week voor de EOC is die pijn
niet weggegaan. Eén lichtpunt, erger werd het ook niet.
Aangekomen op de EOC doe je de trainingen, als
terreinverkenning, maar ook daar voel je voortdurend die pees, vooral op
hellingen en oneffen ondergrond zoals stenen. Gen comfortabele situatie dus.
Helaas, een uitweg is er niet.
Op de middel, de eerste dag, voelde ik al snel dat de conditie
verre van wat ze zou moeten zijn is. Logisch, te weinig training, er zijn geen
geheimen. Op het vlakke eerste deel ging het nog behoorlijk, maar eens die klim
eraan kwam sloegen de benen direct vol. Hetzelfde gold voor de lang. Op de lang
loop ik trouwens, op 1 fout van 3’ na, in een technisch stuk , een technisch
behoorlijke wedstrijd. Als je via GPS ziet wat andere lopers doen, daar zitten
een pak grotere kemels bij, van grote atleten. Helaas, als je conditie te zwak
is wordt een fout extra afgestraft.
De vraag die dan telt is, wat met de komende dagen en weken.
Er zijn die B-finales waar je voor een goed resultaat kan lopen, maar wat denkt
de pees daarvan? Zondag is het dan de aflossing, met direct na thuiskomst
dinsdag selectiewedstrijd voor de militaire ploeg, gevolgd door 3 dagen stage
met de militaire ploeg en op vrijdag de schiftingen voor het militair WK. OK,
ook op één been haal ik die finale, maar het zijn wel weer intensieve dagen.
Het vervelende is, met zo’n beginnende ontsteking, dat ze geen pijn doet en
misschien niet veel erger wordt als je ze wat vriendelijk behandelt, maar beter
wordt je conditie er niet van. Wil je intensiever trainen, dan volgt er
wellicht luid protest van die pees…
Ze moeten
het in Finland geweten hebben, dat de Belgen de dappersten onder de Galliërs
waren. Hoe verklaar je anders dat een Scandinavische club voor een wedstrijd
van een Scandinavische sport op Scandinavisch terrein 2 Belgen (for god’s sake,
Belgen!!) inzet om de kastanjes uit het vuur te halen. Tijdens de Tiomila, een
aflossing met ploegen van 10 lopers, mochten Wouter Leeuws en ik, beide Omega
en Belg, de twee langste omlopen voor hun rekening nemen. Of het moet zijn dat
die Finnen wilden dat die Belgen hun dure vlucht terugbetaalden in gelopen
kilometers. Alleszins, de omlopen van 17.5 bij nacht en 17.8km (dag) waren
respectievelijk voor Bart en Wouter. Geen tijd om te treuzelen, ten aanval!
If Brahe
startte voor’t eerst met Filip Brunell die goed op dreef is de laatste weken. Hij
wist de nervositeit te kanaliseren maar stond versteld van het verschroeiende
ritme van de massastartlopers. Hij liep een goed wedstrijd, maar moest toch
meer dan 5’ toegeven en kwam als 136e binnen. Daarna wist Filip al meteen de
prestaties van zijn ploeggenoten vorige jaren te waarderen als zij op minder
dan 5’ van de leider over de meet kwamen J. Onze 2e en 3e loper
liepen een goede wedstrijd, maar konden niet meer dan 15 plaatsen goedmaken. En
toen was het de beurt aan ondergetekende.
Ik vertrok als
117e, voorzichtig naar post één, maar nauwelijks mijn eerste post
geknipt of er komen twee wervelwinden voorbij. Ik schrok me rot en liet hen
begaan, véél te snel voor een wedstrijd van 17.5km (bij nacht). De hazewinden
liepen snel weg, maar toch kon ik ze in het vizier houden (lang leve de straffe
hoofdlampen!). Ik hield hen nauwlettend in’t oog en trachtte daar waar zij wat
slalomden terrein terug te winnen. Achter mij had een drietal zich veilig
genesteld alsof ik hun betrouwbare leider was. De speedo’s vertraagden een
beetje, en als bij wonder konden we ze weer bijbenen en ik voel dankwoorden in
mijn nek van mijn volgelingen. Wie niet snel is moet slim zijn, denk ik om de
20 meter. De hazewind had, om het gemakkelijk te maken, een geel truitje aan,
dat ik later als reddingsboei en referentie zou gaan gebruiken. Hij raapte de
ene na de andere loper op, waaronder nog een tweetal dappere nachtraven en
samen woerden ze de achtervolging op al wat voor hen uit liep. Ik nestelde me
veilig in het pak, met maar één overtuiging:” ik ben hier verre van de
sterktse, ook niet de zwakste, maar als ik wil overleven gedurende de nog meer
dan 10 km, dan zal het van de sluwheid van een hoogbegaafde vos moeten komen.”
