 |
|
 |
| A man is happiest when there is a balance between his needs and his possessions - Trevanian, Shibumi |
|
 |
| 23-02-2012 |
Bontebal - Jimmy Tigges |
(citaat) ‘s Morgens moet ik altijd even controleren of ik wankelbaar ben of on-. Dat ik in staat ben een nieuwe dag op en in de wereld te zijn of niet. Heb jij dat ook? Iedere ochtend voer ik daarom een eenvoudige test uit. Ik ga voor de spiegel staan. Met een razendsnelle beweging breng ik mijn rechterhand, ik ben rechts, naar de spiegel. Als ik dan, ondanks mijn snelheid, de spiegel precies weet te raken op het spiegelbeeld van mijn hand, is alles in orde.
Vanmorgen zat ik ernaast.
Bovenstaande tekst is van Adriaan Bontebal. Als draaier van sportgerelateerde muziekjes leerde ik hem kennen tijdens bijeenkomsten die een kruisbestuiving tussen sport en cultuur beoogden, in het Paardcafé in Den Haag. Onvergetelijk was de spot, waarin organisatoren Harry Zevenbergen en Adriaan Bontebal zowaar de kans kregen om via TV West voor een groot publiek een speciale thema-aflevering aan te kondigen over ADO Den Haag. Adriaan maakte van de geboden ruimte gebruik door vrolijk te vertellen vooral fan te zijn van Feyenoord, als het op voetbal aankwam. Of dat marketing-technisch slim was weet ik niet. Waarschijnlijk had de eerlijke Adriaan daar ook geen boodschap aan.
De thema-aflevering, met enkele interessante gasten namens de voetbalclub, ging trouwens sowieso niet door, omdat de toen nog eerstedivisionist op diezelfde avond een wedstrijd voor de nacompetitie moest spelen waarvoor het zich nogal onverwacht had geplaatst.
Bovenal was Adriaan eerst en vooral een gepassioneerd wielerliefhebber. Hij volgde alle mogelijke wedstrijden en koersen op tv en schreef erover. Ik luisterde graag naar zijn dikwijls geestige voordrachten, ook als ze over wielrennen gingen. Ikzelf was, als het om wielrennen gaat, vooral geïnteresseerd in liedjes daarover. De sport zelf heeft mij nooit te pakken gekregen.
Het kortste onderlinge gesprek hadden we ooit, toen Adriaan kort nadat wij elkaar ergens tegenkwamen iets begon te vertellen over Contador. Eh, Contador?, onderbrak ik hem, wie is dat ook alweer? De naam kwam mij bekend voor, maar waarvan…? Conta…, begon hij bereidwillig te antwoorden, waarna het kwartje viel en hij met een grote zucht een wegwerpgebaar maakte. Een gesprek op niveau over de prachtige wielersport met een banale voetbalfan die even was vergeten wie Contador ook al weer was, daar was geen beginnen aan.
Begin januari hoorde hij dat hij nog een maand of negen te leven had. Afgelopen zaterdagnacht was het al zover. Een laatste Tour de France was hem niet gegund. Vermoedelijk is hem wel veel fysieke ellende bespaard gebleven. Geen dagelijks kijkje meer op je weblog, Adriaan, dat wordt wennen. Rust in vrede.
