Dit is denk ik toch mijn favoriete plaat aller tijden Geen enkel skipmoment en een aantal monumentale nummers die tot het beste behoren dat de muziekwereld te bieden heeft. En vooral: dit album is een geheel, een trip waar je meer en meer in verdwaald naarmate het vordert. Het opent nog vrij luchtig, maar dan wordt de sfeer grimmiger en grimmiger met als absolute hoogtepunt 'The Same Deep Water As You'. Raar dat ik het zo moeilijk vind om hier een recensie over te schrijven. Deze plaat is er toch vooral eentje die je moet voelen, aanhoren. Geen analyse is hier tegen opgewassen. Dit is 1 brok emotie. Liefdesverdriet, hoop, berusting, woede, melancholie..Alles komt in een waas op je af en er zit niks anders op dan dit over je heen te laten glijden. En 'The Same Deep Water As You', hoe depressief het ook mag zijn, brengt mij in een trance, een gemoedstoestand, waar ik niet uit wil geraken. Bij Fascination Street heb ik hetzelfde gevoel. Alleen is hier het verschil dat ik niet kan stilzitten op dit nummer. Ik wil dansen, ik wil al mijn frustraties eruitgooien. Let's move to the beat like we know that it is over. Bij Pictures Of You wentel ik mij dan weer in de melancholie die bijna tastbaar is:
i've been looking so long at these pictures of you that i almost believe that they're real i've been living so long with my pictures of you that i almost believe that the pictures are all i can feel
En wat klinkt Smith toch geloofwaardig, hij mag de meligste dingen zingen en hij komt er nog mee weg. Dit is perfectie, een betere plaat maken dan dit is zo goed als onmogelijk. En niet omdat hij zo goed in elkaar zit en het stuk voor stuk schitterende composities zijn. Maar omdat deze plaat recht naar je hart gaat. Je luistert niet naar dit album, je beleeft het. Daardoor is een technische analyse hier compleet overbodig. Vergeet het om dit album als achtergrondmuziek op te zetten, want zonder dat je het weet zit je weg te dromen en laat je je meeglijden op de golven van deze muziek. Ook als je bezoek ontvangt zet je beter wat anders op, dit moet je alleen beluisteren. Liefst in een verduisterde ruimte, met koptelefoon en een biertje. Maar verschiet niet als je, nadat het laatste nummer eindigd, vaststelt dat je geen enkele keer van je glas gelurpt hebt.
Telkens ik dit luister wordt ik weer verliefd op deze muziek. Ik kan aan niks anders meer denken, het beïnvloedt mijn waarnemening, prikkelt al mijn zintuigen en telkens verlang ik er terug naar wanneer de 70 minuten zijn afgelopen. ohja, heb ik al gezegd dat ik Homesick zo'n prachtig nummer vind, de perfecte apotheose van deze cd. Inspire in me the desire in me to never go home... om daarna nog eens de puntjes op de i te zetten met Untitled. Inderdaad, dit behoeft geen woorden. Zoals de hele plaat mijn nutteloze schrijfsels hierbij ook niet nodig heeft. Maarja, soms kan het zo leuk zijn om je emoties naar woorden en zinnen te transformeren. Alleen jammer dat die emotie dan ook meteen zijn waarde verliest. Daarom luister deze plaat, onderga ze en laat je volledig gaan
'Dynamite Steps' is een straffe plaat, een kopstoot die enorm lang blijft nazinderen. Zanger Greg Dulli wringt zijn doorleefde stem in alle mogelijke bochten en wordt op sommige nummers ook nog eens bijgestaan door een gastzanger(es). Mark Lanegan is van de partij op het beklijvende en slepende 'Be Invited', een song die enorm veel aan Deus doet denken en op Blackbird and The Fox gaat Dulli een ijzingwekkend duet aan met een zekere Ani Difrano, een Amerikaanse folkzangeres. 'Waves' is een voortdenderende song die drijft op een krachtige gitaarrif en een al zijn frustraties uitschreeuwende Dulli. Hoe anders is ballad 'Get Lucky' met zijn talloze strijkers of de prachtige popsongs 'On The Corner' en 'Gunshots' die zich al na een paar luisterbeurten in je hersenpan nestelen. En wat te denken van het prachtige, maar dreigende hoogtepunt 'Never Seen No Devil' met zijn huilende violen.