Ik liep eerder achteraan het groepje en trachtte elke versnelling vooraan te
negeren, omdat ze meestal toch gevolgd werden door wat zigzaggen en oriënteren
op zoek naar de post. Ik sprak me heel de tijd moed in, dat ik niet de kaart
moest lezen, maar de wedstrijd en het terrein. Daar waar anderen zich vast
liepen in moeras of struikgewas zocht ik beter beloopbare stroken om energie
uit te sparen. Ik bengelde zoveel als ik bengelen kon, zolang ik de gele baken
nog kon zien zat alles snor.
De groep
zwol aan en we waren zowat halfweg. Tijdens het doorsteken kon ik gemakkelijk
volgen, er ging steeds meer volk achter mij bengelen, ik verdapperde wat een
bewijs van mentale veerkacht. Wanneer we op een brede weg kwamen trokken de
koplopers alle registers open en leek het voor velen aanpikken of overboord
gegooid worden, maar niets was minder waar. Zelfs zonder die energieverkwisting
kon ik onze kanarie nog in het vizier houden. Hij en zijn collega’s liepen foutloos
en genoten het vertrouwen van het hele peloton, alsof Cancellara de
achtervolging op z’n eentje leidt op Chavanel. De groep moet intussen al wel 30
lopers tellen, en steeds vaker zie ik mannen aanklampen, en steeds vaker zie ik
wat hopeloze gekken naar voor spurten alsof ze energie te koop hebben, en later
herhalen ze die passeerbeweging opnieuw, telkens harder hijgend. Ik geniet van
het schouwspel en begin van deze groep te houden.
Ik bekijk
rustig waar ik mijn energiegel tot me zou nemen en wanneer ik zou gaan
opschuiven naar de voorste regionen, want, intussen voel ik dat ik zodanig veel
gespaard heb dat ik me wel erg zeker voel. Bluffen vanuit de achtergond, Laat
geeltje maar rennen, ik loop er wel heen… straks… straks doe ik dat wel. Ik
voel me zodanig lekker dat ik denk mijn energiegel niet eens nodig te hebben,
en besluit ‘m dan ook niet voortijdig te nemen. Pas kort voor de wedstrijd zou
ik de ballast in mijn keelgat gieten. Helaas, in al mijn groeiend
zelfvertrouwen en mentale veerkracht had ik één ding over het hoofd gezien:
Pech! Mijn veter kwam los (beginnersfout, nochtans getapet!). Ik stopte, bond m’n
veter en zette mijn koers verder, helaas was zowat de hele trein van 35-40
lopers daardoor voor mij, en mij uitgekiend plan om langzaam naar de kop te
rukken viel in duigen. Ik trok aan het gashendel, sprong met haasje over,
tijgersprong en salto over de concurrenten naar voor en wanneer er een stukje
brede wegwas waande ik me op een
stratenloop. Dapper en met zekere gezwindheid trok ik naar voren, halfslachtige
Vikings achter mij latend. Maar ook dit was een beginnersfoutje, ik ging wat in
het rood en plafonneerde. We waren intussen bij de laatste 5 posten gekomen en
net dara maakt ons geliefkoosd leiderstrio een foutje, waardoor ik toch nog
iets korter kom. Naar de laatste post ben ik blij dat er na mij nog 6
ploegmaats komen, ik moet niet sprinten om kost wat kost de hele trein af te
houden, en eindig netjes vooraan in de trein, op 10” van de leiders van onze
trein, en met nog zo’n 30 man achter mij (en de gelosten verderop).
In totaal
heb ik 43 plaatsen goedgemaakt. Ik deed 1u50 over de 17.5km, waar de snelste
tijd (Vincent Coupat) 1u41 was. De grote kleppers zaten tussen 1u41 en 1u48…
meer dan tevreden dus.