|
|
|
|
 |
| 22-02-2012 |
Aad's lach - Jan Dobbe |
|
Een jaar of 25 geleden werd mijn poëzie 'ontdekt' door Aad van Rijn en Ab van der Burg. Beiden verstokte dichters, hippies, blowers, beroepsouwehoeren, zware rokers en liefhebbers van drank en dranklokalen. Nesciaanse mannen, mannen die de wereld niet wilden begrijpen, hun eigen universum creëerden, en een manhaftige strijd tegen de kleinburgelijkheid en de lulligheid voerden. Zij lieten me zien dat het schrijven van een gedicht altijd goed en mooi en is - wat je ook schrijft en bedenkt, als het maar uit je eigen ziel voortkomt. Jongens waren het, maar aardige jongens. Aad voegde daar een droog gevoel voor humor aan toe (zou me niet verbazen als hij in zijn laatste weken de term 'een goed gevoel voor tumor' meerdere malen heeft gebezigd), dat altijd gepaard ging met een half-stoned en onweerstaanbaar lachje. Diverse malen heb ik hem zijn poëzie zien voordragen, in kroegen, jongerensociëteiten, koffieshops, popfestivals. En altijd was er die drang om mensen aan het lachen te krijgen - waar hij meestal in slaagde. Enfin, Aad en Ab erkenden een kwart eeuw geleden mijn aanleg voor de poëzie en probeerden dat vuurtje in mij aan te wakkeren. Door hun toedoen trad ik op met mijn gedichten in de Leidschendamse 'Sater', in het Haagse Lokaal Vredebreuk en in De Blauwe Aanslag. Dank daarvoor, het waren onvergetelijke optredens en ik ben altijd blijven schrijven.
Ooit trad ik dus op in Lokaal Vredebreuk, met een serie gedichten uit eigen bundel. Aad, die er dichtersbijeenkomsten op zondagmiddag organiseerde, had me daartoe uitgenodigd. Hij had me verzekerd dat het echt geweldig leuk was, toen hij merkte dat ik wat weifelachtig en onzeker was. Hij had geen woord teveel gezegd, want het was leuk en er was een toegewijd publiek dat na ieder gedicht een ovationeel applaus liet horen. Het meest is me echter die lach van Aad bijgebleven, die klonk toen ik mijn gedicht 'Parels' voordroeg. Ik geef hierbij de laatste strofe:
Ik zeg geen rare dingen meer huil maar, huil maar druk parels uit je ogen. Geef me parels mooie parels, fijne parels
waarbij de laatste regels een verwijzing waren naar de boeven Snuf en Snuitje uit de serie Pipo de Clown en Mama Loe. 'Mooie parels, fijne parels' werd stotterend uitgesproken, zoals acteur Rudi Falkenhage het destijds in de serie ook deed. Die verwijzing deed het goed bij Aad, hij had het zelf kunnen verzinnen. Later verloor ik hem uit het oog. Een enkele keer kwam ik hem tegen in de trein of toevallig op straat, maar daar bleef het bij.
Onlangs stuitte ik op zijn website en stond versteld van wat er allemaal aan dat schrijversbrein van hem ontsproot. Ik nam mij voor eens met hem te corresponderen - het kwam er niet van. Vandaag hoorde ik van een oude schoolvriend die ik tegen het lijf liep, dat Aad dood was. Hij had het bericht van Aad’s overlijden op www.nu.nl gelezen en was op eigen initiatief naar de begrafenis gegaan, alwaar hij veel oude bekenden was tegengekomen. Zo gaat dat, als je elkaar uit het oog bent verloren. Dan hoor je pas achteraf dat iemand al dood en begraven is en heb je het nakijken. Aad’s naam zal in mijn herinnering altijd verbonden zijn met poëzie. Ik ben hem dankbaar voor zijn aanmoedigingen, zijn goede voorbeeld en natuurlijk zijn lach. Ik buig voor hem.
|
|
|
|
 |
| 20-02-2012 |
Adriaan Bontebal 28 mei 1952 - 11 februari 2012 |
Leidschendam, 20 februari 2012
Adriaan Bontebal werd op 28 mei 1952 geboren als tweede telg van Theodorus Cornelis Petrus en Hildegonda Nicolina Litzouw. Hij kreeg er daarna nog zeven broers en zussen bij. Op 11 februari 2012 overleed hij, zes weken nadat de artsen hem de diagnose onbehandelbare longkanker met een gemiddelde resterende levensverwachting van negen maanden gaven.