Het valt op dat alle songs zo verfijnd gearrangeerd zijn en dit in combinatie met de gitzwarte teksten en grafstem van Dulli geeft een fantastisch resultaat. Een tocht door het leven zoals het is met alle verleidingen vandien zoals drank en vrouwen. Ook uitkijken wordt het naar zijn samenwerking met Deus. Op hun nieuwe plaat die in april zal uitkomen zal Dulli op twee nummers te horen zijn.
Interpol gaf op woensdag 16 maart een retestrak optreden in de Lotto Arena. De geluidskwaliteit was dik in orde en er werden nummers gespeeld van al hun albums. Al bij opener 'Succes' was het duidelijk dat de mannen in vorm waren ondanks de problemen met hun bassist. Vaste bassist Carlos Dengler had de band verlaten na de opnames van het vierde studioalbum en ook zijn vervanger Dave Pajo had begin deze maand er al de brui aan gegeven. Gelukkig maakte de nieuwe man Brad Truax er geen potje van. De band speelde statisch zoals te verwachten, was maar verveelde desondanks niet. Rustigere nummers zoals 'Hands Away' en 'Rest My Chemistry werden afgewisseld met echte stadionstampers als 'Evil' en 'The Heinrich Maneuver'. 'Lights' was live 10 maal zo intens als op plaat en er werd zelfs een kort psychedelisch einde aan gebreid. De rest van de nummers klonk net als op plaat, ze speelden enkel een aantal songs in een iets sneller ritme. Jammer, maar ook zo staan hun composities als een huis. Van het geniale 'Say Hello To The Angels' met zijn talloze tempoversnellingen tot het snedige 'The New' tot het dansbare 'Slow Hands' dat de bisronde afsloot. Een meer dan geslaagd optreden van Interpol en hopelijk tot deze zomer!
Vanuit het niets kwam Radiohead een aantal weken geleden op een blauwe maandag met het bericht dat ze de eerstvolgende zaterdag hun nieuwe album 'The King Of Limbs' digitaal zouden relaesen. Eens vrijdag beslissen ze om het album een dag vroeger uit te brengen, en een paar minuten laten zaten de grootste fans al met tonnen vol verwachtingen op hun bureaustoel om een eerste oordeel te kunnen vellen. King Of Limbs is een korte plaat geworden met een speelduur van 37 minuten en maar acht nummers. Meteen kwamen er geruchten dat dit wel eens gewoon b-sides konden zijn en dat Radiohead het 'echte' album ging uitbrengen op de fysieke releasedatum. Afsluiter 'Seperator' werd als argument gebruikt om deze veronderstelling te staven. De titel zelf en de regel 'If you think this is over then you're wrong' zouden aantonen dat er nog een tweede deel zit aan te komen. Maar dat de meesten hiernaar uitkijken toont aan dat de grote meerderheid niet helemaal tevreden is met dit nieuwe werk van de band. En eerlijk is eerlijk, hun beste werk evenaren ze niet met deze plaat. 'Lotus Flower' is de uitschieter van dit album en enorm catchy naar Radiohead's normen. Een beat en een zwoel zingende Thom Yorke, meer hebben ze voor één keer niet nodig om te boeien. Codex is een pianoballade, zoals we die kennen van Pyramid Song, Sail Us To The Moon en Videotape maar toch net even wat anders. Misschien een lichte herhalingsoefening, maar wat geeft dat als het zo'n song oplevert met subtiele blazers in de hoofdrol. Ook 'Give Up The Ghost' waarin Thom Yorke verschillende van zijn zanglijnen over elkaar opneemt, weet te overtuigen net als het langzaam openbloeiende 'Seperator', maar halen toch net niet het niveau van om het even welk nummer op 'In Rainbows'. Hetzelfde geldt voor 'Little By Little' dat een catchy refrein en hypnotiserende percussie bevat en het instrumentale 'Feral'. Enorm sterke nummers maar van Radiohead verwacht je net even wat meer. Het grootste minpunt is misschien wel dat de bezieling en de emotie die Radiohead zo kenmerkt wat verdwenen lijkt. De nummers kabbelen maar voort zonder ergens de schijn te wekken om een versnelling hoger te schakelen. Hopen dat die bezieling vlug terugkomt en toch maar uitkijken naar de fysieke release eind maart. Want wie weet hebben ze toch nog een verrassing voor ons in petto!