In de tent
van IF Brahe aangekomen is alom gejubel om de gewonnen plaatsen, alsof ik hen
weer helemaal in de strijd heb gebracht..; Maar eerlijk is eerlijk, zonder het
gele ventje was dit niet waar geweest… en als mijn ploegmaats voordien 2’
trager waren geweest had ik het gele mannetje nooit gezien.
De ploeg
zet verder nog een goed resultaat neer, niemand kent een off-day, wat al veel
is als je met 10 man bent op zo’n terrein, en Wouter doet als slotloper wat hij
kan. We hoopten dat hij nog enkele plaatsjes kon terugpakken, maar hij blijft
op zijn positie.
Voor Brahe
is deze 88e plaats een record in hun Tiomilageschiedenis, en Wouter
en ik zijn maar al te blij dat wij mee de doorslag daartoe hebben gegeven door
de twee langste afstanden voor onze rekening te nemen.
Volgende
vrijdag vertrek ik naar het EK, opnieuw in Zweden… hopelijk is het gele
mannetje er dan nog…
Gisteren (vrijdag) een duurloopje van 45' gedaan, ohne Probleme, en vandaag, na eerst training te geven nog eens een flinke portie trappenlopen gedaan... alles is weer koek en ei, tussen mijn pees en mij! Om eerlijk te zijn, die week schoenen aan de haak hangen, dat was geen echte week... dat was met nog eens loslopen en training geven uiteindelijk maar 2 dagen op 7 zonder lopen, maar gezien de kortere duur en lagere intensiteit noem ik het volledige rust . Off to Danmark
Het is enkele weken wat stil geweest op deze blog, wat niet wil zeggen dat het stil is geweest wat training betreft. gesport wordt er, getraind wordt er, maar het leven naast de sport vergt ook zijn tijd en aandacht en dat uit zich in wat onregelmatig up to date houden van deze blog. Na de selecties heb ik behoorlijk wat duurtempotrainingen en krachttrainingen gedaan: versnellingen van 2 tot 6 minuten en heuvel- en trappentraining. Dat ging vaak erg vlot, en tijdens zo'n tempotraining maakte ik me de onkwetsbare bedenking dat mijn achillespeesproblemen voorgoed van de baan leken. Ik had het niet mogen zeggen. Net als vorige keer, in oktober, deed ik een stevige intervaltraining met dat andere paar loopschoenen, dat paar waar ik geen fan van ben (Brooks), en net als toen had ik het daags nadien vlaggen. Een lichtjes gevoelige pees...de standaardreflex is:"voel ik nu iets of niet, ik weet het niet zeker, ach, ik zal een rustige duurloop doen". 2 duurlopen en een nieuwe tempotraining later wist ik het wel, ik had het vlaggen. Sinds afgelopen maandag heb ik dan maar 4 dagen rust genomen, met ontstekingsremmers, en die blijken vruchten af te werpen. Niets te vroeg, want maandag vertrek ik op stage met de militaire ploeg. Morgen ga ik ze terug testen, die pees, met wat kilometers, zachte ondergrond, en dan kunnen we hopelijk weer in alle hevigheid verder stomen...
Dit weekend streden 10 mannen en 4 vrouwen om WK-tickets.
Bij de mannen werden er maximaal 4 tickets uitgedeeld, dus er moest en er zou
gestreden worden.
De eerste selectiewedstrijd was de sprint, waar neo-senior en toptalent Yannick
Michiels al meteen liet zien waarom hij de coming man is (of was, hij is niet
meer coming, hij staat er al). Hij gaf iedereen het nakijken. Fabien en Tomas H
eindigden op 2 en 3. er werden geen grote verschillen gemaakt, met andere
woorden, niemand bezweek onder de stress. Michel Bastin presteerde nog aardig,
maar had zichtbaar een ziekte van zijn kleine overgenomen en zou niet echt tot
het uiterste kunnen gaan. Bij de vrouwen mocht Greet aan de kant blijven
vanwege haar spierscheurtje (BK middel), zij zou na de middag pas in actie
moeten treden, maar later zou blijken dat de blessure nog niet genezen was,
waardoor Greet haar selecties moest staken.