Zijn plotse verscheiden heeft ons, zijn broers en zussen, geschokt achter gelaten. Aad wilde nog een laatste bundel uitbrengen en daarover hebben hij en ik afspraken gemaakt. Als zijn verhalen niet via een reguliere uitgever uitgebracht kunnen worden, zal ik dat in eigen beheer doen. Mededelingen daarover en over de op stapel staande ‘Adriaan Bontebal memorial’ zal ik indien daar aanleiding toe is hier publiceren. De mensen die Aad/Adriaan gekend hebben, wil ik uitnodigen tot het mij toesturen van verhalen/anekdotes die ik op deze plaats kan plaatsen. Graag ontvang ik die op het mailadres theo.dog@live.com Ik heb zelf een eerste geplaatst onder de titel 'Second best'.
Theo van Rijn
|
|
|
|
 |
| 10-02-2012 |
Weer een vrijdags kliekje |
Natuurlijk, ik had het op mijn vingers kunnen natellen. Op alle tien, heen en terug: de media zullen nog dagenlang nahypen over de Tocht die niet doorging. Over naar Kees van Dam aan de Bonkevaart, of Lidwien Gevers, het journalistieke krullenmeisje, de opvolgster van Paulien Broekema, met straatinterviews: 'Klote hè?' 'Wat ging er door u heen?' Krant of tv, aan beide zijden van en in het midden: het medium doet er niet toe, als de 'journalist' maar hapklare brokken weet op te kotsen. Terwijl er zoveel leuk nieuws is. Zoals de desintegratie van Groen Slinks, de partij die ooit is ontstaan uit een samenwerking van communisten, pacifisten en ander klein links grut. Nu onder leiding van Jolanda Sap. Sap, what's in a name? Want SAP is ook de Socialistiese Arbeiderspartij, een vage verzameling van gestaalde Trotskisten. Leden van die linkse splinter schijnen zich tegenwoordig te roeren in de SP, ooit een verzameling van gestaalde maoïsten. Het is zo kleurrijk aan de linkerkant. Sap en de haren in de Tweede Kamer hadden op hun vingers kunnen natellen dat de founding fathers van Groen Slinks, zoals CPN-ers en PSP-ers, nog geen seconde een missie naar Kunduz in overweging zouden hebben genomen. Morgen houdt de club van Sap een partijcongres. Zou het live te zien zijn op Politiek24? Dan ga ik zeker even kijken; geen beter vermaak dan leedvermaak. Dan nog vandaag in de Krant dat directeuren van Nederlandse ondernemingen nog steeds hun zakken vullen met opties en prestatieaandelen. Voorbeelden. Eric Meurice van ASML - je weet wel: van de chips - stak met die opties en aandelen in 2011 6,7 miljoen euri in zijn zak. Van Peter Voser van Shell wordt verwacht dat hij dit jaar mogelijk nog meer binnenkrijgt. Het is onbeschoft, zeker in een tijd dat 'we allemaal de broekriem moeten aanhalen.' Maar is het nieuws? We weten toch: er zijn nog graaiers als wij er niet meer zijn.