James Blake is samen met Adele de hype van het nog prille 2011. De plaat werd in alle media geprezen en beschreven als een vernieuwend, elektronisch meesterwerk met soulinvoeden,die de grenzen van de muziek wist te verleggen. En het moet gezegd worden, qua productie is dit album perfect te noemen. De verpulverende basdrop bijvoorbeeld in de fantastische cover 'Limit To Your Love', waarin Blake op grandioze wijze met het element stilte speelt of de draaikolk van electronica waarin je terechtkomt op het einde van de beklijvende nummers Wilhems Scream en Never Learnt To Share. De stem van Blake heeft nog het meeste weg van Bon Iver, vooral in het minimalistische Lindesfarne, een tweeluik dat muzikaal helemaal is uitgekleed. Give Me My Month is een rustige pianoballade en zorgt voor wat afwisseling, evenals de meerstemmige afsluiter 'Measurements'.
James Blake is een groeiplaatje, omdat de nummers vaak meer muzikale collages zijn dan echte songs. En dit zorgt ervoor dat je telkens blijft teruggrijpen naar deze plaat, omdat het zo'n unieke en intrigerende sound heeft en Blake op een innovatieve manier omspringt met het gebruik van electronica. En waar bepaalde nummers eerst irritatie opwekten, ontplooien ze zich later als songs die je bij je nekvel vastpakken en niet de intentie hebben om rap te lossen.
The Cold Still is een album met minutieus opgebouwde composities en adembenemende zangpartijen van zanger Nathan Nicholson. In opener 'No Harm' horen we hypnotiserende drums die zich voortplanten als een hartslag. Langzaam komen er meer en meer instrumenten bij en krijgen we een uiterst subtiele climax te horen, terwijl de repetitieve drums en piano je in trance houden. 'Step Out of The Car' is ruw en meer uptempo, maar haalt je mede door het fantastische gitaarspel niet helemaal uit je roes. 'Locked in The Basement', 'Cause For Alarm' en 'Caught By The Light' is een fenomenaal drieluik waarin een hoofdrol is weggelegd voor de zalvende zang van Nicholson en dromerige gitaarpartijen. En wat meer is, is dat de songs niet zomaar voortkabbelen maar altijd een hemels mooie opbouw kennen zonder te vervallen in goedkoop bombasme. Nog een speciale vermelding voor de outro van 'Caught By The Light' die echt dwars door je heen snijdt. 'Organ Song' is veel opgewekter en zelfs catchy en zet mij helaas weer even met beide voeten op de grond. Een slecht nummer is het niet, maar het past niet echt op dit album. 'Memo' is weer typisch The Boxer Rebellion en sleurt je met zijn epische gitaarlijnen opnieuw helemaal het album in. Het beklijvende hoogtepunt 'Both Sides Are Even' zorgt er definitief voor dat je niet meer uit deze trip gewekt wil worden en het akkoestisch beginnende 'Doubt' sluit het album in stijl af, waarna je even verstild achterblijft door al die schoonheid. Repeat!
Mine Is Yours is een plaat met een groots en clean geluid. Toegankelijke muziek die meteen vanaf de eerste luisterbeurt goed in het gehoor ligt. Helaas is de houdbaarheid wat beperkt en weten niet alle nummers te overtuigen. Wat overblijft zijn een aantal degelijke stadionrockers zoals 'Louder Than Ever', 'Skip The Charades' en 'Bulldozer' die een mix zijn van het bombasme van Kings of Leon, gospel en Afrikaanse percussie. 'Sensitive Kid' is een synthpopexperiment en weet de middelmaat ook niet te overstijgen, maar is toch een welgekome afwisseling. 'Cold Toes on The Cold Floor' klinkt als een compositie van de Black Keys, maar mist de groove om echt te beklijven. Wanneer de melodie in de laatste minuut van het nummer meer naar voren komt, laat de band horen dat er meer uit dit nummer te halen viel. De afsluiter 'Flying Upside Down' verzuipt dan weer in nietszeggend bombasme en laat mij met een onvoldaan gevoel achter.