Tijdens de middel, zaterdagmiddag, liep Fabien (32'54) als vanouds, iedereen op
een hoopje. Yannick liet het afweten bij post 2 en mocht al tegen een
achterstand van 3' aankijken. Pieter raapte hem op (en pepte hem op). Achter
Fabien gapte een gat van 3' op Pieter. Tomas (38'...) werd alweer 3e, maar dat
was al op ruim 5' van Fabien. Achter Tomas lag alles weer heel kort bij elkaar,
op amper 1 minuut van elkaar. Na de eerste dag bleek dat Fabien op anderhalf
oor mocht slapen, dat Yannick vrij gerust kon zijn (de winnaars van een etappe
zij automatisch geselecteerd als ze in totaal op 3 wedstrijden binnen 120% van
de winnaar lopen), maar voor de overige twee plaatsen kon zowel Pieter, Tomas,
Jeremy, Johan, Michel (de zieke) en ikzelf nog een kans maken. De lang zou
alles beslissen...
Op de sprint liet ik heel weinig tijd liggen, of toch wat fouten betreft. Wat
trager gelopen en trager gewerkt dan de speerpunten, maar dat noem ik geen
risico's nemen. 30-40" verliezen op de anderen was geen ramp.
Op de middel liep ik een goede wedstrijd, met aan post 8 een missertje van goed
20", maar net op dat moment zie ik de voor mij gestarte Johan Goubeau
(3'). Jammer maar helaas, 2 posten verder, ik had hem nog niet te grazen, zat
ik al zodanig met de vlinder in mijn hoofd dat ik van post 10 vertrek alsof ik
van 11 naar 12 ga, 150° verkeerd en 3 kostbare minuten aan mijn broek. Wat
buitensmonds gevloek later herwon ik mijn concentratie terug en de wedstrijd
verliep nog vrij goed. Ik eindigde op een ietwat zure 7e plaats, maar slechts
40" achter de 3e en nog volop in de running voor een WK-ticket. Jammer van
die 3 weggegooide minuten.
Vandaag, op de lange afstand moest het dan gebeuren. Fabien, 3' na mij gestart,
kreeg me pas in de allerlaatste meters te pakken en kon niet echt overpakken,
in tegendeel, dus dat op zich is al een goed teken. Pieter, 6' voor mij
vertrokken, had een mindere dag, en ik had hem na 2/3 koers te grazen. Helaas
had ik dit weekend een patent op onnozel tijdverlies. Ik at mijn energiegel en
week dusdanig van mijn lijn dat ik weer een goede minuut kon gaan goedmaken op
Pieter. Onderweg had ik ook even Jeremy gezien en getimed, en ik wist dat ik
voor hem lag. Ik ging Pieter weer oprapen (hij liep op reserve) en maakte op't
einde nog enkele kleine stressmissers. Ik ging vol op mijn gastpedaal staan,
vandaar dat ik de mij voorbijgesnelde Fabien (tijdens zo'n klein missertje)
weer inhaalde en ij zo na ter plekke liet... maar 100m verder beende hij me
weer bij met z'n zevenmijlslaarzen. Richting finish was ik 'm nog net te snel
af. Aan de aankomst bleek Tomas en Yannick 2 en 3' sneller te zijn dan ik, maar
Jeremy en Pieter waren te ver achter me om me nog te bedreigen. johan Goubeau,
dieop de sprint 10" voor mij was en op de middel 3" achter mij, had
anderhalve minuut trager dan ik, en dus was mijn WK-ticket op de valreep
binnen... Fieeeoooo
owww
Dat het een dichte top 10 zou worden stond op voorhand vast. Velen zouden aan elkaar gewaagd zijn, met enkele topfavorieten die er iets bovenuit staken. En zo geschiedde. Topfavoriet fabien was ziek en liep onder zijn niveau. Andere favoriet en thuisloper Thomas VDK bevestigde zijn snelle benen (ja, hij heeft die echt wel in huis), maar verspeelde zijn kansen al aan de eerste post. Hij verloor meer dan 2' en dat was direct ook voldoende om van het podium gekegeld te worden. Hij deed nog een knappe remonte, maar die inspanning bleek net te min voor podium. een beetje zoals Scarponi vorig jaar in Milaan Sanremo, een joekel van een versnelling achterin, maar hetlaas, ietwat nutteloos wegens kansen al om zeep. Bleef nog over: Pieter H, Yannick M en Olle K, en dat werden ook de drie medaillewinnaars. Yannick trok aan het langste eind, Olle aan het kortste. Ik voelde al bij de opwarming dat er iets te weinig explosiviteit en dynamisme in de benen zat; Niet zwaar vermoeid, maar toch een beetje, genoeg om geen kanonkoers te lopen. Dat heeft als onmiddellijk gevolg dat je net dat tikkeltje trager loopt, en vooral dat je net iets vaker moet pushen om het tempo erin te houden. Indirect gevolg is dat je door vermoeidheid iets minder nauwkeurig werkt, en dat liet zich vooral naar't einde toe gevoelen. Ik maakte wat foutjes, samen goed voor goed 2', en strandde op 4'40 van Yannick. Slecht was het niet, de vermoeidheid was waarschijnlijk toe te schrijven aan de intensievere driedaagse woensdag-vrijdag, maar die was nodig met het oog op het verdere verloop van het seizoen... Er zal dit jaar nog wel beters uit de bus vallen. Groet!