|
|
|
|
 |
| 09-02-2012 |
Broekzakbellers |
Laatst hoorde ik het op tv, in een item over het alarmnummer. Dat het in het leeuwendeel van de gevallen, maak er een paar leeuwen van, voor de kat haar kut wordt gebeld. Pubers die zich vervelen, verwarde oudjes, of 'die van mij staat ook altijd paraat.' Maar in de toptien staat ook een categorie die mij een o ja-belevenis gaf: broekzakbellers. Het werd niet uitgelegd, maar ik begreep meteen waarover het ging. Omdat ik er zelf vaak last van heb (gehad.) Kijk, het zit zo. De een zegt Adriaan tegen me, de ander Aad. Het zijn woorden van gelijke strekking, ik weet meteen dat het mij betreft. Mijn telefoonnummer is in enkele mobiele telefoons terecht gekomen, of hoe die dingen tegenwoordig ook mogen heten. Bij Aad-zeggers dus onder Aad. Hoe vooraan het in het alfabet wil je het hebben? Dan liep zo'n figuur met 'Aad' in zijn lijst ergens tegenaan, of hij maakte een enthousiaste danspas. Wat hij ook deed, er werd een knopje van zijn mobiele telefoon, zo heetten die dingen toen nog, ingedrukt. Hoe vaak ik niet met de hoorn in mijn hand hallo heb gezegd? Dat grenst aan pico. Ooit belde dat ding van een vriend, aan het eind van de middag. Naar de geluiden te oordelen was hij op een recepitie of zoiets degelijks. Degelijks. Ik hoorde hem in elk geval telkens om een glas rode wijn vragen, zonder 'wat krijg je van me?' of 'zet het maar op de rekening.' Hij zoop gratis en veel. Zeker drie uur heb ik genoten, maar de details weet ik niet meer. Die zou ik natuurlijk kunnen verzinnen, voor deze blog, maar ik heb geen ervaring met het rijden van een scheve schaats (wink, wink: Elfstedentocht, ook hier.) Wat ik niet zal vergeten is dat hij een meid versierde. 'Zie je die geile rooie daar?' hoorde ik hem tegen een vriend zeggen. Een betere beschrijving van het mokkel heb ik niet. Ja, ook nog iets met borsten. Het is een lange nacht geworden, waarvan ik dus maar een stukje heb meegepikt. De volgende dag heb ik hem gebeld. 'Hé, goser, je moet me helpen. Ik doe een onderzoek naar overspelsmoezen: wat zeg je tegen je vrouw als je een paar uur te laat bent, maar ook: wat zeg je als je de hele nacht niet thuis bent geweest? Wat heb jij bijvoorbeeld vanochtend tegen je vrouw gezegd?' Sindsdien geeft hij me trouw iedere maand vijftig euri. Ik ruik een markt.
|
|
|
|
 |
| 08-02-2012 |
Kjûltoer |
Weet je dat de Friezen ruim 2500 jaar geleden al zeer kunstzinnig waren? Archeologen die in de buurt van Tsitsum naar resten van Sjouk de Beer, alias de Reus van Tsitsum, aan het graven waren hebben op tien meter diepte een ijssculptuur gevonden. Diverse onderzoeken, die jij en ik niet begrijpen, hebben uitgewezen dat dit sculptuur omstreeks 500 voor onze jaartelling is uitgehakt. Veel is het niet: het is vijfentwintig centimeter hoog en het stelt een mansfiguur voor, gekleed in huiden. Voorlopig ligt het in de vrieskist van snackbar Dolle Dries in Midsummerwierdem. De fondsen ontbreken om een koelwagen te huren en het ijssculptuur naar het Frîsk Heitenlân Museum te vervoeren. Bovendien heeft het museum geen vrieskist; ook daarvoor ontbreken de fondsen. Zie je de beelden van de beelden nog voor je? Boeddha's uitgehakt in een bergwand? Dat de Taliban ze opbliezen? Afschuwelijk, maar wel eerlijk. Met springstof werd vernietigd wat hen stak. Dit kabinet doet precies hetzelfde, maar geleidelijk aan met zalvende bewoordingen en met steun van een meerderheid in de Kamer. Weg met de cultuur, want het is een afgodsbeeld van de linkse parochie. Niet wordt er voor de ogen van het volk een lading dynamiet tot ontploffing gebracht, het gebeurt gluiperig, via een omweg. We moeten bezuinigen! Stap voor stap worden de poten onder wat van waarde is weggezaagd. Dan staan we straks met lege handen. Maar we mogen ons wel met 130 km/u naar de laatst overgebleven musea, toneel- en balletvoorstellingen, bibliotheken en meer unieke plekken spoeden.