Palace is het zoveelste debuutalbum van een Brits indierockbandje. Maar al snel blijkt dat de mannen van Chapel Club wel wat in hun mars hebben. De eerste twee nummers- instrumentale opener 'Depths' niet meegerekend - beuken er meteen goed op los en tonen aan dat de band in de toekomst in staat moet zijn om echte stadionhits te schrijven. Meezingbare refreinen, beukende bas en drums en schurende gitaren. En die trend zet zich voort gedurende het hele album, op geen enkel moment zakt het niveau in. Het wordt zelfs beter naarmate de plaat vordert. 'The Shore' met een verschrikkelijk verslavend refrein is één van de hoogtepunten. Voor een keer gooien ze niet meteen al hun middelen in de strijd en kiezen ze voor de zorgvuldige opbouw om vervolgens de song te katapulteren naar ijle hoogtes. En wat te denken van 'Fine Light',dat eveneens rustig van start gaat, maar met twee geniale versnellingen toch nog explodeert op het eind. Misschien wel het het beste nummer op dit album.
Palace is een straffe debuutplaat die het beste doet beloven voor de toekomst . Als ze nog meer een eigen geluid weten te ontwikkelen, acht ik ze in staat om een echt meesterwerk te maken. Het wordt dus uitkijken naar de opvolger.
Joan as Police Woman alias singersongwriter Joan Wasser, de weduwe van Jeff Buckley brengt met The Deep Field haar vierde studioalbum uit. Het valt meteen op dat deze cd wat meer soul en minder tristesse bevat dan zijn voorgangers. Opener 'Nervous' is swingend, heeft een-hoe toepasselijk-nerveus ritme en eindigt met een mooie kakafonie van gitaarsolo's. In Action Man geraken violen en blazers in een hevige strijd met elkaar verwikkeld. Geen van beide weet deze te beslechten en dit resulteert in een prachtige muzikale symbiose. 'Flash' is donkerder en sleept zich tergend traag voort. De macabere achtergrondzang en de vervremende effecten maken van dit nummer een haast psychedelische trip van zo'n acht minuten. Ook het lome maar groovy 'Run for Love' en het exotische en relaxerende 'Human Condition' zijn geslaagd. Bij 'Kiss the Specifics' en vooral 'Chemmie' gaat mijn aandacht wat liggen. Het grootste minpunt van de plaat komt hier naar boven. Ondanks de sterke composities weten niet alle nummers emotioneel te beklijven. Gelukkig doet ballad 'Forever and a Year' dat wel. Een prachtig rustpuntje met bezwerende achtergrondvocalen.
The Deep Field is een plaat met veel soul en vrolijkheid en de ene keer dat de tristesse de bovenhand neemt levert dit de sterkste song op. Het is een uitstekend geproducede cd, de instrumentatie is weelderig en leunt tegen de perfectie aan en aan de zang van Joan is niets op aan te merken. Minpuntje is dat de nummers je niet allemaal evenveel weten te pakken en laat dit nu net één van de belangrijkste aspecten van muziek zijn.
Op hun debuut 'The Big Roar' weet het drietal van 'The Joy Formidable' enorme geluidsmuren op te trekken en dit gecombineerd met een aanstekelijk popgehalte. Een combinatie van 'Sonic Youth' met 'Blood Red Shoes' zeg maar. Zangeres Ritzy Bryan heeft een dijk van een stem met een ongelooflijk groot bereik, zonder iets van haar vrouwelijkheid te verliezen. Opener 'The Everchanging Spectrum of a Lie' zet meteen de toon en is een regelrechte aanslag op je trommelvliezen. Een bom van een nummer dat de energie bezit van een kind met ADHD dat al twee weken aan het wachten is op zijn portie rilatine. Andere uitschieters zijn wervelwind 'I Don't Want To See You Like This' met veel tempowisselingen en catchy zanglijnen en 'Whirring' dat eindigt met een minutenlange, zinderende outro. Op de tweede helft van de plaat probeert het drietal wat meer te experimenteren. 'Buoy' gaat lichtjes de psychedelische kant op, Chapter 2 is bijna punk en op het iets minder overtuigende 'Llaw = Wal' neemt bassist Rhydian Dafydd' de vocalen voor zijn rekening. In afsluiter 'The Greatest Light Is The Greatest Shade' is er een hoofdrol weggelegd voor de synthesizer en dat resulteert in een grootse afsluiter met een melodie die niet meer uit je hoofd te krijgen is.