De eerste nationale was er eentje die even in de benen is blijven zitten. Dat hoort misschien ook wel, na zo'n 90' durende wedstrijd. Maandag en dinsdag voelde ik duidelijk nog vermoeide benen. Woensdag koos ik dan toch terug voor een tempotraining. Het is wikken en wegen, zo in een week tussen twee wedstrijden. Je moet proberen goed te recupereren van de ene wedstrijd, uitgerust aan de volgende wedstrijd te verschijnen, en tussendoor moet je toch nog kwaliteitstrainingen doen, want het seizoen is nog lang niet aan z'n hoogtepunt. Over 2 weken zijn er selecties, en later op het jaar komen nog grotere vuren. Ik koos voor het seizoen als prioritiet en iets minder voor het BK, wat zoveel inhield als: woensdag tempotraining (10x2' tempo, 1' rust) en donderdag een ochtendlijk ommetje van 30' en 's avonds 6x 500m tempo met 200m joggen. Vandaag, vrijdag, liep ik aan jogtempo de militaire wedtsrijd in Spa. De stukjes bergop waren wel zwaar, dus daar ging de hartslag wel even de hoogte in, maar voorts liep ik aan heel rustig tempo. Ik voelde de afgelopen twee dagen wel in de benen - dat mag!- en hoop dat morgen als recuperatiedag (loslopen) zal volstaan om fris aan de start te komen. Alleszins, als alles meezit (goeie benen, technisch goeie wedstrijd, en anderen die wat missen) zit een top-3 erin, maar met een plaats in de eerste 5 zal ik al tevreden zijn. Benieuwd wat het wordt, en benieuwd wat het voor de anderen wordt...
Terwijl er enerzijds nog wat twijfel was over de benen en de mate waarin die al dan niet gerecupereerd waren, en anderzijds het niet goed kunnen inschatten van de conditie bij gebrek aan wedstrijdritme, hoopte ik stiekem dat het fysiek wel zou meevallen.Over 3 weken wordt er gesreden om tickets naar het WK, en dus was deze nationale lange afstand een eerste test. Fysiek, zoals gezegd, voor mezelf, maar ook tegenover de concurrenten, maar vooral, mentaal. Ik weet immers dat ik tijdens lange afstanden wel eens te kampen heb met een gebrek aan concentratie én gretigheid n de tweede wedstrijdhelft. Mijn focus lag dus vooral op het concentratie-aspect. Lange benen zijn dooddoeners. Niet de lange benen onder mijn lijf, maar een been van 3km bijvoorbeeld, tussen post 7 en 8. Ik ga over op een iets te gezapige cruise-control waar mijn gedachten durven afdwalen. Ik trachtte bij de les te blijven, maar kon enkele foutjes door gebrek aan concentratie en vooruitkijken niet vermijden. Anderzijds had ik tijdens het lange been wel de tijd genomen om de rest van de omloop even te monsteren en in te plannen waar ik mijn energiegel zou nemen. Zo'n energiegel, het lijkt soms een wondermiddel, maar ook aan die wonderen zijn grenzen. Zo zorgt de energiegel voor het vrijmaken van nieuwe energie, van nieuwe suikers. Supertof, zo na 70' wedstrijd plots een nieuw vat steken om uit te tappen. Helaas heeft de gel geen effect om de vermoeide spier an sich. Als de spieren te plat zijn om bergop vooruit te geraken, dan zijn de spieren te plat. Dan mag je nog nieuwe suikers aanvoeren bij de vleet. Hoewel er dus nieuwe energie voorradig was kon ik ze niet echt benutten wegens vermoeide en ietwat verkrampende spieren. Een drankpost had op deze 15km-lange omloop niet overbodig geweest. Tijdens de laatste kilometers trachtte ik op de paden de loopstijl zo economisch mogelijk te maken om wat te recupereren, maar dat leek niet veel op te leveren. Voor wie zich er iets bij wil voorstellen, zoek op youtube naar The Pose-method, een goeroe. Aan de meet bleek ik de snelste tijd neergezet te hebben, 30" sneller dan Johan Goubeau. Ik was wel relatief tevreden met mijn resultat, al kon ik toch zeker 2' sneller, denk ik, en fysiek was het ook nog niet top; Nu ja, de toppers waren niet van de partij (Pieter, Fabien, Yannick, Geert) of lieten het om mij nog onbekende reden afweten (Thomas VDK). Alvast tevreden met de uitslag en een opsteker voor de komende weken...