Het voorvoegsel pico, bijvoorbeeld in picogram, betekent 10 tot de -12de. Vijf picogram is dus vijf tot de min-biljoenste gram. Ja, het duizelt mij ook: hoe hebben ze op de tweede rustdag van de Tour de France van 2010 in hemelsnaam die hoeveelheid clenbuterol in het bloed van de Spaanse renner Alberto Contador kunnen vinden? Een middel dat wordt gebruikt voor astmatische paarden omdat het de luchtwegen verwijdt en door bodybuilders omdat zij geloven dat het de werking heeft van anabole steroïden: prestatieverhogend. Na lang steggelen, het is inmiddels februari 2012, heeft het internationale sporttribunaal CAS besloten om Contador vanwege die vleug clenbuterol voor twee jaar te schorsen. Met terugwerkende kracht, dat wel: de renner mag komende augustus weer aan wedstrijden meedoen, maar moet onder andere zijn Tourzege van 2010 en zijn Girozege van 2011 inleveren. Bovendien krijgt hij waarschijnlijk nog een boete van meer dan twee miljoen euri. Regelrechte broodroof. Mierenneukers zijn het bij het CAS.
|
|
|
|
 |
| 07-02-2012 |
Een onvoltooide |
De instanties, ik bedoel, de organen waar je iets mee te maken krijgt als je wilt wonen, als je ziek bent, als je op reis wil, als je een bord aan je gevel wil hangen, als je een dakkapel wil laten weghalen, als je de kanskaart hebt gekregen 'Goed voor eenmaal gratis schijten in het bos' en die wil verzilveren, als je ergens je boot wil aanmeren, als je binnen een straal van driehonderd meter van het Binnenhof een scheet wil laten, je kan het zo gek niet bedenken – ik doe mijn best – of er is al een instantie voor. En daar krijg je mee te maken, vroeg of laat, in elk geval ongelegen. Instanties hebben loketten, dat je je in levende lijve meldt omdat je geen zin hebt om thuis, telefonisch, uitgebreide keuzemenu's door te worstelen. Loketten wijzen je door naar andere loketten, maar tot het hart van de instantie geraak je nooit. Maar soms heb je beet. Dan krijg je iemand te spreken die niet achter een loket zit maar twee kamers verderop. Al tijdens het inleidend gebabbel lees je, op verzoek, je ziekenfondspas en je id-kaart voor. Zonder dat je er erg in hebt ben je ineens cliënt. Andere instanties zullen volgen. De woorden die iedere keer bij verkiezingen in alle partijprogramma's te vinden zijn: één loket. Alle instanties verzameld achter één loket en dat je van daar doorgestuurd wordt naar precies die ambtenaar of ingehuurde die van toeten én blazen weet. Edoch. Verschillende instanties vragen van hun cliënten een eigen bijdrage. Eén loket betekent, affijn, maak vandaag weer eens zelf het verhaaltje af.
|
|
|
|
 |
| 06-02-2012 |
Klimaatinvloeden |
Koud? Als de boeren ijs schijten achter de kachel, dán is het koud. Bij Hart van Nederland zag ik dat op sommge plekken de boeren dat al doen. Naspoelen met Berenburger. Het kwik daalt, er valt wat sneeuw en het hele land staat op zijn kop. Tot in het absurde, alsof gewoon op zijn kop al niet gek genoeg is. Voorbeeldje. Je weet (of niet) dat ik nauwelijks Waus & Pitteman kijk. Een amusementsprogramma op de late avond dat pretendeert een actualiteitenrubriek te zijn is niet mijn pakkie-an. Verloren tijd. Men neme een paardrijdster, een arts zonder grenzen, een parlementslid en een voetbaltrainer, men smede het tot één geheel. Een klus de onmogelijk te klaren is, ook niet door het Gouden Duo. Edoch. Vrijdagmiddag heb ik naar de herhaling gekeken: ik had wat beters te doen, maar ik wilde even onderuit hangen. Vraag me niet wie de gasten in die uitzending waren, want ze gingen oog en oor in en uit. Misschien iets met Willem Holleeder of met de Elfstedentocht, dieper zal het niet zijn gegaan. Plots verscheen er een bericht onder in beeld: om 16.29 een extra journaal. Mijn eerste gedachte: Beatrix gaat de scepter doorgeven, de tv zal de komende dagen oranje kleuren. Over