|
De jongen is het type jongen dat best met een knappere
versie van Brad Pitt zou kunnen concurreren, maar dat zelf niet zo goed beseft.
Hij is voorzien van een stel hemelsblauwe lieve ogen en een karakterkop die door
zijn onopvallendheid net opvalt. Heeft volgens papa een gewoon vriendinnetje, woont in een gewoon huisje en doet in tegenstelling tot vaders andere werknemers
ook gewoon zijn werk. Geen gezeur,
geen onafgewerkt werk: de perfecte arbeider.
Fietsen. Daarvan heeft hij er gisteren wel
zesentachtig behandeld, zegt de jongen terwijl hij eerst mijn fietsslot eraf
zwiept en dan als een dokter ijzeren naalden in mijn fietskader prikt. Modellen
waarvan hij dacht dat ze enkel in dure catalogussen bestonden, plooifietsjes en
mini-kinderfietsjes. Terwijl hij over zijn eerste fiets vertelt en bijna
verdrinkt in de nostalgie, bedenk ik dat ik naar mijn gevoel oog in oog sta met
mijn droomman. Jong, groot, intelligent, knap, … Kortom: de ideale man afgezien
van het feit dat hij de onherroepelijke ‘wc-status’
(bezet) bereikt heeft. De jongen lijkt me helaas niet het type dat zijn gewone vriendinnetje zal laten staan
voor de uiterst onweerstaanbare dochter van de baas.
De naalden zijn er even later weer uit en hij lijkt
me zo onderhand de ideale kerel om te interviewen. Beantwoordt elke vraag alsof
zijn leven ervan afhangt en doet intussen een volledige service van mijn fiets.
Ter illustratie: mijn ‘vaste’ fietsenmaker is een kerel van zestig met een naar
mijn mening iets te hoog libido en in gesprekken een overdaad aan overbodige
informatie. Maar het halfuurtje bij deze jongen - dat in normale omstandigheden
een vijfminutenwerkje is, verzekert hij me - is veel te snel voorbij. Als ik
naar huis rijd, dramt het ‘kans gemist / kans gemist / kans gemist’ als een
stel kanonschoten door mijn hoofd.
Thuis aangekomen zie ik ‘vijf gemiste oproepen’. Het
fietsslot. Hij komt het vanavond brengen.
13-10-2011 om 09:58
geschreven door Alizée 
|