De bergtraining van afgelopen zondag is me niet zo goed bevallen, tot gisteren, donderdag, heb ik ze in mijn quadriceps gevoeld. Misschien is dat het teken dat het een goed , zware training was. Je hebt er altijd het gissen naar, naar de juiste intensiteit van een training. Te licht, dan is er geen positief effect, enkel een onderhoudend effect. Ga je wat dieper, dan is er een positief effect, althans als je nadien op het juiste moment de volgende training inlast, niet te vroeg, niet te laat. Ga je te hard met die training, dan kan je, algemeen of lokaal, zodanig vermoeid zijn dat het lichaam alle zeilen moet bijspannen om ervan te recupereren en is er van een positief effect geen sprake. In dit geval was de algemene vermoeidheid geen probleem, maar misschien heb ik die ene spier zodanig belast dat ze er niet sterker van is geworden. Wie zal het zeggen? Daarenboven, door de lokale vermoeidheid/spierpijn heb ik 4 dagen alle hellingen gemeden en bergaf heel rustig moeten doen, terwijl ik hier gehoopt had toch ook wat werk voor de desbetreffende spieren voor te schotelen. Het ongewisse dus! Vandaag is alleszins een rustdag, morgen een losloopdagje, en zondag dan wedstrijd, de 1e nationale wedstrijd van het seizoen... als ik mag starten! Ik had me ingeschreven, maar om onbekende reden sta ik niet op de startlijst. Hopelijk wordt dat nog tijdig rechtgezet.
De week langlaufcursus was een erg zware week, althans de eerste dagen. We zouden 6 dagen op de latten staan, en de eerste 3 mochten er best wezen. De sneeuwkwaliteit was niet top en er moest extra geduwd worden op armen en benen. Daarenboven eistte de koude ook zijn tol: -25°C 's ochtends, dat vreet aan je energie. Als je bij dergelijke temperaturen 2-3 uur AM en 2-3 uur PM op de latten staat te zwoegen, dan is het kaarsje 's avonds uit. De leukerds van monitoren waren er overigens van overtuigd dat je techniek nergens zo goed leert als bergop, bijgevolg deden we elke helling die we tegenkwamen tussen 3 en 8 keer . Feest Op de 3e dag schiep God dan 's avonds, na al 5 uur op de latten, nog eens een avondtocht van 15km, zonder hoofdlamp, zonder verlichting... Heel mooi, zo in de duisternis op je latten, in het witte decor, maar geen sinecure. De laatste dag was een marathon gepland, maar de hevige sneeuwval heeft ons gedwongen binnen te blijven (wegen afgesloten, lawinegevaar, met een lawine in onze vallei). Bij thuiskomst heb ik eerst een dagje acclimatisatie genomen, zijnde loslopen en de benen weer laten wennen aan die gouwe ouwe loopbeweging. Zondag ben ik er dan weer tegenaan gegaan met de heuveltraining die ik tegenwoordig vaak doe. De benen signaleerden al snel een zekere flauwte ter hoogte van de quadriceps, maar koppig on ontkennend als ik was deed ik toch verder. De hellingen (een ware muur) kregen me ij zo na klein, ook al wilde ik niet toegeven. Vandaag heb ik dan toch, enigszins postuum, moeten toegeven dat de Kesselberg me geklopt heeft, want elke afdaling in mijn rustige duurloop was een ware kwelling voor de bovenbenen. Ach wat maakt het uit als je graag eens wat afziet...