twee weken zit ze als pensionada in Buitenhof. Maar nee. Om 16.29 meldde ons het pratende hoofd van dienst dat het sneeuwde en dat er files stonden. Problemen op het spoor. Heftig. Met een laatste krachtsinspanning heb ik de tv uitgezet. De rest van de avond heb ik zitten nahijgen. Zo is het ze weer gelukt, de gedeugstooncoalitie. Want dat Rutte cs achter deze weersomstandigheden zitten snappen zelfs Henk, Ingrid en Alexander. Ze laten de oren weer hangen naar de gedoogpartner. Die heeft gezegd: zorg voor sneeuw en ijs en zeer lage temperaturen, dan weten die niet-westerse potverteerders niet hoe snel ze thuis moeten komen. Dat is deels gelukt, maar niet met de groep die Gekke Geert in gedachten had. Wie zijn vertrokken, zijn de Friezen. In het dagelijks leven struikel je over de Friezen, hier in de stad der steden. Er is zelfs sinds jaar en dag een vereniging Friezen in De Haag. Dat staat een behoorlijke integratie in de weg. De godganse dag usmemmen ze met elkaar en moeten in winkels aanwijzen wat ze willen hebben. Criminaliteitscijfers naar provincie van herkomst zijn nergens te vinden. Van de Haagse Friese gemeenschap zijn de meesten teruggekeerd naar het heitenlân om koek & zopie en de bloemetjes buiten te zetten. Als het gaat dooien, komen ze terug, wordt gevreesd.
Dan ben ik bijna zestig, nog luttele maanden en het is zo ver, en dan mag ik wel traag van begrip zijn, maar ik heb een hoop geleerd in die tijd. Dus als je me vraagt: heb je nog een goede raad voor de jeugd van nu, zeg ik volmondig: ja.
|
|
|
|
 |
| 05-02-2012 |
Het spook van de beurs |
Na een aantal jaren achter de geraniums te hebben gesleten (lees: lidcactus en clivia), voel ik de laatste tijd de onbedwingbare behoefte iets te gaan doen. Vreemd: de uren achter de planten, op de bank met een kat en een boek op schoot, zijn mij altijd zeer welbesteed overgekomen. En dan zou ik nu iets gaan doen? Direct gevaar is er niet, ik heb altijd heel goed de neiging tot enige activiteit weten te onderdrukken. Maar, zanikt een stemmetje als bagger in mijn achterhoofd, als je nou met weinig inspanning binnen afzienbare tijd een aardig kapitaaltje bijeen weet te graaien? Daar heb ik wel oren naar, zolang ik maar geen kennis hoef te maken met de ruggen waarover ik dit doe. Niet dat ik zonodig voor mezelf een kapitaaltje wil vergaren. Nee, dat geld ga ik uitdelen, opdat mensen me aardig vinden. Tijdens het ontbijt, Krant op schoot, werd mij een suggestie in dezelfde schoot geworpen: laat ik me eens voor een tijdje als financieel specialist aan een woningbouwcorporatie verhuren. Een tonnetje of vijf per jaar ex bonus moet er makkelijk uit te slepen zijn. Mijn plusser-dan-pluspunt? Ik heb de ballen verstand van de financiële wereld. Weliswaar heb ik in 1968 met schitterende cijfers mijn middenstandsdiploma gehaald, maar dat kun je me nu niet meer aanrekenen. Het is verjaard, de kennis is down the drain. Iedere gladde bankjongen kan mij enthousiast de poeplap laten trekken, dat wil zeggen die van de corporatie, om te investeren in om het even welke constructie. Ik heb het toch niet in de gaten. Kom maar op met je rommelhypotheken. Om aan te geven dat ik echt geen verstand van de financiële wereld heb, het volgende. Ik las zojuist, een paar dagen terug – wanneer houdt zojuist op en begint ooit - dat Facebook in 2011 een omzet had van 3,7 miljard dollar, met een winst 1 miljard. De specialisten, zij die na hun middenstandsdiploma wel zijn doorgegaan, schatten de waarde van Facebook bij een beursgang op 100 miljard! Dus bij gelijkblijvende winst heb je in honderd jaar je geld eruit. Wauw. Mijn nuchtere verstand zegt: zie hier de volgende zeepbel. Maar als financieel specialist van een woningbouwcorporatie, een pensioenfonds kan ook, zou ik zeggen: kopen die aandelen, laat de vrachtwagens voorrijden.
Nee, ik heb geen profiel op Facebook, ik heb van mezelf al een profiel. Het aanzien waard: vooral en face maar dan een kwartslag gedraaid.
|
|
|
|
 |
| 04-02-2012 |
Heb je daar een kat of ben je blij me te zien? |
Zojuist mijn dagelijkse rondje Google gemaakt, een rondje van 5.31! De hamvraag was dit maal: waar komt de uitdrukking een kat in de zak kopen vandaan. Het intrigeert mij, omdat het voor iets negatiefs staat. Als je een kat in de zak koopt, ben je belazerd. Kom nou. Ik zou me als koper juist zeer verguld voelen. Maar wat is nou de herkomst van deze onzalige uitdrukking. Je raadt het al: ik kwam uit bij de wisseldaalder (Vlaams: heksenpenning, Duits: Blutpfennig, Engels: hatchpenny). Een wisseldaalder is een muntstuk dat na iedere transactie weer terugkeert in de portemonnee van de oorspronkelijke eigenaar. Dat zou tof zijn bij het boodschappen doen, maar maak er dan wel een wissel-vijftig-euri-biljet van. Google vertelt, via via: 'Het probleem was, hoe aan zo'n geldstuk te komen. Vele sagen beschrijven een manier om een wisseldaalder te bemachtigen. Dat dit vaak niet met rechte dingen toeging (sic) blijkt uit het feit dat in de meeste van deze verhalen de duivel een grote rol speelt. Het bekendste is wel die, waarbij men een kat in een zak moest stoppen en om middernacht op een kruispunt gaan staan. Dan kwam er een voorbijganger die vroeg wat je in de zak had. “Een haas,” moest je dan zeggen, waarop de vreemdeling te kennen gaf deze te willen kopen. Als betaling kreeg je de begeerde daalder. Je moest dan wel maken dat je wegkwam, want als de man (natuurlijk de duivel zelf) doorkreeg wat hij had gekocht, zou hij de verkoper zonder twijfel molesteren.' Of het hier een levend of dood dier betreft, wordt niet vermeld. Maar indien levend: als de haas een kat blijkt te zijn, spring ik een gat in de lucht en roep: 'Wausje, Skitty, Kim, Kat, Balzac en Hanks: we hebben er weer een.' Dan komen zij kopjes geven.
Omdat ik toch zat te googlen, ben ik ook nog even achter oud-scheidsrechter Leo Horn aan gegaan; dat alles nog steeds binnen de 5.31. De ouderen ons zullen zich hem nog wel herinneren. Een eigenzinnig stuk vreten. Hij had de bijnaam 'de kattenmepper'. Hoe dat zo? Horn was jachtliefhebber, hij schoot liever dan dat hij floot. In het voorjaar van 1963 schoot hij op een door hem gehuurd jachtterrein in de Noordoostpolder een poes dood. Achteraf beweerde hij dat het een verwilderde kat was. Toen hij het dier wilde laten schrikken 'sprong deze pardoes in de baan van de kogel'. Jaja. Het was geen verwilderde kat maar het huisdier van de kinderen van een nabijgelegen boerderij. Die kinderen lopen vandaag de dag nog de deur plat bij de geestelijke gezondheidszorg. Horn is in1995 heengegaan, met in een zak van zijn houten jas de kanskaart: ' Ga direct naar de hel, ga niet langs af, u ontvangt geen cent.'
|
|
|
|
 |
|
 |
| E-mail mij |
Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.
|
|
|
 |